2004/54 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

J. van der Graaf en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 2 maart 2004 met twee bijlagen heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, namens X en Y (klagers) een klacht ingediend tegen J. van der Graaf en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft mr. K. Gilhuis, advocaat te Amsterdam, namens verweerders gereageerd in een brief van 6 april 2004 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 mei 2004 in aanwezigheid van Y en mr. J. Piena. Verweerders zijn niet ter zitting verschenen.

DE FEITEN

Op 5 februari 2004 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Van der Graaf verschenen onder de kop “Restauranthouder vast voor maffialiquidatie op A12”. Het artikel gaat over de aanhouding van X in verband met een twee jaar geleden in Nederland gepleegde moord op twee Brazilianen. In het artikel wordt X aangeduid met zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam. Daarnaast zijn de namen van zijn ondernemingen en de adressen daarvan in het artikel genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de achternaam van X weliswaar uitsluitend wordt aangeduid met de eerste letter van die naam, maar dat aan de zekere mate van anonimiteit die dat oplevert volledig afbreuk wordt gedaan door de vermelding van de namen en adressen van de ondernemingen van klagers. Die vermelding achten klagers onnodig en irrelevant. Bovendien heeft Y in een op initiatief van Van der Graaf telefonisch tot stand gebracht contact, voorafgaand aan de publicatie, uitdrukkelijk gevraagd om de namen en adressen van de ondernemingen niet te vermelden, zoals Van der Graaf zei van plan te zijn. Verweerders hebben aan dit uitdrukkelijke verzoek geen gehoor gegeven. Klagers stellen zakelijk en persoonlijk schadelijke gevolgen (zowel materieel als immaterieel) van de publicatie te hebben ondervonden.

Verweerders stellen allereerst dat Y geen rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad en in haar klacht niet-ontvankelijk is. De genoemde ondernemingen worden gedreven voor rekening en risico van X en uit niets is gebleken dat Y mede-eigenaar van die ondernemingen is, aldus verweerders.
Voorts stellen verweerders dat de berichtgeving feitelijk juist is en dat bij Y wederhoor is gepleegd. Ten aanzien van het vermelden van de namen en adressen van de ondernemingen van X stellen verweerders dat geen sprake kan zijn van schending van X’ privacy, omdat zijn identiteit al voor de publicatie in De Telegraaf volledig publiekelijk bekend was. In diverse Italiaanse media was hij reeds met naam en toenaam als verdachte genoemd en in één krant was zelfs een foto van hem geplaatst. Voorts zijn verweerders van mening dat het vermelden van de namen en adressen van de zaken van X past in de wijze waarop in Nederland over zware criminaliteit wordt bericht. Bovendien zou justitie, zo beweren verweerders, de genoemde ondernemingen zien als verzamelplaatsen van criminelen en/of dekmantels voor smokkel. Naar de mening van verweerders hebben zij geen ongeoorloofde inbreuk gemaakt op de privacy van X.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

Anders dan verweerders, meent de Raad dat ook het belang van Y direct bij de publicatie is betrokken en dat zij in haar persoonlijk belang is geraakt. Dit belang wordt niet alleen gevormd door haar betrokkenheid bij de exploitatie van de genoemde ondernemingen van haar echtgenoot. Zij is ook in haar persoonlijke levenssfeer geraakt, omdat bij degenen die weten dat zij de echtgenote is van X, ook haar identiteit ten gevolge van de publicatie bekend is geworden.

Naast X is derhalve ook Y ontvankelijk in haar klacht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad is ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden terughoudendheid geboden. Een journalist dient in beginsel te voorkomen dat een verdachte of veroordeelde kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van deze regel worden afgeweken.

In de onderhavige publicatie is van de achternaam van X weliswaar slechts het initiaal openbaar gemaakt, maar door vermelding van de namen en adressen van de door hem gedreven ondernemingen kan hij niettemin eenvoudig worden geïdentificeerd. Hiervoor kan naar de mening van de Raad geen rechtvaardiging worden gevonden in eerdere artikelen in Italiaanse media, waarbij de identiteit van X reeds werd onthuld. Die publicaties leiden er niet toe dat de privacy van X als verdachte van een misdrijf niet langer bescherming behoeft. Voorts kan, zoals Y terecht ter zitting heeft aangevoerd, uit de publicaties in Italië niet worden afgeleid dat de identiteit X in Nederland algemeen bekend is (vgl. onder meer: X/Korterink en Nieuwe Revu, RvdJ 2002/21).

Verweerders hebben verder aangevoerd dat vermelding van de namen en adressen van de ondernemingen van X relevant is voor de berichtgeving, in verband met verdenkingen van justitie tegen die ondernemingen als zodanig. Ter zitting heeft Y daar tegenover gesteld dat uit het dossier van justitie met betrekking tot haar echtgenoot in het geheel niet valt op te maken dat justitie dergelijke verdenkingen koestert.

Verweerders hebben hun stelling ter zake op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl ook overigens is gesteld noch gebleken van bijzondere omstandigheden die een rechtvaardiging zou kunnen opleveren voor de schending van de hiervoor geformuleerde norm.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 juni 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, T.G.G. Bouwman, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-54