2004/55 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Baolivar B.V., Dutch Fresh Food B.V. en B.A. Zwijnenburg

tegen

R. Wierstra, J. Olde Kalter en E. Bos (De Telegraaf)

Bij brief van 22 maart 2004 met drie bijlagen heeft mr. Sleutels, advocaat te Nijmegen, namens Baolivar B.V., Dutch Fresh Food B.V. en B.A. Zwijnenburg (klagers) een klacht ingediend tegen R. Wierstra, J. Olde Kalter en E. Bos, respectievelijk journalist en hoofdredacteuren van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft mr. K. Gilhuis, advocaat te Amsterdam, namens verweerders gereageerd in een brief van 16 april 2004 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 mei 2004. Namens klagers is daar Zwijnenburg verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

DE FEITEN

Op 11 maart 2004 is – als opening van de voorpagina – in De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van Wierstra onder de kop “Miljoenenfraude met illegalen”. De intro en eerste alinea’s van het artikel luiden als volgt:
Het CDA luidt de noodklok over een miljoenenfraude in de tuinbouw, veroorzaakt door een Nederlands bedrijf dat zeker 2500 illegale Poolse werknemers van werk voorziet.
Uit vertrouwelijke stukken waar deze krant de hand op heeft gelegd, blijkt dat het bedrijf Dutch Fresh Foodservice in zijn eentje goed is voor 30 procent van de totale illegaliteit in de tuinbouw in Noord-Brabant en Limburg.
De fiscus is volgens het CDA de afgelopen tien jaar al zeker 100 miljoen euro aan ontdoken belasting en sociale premies misgelopen.

Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
In gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt de naam Dutch Fresh Foodservice niet voor te komen. Wel vermeldt het register de onderneming Dutch Fresh Food, gevestigd in Veldhoven. De enige aandeelhouder van die onderneming is de heer Bastiaan Zwijnenburg via een bv met de naam Baolivar”.

In de overlees op pagina 6 bevat het artikel onder meer de volgende passage:
Op hetzelfde adres als Baolivar staan verschillende andere bv’s van Zwijnenburg. Bij die bedrijven werd gisteren de telefoon niet opgenomen. Dutch Fresh Food wordt gedreven op rekening van Franciscus van Rooij, die gisteravond wél reageerde. Volgens hem heeft zijn onderneming niets met de fraude te maken. Lachend: “We bevoorraden Chinese restaurants. We zitten in de horeca en hebben geen Poolse klanten of werknemers. Ik heb niks met Polen te maken”, aldus Van Rooij.

Op 12 maart 2004 is in De Telegraaf een bericht gepubliceerd onder de kop “Illegale Polen in tuinbouw nauwelijks aan te pakken”. Daarin is onder meer de volgende passages opgenomen:
Het bedrijf Dutch Fresh Food uit Veldhoven laat bij monde van een raadsman weten niets met de fraude te maken te hebben en nergens van verdacht te worden. Ook de aan Dutch Fresh Food gelieerde bv Baolivar en de eigenaar daarvan, Bastiaan Zwijnenburg, hebben volgens de advocaat niets van doen met de miljoenenfraude met illegalen en worden daarvan evenmin verdacht.

Op 13 maart 2004 is boven aan pagina 3 van De Telegraaf een mededeling van de hoofdredactie geplaatst onder de kop “Fraude met illegalen”. De inhoud van deze mededeling luidt:
In De Telegraaf van donderdag 11 maart is een artikel verschenen over grootschalige fraude in de tuinbouw. Deze fraude wordt veroorzaakt door duizenden illegale Polen die in Nederland werken via de organisatie Dutch Fresh Foodservice. Staatssecretaris Rutte (Sociale Zaken) heeft al gezegd de betrokkenen achter deze organisatie ,,op de korrel” te hebben.
In het artikel worden ook de bedrijven Dutch Fresh Food en Baolivar en de heer B.A. Zwijnenburg genoemd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat deze beide bedrijven en de heer Zwijnenburg niets te maken hebben met de fraude in de tuinbouw of het werken met illegale Poolse arbeiders.

HET STANDPUNT VAN PARTIJEN

Klagers zijn van mening dat zij in het artikel van 11 maart 2004 op de voorpagina van De Telegraaf volstrekt ten onrechte in verband zijn gebracht met een grote fraudezaak. De enige aanleiding daartoe is dat de naam ‘Dutch Fresh Food’ veel lijkt op de naam ‘Dutch Fresh Foodservice’, welke firma door Wierstra niet in het handelsregister werd aangetroffen. De namen van klagers zijn in het artikel op prominente wijze genoemd op de voorpagina. Bovendien achten klagers de wijze waarop op pagina 6 over hen wordt bericht suggestief. Klagers achten de onterechte wijze waarop zij in verband zijn gebracht met een ernstige beschuldiging, een zware aantasting van hun integriteit, waarvan zij schade ondervinden. Slechts op initiatief van klagers zijn verweerders in de dagen na 11 maart teruggekomen op de gewraakte publicatie. Het bericht van 12 maart 2004 en de mededeling van de hoofdredactie van 13 maart 2004 hebben echter de negatieve effecten van het artikel van 11 maart niet teniet kunnen doen, aldus klagers.
Ter zitting heeft Zwijnenburg daaraan nog toegevoegd dat de door verweerders verkregen reactie van Van Rooij hen tot slechts één conclusie had mogen brengen, namelijk dat de namen van klagers niet in het artikel van 11 maart 2004 genoemd moesten worden.

Verweerders betwisten dat in het artikel van 11 maart 2004 de beschuldiging zou zijn geuit dat Dutch Fresh Food dan wel Baolivar dan wel Zwijnenburg de organisatie c.q. degene zou zijn die op grote schaal illegale Polen van werk voorziet. Verweerders wijzen erop dat bij Van Rooij wederhoor is gepleegd en dat deze in het artikel de betrokkenheid van klagers bij de fraudezaak ontkent. Voorts merken verweerders op dat de publicatie geen feitelijke onjuistheden bevat en dat op 12 en 13 maart opnieuw is gepubliceerd over de zaak. Op een wijze die elk misverstand uitsluit, is daarin gemeld dat klagers niets met de fraudezaak te maken hebben.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel in De Telegraaf van 11 maart 2004 is gebaseerd op ‘vertrouwelijke stukken’, waaruit zou blijken dat het bedrijf Dutch Fresh Foodservice zich schuldig heeft gemaakt aan een miljoenenfraude met illegale arbeidskrachten. In het artikel wordt gemeld dat de betreffende naam niet kon worden gevonden in het Handelsregister, maar dat wel de sterk gelijkende firmanaam ‘Dutch Fresh Food’ werd aangetroffen. Daarbij wordt vermeld dat Zwijnenburg via de bv Baolivar enig aandeelhouder van Dutch Fresh Food is. De kern van de klacht is dat klagers ten onrechte in dit artikel zijn genoemd. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Voorop dient te worden gesteld dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is (vgl. onder meer X/RTL Nieuws, RvdJ 2004/24).

Naar het oordeel van de Raad kan vermelding van de naam Dutch Fresh Food in het artikel als relevant worden beschouwd, gegeven de sterke gelijkenis tussen de naam van dat bedrijf en ‘Dutch Fresh Foodservice’ en het voorkomen van mogelijke verwarring die hiervan het gevolg zou kunnen zijn. Bij een woordvoerder van Dutch Fresh Food is wederhoor gepleegd en diens ontkenning van de betrokkenheid van zijn bedrijf bij de fraudezaak is in het artikel opgenomen.

Anders ligt het ten aanzien van het noemen van Baolivar BV en Zwijnenburg. De vermelding van die beide namen acht de Raad in het kader van een open berichtgeving niet noodzakelijk. Door die namen toch op een zo in het oog springende plaats in het artikel te vermelden, hebben verweerders zich willens en wetens blootgesteld aan de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat de lezers van het artikel Baolivar BV en Zwijnenburg in verband zouden brengen met de fraudezaak. Bij Baolivar BV en Zwijnenburg is voorts geen wederhoor gepleegd. Door de publicatie van hun namen zijn zij benadeeld, terwijl het niet-vermelden van hun namen geen afbreuk zou hebben gedaan aan de nieuwswaarde van het artikel. Door Baolivar BV en Zwijnenburg te noemen hebben verweerders derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Het artikel in De Telegraaf van 12 maart 2004 en de als rectificatie te beschouwen mededeling van de hoofdredactie op 13 maart 2004 vermelden uitdrukkelijk dat klagers niet betrokken zijn bij de fraudezaak, waarover op 11 maart is bericht. Naar het oordeel van de Raad hebben deze publicaties echter de nadelen die Baolivar BV en Zwijnenburg van het als opening op de voorpagina gepubliceerde artikel van 11 maart 2004 moeten hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen vermelding van de namen van Baolivar BV en Zwijnenburg is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 juni 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, T.G.G. Bouwman, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-55