2004/59 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

het regionaal politiekorps Drenthe

tegen

I. van der Valk (MOTO 73)

Bij brief van 30 maart 2004 met twee bijlagen heeft J.F.H. van den Berg, korpschef, namens het regionaal politiekorps Drenthe (klager) een klacht ingediend tegen I. van der Valk (verweerder). Namens verweerder heeft M. van der Werf van de afdeling Juridische Zaken van Sanoma Uitgevers B.V. op de klacht gereageerd in een brief van 22 april 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 mei 2004. Namens klager is daar de juridisch medewerker mr. B. Benedick verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerder was niet ter zitting aanwezig.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft Benedick desgevraagd namens klager laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 11 september 2003 is in MOTO 73 een aantal artikelen verschenen over de diefstal van motoren, die in het tijdschrift tezamen worden aangeduid als ‘diefstal-dossier’. Een van de artikelen, van de hand van Van der Valk, draagt de kop “Lege handen”. De intro van dit artikel luidt:
Enige jaren geleden schreven we in MOTO 73 al eens over een bende motordieven die na het demonteren van de schijfremmen een grote hoeveelheid motoren had gestolen. We spreken achteraf met X, brigadier bij de districtsrecherche en onderzoeksleider van het ,,Ducati-team.”
Een ander artikel van de hand van verweerder heeft als kop “Dossier: Y”. Daarvan luidt de intro:
We konden de hand leggen op het proces-verbaal dat door de politie is opgemaakt tegen de verdachten van een aantal motordiefstallen die door het ,,Ducati-team” van de Politie Drenthe werden aangehouden. Lees mee en huiver.
Bij dit artikel is een afbeelding geplaatst van een uitgeschreven verslag van een afgeluisterd telefoongesprek.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in 2000 een opsporingsonderzoek is ingesteld naar de diefstal van Ducati-motoren. De resultaten van dat onderzoek zijn vastgelegd in een proces-verbaal, geregistreerd onder nummer Y. Teamleider van het onderzoek was X, die destijds ter zake interviews aan de pers heeft gegeven, onder meer aan MOTO 73.
Door tussenkomst van een medewerker van het Bureau Communicatie heeft X op 20 augustus 2003 een interview gegeven aan verweerder, die voornemens was een artikel te publiceren over motordiefstallen. Als geheugensteun heeft X daarbij gebruik gemaakt van een kopie van het tot het proces-verbaal behorende ambtelijk verslag. Dat verslag had hij tijdens het interview voor zich op tafel liggen. Nadat het interview was beëindigd, heeft X het verslag aan verweerder gegeven met de bedoeling dat deze de verstrekte informatie eventueel zou kunnen nalezen in het verslag en hij daardoor over de juiste informatie zou beschikken. X heeft verweerder voorts gewezen op de met hem door het Bureau Communicatie gemaakte afspraak dat de concepttekst van het artikel vooraf ter inzage zou worden verstrekt. Omtrent het gebruik van het verslag zijn geen afspraken gemaakt. Het feit dat verweerder voormalig politieman is, schepte bij X een vertrouwensband en deze laatste ging ervan uit dat verweerder vertrouwelijk met het verslag zou omgaan, aldus klager.
Conform afspraak heeft verweerder de concepttekst vooraf aan zowel het Bureau Communicatie als X voorgelegd. Het betrof twee artikelen: het ene bevatte het interview met X, het andere behelsde de inhoudelijke kant van het Ducati-onderzoek. Na publicatie bleek dat de geaccordeerde tekst, buiten medeweten van het Bureau Communicatie en X, was aangevuld. Zowel in de intro als in de tekst van het artikel “Dossier: Y” is een gedeelte opgenomen van het door X aan verweerder afgegeven verslag. Die delen kwamen niet voor in de concepttekst. Volgens klager heeft verweerder aldus ten onrechte gemaakte afspraken geschonden.
Verder betoogt klager dat verweerder misbruik heeft gemaakt van de aan hem verstrekte informatie. Verweerder had moeten en kunnen weten dat X met de afgifte van het verslag zijn ambtsgeheim schond. Dat had voor hem reden moeten zijn niet over te gaan tot het publiceren van delen van het proces-verbaal. Hij heeft voor die publicatie ook geen toestemming verkregen.
Klager betoogt dat door de handelwijze van verweerder zijn integriteit en die van de betrokken medewerker is aangetast.
Ter zitting heeft Benedick nog toegelicht dat het er klager slechts om gaat dat verweerder ten onrechte zijn afspraken met klager niet is nagekomen.

Verweerder stelt dat hij de afspraak over inzage vooraf is nagekomen. Hij heeft de door X gewenste aanpassingen verwerkt in de uiteindelijke tekst van de publicatie. Na inzage is de publicatie voorzien van een pakkende introductie en enkele afbeeldingen. De introductie heeft niets veranderd aan de inhoud en strekking van het artikel. Volgens verweerder betreft het slechts een inleiding. Uit de inhoud van het goedgekeurde artikel blijkt dat hij beschikt over een deel van het politiedossier in de Ducati-zaak. In de toegevoegde inleiding heeft hij daaraan slechts gerefereerd. In het goedgekeurde concept werd al het werkelijke dossiernummer van de Ducati-zaak als kop vermeld. In zijn reactie op het concept heeft X daarover niets opgemerkt, aldus verweerder.
Hij stelt verder dat hij een zeer klein gedeelte van het Ducati-dossier heeft afgebeeld, te weten een deel van een verslag van een afgetapt telefoongesprek, en dat dit is geanonimiseerd. Uit de goedgekeurde concepttekst bleek dat hij de beschikking had over deze afgebeelde ‘tapverslagen’. In de tekst van het artikel is verslag gedaan van hetgeen op de foto is te zien. De afbeelding is dus niets meer dan een bevestiging van in de tekst vermelde feiten, die zijn gebleken uit het dossier. Overigens blijkt nergens uit, hoe hij aan de tapverslagen is gekomen, aldus verweerder. Hij stelt dat hij de concepttekst voor plaatsing zelfs ter goedkeuring heeft voorgelegd aan de raadsman van de hoofdverdachte in de Ducati-zaak.
Verweerder betwist dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als voormalig politieman. X heeft het verslag op eigen initiatief aan hem verstrekt. In de rechtszaak tegen de verdachten van de motordiefstallen zijn verschillende openbare zittingen gehouden. Daar zijn alle feiten als opgenomen in het artikel in ruime mate aan de orde gekomen. Bovendien zijn diverse kopieën van het desbetreffende proces-verbaal naar de raadslieden van de verdachten gestuurd. Die stukken kunnen dus via verschillende wegen bij verweerder terecht zijn gekomen. Uit het artikel blijkt niet dat de stukken afkomstig zijn van klager of van X. Wellicht kan het feit dat verweerder voormalig politieman is, ertoe hebben geleid dat X meer heeft verteld dan dat hij zou hebben gedaan als dat niet het geval was geweest. Dit kan verweerder echter niet worden aangerekend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht, zoals nader toegelicht ter zitting, heeft uitsluitend betrekking op het artikel met de kop “Dossier: Y”. De kern ervan is dat verweerder gemaakte afspraken over inzage vooraf ten onrechte niet is nagekomen.

Partijen zijn het erover eens dat voorafgaand aan het interview met X is afgesproken dat verweerder de concepttekst van het artikel voor publicatie aan klager zou doen toekomen en dat zijdens klager de concepttekst na inzage is geaccordeerd.

Wat betreft de kop van het artikel heeft verweerder gesteld dat het dossiernummer reeds in de concepttekst was vermeld. Zijdens klager is ter zitting verklaard dat degenen die de concepttekst hebben gezien, dat nummer bij die gelegenheid niet hebben opgemerkt en daaruit in ieder geval niet hebben afgeleid dat verweerder beschikte over een deel van het proces-verbaal. De Raad kan niet vaststellen dat het dossiernummer alsnog aan de tekst is toegevoegd, nadat de afgesproken inzage had plaatsgevonden. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerder op dit punt de gemaakte afspraken heeft geschonden.

Niet ter discussie staat dat verweerder na inzage door klager aan het artikel een intro heeft toegevoegd dat luidt: “We konden de hand leggen op het proces-verbaal dat door de politie is opgemaakt tegen de verdachten van een aantal motordiefstallen die door het ,,Ducati-team” van de Politie Drenthe werden aangehouden. Lees mee en huiver.
Niet is gebleken dat in de intro aldus feiten zijn vermeld, die niet al in de geaccordeerde tekst van het artikel waren opgenomen. Door de toevoeging van de intro heeft verweerder derhalve niet in strijd met de afspraken met klager gehandeld. Dat verweerder, afgezien van de intro, na inzage door klager andere delen aan de tekst heeft toegevoegd, is niet gebleken.

Ten slotte heeft klager aangevoerd dat verweerder in strijd met de gemaakte afspraak een afbeelding aan de publicatie heeft toegevoegd. De Raad heeft echter niet kunnen vaststellen dat de afspraak tussen partijen iets anders betrof dan de tekst van het te publiceren artikel of artikelen. Met name is gesteld noch gebleken dat ook over de eventuele illustratie met afbeeldingen afspraken zijn gemaakt.

Alhoewel de Raad begrip heeft voor het standpunt van klager dat zijn belangen en die van zijn medewerker door de publicatie zijn geschaad, is hij van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in MOTO 73 te (laten) publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 juli 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-59