2004/53 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Wesselink

tegen

de hoofdredacteur van de Gelderlander

Bij brief van 28 februari 2004 met zes bijlagen heeft H. Wesselink te Nijmegen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Gelderlander (verweerder). Vervolgens heeft klager bij brief van 18 maart 2004 nog twee bijlagen overgelegd. L.P. van de Geijn, adjunct-hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 25 maart 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 mei 2004 buiten aanwezigheid partijen.

DE FEITEN

Op 13 februari 2004 is de Gelderlander een artikel verschenen onder de kop “CDA schuift woordvoerder asiel aan de kant”. De lead van het artikel luidt:
Felle discussies in CDA-kring over het uitzetbeleid van asielzoekers van minister Verdonk heeft tot een eerste politiek slachtoffer geleid. Vlak voor het CDA-partijcongres, morgen in Utrecht, is Tweede-Kamerlid Wim van Fessem van de portefeuille asielbeleid gehaald.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
,,Van Fessem heeft in het debat de grens van 2300 verblijfsvergunningen arbitrair genoemd. Alles is arbitrair, vroeger was je met 21 jaar meerderjarig, nu met achttien”, zo hekelt het kritisch CDA-lid Harry Wesselink uit Nijmegen het Kamerlid. Wesselink legt morgen de CDA-leden op het congres een resolutie voor om alle asielzoekers die langer dan vijf jaar procederen pardon te verlenen. Het dagelijks bestuur van het CDA wijst dat af. Nijmeegse CDA’ers zijn er verdeeld over, weet gemeenteraadslid Preijers.

Vervolgens is op 14 februari 2004 in de Gelderlander een artikel verschenen onder de kop “CDA-lid zorgt voor verwarring in asielkwestie”. Daarin komen onder meer de volgende passages voor:
De Nijmeegse CDA-raadsfractie zou voor een algemeen pardon zijn voor asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven. Althans, die opvatting werd in aanloop naar het landelijke partijcongres van vandaag breeduit rondgestrooid door een lid van de Nijmeegse partij-afdeling, Harry Wesselink.
en
Nijmeegs fractieleider Richard Preijers is not amused (...). Tweede-Kamerlid en Nijmegenaar Hubert Bruls kwam gisteren zelfs naar Nijmegen om de gerezen plooien weer glad te strijken.
Wesselink heeft zichzelf volgens Preijers tegenover diverse media uitgegeven als Nijmeegs raadslid, terwijl hij in werkelijkheid geen fractiegenoot is.

en
Want voor alle duidelijkheid: de vijf fractieleden zijn níet, zoals Wesselink, voor zo’n algemeen pardon.

Op 17 februari 2004 is in de Gelderlander over de kwestie bericht onder de kop “Asielkwestie op CDA-congres blijft Nijmeegse afdeling beroeren”. Dat artikel bevat onder meer de volgende passage:
Woedend is hij, het Nijmeegse CDA-partijlid Harry Wesselink. De suggestie dat hij zich met opzet heeft uitgegeven als CDA-lid van de Nijmeegse gemeenteraad, is volgens hem de grootst mogelijke kolder. ,,Ik ben in mijn integriteit aangetast. Mijn naam is besmeurd. Allemaal leugens.”
Wesselink zou zich volgens de Nijmeegse CDA-raadsfractie als raadslid hebben voorgedaan naar aanleiding van een resolutie die hij indiende op het landelijke partijcongres van zaterdag. (...) Volgens Wesselink deed hij dat volledig op persoonlijke titel. CDA-fractieleider Richard Preijers houdt echter vol, net als zaterdag in deze krant, wel beter te weten: ,,Hij is onder meer in een interview met Radio 1 voorgesteld als Nijmeegs raadslid. Dat heeft hij bewust niet tegengesproken.”

Ten slotte is op 23 februari 2004 in de Gelderlander aandacht aan de kwestie besteed in een artikel met de kop “CDA ruziet nog even door over asieldebat”. Daarin komt onder meer de volgende passage voor:
CDA-partijlid Harry Wesselink gaat werk maken van de beschuldiging van Nijmeegs fractieleider Richard Preijers als zou hij zich bewust hebben uitgegeven voor raadslid van de Nijmeegse CDA-fractie. (...) De Nijmeegse fractieleider beschuldigde Wesselink eerder van effectbejag. Hij zou zich in de discussie over asielzoekers hebben uitgegeven voor Nijmeegs raadslid om te kunnen scoren in de media, aldus Preijers. Onder meer zou Wesselink dat hebben gedaan in een radio-uitzending van de AVRO. “Hij heeft in elk geval de suggestie gewekt dat hij Nijmeegs raadslid is. Hij heeft het bewust niet tegengesproken”, meende Preijers. Volgens Wesselink is dat een pure leugen. Op een geluidsband van de AVRO-uitzending is volgens hem letterlijk te horen dat Preijers’ suggestie niet juist is.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij op 12 februari 2004 is gebeld door parlementair verslaggever Aerts. Naar aanleiding van hun telefoongesprek is klager in het artikel van 13 februari genoemd. Op 13 februari heeft klager ’s middags een gesprek gevoerd met de CDA-ers Bruls, Lamers en Preijers, over zijn – op persoonlijke titel ingediende – resolutie voor het CDA-congres van de dag daarop. Volgens klager zijn mogelijke onduidelijkheden en misverstanden in dat gesprek opgehelderd. Vóór dat gesprek heeft verslaggever Hermans met Preijers gesproken. Die verslaggever heeft echter nagelaten hem de gelegenheid te bieden zijn versie te vertellen over zijn in het geding zijnde resolutie, aldus klager.
Hij stelt dat hij in het artikel van zaterdag 14 februari 2004 ten onrechte ervan wordt beschuldigd dat hij zich zou hebben uitgegeven als Nijmeegs gemeenteraadslid. Verder is in dat artikel ten onrechte vermeld dat klager zou hebben beweerd dat de Nijmeegse CDA-gemeenteraadsfractie het met de inhoud van zijn resolutie eens is.
Klager heeft vervolgens op maandag 16 februari telefonisch contact opgenomen met adjunct-hoofdredacteur Van der Geijn en verslaggever Hermans over het artikel van 14 februari. Op 17 februari heeft hij een persoonlijk onderhoud met Van der Geijn gehad. Volgens klager heeft Van der Geijn in dat gesprek toegegeven dat Hermans wederhoor had moeten toepassen en ook klagers versie van het verhaal aan bod had moeten laten komen in het artikel van 14 februari. Weliswaar heeft Hermans vervolgens in het artikel van 17 februari 2004 alsnog zijn standpunt over de kwestie opgenomen, maar die publicatie is een onvoldoende rectificatie en rehabilitatie voor het artikel van 14 februari, aldus klager. Hij heeft op 20 februari nog een gesprek met Hermans gehad, die toen eveneens toegaf dat hij vóór de publicatie van 14 februari wederhoor had moeten toepassen. Tijdens dat gesprek heeft Hermans een opname beluisterd van een AVRO-radioprogramma waarin klager wordt geïnterviewd. Klager wijst erop dat hij in die uitzending wordt voorgesteld als ‘een representant van de CDA-achterban, namelijk Harry Wesselink, CDA-lid in Nijmegen’ en dus niet als Nijmeegs-gemeenteraadslid. Hermans heeft daarop klager laten weten ‘overtuigd te zijn’. Hermans is echter niet zo fair geweest om klagers gelijk in het artikel van 23 februari 2004 af te drukken.
Klager betoogt dat hij door de berichtgeving in de Gelderlander in zijn persoonlijke integriteit alsmede in zijn eer en goede naam is aangetast.

Verweerder wijst erop dat klager in het artikel van 13 februari 2004, dat in alle edities van de Gelderlander is verschenen, is aangeduid als ‘kritisch CDA-lid’. In de Gelderlander is klager in geen geval CDA-raadslid genoemd.
Verder stelt verweerder dat Van der Geijn klager in het gesprek van 17 februari erop heeft gewezen, dat diens op 16 februari geuite bezwaren tegen het artikel van 14 februari onmiddellijk tot een nader bericht hebben geleid in de krant van 17 februari. Volgens klager zou tussen hem en enkele CDA-ers op 13 februari een verhelderend gesprek hebben plaatsgevonden, maar Preijers heeft ook daarna zijn bezwaren tegen het optreden van klager gehandhaafd, aldus verweerder.
In het gesprek met klager op 17 februari heeft de hoofdredactie aangegeven dat een completer beeld zou zijn ontstaan als in het artikel van 14 februari een reactie van klager op de opmerkingen van Preijers zou zijn opgenomen. Niettemin meent verweerder dat de berichtgeving over de discussies tussen klager en Preijers recht doet aan betrokkenen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel van 14 februari 2004 is bericht dat “Wesselink zichzelf volgens Preijers tegenover diverse media (heeft) uitgegeven als Nijmeegs raadslid, terwijl hij in werkelijkheid geen fractiegenoot is”. De bewering dat klager zich zou hebben uitgegeven voor Nijmeegs raadslid wordt volledig voor rekening van Preijers gelaten. Klager heeft bovendien niet betwist dat Preijers die bewering heeft gedaan. Het zou wellicht de berichtgeving ten goede zijn gekomen als in de publicatie van 14 februari 2004 ook klagers visie op de kwestie was vervat, hetgeen verweerder ook heeft erkend. Naar het oordeel van de Raad is de berichtgeving echter niet dermate diffamerend jegens klager dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door geen wederhoor toe te passen. Bovendien heeft verweerder reeds in het artikel van 17 februari 2004 alsnog klagers visie op de kwestie opgenomen.

Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving omissies bevat die zouden moeten leiden tot de conclusie dat sprake is van onzorgvuldige journalistiek. Dat verweerder in het artikel van 23 februari 2004 de bewering dat klager in het bedoelde AVRO-radioprogramma niet als CDA-raadslid is aangeduid voor rekening van klager laat, is voor klager allicht teleurstellend. Echter, ook daarmee heeft verweerder geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Gelderlander te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 juni 2004 door mr. A. Herstel, waarnemend voorzitter, T.G.G. Bouwman, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-53