2004/64 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland (Holland Casino)

tegen

B. Middelburg en E. van Gruijthuijsen, hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 28 april 2004 met achttien bijlagen heeft mr. H.J.A. Knijff, advocaat te ’s-Gravenhage, namens Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland, h.o.d.n. Holland Casino, (klaagster) een klacht ingediend tegen B. Middelburg en E. van Gruijthuijsen, hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). In een schrijven van 25 mei 2004 heeft mr. W. van Manen namens verweerders laten weten dat zij niet inhoudelijk op de klacht wensten te reageren, omdat klaagster niet wilde afzien van haar recht de kwestie tevens voor te leggen aan de burgerlijke rechter.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 juni 2004. Aan de zijde van klaagster zijn daar mr. Knijff, mw. N.M.A.C. Lamberts (Directeur Marketing & Communications), mw. K.J. Maks (Manager Public Relations) en mr. W.J. Borghardt (Bedrijfsjurist) verschenen.

DE FEITEN

In september 2003 zijn in Het Parool de volgende artikelen over klaagster verschenen:
- op 2 september 2003: “Holland Casino drijft op zwart geld – Criminelen wassen miljoenen wit aan de speeltafels – Zaalchef doorbreekt geheimhouding”, van de hand van Middelburg;
- op 2 september 2003: “De witwasserij via Holland Casino; ‘De directie is niet alleen op de hoogte, ze weet ook om welke criminelen het gaat’”, van de hand van Middelburg;
- op 2 september 2003: “Holland Casino: op naar een miljard omzet”, van de hand van Middelburg;
- op 3 september 2003: “Casino zag witwassen zelf ook – 700 meldingen bij EZ en justitie”;
- op 25 september 2003: “Politie-onderzoek bij Holland Casino – Personeel vraagt ingrijpen door minister Donner”, van de hand van A. Schulte;
- op 25 september 2003: “Toezicht casino beneden de maat – Brandbrief or Holland Casino aan minister Donner”, van de hand van A. Schulte
- op 26 september 2003: “Geen rol kabinet in casinoruzie – Kamer dringt aan op gesprek

Op 4 september 2003 zijn kamervragen aan de Minister van Justitie gesteld. In de schriftelijke vastlegging van de vragen en antwoorden ter zake staat onder meer:
Vraag 2: Deelt u de opvatting van het Holland Casino dat er geen betrokkenheid is bij witwassen, althans niet op grote schaal en structureel?
Antwoord 2: Ja.

Vervolgens is op 22 januari 2004 een artikel van de hand van Middelburg gepubliceerd onder de kop “Grote fraudeur vip in Holland Casino”.
In reactie hierop heeft klaagster bij brief van 30 januari 2004 aan verweerders haar bezwaren tegen de berichtgeving kenbaar gemaakt alsmede tegen de werkwijze van verweerders, onder meer inzake de toepassing van hoor en wederhoor. In haar brief heeft klaagster voorgesteld om in een persoonlijk onderhoud te bezien of partijen tot een oplossing van de gerezen problemen zouden kunnen komen. Naar aanleiding van deze brief heeft op 9 maart 2004 overleg tussen partijen plaatsgevonden.

In een e-mail van 30 maart 2004 heeft klaagster aan Van Gruijthuijsen het volgende bericht:
Over de artikelenreeks in Het Parool met Holland Casino als onderwerp, hebben wij onlangs een prettig gesprek met u gehad. Hierbij is met name onze kritiek aan de orde geweest over de manier waarop Bart Middelburg hoor en wederhoor toepast. U deelde die kritiek en heeft vervolgens aangeboden de lucht te klaren via een interview met onze bestuursvoorzitter Henk Kivits. Wij kwamen overeen dat dit het beste kon gebeuren na het uitkomen van het jaarverslag eind april/begin mei. Rond 16.45 uur vanmiddag zijn wij onaangenaam verrast door een telefoontje van Bart Middelburg aan Karin Maks van onze communicatie-afdeling. Zijn wens was stante pede een interview met de heer Kivits. Op onze vraag waar dat dan over moet gaan, kwam niets anders terug dan “over witwassen en zo”. Wij hebben aangedrongen op meer duidelijkheid, willen wij ons kunnen prepareren op zijn vragen en daadwerkelijk weerwoord kunnen leveren als er nieuwe informatie zou zijn. DAT KON NIET... Hij stuurde morgenochtend dan wel het artikel dat diezelfde dag in de krant zal verschijnen. Dan lazen we daar wel in waar het over ging! Ik hoop dat u het met ons eens kunt zijn dat dit geen manier van werken is en dat wij zo opnieuw geen faire (inhoudelijke) kans krijgen voor wederhoor. Wij vragen u dringend uw invloed aan te wenden opdat wij adequaat en tijdig worden gehoord voordat tot publicatie wordt overgegaan.

In zijn per e-mail verzonden reactie van diezelfde dag bericht Van Gruijthuijsen klaagster het volgende:
Uw samenvatting van ons gesprek lijkt mij erg ruimhartig voor uw organisatie, maar het nieuws en ons onderzoek naar mogelijke witwaspraktijken gaat natuurlijk gewoon door. De hardheid van dat nieuws wordt nu gecheckt door Bart Middelburg die, zeker gezien uw kritiek op eerdere verslaggeving, de feiten (op) een rij wil hebben voor vrijgave, en zover is het nog niet. Tegelijkertijd willen wij zo snel mogelijk publiceren. Juist vanwege een faire gang van zaken hebben (wij) gemeend vanmiddag reeds aan te kondigen dat wij de heer Kivits zo snel mogelijk, en inderdaad niet pas eind april, zouden willen spreken. Het lijkt mij, maar ik spreek geheel namens mezelf, ook niet noodzakelijk om temidden van het nieuws morgen te reageren. Mede om die reden stellen wij voor het artikel morgen rond het middaguur op de fax te zetten.

Daarop heeft klaagster, in een e-mail van enkele minuten later, aan Van Gruijthuijsen meegedeeld:
Waar het om gaat is toch dat als Het Parool meent Holland Casino in een artikel van iets te kunnen beschuldigen (waar wij overigens geen enkel idee van hebben wat het zou kunnen zijn), dat dan in hetzelfde bericht de gelegenheid wordt gegeven voor wederhoor. Anders is het kwaad alweer geschied en kan iedereen in eerste instantie maar wat roepen. U begrijpt dat dit ons schade berokkent. Vandaar ons beroep op u om fair hoor en wederhoor toe te passen.
Op 31 maart 2004 is in Het Parool een artikel van de hand van Middelburg verschenen onder de kop “Witwasaffaire is bom onder stoel Donner”. De intro van dit artikel luidt:
Criminelen kunnen bij Holland Casino, in handen van de staat, hun zwarte geld witten. Na uitvoerig onderzoek van de Amsterdamse politie kan worden geconcludeerd dat minister Donner van Justitie de Tweede Kamer onjuist heeft geïnformeerd. De directie van Holland Casino zo lijkt het, heeft een bom onder de stoel van Donner gelegd.
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
Holland Casino, aldus Bakker (een voormalig werknemer van klaagster) wordt door criminelen en anderen met aanzienlijke, voor de fiscus verzwegen inkomsten, gebruikt om op grote schaal zwart geld wit te wassen. De directie van Holland Casino is van die witwaspraktijken ‘op de hoogte’. “Ze weten ook precies om welke criminelen het gaat”, aldus Bakker. De directie laat de witwasserij echter willens en wetens toe, want zonder al dat zwarte geld van criminelen kan Holland Casino ‘de tent wel sluiten’, aldus Bakker. Criminelen wordt, volgens de gewezen zaalchef, in opdracht van de directie dan ook geen strobreed in de weg gelegd (...).
en
Het Togo-dossier is twee maanden geleden al naar justitie gezonden, en de conclusie van de Amsterdamse recherche is ontluisterend, bevestigen bij het onderzoek betrokken bronnen, die op de hoogte zijn van de inhoud van het dossier. “Die conclusie is: witwassen kan wel degelijk bij Holland Casino. Sterker: het is eigenlijk heel erg gemakkelijk om bij Holland Casino allerlei witwashandelingen te verrichten. Veel te gemakkelijk. En dan heb je het over de methoden die Bakker al heeft aangegeven. De administratieve organisatie van Holland Casino rammelt aan alle kanten,” zegt een bron.
Verder zijn die dag twee andere artikelen in Het Parool over de kwestie gepubliceerd onder de koppen “Hoe was je bij Holland Casino zwart geld wit?” en “Minister loog, maar in commissie – ‘Desgevraagd verstrekte Holland Casino de volgende informatie’”.

Voorts is op 1 april 2004 in Het Parool het artikel “Kamer wil uitleg Donner over witwassen bij Casino – Minister sluit niet meer uit dat er iets mis is” verschenen, en op 3 april 2004 het artikel “Wie veegt het casino schoon?”. In laatstgenoemd artikel wordt onder meer bericht:
Hoe lang kan de minister van Justitie de feiten over Holland Casino blijven ontkennen? (...) Bij het staatsbedrijf Holland Casino, zo heeft de Amsterdamse recherche vastgesteld, kunnen criminelen ‘heel erg gemakkelijk’ zwart geld witwassen. Bovendien heeft de directie er alles aan gedaan iedereen ten aanzien van dat soort praktijken te misleiden, inclusief de eigen minister.

Bij brief van 6 april 2004 heeft de Minister van Justitie Donner de Tweede Kamer over de kwestie geïnformeerd en onder meer bericht:
Op 30 september 2003 heb ik uw Kamer in antwoord op vragen (...) geïnformeerd over mogelijke witwaspraktijken bij Holland Casino. In het antwoord op die vragen heb ik gesteld op basis van de op dat moment beschikbare informatie geen aanleiding te hebben te veronderstellen dat er op grote schaal en stelselmatig bij Holland Casino werd witgewassen. Die conclusie was gebaseerd op diverse bronnen (...) Holland Casino is meldingsplichtig op basis van de wet MOT. In de beantwoording van de vragen heb ik gesteld dat de wet MOT en de WID naar mijn mening afdoende functioneren. Dat de transacties die Holland Casino meldt, in de indicatorenlijst casinotransacties zijn vastgelegd. Dat in 2002 Holland Casino 1997 ongebruikelijke transacties heeft gemeld. (...) In de beantwoording van bedoelde kamervragen gaf ik voorts aan dat Holland Casino op verzoek van een speler het vastgesteld positief speelsaldo van de dag overmaakt naar diens bankrekening. (...) Een gestort bedrag is na overboeking bovendien niet automatisch ‘wit’. Holland Casino doet een MOT-melding en geeft geen herkomstverklaring af van het oorspronkelijke ingezette geld. De Belastingdienst doet bij een speler navraag (...). Dat, zoals gesuggereerd in de media, in Holland Casino Amsterdam tientallen miljoenen zijn witgewassen, is derhalve minder waarschijnlijk.

Op 7 april 2004 heeft Officier van Justitie M.E. Woudman schriftelijk aan klaagster onder meer bericht:
Op 4 februari 2004 heeft de Dienst Centrale Recherche, Bureau Financieel Economische Recherche van de Regiopolitie Amsterdam Amstelland (“BFER”) het proces-verbaal inzake een strafrechtelijk onderzoek gesloten. Het strafrechtelijk onderzoek is in mijn opdracht ingesteld naar aanleiding van verdenking van het plegen van witwassen bij Holland Casino Amsterdam (“HCA”). De verdenking van het plegen van witwassen is ontstaan op grond van een aantal feiten en omstandigheden, waaronder het artikel in Het Parool van 2 september 2003. Het Parool heeft in dit artikel het relaas van de voormalig werknemer van HCA de heer K. Bakker weergegeven. De heer Bakker verklaarde in dit artikel en in zijn verhoor door de BFER dat HCA zich op een aantal met name genoemde methoden schuldig zou maken aan het plegen van witwassen. Het betreft de volgende methoden. (...)
Het strafrechtelijk onderzoek is beperkt tot een beoordeling van deze methoden. Ik heb op basis van de bevindingen van het onderzoek onvoldoende aanknopingspunten gevonden die tot strafrechtelijke vervolging van HCA of daarbinnen werkzame personen ter zake van gedragingen in samenhang met deze methoden zouden moeten leiden. (...)
De aard van de ondernemingsactiviteit – letterlijk genereren van geldstromen – brengt met zich mee dat grote contante geldbedragen omgaan in HCA. Er is echter geen aanwijzing dat de ondernemingsactiviteit van HCA mede is gericht op het toestaan van faciliteiten in de vorm van het plegen van witwashandelingen aan criminelen.
Ik ben overigens wel van oordeel dat een aanbeveling gedaan moet worden met betrekking tot het gebruik van voor interne doeleinden bijgehouden aparte boekhouding met overzichten van de inzetten van grote spelers.

Vervolgens is op 8 april 2004 in Het Parool het artikel “Casino niet vervolgd – Fel debat in Kamer over witwaspraktijken loopt voorlopig met een sisser af” gepubliceerd, op 9 april 2004 gevolgd door het artikel “Justitie: ingrijpen bij casino – Ook openbaar ministerie wil strengere regels tegen witwassen”. De intro en eerste alinea van dit laatste artikel luiden:
De procedures bij staatsbedrijf Holland Casino om het witwassen van zwart geld tegen te gaan, zijn inderdaad niet toereikend, en moeten worden aangescherpt. Dat zegt nu ook het openbaar ministerie in Amsterdam.
“Wij hebben geconstateerd dat de wijze van registreren en administreren bij Holland Casino verbeterd moet worden, om zo de mogelijkheden van witwashandelingen tegen te gaan,” zegt woordvoerder Robert Meulenbroek van het Amsterdamse parket. “Wij hebben de minister van Justitie dan ook geadviseerd de betreffende regelgeving aan te scherpen.”

In een brief van 16 april 2004 aan mr. Knijff schrijft de fungerend Hoofdofficier van Justitie onder meer:
Naar aanleiding van uw brief van 14 april jl. waarin u vraagt of onze woordvoerder de heer Meulenbroek juist geciteerd is door Het Parool in de krant van 9 april jl. kan ik u melden dat dit niet het geval is. (...)
De heer Meulenbroek heeft toen via het Parket-generaal bij het Ministerie van Justitie navraag laten doen wat de minister precies tijdens desbetreffend debat heeft gezegd. Nadat hij de beschikking kreeg over de letterlijke tekst die tijdens het debat is uitgesproken heeft hij bij de beantwoording van de vragen van Middelburg deze tekst letterlijk gehanteerd. Hij heeft het volgende citaat als antwoord op zijn vragen gegeven.
“Wel heeft het Openbaar Ministerie te Amsterdam uit de resultaten van het politieonderzoek de indruk gekregen dat de wijze van registreren en administreren bij Holland Casino Amsterdam mogelijk kan worden verbeterd, om de kans dat anderen Holland Casino misbruiken om geld wit te wassen, te verkleinen.” En “Het enige (...) is dat uit onderzoek is gebleken dat het de overweging verdient op een aantal punten de registratie aan te scherpen. Te dien aanzien heb ik in de brief van 6 april geschreven dat ik dit overweeg en daarvan zeg ik nu dat ik de Kamer er gaarne over zal informeren.”
Het citaat dat uiteindelijk in Het Parool is verschenen wijkt dus af van zijn woordvoering.

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt dat haar bezwaren met name zijn gericht tegen de artikelen van 31 maart en 3 april 2004. De artikelen bevatten feitelijke onjuistheden en zijn tendentieus van toonzetting. Volgens klaagster berokkenen de artikelen haar schade, onder meer daar waar wordt beweerd dat ‘het erg makkelijk is om bij Holland Casino geld wit te wassen’ en dat ‘de administratie aan alle kanten rammelt’. In de artikelen wordt de indruk gewekt dat er daadwerkelijk stelselmatig grote sommen geld worden witgewassen in de casino’s van klaagster, en wel met haar medewerking althans met haar medeweten. Voor die beschuldigingen aan haar adres is geen grond, aldus klaagster. Er bestaat een groot aantal interne en externe regels ten aanzien van ‘zwart geld’, zoals de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties, en daar houdt zij zich aan. Volgens haar heeft de Minister van Justitie in een kamerdebat van 7 april 2004 meegedeeld dat het Openbaar Ministerie heeft besloten haar niet te vervolgen wegens witwaspraktijken en dat het onderzoek van de politie geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor strafbare feiten. Verder wijst zij op de brief van de Officier van Justitie van 7 april 2004. Daarin is geen enkele steun te vinden voor de eerdere publicaties in Het Parool. Door de beschuldigingen niettemin te publiceren, hebben verweerders onzorgvuldig jegens haar gehandeld, aldus klaagster.
Verder stelt zij dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens klaagster zijn haar bezwaren met name gericht tegen de berichtgeving van 31 maart en 3 april 2004. De Raad zal zijn oordeel dan ook tot die berichtgeving beperken.

De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klaagster bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. (vgl. onder meer NS Groep tegen Croonenberg, Smit en HP/De Tijd, RvdJ 2003/22) Dat neemt niet weg, dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan en dat door hem gepubliceerde feiten moeten zijn gebaseerd op voldoende deugdelijk materiaal.

In het artikel van 31 maart 2004 wordt onder meer beweerd dat ‘Holland Casino wordt gebruikt om op grote schaal zwart geld wit te wassen’, dat ‘de directie (van klaagster) daarvan op de hoogte is’, dat ‘de directie witwasserij willens en wetens toelaat’ en dat ‘criminelen in opdracht van de directie geen strobreed in de weg wordt gelegd’.
In het artikel van 3 april 2004 wordt onder meer gesproken over ‘de feiten over Holland Casino’, ‘de vaststelling van de Amsterdamse recherche dat criminelen bij Holland Casino ‘heel erg makkelijk’ zwart geld kunnen witwassen’ en dat ‘de directie er alles aan heeft gedaan iedereen, inclusief de Minister van Justitie, ten aanzien van dat soort praktijken te misleiden’.

De Raad overweegt dat onder witwassen wordt verstaan: alle activiteiten die tot doel hebben dat de herkomst van winst uit strafbare feiten (zwart geld) wordt verhuld en dat dergelijke winst in het normale economische verkeer wordt gebracht. Witwassen is een misdrijf en het verlenen van medewerking daaraan is strafbaar.

Daar waar wordt beweerd, althans de indruk wordt gewekt, dat klaagster opzettelijk meewerkt aan het structureel en op grote schaal witwassen van zwart geld, komen die beweringen er derhalve op neer dat klaagster schuldig is aan het plegen van strafbare feiten. Door de wijze waarop in de berichtgeving feiten en meningen zijn weergegeven, worden de beweringen ter zake als min of meer vaststaand gepresenteerd. De lezer zal zich moeilijk aan de indruk kunnen onttrekken dat klaagster wel actief betrokken moet zijn bij witwaspraktijken.
Voor deze zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klaagster, waardoor haar integriteit ernstig in twijfel wordt getrokken, is bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist. De beweringen zijn kennelijk voornamelijk gebaseerd op uitlatingen van een voormalig werknemer van klaagster – over wie verweerders in hun artikel van 2 september 2003 hebben bericht dat hij ‘toegeeft rancuneus te zijn ten opzichte van Holland Casino’ – en op anonieme bronnen, waarvan de Raad de deugdelijkheid niet kan vaststellen. Daar staat tegenover dat uit de door klaagster overlegde stukken niet anders kan worden geconcludeerd dan dat voor de vergaande beschuldigingen aan haar adres geen grond bestaat.

Bovendien moet een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen zouden zijn geuit door een geïnterviewde, maakt dat niet anders.
Verweerders hadden de beschuldigingen aan het adres van klaagster derhalve in elk geval niet mogen publiceren, zonder haar vooraf in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Klaagster heeft aannemelijk gemaakt dat dat niet is gebeurd. Gelet op de ernst van de beschuldigingen is een verwijzing naar een persbericht en de website van klaagster onvoldoende. Er zijn geen omstandigheden gebleken, die de handelwijze van verweerders zouden kunnen rechtvaardigen.
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders met hun berichtgeving van 31 maart en 3 april 2004 grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Hingst tegen Van den Heuvel, RvdJ 2003/21)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 juli 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. E.J.M. Lamers en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-64