2004/6 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Gommer

tegen

P. de Groot en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 2 september 2003 met zes bijlagen heeft H. Gommer te Stavoren (klager) een klacht ingediend tegen P. de Groot, redacteur van de Leeuwarder Courant en R. Mulder, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (verweerders). Op 15 september 2003 heeft klager een aanvulling op zijn klacht gestuurd. Hierop heeft Mulder namens verweerders, geantwoord in een brief van 7 oktober 2003 met drie bijlagen. Klager heeft daarop gerepliceerd in een schrijven van 11 oktober 2003. Ten slotte heeft Mulder op de repliek van klager gereageerd bij brief van 20 oktober 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 2003 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Klager heeft namens GrienLinks op 18 februari 2003 een e-mail met als bijlage een tekst en twee foto’s gestuurd naar de redactie van de Leeuwarder Courant met het verzoek hieraan ruchtbaarheid te geven. De tekst luidde als volgt:
Actie-debat bij monument
Op dinsdag werd er op Reade Klif (monument Slag bij Warns) een waar actie-debat gehouden. ’s-Morgens om 10:30 uur veroverde de LPF-bus de historische plek en sprak de lijsttrekker van de LPF de woorden: ‘Zoals de Friezen zich ontdeden van de tirannie van de Hollanders, zo ontdeed Pim Fortuyn zich van de politieke correctheid!’ Daarop volgden een aantal speerpunten van de LPF: hogere dijken, meer wegen, meer goedkope woningen en afschaffing van alle subsidies. Dit was GrienLinks kandidaat-statenlid Gommer (nr. 6) wonend tussen Warns en Stavoren, toch wat te gortig. De Reade Klif is al jaren een unieke plek van rust en ruimte, gelegen tegen een natuurreservaat van het Fryske Gea en met uitzicht op de ranke windmolens van Warns. Daar past geen pleidooi meer voor wegen. Gewapend met fotocamera en spandoek verzamelde de Staverse daarom alle moed en heroverde het monument van Warns. Gommer: ‘Natuurgebieden zijn toch veiliger in handen van Grien Links, die moeten we bewaren voor de overheersing van de mens!

Op 20 februari 2003 is in de Leeuwarder Courant een artikel van De Groot verschenen in de rubriek “Harje” onder de kop “De heldenmoed van GrienLinks”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Er kwam bij de redactie een mailtje binnen van kandidaat-statenlid voor GrienLinks Hendrik Gommer. Hij zou op het Reaklif van leer getrokken zijn tegen de LPF, die hier dinsdag om half elf haar verkiezingscampagne was begonnen. Blijkens mijn stukje van gisteren was mij dat ontgaan. Een gemiste kans?
en
Behalve een buurvrouw uit Laaksum die het een beetje griezelig zei te vinden, kwam er tijdens de korte, eerder plechtige dan ludieke, happening niemand opdagen.
Hoe is het dan te verklaren dat, volgens het mailtje, GrienLinks, gewapend met camera en spandoek, het Reaklif op de LPF had veroverd? En dat het deze lik op stuk had gegeven: ‘Natuurgebieden zijn toch veiliger in handen van GrienLinks; die moeten we bewaren voor de tirannie van de mens!’
Twee niet bijster scherpe, foto’s werden ter publicatie aangeboden. Op de ene het LPF-elftal, op de andere twee spandoeken, die over twee muurtjes van het monument zijn gedrapeerd: www.grienlinks.nl – natuurlijk!
De fotograaf was dus Gommer geweest, de turbo-windmolenaar van Stavoren en nummer 6 op de lijst van GrienLinks. Uit zijn dagboeknotitie op genoemde site blijkt dat hij na het vertrek van de bus snel naar huis was gegaan en oude spandoeken uit de kast had gehaald om er ten behoeve van een propagandafoto politieke munt uit te slaan. Dat is wat je noemt, heldenmoed tonen.
Gommer vertegenwoordigde diezelfde avond zijn partij in het door de stichting “Gjin romte foar wynhannel’ georganiseerde verkiezingsdebat. Ongetwijfeld had hij als GrienLinks-campagneleider zichzelf aangewezen, maar als belanghebbende bij windturbines bleek hij niet dé aangewezen woordvoerder. Terwijl het thema om een genuanceerde benadering vraagt (windenergie ja, windturbines nee), pleitte Gommer onomwonden voor meer turbines van 200 MegaWatt in het Friese landschap.
Uit zijn lichaamstaal was af te leiden dat hij de argumenten van zijn tegenstanders geen knip voor de neus waard vond. Bewaar Fryslân voor de stille tirannie van Hendrik Gommer.

In reactie op deze rubriek heeft klager een vertrouwelijke mail gestuurd aan Mulder waarin hij zich beklaagt over de inhoud van de rubriek. Mulder heeft daarop schriftelijk gereageerd.

Op 28 juni 2003, 30 juni 2003 en 16 augustus 2003 zijn artikelen verschenen in de Leeuwarder Courant over zakelijke activiteiten van klager. De koppen van deze artikelen luidden “Zonnepanelen en windmolens bij verkocht huis Van Maaren”, “Panelen en molens bij eerder huis Van Maaren” en “Experiment met kleine windmolens”. In deze artikelen wordt klager met naam genoemd. In reactie op deze publicaties heeft klager een artikel aan de Leeuwarder Courant gezonden met de titel ‘het recht van de zwakste’ met het verzoek dit integraal te publiceren. Mulder heeft dit verzoek schriftelijk afgewezen. Op 19 september 2003 is wederom een bericht over klager in de Leeuwarder Courant verschenen getiteld “‘Windwall’ op schuur burgemeesterswoning”. Daarin wordt vermeld dat klager toestemming zou hebben gekregen om een ‘windwall’ te plaatsen bij een door hem overgenomen huis.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn, namens GrienLinks, ingezonden e-mail zou zijn misbruikt in de rubriek ‘Harje’ van De Groot. Deze rubriek bevat feitelijke onjuistheden en deze onjuistheden hebben voor hem schadelijke gevolgen gehad, aldus klager. Verder maakt klager bezwaar tegen de wijze waarop Mulder een door klager ingediende klacht heeft behandeld. Klager concludeert dat verweerders onvoldoende rekening houden met de schade die kan ontstaan door foutieve en suggestieve weergave van feiten. Ten slotte wijst klager erop dat de voortdurende berichtgeving in de Leeuwarder Courant over zijn zakelijke activiteiten regelmatig onjuistheden bevat waardoor hij en zijn bedrijf schade zouden lijden.

Verweerders stellen dat de rubriek ‘Harje’ een bijna dagelijkse rubriek is waarin De Groot persoonlijke waarnemingen en kantekeningen bij de actualiteit plaatst. Deze rubriek zou zich nadrukkelijk onderscheiden van reguliere berichtgeving door stijl en woordgebruik en te beschouwen zijn als een column, aldus verweerders. De mail van klager, die naar verschillende media is gestuurd, heeft De Groot aangezet tot het schrijven van een column waarin hij verslag doet van het optreden van klager op het Rea klif. Verweerders erkennen dat dit verslag afwijkt van de omschrijving van klager maar van misbruik van het mailbericht zou geen sprake zijn. Daarnaast geven verweerders toe dat de rubriek ‘Harje’ een feitelijke onjuistheid bevat. Ook de aanduiding ‘turbowindmolenaar’ is feitelijk onjuist maar zou passen binnen de vrijheden van een columnist, aldus verweerders. Verweerders zijn verder van mening dat de klacht die klager heeft ingediend naar aanleiding van de rubriek ‘Harje’ aanvankelijk alleen het ‘misbruik maken van correspondentie’ betrof. Klager zou vaag zijn gebleven over hetgeen hij verder verlangde van de krant. De recente berichtgeving over klager is volgens verweerders gebaseerd op normale journalistieke bronnen. Daarbij komt, aldus verweerders, dat Gommer weigert journalisten van de Leeuwarder Courant te woord te staan. Klager heeft volgens verweerders niet duidelijk aangegeven wat er zou mankeren aan de berichten zodat het niet mogelijk zou zijn om op dit onderdeel van de klacht nader in te gaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft enerzijds betrekking op het zonder toestemming gebruiken van een ingezonden e-mail in een column. Naar het vaste oordeel van de Raad komt aan een columnist een grote mate van vrijheid toe bij het geven van zijn persoonlijk oordeel over of commentaar op nieuwsfeiten of andere zaken. Hierbij zijn stijlmiddelen als overdrijven, chargeren en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. Echter ook een columnist kan de grenzen overschrijden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is. Ondanks het feit dat de rubriek ‘Harje’ enkele feitelijke onjuistheden bevat, is van een overschrijding van deze grenzen naar mening van de Raad in het onderhavige geval geen sprake. Hierbij heeft de Raad mede in aanmerking genomen dat de e-mail van klager naar verschillende media is gestuurd met het verzoek ruchtbaarheid aan de inhoud ervan te geven.

Het tweede onderdeel van de klacht betreft de wijze waarop Mulder is omgegaan met een klacht naar aanleiding van het verschijnen van de rubriek ‘Harje’. Nu de correspondentie over deze klacht door partijen niet is vrijgegeven, kan niet worden beoordeeld of Mulder zich onheus heeft gedragen bij de behandeling van de klacht. Dit brengt mee dat de klacht op dat punt ongegrond is.

Het derde onderdeel van de klacht betreft de vraag of de berichtgeving van juni en augustus 2003 over klager en zijn zakelijke activiteiten feitelijke onjuistheden bevat. De standpunten van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. Door klager is toegegeven dat hij niet meer praat met journalisten van de Leeuwarder Courant. Voorts is niet gebleken dat klager na het verschijnen van de hier bedoelde berichten om rectificatie van door hem met name genoemde onjuistheden heeft verzocht, althans duidelijk heeft laten weten aan de Leeuwarder Courant op welke punten de artikelen onjuist waren. Nu voorts niet kan worden vastgesteld dat het onderzoek voorafgaand aan de betreffende publicaties onvoldoende of onzorgvuldig is geweest, acht de Raad de klacht ook op het derde onderdeel ongegrond.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-06