2004/66 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.A. Loomans, h.o.d.n. Logra Hoveniers

tegen

S.J. Hummelen (Rijn en Gouwe)

Bij brief van 4 mei 2004 met een bijlage heeft H. Loomans, h.o.d.n. Logra Hoveniers, te Boskoop (klager) een klacht ingediend tegen S.J. Hummelen (verweerder). Hummelen heeft op de klacht gereageerd in een brief van 2 juni 2004. Op verzoek van de Raad heeft Loomans bij brief van 4 juni 2004 nog een kopie van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juli 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 4 mei 2004 is in Rijn en Gouwe een artikel van de hand van Hummelen verschenen onder de kop “’Natuurlijk beoordelen we subjectief; daar ontkom je niet aan’”. In het artikel wordt verslag gedaan van de verkiezing van de mooiste voortuin van Boskoop door de keuringscommissie ‘Mooi Boskoop’. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
45 jaar geleden opgericht als onderafdeling van de landelijke Groei en Bloei. ,,Om waardering te uiten voor het onderhoud van de tuin”, zegt Schoemaker. Dat onderhoud lijkt in het ‘groene’ Boskoop een vanzelfsprekende zaak, maar is het niet, zegt Bos. ,,Ontzettend veel kwekers wroeten in de grond van hun bedrijf. Ondertussen verwaarlozen ze hun eigen tuin.” Bos en Schoemaker kunnen het weten. Beiden zijn gepensioneerd kweker van heesters en coniferen. ,,Natuurlijk beoordelen we subjectief; daar ontkom je niet aan”, zegt Bos.”
In het artikel komt een echtpaar aan het woord, waarvan de voortuin wordt gekeurd. Vermeld wordt dat de man boomkweker is geweest. Over de tuin van klager wordt verder het volgende bericht:
Beide mannen staan nu voor nummer 10, van Logra Hoveniers. Vernietigend is hun oordeel. Schoemaker: ,,Deze tuin zou je bijna schrappen.” Bos: ,,Ik geef niet meer dan drie zessen, en dat is nóg hoog.” Schoemaker is het roerend met hem eens. ,,Die buxussen zijn nog niet geknipt”, zegt Bos, “en dat maakt nog niet zo veel uit. Maar dat middenperkje: een rotzooitje.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel negatieve uitlatingen zijn gedaan over zijn bedrijf. In een telefoongesprek heeft Schoemaker bevestigd dat de opmerkingen inderdaad zijn gemaakt, maar dat het niet zijn bedoeling was die opmerkingen te laten publiceren.
Klager voelt zich benadeeld, omdat een ‘hobbyclub’ een negatief oordeel heeft gegeven over de voortuin die hoort bij zijn woning, terwijl de naam van zijn bedrijf is vermeld. Als zijn achternaam in het artikel was vermeld, had hij de klacht niet ingediend, aldus klager.
Verweerder stelt dat het artikel een reportage is over de activiteiten van de keuringscommissie ‘Mooi Boskoop’. De leden van die commissie gaan langs tientallen tuinen en kiezen daaruit, op grond van een aantal criteria, de mooiste. De aard van de publicatie leende zich niet voor het toepassen van hoor en wederhoor, aldus verweerder. Hij wijst erop dat klager niet is ingegaan op zijn aanbod om een ingezonden brief te sturen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat in het artikel ten onrechte de naam van klagers bedrijf is vermeld. De Raad zal zich tot die kern beperken.
Voorop dient te worden gesteld dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is.
In het artikel wordt verslag gedaan van een verkiezing van de mooiste voortuin van Boskoop. Vermeld wordt dat het volgens de keuringscommissie niet vanzelfsprekend is dat in het ‘groene’ Boskoop, waar veel kwekers hun bedrijf uitoefenen, voortuinen goed worden onderhouden. Voorts wordt vermeld dat de leden van de keuringscommissie en de man van het geïnterviewde echtpaar kweker zijn geweest. De vermelding van de naam van klagers bedrijf moet in deze context worden bezien.
Uit het door klager overgelegde uittreksel van het handelsregister blijkt dat hij een eenmanszaak drijft en dat zijn bedrijf is gevestigd op zijn woonadres. Wanneer dan in het kader van de beoordeling van zijn privé-voortuin de naam van het bedrijf van klager wordt genoemd, ligt de vereenzelviging van klager als privé-persoon en als eigenaar van zijn bedrijf voor de hand. Overigens is in (de kop van) het artikel duidelijk vermeld dat die beoordeling de subjectieve opvatting van de keuringscommissie behelst.
De Raad heeft er begrip voor dat de vermelding van de naam van zijn bedrijf klager niet welgevallig is; het was verkieslijker geweest, indien die vermelding achterwege zou zijn gelaten. Echter, in aanmerking genomen dat de specificering in de verslaglegging paste in de context van het artikel, is de Raad van oordeel dat de privacy van klager door die vermelding niet zodanig is aangetast dat verweerder daarmee grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is, (vgl. onder meer Baolivar B.V. e.a. tegen Wierstra e.a., RvdJ 2004/55 en Wils tegen Oostra en Dagblad De Limburger, RvdJ 2003/31).

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Rijn en Gouwe te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 juli 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-66