2004/65 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.H. van der Hoeven

tegen

J. Smit en de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 28 april 2004 met twee bijlagen heeft mr. D.M. Wille, advocaat te Amsterdam, namens C.H. van der Hoeven (klager) een klacht ingediend tegen J. Smit en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (verweerders). In een brief van 17 mei 2004 heeft klager een onderdeel van zijn klacht ingetrokken. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 juni 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 27 februari 2004 is in HP/De Tijd een artikel van de hand van Smit verschenen onder de kop “Keizer Cees in het cachot”, dat op de cover – onder een politiefoto van Marc Dutroux – wordt aangekondigd met de tekst “Ahold: Cees van der Hoeven hoort achter de tralies”. In de inhoudsopgave wordt het artikel ingeleid als volgt:
De nieuwe onthullingen in het Ahold-drama zijn vernietigend voor Cees van der Hoeven. De voormalige baas van het supermarktconcern belandt zo goed als zeker in het gevang.
De intro van het artikel luidt:
De nieuwe onthullingen in het Ahold-drama zijn vernietigend voor Cees van der Hoeven. De ex-topman hangt een forse straf boven het hoofd – hier of in de VS.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Cynisme en sarcasme, zo kenden we hem weer, Keizer Cees.
en
Voor de hoofdrolspelers in de affaire zijn de reconstructies duidelijk minder plezant. Ze laten zien dat de bestuurders – met name Cees van der Hoeven en zijn financiële rechterhand Michiel Meurs, die tegelijkertijd met zijn voormalige baas opstapte – zich niet alleen hebben bezondigd aan wanbeleid, maar ook het financieel strafrecht met voeten hebben getreden. Dat laatste gebeurde hoofdzakelijk in de vorm van zogeheten side letters, tegenstrijdige contracten voor dezelfde overeenkomst.
en
Malicieus, die side letters? Niet volgens Van der Hoeven. Bij ICA Ahold, waar het gesjoemel voor het eerst naar buiten kwam, was Ahold al op tal van fronten de dominante partij, zo blufte Van der Hoeven intern tegen sceptici. Dus vanwaar al die fuss? Het slechts gedeeltelijk mee laten wegen van de omzet van dit samenwerkingsverband in de cijfers van Ahold – dát zou pas bedrog zijn, ageerde hij. Maar het is onzin. (...) via de side letters konden de accountants, toezichthouders, banken, beleggers en aandeelhouders worden misleid. (...) Op dit delict staat maximaal zes jaar gevangenisstraf. Door de side letters geheim te houden, bezondigde Van der Hoeven cum suis zich aan nóg een misdrijf: het bewust publiceren van onjuiste jaarrekeningen, waarop een maximumstraf staat van een jaar. Overigens: het is nog niet helemáál zeker dat justitie de voormalige Ahold-bestuurders persoonlijk gaat vervolgen.
en
Mochten de Ahold-managers in Nederland niet worden aangepakt – en die kans is aanwezig: voor corporate crooks van het kaliber-Van der Hoeven is Nederland helaas een waar paradijs – dan blijft de kans groot dat ze toch worden vervolgd. Ahold staat ook genoteerd in New York. Dus hebben de machtige beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) en het Amerikaanse OM de affaire eveneens onder de loep – voor de (voormalige) bestuurders van het supermarktimperium bepaald geen prettig vooruitzicht. Want in de Verenigde Staten is het financiële strafrecht veel strenger, helemaal sinds de Sarbanes-Oxley Act van kracht is. (...) Zo moeten topmannen persoonlijk garanderen dat de jaarrekening correct is. Mocht achteraf blijken dat de cijfers niet kloppen, dan riskeren zij maximaal twintig jaar gevangenisstraf. Ook bestuurders van buitenlandse bedrijven met een beursnotering in New York vallen onder ‘Sarbanes-Oxley’. De invoering van die strenge regels riep bij sommige Nederlandse bedrijven met een beursnotering in de VS destijds de vraag op of zij Wall Street wellicht vaarwel moesten zeggen. Waarschijnlijk heeft Van der Hoeven cum suis zich medio 2002 ook over deze kwestie beraden; het vormde voor hen in elk geval geen reden de notering te schrappen. Een besluit waarvan zij nu ongetwijfeld spijt hebben. Want de Amerikaanse regels gaan ver. Héél ver. Zo is het verzwijgen van cruciale informatie voor de externe accountant – in dit geval de side letters – een zwaar vergrijp. Alleen dat kan al goed zijn voor de maximumstraf van twintig jaar.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt dat de precieze toedracht van de ontwikkelingen binnen Ahold en zijn rol daarin nog worden onderzocht door de daartoe aangewezen autoriteiten. Dit had voor verweerders aanleiding behoren te zijn tot gepaste zorgvuldigheid en terughoudendheid, maar dat heeft hier ontbroken, aldus klager. Volgens hem wordt in het artikel ten onrechte op de uitkomsten van het onderzoek vooruit gelopen en wordt ten onrechte als vaststaand gepresenteerd dat hij bepaalde strafbare feiten heeft gepleegd. De ongefundeerde aantijgingen aan zijn adres stellen hem in een kwaad daglicht en brengen hem in diskrediet. De bronnen van verweerders bieden voor die aantijgingen onvoldoende feitelijke grondslag, aldus klager.
Hij acht de cover onzorgvuldig, door de combinatie van de tekst dat hij achter de tralies behoort en de foto van Dutroux. Volgens klager wordt aldus de suggestie versterkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Die suggestie is onnodig grievend en onjuist. Evenzeer onnodig grievend vindt hij de bewering dat hij cynisch en sarcastisch is.
Verder stelt klager dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten hem voorafgaand aan de publicatie in de gelegenheid te stellen op de beschuldigingen aan zijn adres te reageren.
Klager betoogt dat hij zowel privé als zakelijk veel hinder ondervindt van de publicatie. De publicatie heeft tot gevolg dat zijn reputatie schade heeft geleden en nog lijdt, aldus klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klager, als voormalig bestuurder van een groot supermarktconcern, bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. (vgl. onder meer NS Groep tegen Croonenberg, Smit en HP/De Tijd, RvdJ 2003/22) Dat neemt niet weg, dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan en dat door hem gepubliceerde feiten moeten zijn gebaseerd op voldoende deugdelijk materiaal.

Gelet op het voorgaande is het op zichzelf niet onzorgvuldig te berichten dat klager wellicht strafrechtelijk vervolgd zou kunnen worden. In het artikel worden over klager echter de volgende beweringen gedaan:
‘Cees van der Hoeven hoort achter de tralies’, ‘de voormalige baas van het supermarktconcern belandt zo goed als zeker in het gevang’, ‘Keizer Cees in het cachot’, ‘de ex-topman hangt een forse straf boven het hoofd’, ‘hij heeft zich niet alleen bezondigd aan wanbeleid, maar heeft ook het financieel strafrecht met voeten getreden’ en ‘hij bezondigde zich aan nóg een misdrijf: het bewust publiceren van onjuiste jaarrekeningen’. Vervolgens wordt de vergelijking ‘corporate crooks van het kaliber-Van der Hoeven’ gebezigd.
Aldus worden de beweringen als vaststaand gepresenteerd. De lezer zal zich moeilijk aan de indruk kunnen onttrekken dat klager daadwerkelijk bepaalde strafbare feiten heeft gepleegd en hij in dat verband als ‘corporate crook’ kan worden gekwalificeerd. De berichtgeving bevat aldus een zeer ernstig beschuldiging aan het adres van klager, waardoor zijn integriteit ernstig in twijfel wordt getrokken. Voor een dergelijke beschuldiging is bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist. Een dergelijke grondslag is gesteld noch gebleken.

Bovendien moet een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor.
Verweerders hadden de beschuldigingen aan het adres van klager derhalve in elk geval niet mogen publiceren, zonder hem vooraf in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Klager heeft onbetwist aangevoerd dat dat niet is gebeurd. Er zijn geen omstandig-heden gebleken, die de handelwijze van verweerders zouden kunnen rechtvaardigen.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Hingst tegen Van den Heuvel, RvdJ 2003/21)

De Raad heeft er begrip voor dat de combinatie van de tekst op de cover met de politiefoto van Dutroux alsmede de bewering ‘cynisme en sarcasme, zo kenden we hem weer, Keizer Cees’ klager niet welgevallig zijn. Een en ander acht de Raad echter niet zodanig onzorgvuldig dat verweerders daarmee grenzen hebben overschreden.

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze is gericht tegen de beweringen waarin als vaststaand wordt gepresenteerd dat klager bepaalde strafbare feiten heeft begaan, de vergelijking ‘corporate crooks van het kaliber-Van der Hoeven’ en het niet-toepassen van wederhoor. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 juli 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. E.J.M. Lamers en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-65