2004/50 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Minister van Justitie

tegen

J. Pauw, G. van Westing en C. Kuyl (NOVA, NPS/VARA)

Bij brief van 12 februari 2004 met vijf bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending, heeft de Minister van Justitie te ’s-Gravenhage (klager) een klacht ingediend tegen J. Pauw, G. van Westing en C.A.J. Kuyl – onderscheidenlijk redacteur/ presentator, eindredacteur en hoofdredacteur van het televisieprogramma NOVA – (verweerders). Hierop heeft Kuyl gereageerd in een brief van 1 maart 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 april 2004. Namens klager waren daar mr. drs. A.M.E. Stordiau-van Egmond en mr.drs. J.J.F. Versluijs – directeur van de Directie Voorlichting respectievelijk plaatsvervangend Juridisch Adviseur – aanwezig, die het standpunt van klager hebben toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders zijn daar Kuyl en P.J.M. van Asseldonk, eindredacteur, verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 7 oktober 2003 is in NOVA aandacht besteed aan het optreden van het Openbaar Ministerie en in het bijzonder aan een hoge ambtenaar van het Ministerie van Justitie (hierna: de uitzending). De uitzending is aangekondigd met de tekst: “Weekblad Panorama en de Gay Krant beschuldigen zeer hoge justitie-ambtenaar van het hebben van seks met jonge jongens.
De uitzending wordt door Pauw ingeleid als volgt:
Vlak na de affaire over de bezoekers van het Anne Frankplantsoen in Eindhoven kwamen er ook berichten over seksfeesten met hele jonge jongens in Weert. Gisteren meldde het OM dat er geen enkele aanwijzing was voor deze beweringen. De berichten kwamen van de hoofdredacteur van de Gay Krant, Henk Krol. Ik ga straks met hem praten, eerst even kort de feiten.
Na een korte reportage en aansluitend gesprek tussen Pauw en Krol over vermeende seksfeesten in Weert vervolgt Pauw:
Laten we naar een ander probleem gaan, namelijk het verhaal wat morgen in de Gay Krant en de Panorama staat. Ik zal het even heel kort samenvatten. Het dossier Anne Frankplantsoen en een opmerkelijk element in dat verhaal is de betrokkenheid van een hoge ambtenaar. Hij heeft regelmatig betaalde seks met jongens in het Anne Frankplantsoen en seksafspraken met hele jonge jongens in Tsjechië. Zullen we de feiten die u (Krol) schrijft even doornemen?
In de uitzending, waarin verder ook mr. G.J. Knoops aan het woord komt, doet Krol vervolgens onder meer de volgende uitlatingen:
Hem was ter ore gekomen dat er in Den Haag een chauffeur was die vaak voor een hele hoge baas bij het Ministerie van Justitie moest rijden (...) Dat werd hem te veel, daar heeft hij toen een klacht tegen ingediend. Die klacht is onderzocht en daarna, en dat is het trieste, iedere keer weer die doofpot, daarna werd meegedeeld dat er niks gevonden kon worden, lijkt bijna een standaardzin, “we hebben niks kunnen vinden dus dat zal wel niet waar zijn.”(...)
en
En we hebben de foto (van de betrokken ambtenaar) ook voorgelegd aan de baas en de chauffeur van een zeer louche zaak in Praag. Een zaak met niet gewone jongensprostituees, maar jongens allemaal in de leeftijdscategorie rondom de 15 jaar (...). Ja, in Praag is het nu zo dat de wet zegt dat vanaf 15 jaar mag het, en er wordt in Tsjechië geen onderscheid gemaakt tussen de betaalde seks en de niet-betaalde seks. Dus vanaf 16...vanaf 15 jaar mag je daar seks hebben. Maar ook in deze zaak zijn jongens voorhanden die nog jonger zijn.(...)
en
Voor alle duidelijkheid, want dat is misschien interessant om te vertellen, de reden dat een heleboel vaste bezoekers van het Anne Frankplantsoen contact opnamen met de Gay Krant was juist dat ze kwaad werden over het feit dat Fons Spooren zo nadrukkelijk werd opgepakt, zijn hele verhaal naar buiten werd gebracht en die mensen zeiden “wat krijgen we nou, meneer Spooren heeft eigenlijk niets gedaan wat niet kon en daar loopt een hele hoge ambtenaar van het Ministerie van Justitie, loopt daar wel rond en daar wordt niks tegen gezegd”
en
Deze man is niet homoseksueel, hij is pedoseksueel. Deze man heeft zijn geaardheid altijd verborgen gehouden, is daarmee chantabel geworden (...)
Verder bevat de uitzending onder meer de volgende dialoog:
Pauw: “Ja, maar zou het ook kunnen zijn dat u niet een sterke zaak heeft?
Krol: “Nou...
Pauw: “Nou ja, begrijpt u dat ik die vraag stel?
Krol: “Ik begrijp die vraag heel goed, maar dat kan ik niet met u eens zijn. We hebben al onze bronnen...hebben we zeer nadrukkelijk uitgewerkt, we hebben heel veel bandopnamen, we hebben heel veel notities gemaakt, die liggen allemaal bij de notaris en als het erop aankomt willen we ons daar graag mee verdedigen.
Pauw: “Heeft u overigens deze gegevens al door gegeven aan het Openbaar Ministerie?
Krol: “Deze niet. De vorige keer heb ik dat wel gedaan, heb ik ogenblikkelijk het OM erbij betrokken. Enne ja, u ziet wat de gevolgen zijn geweest in Weert, men heeft niets kunnen vinden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat verweerders op onjuiste en onzorgvuldige wijze hebben bericht over de Justitieorganisatie en een ambtenaar van het Ministerie van Justitie. Door de vragen van Pauw en de antwoorden van Krol wordt in de uitzending ten onrechte verband gelegd tussen de strafzaak tegen Spooren en de ambtenaar. Daardoor is de integriteit van die ambtenaar ten onrechte in twijfel getrokken. Voorts is ten onrechte gesuggereerd dat het Ministerie van Justitie zich door het ongemoeid laten van de betrokken ambtenaar zou bedienen van een doofpot en dat dat ook zou zijn gebeurd met betrekking tot het onderzoek naar de vermeende homoseksfeesten in Weert. Door een vergelijking te trekken met het optreden van het Openbaar Ministerie in de strafzaak tegen Spooren is verder ten onrechte gesuggereerd dat de organisatie zich schuldig maakt aan klassenjustitie, aldus klager.
Hij stelt verder dat voor de negatieve wijze waarop over het Ministerie van Justitie en zijn ambtenaar is bericht, onvoldoende aanleiding bestond. Verweerders hebben volgens klager een eigen verantwoordelijkheid voor de juistheid van de in de uitzending geuite informatie. Die verantwoordelijkheid brengt mee dat verweerders ook te verwachten uitlatingen van derden dienen te wegen en te toetsen om er voor te zorgen dat het beeld dat wordt gepresenteerd recht doet aan de werkelijkheid. Naar mate dat beeld sterker negatief is, bestaat een grotere verplichting tot zorgvuldigheid. Die zorgvuldigheid hebben verweerders in dit geval niet betracht, aldus klager. Volgens hem zijn verweerders wat betreft de beschuldigingen jegens de topambtenaar te zeer afgegaan op het door de Gay Krant en Panorama gestelde ‘speurwerk’. Klager wijst er in dat verband op dat Pauw, nadat Krol zich over zijn bronnen had uitgelaten, daarover niet heeft doorgevraagd. Aldus is volgens hem ten onrechte het beeld ontstaan dat de beschuldigingen jegens het Openbaar Ministerie en de ambtenaar gebaseerd zijn op reële feiten, afkomstig van betrouwbare bronnen en derhalve juist zijn. Inmiddels is vast komen te staan dat het veronderstelde onderzoek van de Gay Krant en Panorama geen grond biedt voor de in de uitzending geuite beschuldigingen. Volgens klager staat daarmee vast dat dat onderzoek de in de uitzending gedane mededelingen niet kon rechtvaardigen. Verder wijst klager erop dat verweerders in de uitzending geen melding hebben gemaakt van eigen onderzoek. Verweerders hebben kennelijk nagelaten eigen onderzoek te verrichten waar dat wel was vereist, aldus klager.
Voorts betoogt hij dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten hem en zijn ambtenaren in de gelegenheid te stellen op de geuite beschuldigingen te reageren. Zeker waar de Gay Krant en Panorama geen wederhoor hadden geboden, bestond voor verweerders een extra verplichting dat te doen. Klager wijst erop dat de directeur Voorlichting zélf op 7 oktober 2003 rond 19.00 uur contact heeft opgenomen met Westing, de verantwoordelijke eindredacteur, met de vraag of het Ministerie van Justitie in de gelegenheid zou worden gesteld commentaar te leveren op de uitzending van die avond. Westing volstond toen met de mededeling dat het Ministerie van Justitie rond 21.00 uur door de redactie zou worden gebeld en dat het daarbij zou gaan om een simpele vraag die met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden zou zijn. Vervolgens is Stordiau om 21.00 uur gebeld door Pauw, maar in plaats van een simpele vraag werd haar een groot aantal gedetailleerde vragen gesteld over de organisatie van het dienstvervoer bij het Ministerie van Justitie, over een staatsbezoek in 1994 aan Tsjechië en over ‘geruchten’ rond een ambtenaar. Stordiau heeft daarop geantwoord dat zij, ondanks de korte termijn tot de uitzending, zou trachten na te gaan of zij nog voor de uitzending antwoord kon geven op de gestelde vragen en zou informeren naar de juistheid van de geruchten. Na intern overleg heeft Stordiau Pauw om 21.30 uur teruggebeld en hem als reactie van het Ministerie van Justitie meegedeeld dat de beschuldigingen en aantijgingen jegens de ambtenaar ‘complete onzin’ waren en dat de minister alle hem ter beschikking staande juridische middelen zou gebruiken wanneer in de uitzending namen of functies vermeld zouden worden. De beschuldigingen die in de uitzending jegens het Openbaar Ministerie en de ambtenaar zijn geuit, zijn nooit voor de uitzending aan hem voorgelegd, aldus klager. Als gevolg daarvan is hij niet in de gelegenheid geweest adequaat op de beschuldigingen te reageren en is hem wederhoor onthouden. Hij betoogt dat verweerders, gezien de ernst van de beschuldigingen, tijd hadden moeten nemen voor het bieden van behoorlijk wederhoor. Volgens klager hebben verweerders reeds in de weken voorafgaand aan de uitzending gewerkt aan een verhaal over een vermeende niet integere homoseksuele topambtenaar bij het Ministerie van Justitie. Zij hadden de organisatie of de betrokken ambtenaar dan ook ruim voor de uitzending wederhoor kunnen gunnen. Voorts valt verweerders te verwijten dat zij over de beschuldigingen hebben bericht zonder daarbij te vermelden dat het Ministerie van Justitie die beschuldigingen had ontkend en als ‘complete onzin’ had aangemerkt. Daardoor hebben verweerders ten onrechte de indruk versterkt dat de geuite beschuldigingen juist waren. Dat verweerders daarvoor later hun verontschuldigingen hebben aangeboden, doet daaraan niet af, aldus klager.
Hij concludeert dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door onvoldoende onderzoek vooraf te doen naar de juistheid van de in de uitzending geuite beschuldigingen en geen wederhoor toe te passen.

Verweerders stellen dat Pauw met Krol een scherp en kritisch studiogesprek heeft gevoerd. Pauw heeft zich daarin duidelijk kritisch opgesteld ten opzichte van het verhaal zoals dat de volgende dag in Panorama en de Gay Krant zou verschijnen. Het gesprek met Knoops en Krol wordt voorafgegaan door een reportage over seksfeesten met hele jonge jongens in Weert die volgens Krol zouden zijn gehouden. Pauw zegt vooraf dat het Openbaar Ministerie heeft gemeld dat er geen enkele aanwijzing is voor de beweringen van Krol. In de reportage zelf noemt de burgemeester van Weert de handelwijze van Krol onzorgvuldig. Aldus is direct aan het begin van het onderwerp duidelijk afstand genomen van Krol, aldus verweerders. Volgens hen toont ook het verdere gesprek van Pauw met Krol aan dat verweerders steeds de vereiste journalistieke afstand en kritische toon hebben bewaard. Nergens hebben verweerders gesteld dat sprake is van klassenjustitie of een doofpot. Die woorden worden in het hele gesprek niet gebruikt. Pauw heeft het daarentegen over ‘een verhaal dat niet te verifiëren is’, over ‘suggesties die in het verhaal worden gedaan’, over ‘een heksenjacht op de betrokken ambtenaar’ en over ‘het verdacht maken van een grote groep topambtenaren’. Verder heeft Pauw aan Krol gevraagd of hij ‘wel een sterke zaak heeft’. De vraagstelling van Pauw is steeds feitelijk of kritisch van aard, waarbij hij herhaaldelijk kanttekeningen plaatst bij het verhaal van Krol. Op geen enkel moment is volgens verweerders sprake geweest van omarming van het stuk van Panorama en de Gay Krant. Bovendien heeft Pauw aan Knoops, advocaat van Spooren, gevraagd of in het dossier van Spooren sprake is van een topambtenaar. Knoops heeft dat ontkend en hij heeft later in verband met de privacy van de topambtenaar gezegd: “Ik denk zelfs, al heb je in algemeenheid een sterke zaak tegen iemand, dan nog gaat privacy voor alles, want iemand blijft onschuldig tot de schuld bewezen is, en dat geldt in iedere zaak.” Verweerders tekenen daarbij aan dat zij de naam of functie van de betrokken topambtenaar niet hebben vermeld. Ook daarin hebben zij zich terughoudend opgesteld, aldus verweerders.
Verder betogen zij dat de uitzending moet worden beoordeeld in de context van de latere uitzendingen van NOVA. In de uitzending van 15 oktober 2003 heeft mr. Knijff, advocaat van de betrokken topambtenaar, in de studio volop de gelegenheid gekregen de aantijgingen van Panorama en de Gay Krant te weerspreken. Dat interview is tot stand gekomen dankzij bemiddeling van Stordiau. Verder is, met verwijzing naar de uitzending van 7 oktober 2003, in de uitzending van 5 november 2003 uitgebreid aandacht besteed aan het hoofdredactionele commentaar in Panorama en de Gay Krant waarin afstand wordt genomen van het eerder gepubliceerde verhaal. Verweerders concluderen dat zij op een evenwichtige manier over de kwestie hebben bericht.
Wat betreft de feitelijke gang van zaken op de dag van uitzending stellen verweerders dat zij die middag hadden vernomen dat de Gay Krant en Panorama de volgende dag een verhaal zouden publiceren waarin een topambtenaar van het Ministerie van Justitie werd beschuldigd van seks met minderjarige jongens. Het onderwerp van de uitzending was aldus een nieuwsfeit. Mede omdat op dat moment het dossier-Spooren speelde, waren verweerders van mening dat dat verhaal zich niet beperkte tot de privé-sfeer en dat een maatschappelijk belang aan de orde was. Tegelijkertijd realiseerden zij zich dat ze, gezien de ernst van de beschuldigingen, met grote voorzichtigheid te werk moesten gaan. Pas rond 18.00 uur kregen verweerders de beschikking over het volledige verhaal in de Gay Krant en Panorama. Op het moment van het eerste telefoongesprek met Stordiau beschikten verweerders daar nog niet over en hadden zij nog niet besloten of zij in de uitzending van die avond aandacht aan de kwestie zouden besteden. In de daarop volgende uren werd het verhaal tot in detail bestudeerd en was er intensief contact met beide bladen over de door hen gevolgde onderzoeksmethode. Die kon de journalistieke toets der kritiek doorstaan, aldus verweerders. Zij wijzen er in dit verband op dat de Gay Krant en Panorama het oorspronkelijke verhaal later niet hebben gerectificeerd, maar in het hoofdredactionele commentaar hebben bericht dat zij op grond van nieuwe gegevens tot andere conclusies waren gekomen. Toen verweerders hadden besloten tot uitzending, is terstond contact opgenomen met Stordiau. Er is haar toen een aantal feitelijke vragen gesteld, die later voor zover relevant zijn verwerkt in het gesprek met Krol. Stordiau is ook uitdrukkelijk gevraagd of de minister, de betrokken ambtenaar of zijzelf bereid waren tot het geven van commentaar in de studio of op camera. Het Ministerie van Justitie heeft van dat aanbod geen gebruik gemaakt, aldus verweerders.
Achteraf bezien was het correcter geweest als zij de reactie van het Ministerie van Justitie uitdrukkelijk in de uitzending hadden vermeld. Dat hebben zij Stordiau schriftelijk laten weten. De reactie hebben zij voor een deel verwerkt in de vraagstelling. Op hun internetsite hebben verweerders deze omissie hersteld en wordt de reactie van het Ministerie van Justitie wel vermeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de uitzending wordt als feit gesteld dat een topambtenaar van het Ministerie van Justitie ‘regelmatig betaalde seks heeft met jongens in het Anne Frankplantsoen en seksafspraken met hele jonge jongens in Tsjechië’, dat de jongens in Tsjechië ‘allemaal in de leeftijdscategorie rondom de 15 jaar zijn’ maar dat ‘ook in deze zaak jongens voorhanden zijn die nog jonger zijn’, en dat de ambtenaar ‘niet homoseksueel, maar pedoseksueel is’. Aldus is sprake van ernstige beschuldigingen aan het adres van de bedoelde ambtenaar.
In verband met de rol van het Ministerie van Justitie is onder meer gesteld ‘(...) iedere keer weer die doofpot, daarna werd meegedeeld dat er niks gevonden kon worden, lijkt bijna een standaardzin, “we hebben niks kunnen vinden dus dat zal wel niet waar zijn.”’ en ‘u ziet wat de gevolgen zijn geweest in Weert, men heeft niets kunnen vinden.’ Deze uitlatingen kunnen moeilijk anders worden begrepen dan dat het Ministerie van Justitie en/of het Openbaar Ministerie zich zowel in de zaak van de ambtenaar als in de zaak-Weert bedienen van een doofpot.
Verder wordt door de uitlating ‘en die mensen zeiden “wat krijgen we nou, meneer Spooren heeft eigenlijk niets gedaan wat niet kon en daar loopt een hele hoge ambtenaar van het Ministerie van Justitie, loopt daar wel rond en daar wordt niks tegen gezegd”’ gesuggereerd dat het Openbaar Ministerie zich schuldig maakt aan klassenjustitie door wel actie te ondernemen tegen Spooren, maar niet tegen de ambtenaar.

De uitlatingen aan het adres van het Ministerie van Justitie en een van zijn ambtenaren zijn aldus zo diffamerend, dat verweerders aan publicatie daarvan niet zonder voorafgaand eigen adequaat onderzoek naar de gegrondheid ervan hun medewerking hadden mogen verlenen. Krol was geen onafhankelijke bron op wiens woorden verweerders zonder meer mochten afgaan. Verweerders hebben in dit verband gesteld dat zij hebben onderzocht of de onderzoeksmethode van de Gay Krant en Panorama naar hun oordeel zorgvuldig was geweest en dat zulks naar hun mening het geval was. Nog daargelaten dat verweerders daaromtrent in de uitzending niets hebben vermeld, hadden zij eigen behoorlijk onderzoek behoren te doen naar de gegrondheid van de in de uitzending geuite beschuldigingen en zich niet alleen mogen baseren op onderzoek van een – in dat geval bovendien partijdige – bron. Gesteld noch gebleken is, dat dat is gebeurd.

Bovendien moet een journalist, volgens het vaste oordeel van de Raad, bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer het bieden van wederhoor vereist. Dat de beschuldigingen zijn geuit door een geïnterviewde, maakt dat niet anders. Verweerders hadden de beschuldiging in elk geval niet mogen uitzenden zonder klager in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven.
Klager heeft aangevoerd dat hij zelf in de avond van 7 oktober 2003 contact heeft moeten opnemen met verweerders met de vraag of hij in de gelegenheid kon worden gesteld te reageren op de beschuldigingen die in de uitzending zouden worden gesteld. Bovendien zouden verweerders om 21.00 uur, en dus kort voor de uitzending, geen simpele vragen hebben gesteld, zoals eerder was aangekondigd, maar gedetailleerde vragen waarop niet direct inhoudelijk kon worden geantwoord. Stordiau heeft voorts ter zitting meegedeeld dat zij zich niet kan herinneren dat haar het aanbod is gedaan om later die avond in de studio op de uitlatingen te reageren.
Verweerders hebben daar tegenover gesteld dat zij pas laat contact met Stordiau hebben opgenomen, omdat zij niet eerder over het verhaal in Panorama en de Gay Krant beschikten. Zij hebben Stordiau een aantal feitelijke vragen gesteld en haar reactie voor een deel verwerkt in de door Pauw aan Krol gestelde vragen. Verder hebben verweerders aangevoerd dat zij Stordiau hebben uitgenodigd naar de studio te komen.
De Raad kan niet vaststellen welke de feitelijke gang van zaken is geweest. In ieder geval staat niet ter discussie dat zijdens klager aan verweerders is meegedeeld dat hij de juistheid van de beschuldigingen ontkent. Verweerders hadden ten minste dat in de uitzending duidelijk behoren te vermelden, hetgeen ten onrechte niet is gebeurd.

Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerders met hun berichtgeving van 7 oktober 2003 grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Zij hebben die omissie onvoldoende hersteld door in de uitzending van 15 oktober 2003 de raadsman van de betrokken ambtenaar aan het woord te laten.

(vgl. onder meer Hingst/Van den Heuvel, RvdJ 2003/ en Van Heijningen/Harten en Algemeen Dagblad, RvdJ 2002/11)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van NOVA.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juni 2004 door mr. R.W.L. Loeb, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-50