2004/62 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

M. de Koning

Bij brief van 5 april 2004 met drie bijlagen heeft X (klaagster) een klacht ingediend tegen M. de Koning (verweerster). Hierop heeft De Koning geantwoord in een brief van 18 mei 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 juni 2004. Klaagster is daar niet verschenen. Verweerster was aanwezig, vergezeld van L. Kors.

DE FEITEN

Op 23 augustus 2003 is in Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van De Koning en M. Calis verschenen onder de kop “Zuipen als kerels”. De intro van het artikel luidt:
Zuipen is normaal en over wildplassen doen ze ook niet moeilijk. Jonge hoog opgeleide vrouwen zijn de nieuwe risicogroep voor alcoholisme. “Ik kan heel slecht tegen drank”, zegt de negentienjarige psychologie-studente Marloes. “Na vijftien bier lig ik al onder de tafel.”
In het artikel wordt over klaagster onder meer bericht:
Op de Grote Markt in Groningen hangt om één uur ’s nachts een vriendinnengroep om een wachtende student heen. X doet het in sterke verhalen niet onder voor de gemiddelde mannelijke kroegtijger. “Ik werk bij het (...) Ziekenhuis, ik ken álle gekken van de stad. Lig ik laatst topless bij het Paterswoldse Meer, komt één van mijn patiënten langs”, vertelt ze lallend. Ze leunt wat wankel op haar paraplu. “X is dronken”, concludeert haar vriendin Y droog. (...) X schat dat ze inmiddels twaalf bier en drie wodka gedronken heeft, maar ze wil meer.(...)

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij op de bewuste avond met een groep vrienden op de Grote Markt van Groningen aanwezig was. Omdat het ‘kei-week’ (kommissie eerstejaars introductie) was, was er feest in de hele stad. Het evenement op de Grote Markt was net afgelopen en zij stond na te praten met haar vrienden, aldus klaagster. Verweerster sloot zich op enig moment bij de groep aan, samen met een jongen die klaagster kende van een studentenvereniging, en sprak met wat mensen. Toen klaagster ter ore kwam dat verweerster journaliste was, vroeg klaagster haar wat zij opschreef. Volgens klaagster liet verweerster toen een leeg papiertje zien en antwoordde zij: “Niks hoor.” Klaagster was daardoor in de veronderstelling dat zij vrijuit kon spreken, heeft zich verder niet meer met verweerster bezig gehouden, en heeft haar gesprek met haar vrienden vervolgd. Pas veel later ontdekte klaagster dat zij in het artikel was vermeld. Zij werd daarop aangesproken door mensen uit haar omgeving.

Zij heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met verweerster. Deze ontkende in dat gesprek onduidelijk te zijn geweest over de reden van haar aanwezigheid op de bewuste avond alsmede dat zij een leeg papiertje had laten zien. Daarna heeft klaagster schriftelijk aan verweerster om excuses verzocht. In reactie daarop heeft de heer Dam, hoofdredacteur van de GPD, aan klaagster laten weten dat verweerster geen verwijt trof en als bewijs een foto meegestuurd waarop is te zien dat klaagster en verweerster met elkaar in gesprek zijn. Volgens klaagster blijkt uit die foto dat zij zich er niet van bewust was dat de foto werd gemaakt. Bovendien gaan tegenwoordig veel mensen op stap met een digitale camera en raakt zij daardoor niet gealarmeerd, aldus klaagster.
Zij betoogt dat zij door de publicatie in een zeer ongunstig daglicht is gesteld en daardoor in haar eer en goede naam is aangetast. Daarbij speelt een rol dat zij verpleegkundige is in de psychiatrische kliniek van het genoemde ziekenhuis en veel in aanraking komt met alcoholverslaafden. Door de vermelding van haar voornaam, werkgever en voornaam van een vriendin is zij in het artikel herkenbaar, in ieder geval voor mensen uit haar omgeving waaronder haar collega’s en baas. Deze handelwijze van verweerster is onzorgvuldig, aldus klaagster.

Verweerster stelt dat zij en haar collega Calis een van de meest opvallende, nieuwe gegevens over alcoholgebruik in Nederland nader hebben belicht, te weten drankgebruik van jonge hoogopgeleide vrouwen. Voor hun publicatie hebben zij gesproken met verschillende deskundigen en zijn zij in vier steden op reportage geweest om zodoende de onderzoeksuitkomsten zichtbaar te maken. Verweerster heeft hiertoe de introductieweek in Groningen uitgekozen, omdat in die periode vaak veel gedronken wordt door (aankomende) studenten. Een vriend van haar heeft haar tijdens die reportage vergezeld. Een van haar eerste bezoeken bracht zij aan een café op de Grote Markt. Het was daar piekuur en erg vol, aldus verweerster. Haar vriend bleef buiten wachten, terwijl zij binnen jonge vrouwen interviewde. Toen zij buiten kwam, was haar vriend in gesprek met een groep jonge vrouwen. Het was duidelijk dat zij die avond uit waren en het nodige dronken. Verweerster heeft zich toen voorgesteld en verteld waarvoor zij in de stad was. Daarbij heeft zij haar naam genoemd en uitleg gegeven over de GPD, omdat dit voor veel mensen een onbekende persdienst is. Daarnaast heeft zij de aanleiding en het onderwerp van haar reportage gemeld. Niemand had bezwaar tegen haar aanwezigheid en niemand heeft verzocht geen namen in de krant te gebruiken, aldus verweerster. Zij heeft de groep vrouwen vervolgens vragen gesteld over het verloop van de avond en de die avond genuttigde alcohol, en gekeken hoe de vrouwen zich gedroegen. Zij had haar pen en kladblok in haar hand en maakte zo nu en dan aantekeningen. Haar vriend maakte enkele foto’s met een digitale camera. Op een daarvan is te zien dat zij kladblok en pen in haar hand had en met de groep vrouwen in gesprek was. Zij heeft geen moment verhuld dat zij als journalist aan het werk was noch dat zij van plan was het gesprek en haar observaties te gebruiken voor een artikel. Zij heeft geen afspraken gemaakt of verzoeken gekregen over het weglaten van namen of het anonimiseren van gegevens. Als klaagster een leeg papier op haar kladblok heeft gezien, dan komt dat omdat zij net op dat moment de vorige bladzijde had omgeslagen, aldus verweerster.
Zij stelt verder dat klaagster prominent aanwezig was en zich uitbundig gedroeg. Omdat het gedrag van klaagster haar typerend leek voor de door de onderzoekers genoemde groep, heeft zij klaagster beschreven. Verweerster wijst erop dat zij de achternaam van klaagster niet heeft vermeld, zoals zij dat ook bij andere beschreven vrouwen niet heeft gedaan. Door het vermelden van de voornaam van klaagster wordt het artikel geloofwaardiger, zodat die vermelding relevant is, aldus verweerster. Het noemen van de werkgever van klaagster vond zij illustratief voor het ‘brallerige verhaal’ van klaagster. Achteraf bezien had zij beter alleen kunnen vermelden dat klaagster in een ziekenhuis werkt.
Ter zitting benadrukt zij nog dat de vrouwen, waaronder klaagster, niet zo dronken overkwamen dat zij geen vragen meer konden beantwoorden. Zij heeft geen excessen beschreven.
Verweerster betreurt het dat klaagster hinder heeft ondervonden van de publicatie. Zij heeft er niet bij stil gestaan dat klaagster in haar werk daarop zou kunnen worden aangesproken. Bovendien heeft klaagster een eigen verantwoordelijkheid ter zake. Volgens verweerster heeft zij niet incorrect of onethisch gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat klaagsters privacy door de publicatie nodeloos is geschaad. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Voorop dient te worden gesteld dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is.

Klaagster heeft aangevoerd dat zij door de combinatie van de gegevens die over haar zijn vermeld, in het artikel herkenbaar is. Verweerster heeft dit niet betwist en erkend dat zij, achteraf bezien, vermelding van de naam van klaagsters werkgever beter achterwege had kunnen laten. Anders dan verweerster, is de Raad voorts van oordeel dat de vermelding van de voornaam van klaagster niet nodig was om het artikel geloofwaardig te doen zijn. Die vermelding is niet relevant en derhalve disfunctioneel.

Door de vermelding van de voornaam van klaagster en de naam van haar werkgever, in combinatie met de vermelding van de voornaam van haar vriendin, is aldus een inbreuk gemaakt op haar privacy die verder gaat dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk was. Verweerster had in haar berichtgeving meer terughoudend kunnen zijn en vermelding van de persoonlijke gegevens van klaagster achterwege kunnen laten, zonder afbreuk te doen aan de inhoud en nieuwswaarde van de publicatie.

Bijzondere omstandigheden die een rechtvaardiging voor de inbreuk op klaagsters privacy zouden kunnen bieden, zijn gesteld noch gebleken. Een en ander leidt tot de conclusie dat met het vermelden van de persoonlijke gegevens van klaagster grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Het bezwaar daartegen klemt te meer, nu klaagster evident beschonken was en verweerster er daarom serieus rekening mee moest houden dat klaagster daardoor de draagwijdte van haar woorden niet kon overzien.

(vgl. onder meer: X tegen RTL Nieuws, RvdJ 2004/24 en X tegen Van den Oever en Goudsche Courant, RvdJ 2002/53)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerster deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 juli 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. E.J.M. Lamers en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-62