2004/56 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Knoop

tegen

W. de Jong en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 25 maart 2004 met zes bijlagen heeft H. Knoop (klager) een klacht ingediend tegen W. de Jong en de hoofdredacteur van de Volkskrant (verweerders). Hierop hebben De Jong en P. Broertjes, hoofdredacteur, gereageerd in twee afzonderlijke brieven van 15 april 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 mei 2004. Klager is daar verschenen, vergezeld door E. Verhey. Aan de zijde van verweerders waren De Jong en A. Korteweg, adjunct-hoofdredacteur, aanwezig.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 2 maart 2004 is in de Volkskrant in de door Wim de Jong verzorgde televisierubriek onder meer aandacht besteed aan de tv-verslaggeving over het proces-Dutroux. Dat artikel bevat onder meer de volgende zin:
En Twee Vandaag introduceerde niemand minder dan de oude journalistieke sjacheraar Hans Knoop als haar nieuwe correspondent bij het gerechtsgebouw in Aarlen.

Naar aanleiding van die publicatie heeft E. Verhey diezelfde dag per e-mail een ingezonden brief naar de redactie van de Volkskrant gestuurd, die luidt als volgt:
In de televisierubriek van 2 maart beschrijft Wim de Jong collega Hans Knoop als ‘een oude journalistieke sjacheraar’. Knoop is journalist en op leeftijd. Hij heeft zaken op zijn naam staan als de opsporing van oorlogsmisdadiger Menten en hij maakte het eerste interview met wijlen Prins Claus. Hij kan daarnaast bogen op een carrière als pr-adviseur. Maar met de toevoeging ‘sjacheraar’ betoont De Jong zich een antisemiet. Knoop is een jood, maar niet iemand die ‘minderwaardige, ongeregelde of bedrieglijke handel drijft’ (Van Dale). Dat die term zonder wanklank is gepasseerd, valt ook de redactie van de Volkskrant kwalijk te nemen.

Verhey heeft haar ingezonden brief vervolgens op 3 maart 2004 ook aan de ombudsman van de Volkskrant, Th. Meens, gestuurd. In zijn reactie van diezelfde dag heeft Meens Verhey onder meer meegedeeld:
Ik heb met de redactie van de brievenrubriek afgesproken dat zij hem niet plaatsen omdat ik (in) mijn column van zaterdag aandacht aan dit onderwerp wil besteden. (...) Ik hoop dat u begrip hebt voor deze afweging, die in dit geval dus bepaald geen afwijzing inhoudt.

Vervolgens heeft Meens op 6 maart 2004 in zijn rubriek in de Volkskrant onder meer aandacht besteed aan de door De Jong ten aanzien van Knoop gebezigde kwalificatie ‘oude journalistieke sjacheraar’. In zijn artikel schrijft Meens onder meer:
Dat roept vragen op, vooral omdat er woorden lijken te zijn gebezigd, die niet zo zijn bedoeld. Hans Knoop is een doorgewinterde journalist, die zijn sporen heeft verdiend in de journalistiek en de woordvoering. Maar maakt hem dat een ‘sjacheraar’? Volgens het woordenboek Van Dale is dát iemand die ‘minderwaardige, ongeregelde of bedrieglijke handel drijft’. Dit is een uitermate negatieve kwalificatie, die in ieder geval in de betreffende televisiebespreking niet werd onderbouwd. Die daar ook nooit had kunnen worden onderbouwd, want het was helemaal niet de bedoeling Knoop zo neer te zetten, zegt de recensent. ‘Ik heb die term niet gebruikt met die connotatie (gevoelswaarde). Ik wilde aangeven dat het iemand is die als een journalistiek ondernemer door het leven gaat, een markthandelaar in de journalistiek. Knoop staat de ene keer aan de kant van de journalistiek en treedt de andere keer weer als een woordvoerder op’.
en
Soms is één stap te ver gezet. Hans Knoop is geen ‘sjacheraar’.

In reactie daarop heeft klager in een e-mail van 8 maart 2004 aan de ombudsman van de Volkskrant verzocht de volgende ingezonden brief te plaatsen:
Het deed me goed in de krant van zaterdag j.l. te lezen dat de ombudsman van Uw krant afstand neemt van de schandelijke aantijgingen aan mijn adres in de t.v. recensie van collega De Jong. E.e.a. neemt niet weg dat De Jong blijft volharden in zijn beledigende uitingen. Ik ben dan weliswaar geen “sjacheraar” meer, maar wel een “journalistieke marktkoopman”. Kennelijk gebruikt De Jong de twee kwalificaties als synoniemen. Dat impliceert dat hij (naast mijn persoon) thans duizenden marktkooplieden in ons land beledigt.
Het moge U duidelijk zijn dat ik zijn bewuste en boosaardige poging om mijn integriteit aan te tasten niet over zijn kant kan laten gaan. Evenzeer zal het U duidelijk zijn dat de verdenking dat de heer De Jong vanuit een (latent?) antisemitische geestesgesteldheid tot zijn laster is gekomen – mijnerzijds – voor de hand ligt.
Als iets zwemt als een eend, vliegt als een eend en kwekt als een eend mag men het eend noemen. Welnu, De Jong drukt zich uit zoals antisemieten dat doen en laadt deermee de verdenking op zich een antisemiet te zijn. Alleen antisemieten zien joden als “sjacheraars” die op listige en bedrieglijke wijze hun centen bijeen sprokkelen.
Indien ik van De Jong geen ruiterlijke excuses aangeboden krijg zal ik zonder enige twijfel overgaan tot het nemen van (rechts)maatregelen.

Meens heeft nog diezelfde dag per e-mail afwijzend gereageerd op klagers verzoek tot plaatsing van zijn ingezonden brief. In zijn e-mail heeft Meens onder meer aan klager geschreven:
Dat brengt me op uw brief. Wij zien geen reden deze brief te plaatsen. Hier wordt een Volkskrant-journalist van antisemitisme beticht, op een wijze die volgens ons te ver gaat. Zoals ik zaterdag al in mijn column heb aangegeven heeft Wim een onjuist woord gebruikt. Dat is rechtgezet en Wim heeft dat tevens proberen recht te zetten door te spreken van journalistieke markthandelaar. Dat u dit nu ook weer een diskwalificatie vindt, is voor mij onbegrijpelijk. Een televisierecensent moet een dergelijke kwalificatie kunnen gebruiken, zeker als hij expliciet aangeeft geen enkele bijbedoeling te hebben.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft begrip voor de vrijheid die een televisierecensent heeft. Hij is echter van mening dat De Jong de grenzen van die vrijheid heeft overschreden door in drie woorden (‘oude journalistieke sjacheraar’) zijn journalistieke carrière en zijn persoonlijke integriteit neer te sabelen. Naar het oordeel van klager kan daarvoor in zijn bijdragen aan Twee Vandaag over het proces-Dutroux geen aanleiding worden gevonden, evenmin als in zijn verdere journalistieke loopbaan. Een dergelijke onderbouwing geeft De Jong in elk geval niet. Kennelijk is De Jong van mening dat onafhankelijke journalistiek niet te combineren is met het aanvaarden van commerciële opdrachten uit het bedrijfsleven, aldus klager. Het valt hem op dat dit verwijt wel hem zou treffen, maar niet vele andere collega’s die op soortgelijke wijze handelen. Klager veronderstelt dat het zijn persoon en achtergronden zijn die De Jong tot zijn kwalificaties hebben gebracht. Door het gebruik van het woord ‘sjacheraar’ laadt De Jong bovendien de verdenking op zich vanuit een antisemitische grondhouding over zijn persoon te willen oordelen, omdat het gebruikte woord naar het oordeel van klager een duidelijk antisemitische lading heeft.
De naar het oordeel van klager grove belediging van De Jong wordt zijns inziens niet rechtgezet in de rubriek van de ombudsman in de Volkskrant van 6 maart 2004. Weliswaar wordt gesteld dat klager geen ‘sjacheraar’ is, maar er wordt een andere beledigende kwalificatie voor in de plaats gesteld. Excuses zijn door De Jong noch door de ombudsman openlijk aan klager gemaakt. Voorts acht klager het onjuist dat de Volkskrant de ingezonden brieven van Verhey en van hemzelf niet heeft willen plaatsen.

De Jong erkent dat hij de kwalificatie ‘sjacheraar’ niet had mogen gebruiken, aangezien deze typering geenszins van toepassing lijkt op de persoon van klager en op diens carrière als journalist en journalistiek adviseur. De Jong had de wijdvertakte loopbaan van klager eigenlijk willen kenschetsen met het woord ‘scharrelaar’, hetgeen per ongeluk ‘sjacheraar’ is geworden. Hij is zich onvoldoende bewust geweest van de zeer negatieve connotaties van het woord ‘sjacheraar’. Het was hem niet bekend dat ‘sjacheraar’ een van oorsprong Hebreeuws woord is, evenmin als hij wist van de joodse achtergrond van klager. Voor zover niet reeds duidelijke excuses blijken uit de rubriek van de ombudsman, is De Jong bereid deze expliciet in zijn televisierubriek te maken, zo heeft hij ter zitting verklaard.

Ook hoofdredacteur Broertjes is van mening dat De Jong het woord ‘sjacheraar’ niet had moeten bezigen. Hij wijst echter de aantijging van antisemitisme als een onterechte, zware en grievende beschuldiging van de hand. Naar zijn mening hebben De Jong en de Volkskrant – via de rubriek van de ombudsman – afdoende verontschuldigingen aan klager aangeboden. Ter zitting heeft adjunct-hoofdredacteur Korteweg ter zake verklaard dat de verontschuldigingen wellicht niet met zoveel woorden in de rubriek van de ombudsman zijn te lezen. Hij vraagt zich echter af of excuses van De Jong in zijn televisierubriek nu nog op hun plaats zijn.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad komt aan een recensent een grote mate van vrijheid toe, niet alleen wat de vorm van de recensie betreft, maar vooral ook ten aanzien van de inhoud. Ook een televisierubriek in een krant kan, als plaats waar uitgezonden televisieprogramma’s kritisch worden beschouwd, worden aangemerkt als een recensie. Bij het geven van zijn, kritische, mening over de uitzending(en) waarop de recensie betrekking heeft behoeft de recensent zich in het algemeen niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van bij een besproken programma betrokken personen (vgl. onder meer Bosman/Dros en Trouw, RvdJ 2002/01).

Het is de vraag of met het gebruik van de term ‘oude journalistieke sjacheraar’ grenzen worden overschreden, indien de journalist – in de wetenschap dat degene op wie hij doelt van joodse afkomst is – die term doelbewust gebruikt om diegene daarmee te diskwalificeren. De Jong heeft ter zake aangevoerd dat hij zich niet bewust was van de negatieve connotatie van de term ‘sjacheraar’ noch van de joodse achtergrond van klager. De Raad acht het aannemelijk dat De Jong klager niet moedwillig heeft willen diffameren en acht zijn misslag niet van zodanige ernst dat reeds daarmee grenzen zijn overschreden.

Echter, verweerders hebben zelf erkend dat de kwalificatie aan het adres van klager zo niet in de krant had mogen worden afgedrukt. In de rubriek van de ombudsman van 6 maart 2004 wordt vervolgens weliswaar aandacht besteed aan de gewraakte publicatie, maar daarbij wordt de voor klager essentieel te achten ‘joodse connotatie’ van de gebezigde kwalificatie buiten beschouwing gelaten. Nadat verweerders zelf hadden vastgesteld dat klager met de gewraakte kwalificatie onheus bejegend was, was het ruiterlijk aanbieden van excuses aan klager op zijn plaats geweest. In de televisierubriek van De Jong zijn aan klager geen verontschuldigingen aangeboden, terwijl in de rubriek van de ombudsman van 6 maart 2004 evenmin een ruimhartig excuus gelezen kan worden.
Volgens het vaste oordeel van de Raad komt een redactie grote vrijheid toe ten aanzien van het al dan niet plaatsen van ingezonden brieven (vgl. onder meer: X en Y/Stichtse Courant, RvdJ 2003/36). In de context van de onderhavige kwestie acht de Raad het van verweerders echter uiterst pover om tenslotte ook de ingezonden brief van klager niet te plaatsen.
Door aldus te handelen en na te laten hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 6 juli 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-56