2004/57 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

F. van Lookeren Campagne, L. Kortekaas, L. van der Velde en de hoofdredacteur van de Haagsche Courant

Bij brief van 30 maart 2004 met zeven bijlagen heeft X (klaagster) een klacht ingediend tegen F. van Lookeren Campagne, L. Kortekaas, L. van der Velde en de hoofdredacteur van de Haagsche Courant (verweerders). Hierop heeft P. ter Horst, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 26 april 2004 met negen bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 mei 2004. Klaagster is daar verschenen en heeft haar klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Van de zijde van verweerders waren Ter Horst en Kortekaas aanwezig.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 21 februari 2004 is in de Haagsche Courant een artikel van de hand van Van Lookeren Campagne over klaagster verschenen onder de kop “Omstreden tandarts welkom in Engeland”. Het artikel, waarin de naam van klaagster niet is vermeld, bevat onder meer de volgende passages:
Wat de Britten niet wisten is dat de tandarts enkele jaren geleden in Wassenaar moest stoppen met haar werk, omdat ze haar door reuma getroffen handen niet meer kon gebruiken. Volgens verslaggeefster Sally Jones van de krant Scarborough Today, die de vrouw deze week sprak, is ze deze week echter gewoon begonnen met het daadwerkelijk behandelen van patiënten. Dit is in strijd met wat een Nederlandse woordvoerder van het bedrijf Medimatch over deze tandarts zegt. Volgens hem staat ze in Engeland niet zelf aan de tandartsstoel. (...) De tandarts zelf was onbereikbaar voor commentaar.
en
De nieuwe werkgever van de tandarts laat weten ‘geen mening’ te hebben over haar strafrechtelijke verleden. Vorig jaar mei kreeg ze een taakstraf omdat ze haar Belgische opvolger in elkaar liet slaan omdat hij een schuld niet betaalde.

In vervolgpublicaties is in de Haagsche Courant voorts opnieuw aandacht aan de kwestie besteed. Op 24 februari 2004 is een artikel van de hand van Kortekaas verschenen onder de kop “Britten zitten in hun maag met Wassenaarse tandarts”. In dit artikel is de naam van klaagster wel vermeld. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Gisteravond werd besloten tot het spoedberaad, nadat steeds meer partijen in de gezondheidszorg in Scarborough vragen gingen stellen over het verleden van de tandarts. Zo stopte ze een aantal jaren geleden met haar praktijk in Wassenaar, omdat ze niet langer kon werken vanwege een reumatische aandoening aan haar handen. Bovendien werd ze vorig jaar door de Haagse rechtbank veroordeeld tot 240 uur dienstverlening, omdat ze de opvolger in haar praktijk volgens de rechter had afgeperst met behulp van twee zware jongens.
en
X zelf meldde gisteren in het begin van de ochtend later op de dag wel te willen praten. Een paar uur later volgde een afzegging via Botha (de manager van de tandartsenpraktijk in Scarborough). (...) Bij een tweede bezoek aan de praktijk, later gistermiddag, bleek dat de Wassenaarse vertrokken was.
In de overlees op pagina A4 is over de kwestie bericht onder de kop “’Vraag me alleen niet hoeveel ervoor betaald is’”. Daarin komt de volgende passage voor:
En niemand weet van dat andere incident, dat op zich weinig met het uitoefenen van een tandartspraktijk te maken heeft: hoe ze haar opvolger in Wassenaar dwong een schuld af te lossen na het inroepen van twee sportschooltypes. Zelf ontkende ze die kwestie, maar de rechter gaf haar 240 uur dienstverlening.
Verder wordt in dit artikel ene J. Renshaw, tandarts in Scarborough en voorzitter van de British Dental Association, aan het woord gelaten.

Vervolgens is op 26 februari 2004 een artikel, eveneens van de hand van Kortekaas, gepubliceerd onder de kop “Omstreden tandarts krijgt ‘supervisie’”. Ook in dat artikel is de naam van klaagster vermeld. Dit artikel bevat de volgende passage:
Deze week werd daar bekend dat zij vier jaar geleden in Nederland met haar praktijk moest stoppen vanwege een beroepsziekte. En, wat voor de Engelsen nog zwaarder weegt: ze is vorig jaar veroordeeld door de Haagse rechtbank tot 240 uur dienstverlening wegens afpersing. Medimatch heeft nu ook de Engelsen officieel laten weten dat de Wassenaarse veroordeeld is, maar zegt er met nadruk bij dat ze tegen die uitspraak in beroep is gegaan.
Op de overlees op pagina A4 is de publicatie vervolgd onder de kop “’Mevrouw X is niet meer aan het ‘tandartsen’”. Daarin komen de volgende passages voor:
En vervolgens omdat ze in opspraak is gekomen vanwege een strafrechtelijk verleden en omdat ze eerder in Nederland juist als tandarts gestopt was wegens een beroepsziekte. Roland de Haas, woordvoerder van Medimatch: “Mevrouw X krijgt nu de supervisie over de praktijk in Scarborough. Ze is niet meer aan het ‘tandartsen’, om het zo maar even uit te drukken. (...)
en
Ook mevrouw X is volgens De Haas niet beschikbaar voor nader commentaar. Eerder deze week in Engeland zegde ze aanvankelijk een gesprek met deze krant toe. Later werd namens haar afgebeld en bleek ze bij een bezoek aan de praktijk ook niet meer aanwezig. “Meneer, ik heb de laatste dagen 45 telefoontjes gehad. We hebben besloten alles af te wimpelen. (...) Als we met iedereen gaan praten, al is het maar drie minuten, dan komt er niets van terecht.” Maar de krant wilde dat juist zo graag, omdat ze de kans verdient haar kant van het verhaal te vertellen. “Mevrouw X moet haar tijd heel goed gebruiken. U heeft toch zelf gezien hoe druk het daar was? Wij gaan liever aan ons werk. U heeft geen idee hoeveel energie het kost een dergelijke praktijk op te zetten.”
Bij dit artikel is een foto van klaagster geplaatst.

Verder is op 2 maart 2004 een artikel van Kortekaas gepubliceerd onder de kop “Omstreden arts stopt in Engeland.” Dat artikel bevat de volgende passage:
De 60-jarige X kwam vorige week in opspraak, toen in Engeland bekend werd dat zij onlangs veroordeeld is voor haar aandeel in een afpersingskwestie. Ze stopt nu met haar werk in de praktijk, tot het hoger beroep in deze zaak heeft gediend. Het beroep staat voor volgende maand op de rol. De Primary Care Trust (PCT) voor Scarborough heeft dat in een persverklaring laten weten. Mevrouw X zelf onthoudt zich al anderhalve week van commentaar in deze zaak.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij medio 2000 haar praktijk heeft overgedragen aan een Belgische tandarts, omdat zij deze door handletsel niet meer kon uitoefenen. Volgens haar is zij er ten onrechte van beschuldigd betrokken te zijn bij afpersing van haar opvolger. Bij die zaak zijn een tandtechnicus en twee andere mannen betrokken, die allen zijn veroordeeld tot een werkstraf. Haar opvolger en de twee, door de tandtechnicus ingeschakelde, mannen hebben ten onrechte verklaard dat zij bij de zaak betrokken was, aldus klaagster. Van haar veroordeling tot 240 uur dienstverlening heeft zij hoger beroep ingesteld.
Verder stelt klaagster dat zij sinds enige tijd werkzaam is voor Medimatch. Voor die organisatie heeft zij in Engeland een tandartsenpraktijk opgezet. Zij functioneert daarbij als toeziend tandarts, niet als praktiserend tandarts, aldus klaagster.
Volgens haar hebben verweerders een media-offensief tegen haar geopend. Kortekaas is in de praktijk in Scarborough geweest om patiënten te ondervragen en hij heeft contact gehad met de Britse pers over haar strafvervolging. Vervolgens hebben verweerders over haar ‘criminele verleden’ bericht, zonder te vermelden dat nog niet onherroepelijk uitspraak was gedaan in de strafzaak tegen haar. Daarbij hebben zij ten onrechte haar naam vermeld en een foto van haar geplaatst, zonder haar toestemming en zonder een balkje over haar ogen, aldus klaagster.
Voorts stelt zij dat verweerders suggestief en onjuist over haar hebben bericht, zonder wederhoor te bieden. Volgens klaagster was zij in de periode van de publicaties steeds telefonisch bereikbaar en beschikbaar om commentaar te geven.
Klaagster betoogt dat verweerders aldus onzorgvuldig te werk zijn gegaan, ten gevolge waarvan zij in haar eer en goede naam is aangetast en schade lijdt.
Ter zitting heeft klaagster hieraan toegevoegd dat zij door de perscampagne van verweerders zo in de put is geraakt, dat zij heeft moeten besluiten tot het intrekken van het hoger beroep.

Verweerders stellen dat zij naar aanleiding van eerdere publicaties in De Telegraaf en het Leidsch Dagblad de kwestie zijn gaan onderzoeken, omdat klaagster in hun verspreidings-gebied heeft gewerkt. Nadat verslaggeefster Brenninkmeijer tevergeefs heeft geprobeerd telefonisch en per e-mail met haar in contact te komen, is Kortekaas naar Engeland gereisd om een reactie van haar te krijgen en de zaak nader te onderzoeken. Juist omdat de kwestie zo ingrijpend is voor klaagster, was het van groot belang dat zij aan het woord kwam, aldus verweerders. Kortekaas heeft in Engeland diverse keren geprobeerd klaagster te spreken te krijgen, maar steeds zonder succes. Bovendien heeft hij na terugkeer in Nederland getracht in contact te komen met klaagster. Ook daarin is hij niet geslaagd. Volgens verweerders hebben zij derhalve met veel kosten en moeite vele pogingen ondernomen om wederhoor toe te passen. Dat dat niet is gelukt, kan hun niet worden aangerekend, aldus verweerders. Zij stellen in dat verband dat klaagster in geen enkele krant commentaar heeft gegeven.
Verder stellen verweerders dat zij hebben bericht dat klaagster tegen haar veroordeling in hoger beroep is gegaan en dat zij tegenover de rechtbank heeft ontkend schuldig te zijn. De rechtbank heeft klaagster veroordeeld tot 240 uur dienstverlening en klaagster heeft het hoger beroep inmiddels ingetrokken, aldus verweerders.
Wat betreft de vermelding van de naam van klaagster en de publicatie van haar foto, betogen verweerders dat klaagster inmiddels was veroordeeld en dus geen verdachte meer was. Bovendien was klaagster bekend in Wassenaar en had zij voor een publicatie in een Engelse krant meegewerkt aan het maken van de foto. Klaagster heeft uitgebreid met naam en toenaam in andere kranten gestaan, aldus verweerders.
Zij betogen dat zij hun werk correct hebben verricht. De schade die klaagster zou hebben opgelopen is niet het gevolg van hun handelwijze, maar van haar eigen handelen, aldus verweerders.
Ter zitting heeft Ter Horst daaraan toegevoegd dat hij nog steeds bereid is de visie van klaagster op de zaak te publiceren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt uiteen in de volgende te onderscheiden onderdelen:
1. verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen;
2. door vermelding van haar volledige naam en plaatsing van haar foto is de privacy van klaagster onnodig geschonden.

Wat betreft onderdeel 1 hebben verweerders aannemelijk gemaakt dat zij voldoende pogingen hebben ondernomen om in contact te komen met klaagster. Van die pogingen hebben zij in hun berichtgeving ook melding gemaakt. Bovendien blijkt uit de berichtgeving dat zij hebben gesproken met personen uit de directe omgeving van klaagster, waaronder de manager van de tandartsenpraktijk in Scarborough en de woordvoerder van Medimatch. Desgevraagd heeft klaagster ter zitting verklaard dat zij niet op eigen initiatief contact met verweerders heeft opgenomen om haar visie op de zaak kenbaar te maken, omdat ze daarvoor te zeer verbolgen was. Dat in de berichtgeving geen weerwoord van klaagster is opgenomen, kan verweerders onder de omstandigheden niet worden verweten. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.

Met betrekking tot onderdeel 2 overweegt de Raad dat verweerders ervoor hebben gekozen in hun berichtgeving te vermelden dat klaagster is veroordeeld ter zake van een geweldsdelict. De Raad hanteert als vaste lijn in zijn uitspraken dat ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten en veroordeelden terughoudendheid in de berichtgeving is geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van deze regel worden afgeweken. De bedoeling is dat het belang van betrokkene bij de bescherming van zijn privacy steeds wordt afgewogen tegen het mogelijk belang dat met bekendmaking is gediend en dat het privacybelang slechts voor dat belang wijkt, indien daar zwaarwichtige redenen voor bestaan (vgl. X/Zwolse Courant, RvdJ 2003/33).

Verweerders hebben ter zake aangevoerd dat klaagster reeds is veroordeeld en aldus geen verdachte meer is. Echter, volgens de vaste lijn van de Raad geldt de hiervoor geformuleerde norm niet alleen voor berichtgeving over verdachten, maar evenzeer voor die over veroordeelden.
Verder hebben verweerders gesteld dat de naam van klaagster al algemeen bekend was en dat zij in het kader van een journalistieke publicatie heeft meegewerkt aan het maken van haar foto. Klaagster heeft daar tegenover gesteld dat de foto is gemaakt door het persbureau AP ten behoeve van een artikel in een Britse krant over de opening van haar tandartsenpraktijk in Scarborough.
Uit de door verweerders overgelegde publicaties in andere – voornamelijk Britse – media kan niet worden afgeleid dat de naam van klaagster in verband met de strafzaak waarin zij betrokken is, in Nederland zo bekend is dat het privacybelang niet of nauwelijks betekenis heeft. Verder brengt het enkele feit dat een foto van klaagster elders is gepubliceerd in het kader van de opening van haar praktijk niet mee dat verweerders die foto mochten plaatsen bij een artikel waarin zij tevens over de strafzaak tegen klaagster berichtten. Verweerders hadden voorts de berichtgeving, voor zover het de aanduiding van klaagster betreft, kunnen anonimiseren en plaatsing van haar foto achterwege kunnen laten, zonder afbreuk te doen aan de nieuwswaarde ervan.
Overigens is evenmin gebleken van bijzondere omstandigheden die de door verweerders gemaakte afwijking van de hiervoor geformuleerde norm kunnen rechtvaardigen. Verweerders hebben derhalve op dit punt grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer X/De Telegraaf, RvdJ 2004/34 en X/Korterink en Nieuwe Revu, RvdJ 2002/21)

BESLISSING

Voor zover de klacht betrekking heeft op de vermelding van de naam van klaagster en publicatie van haar foto, is deze gegrond. Voor het overige is zij ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Haagsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 6 juli 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-57