2004/5 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

FRN Technologies

tegen

D. Molenaar, J. Niemeijer en de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden

Bij brief van 15 augustus 2003 met drie bijlagen heeft FNR Technologies te Odoornerveen (klaagster) een klacht ingediend tegen D. Molenaar, J. Niemeijer en het Dagblad van het Noorden (verweerders). Hierop heeft H. Blanken, adjunct-hoofdredacteur, namens verweerders, geantwoord in een brief van 7 oktober 2003 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 2003 in aanwezigheid van Blanken. Klaagster is niet verschenen.

DE FEITEN

Op 23 juli 2003 en 31 juli 2003 zijn in het Dagblad van het Noorden twee door Molenaar geschreven artikelen verschenen onder de koppen “Handel in zonnepanelen fraudegevoelig” en “Ik maak winst op subsidie zonder fraude te plegen”. Op 6 augustus 2003 verschijnt vervolgens een artikel van Niemeijer getiteld “Essent-medewerker voorkwam miljoenenfraude”. In deze artikelen wordt bericht over mogelijke betrokkenheid van klaagster bij financiële wanpraktijken. Het artikel van Niemeijer bevat onder meer de passage:
Het justitioneel onderzoek dat in oktober 2002 op gang werd gebracht, heeft inmiddels aan het licht gebracht dat het betrokken bedrijf toch voor enige honderdduizenden euro’s aan ten onrechte verkregen subsidies heeft binnengehaald. Uit het vervolgonderzoek – dat nog enige maanden in beslag zal nemen – kwam naar voren dat het geld is weggesluisd.
R.U. (36), die feitelijk eigenaar is van FRN Technology hoewel het bedrijf op naam staat van zijn partner, heeft zich volgens het ministerie schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en oplichting. U ontkent zich met duistere zaakjes te hebben bezig gehouden. Maar justitie verdenkt hem ervan dat hij subsidies binnensleepte voor panelen met een veel hoger wattage dan hij in werkelijkheid plaatste. De klanten, die hij voorspiegelde dat ze gratis in het bezit zouden kunnen komen van de panelen, kregen panelen met een gemanipuleerde capaciteitssticker.
U. handelde in strijd met de subsidievoorwaarden door de aspirant-klant tevoren een machtiging te laten invullen maar vervolgens zijn eigen girorekening op de machtiging te vermelden. Het geld belandde zo rechtstreeks op zijn eigen rekening.
De bank, die een hypotheek van 1,1 miljoen gulden op het pand had verstrekt, heeft beslag laten leggen. U. ging enige jaren geleden persoonlijk failliet met verschillende bv’s, onder meer een ingenieursbureau.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster maakt allereerst bezwaar tegen de wijze waarop het eerste artikel van Molenaar tot stand is gekomen. Zij wijst erop dat Molenaar op onfatsoenlijke wijze haar relaties, familie en kennissen heeft benaderd. Tevens wijst klaagster op onjuistheden in het eerste artikel van Molenaar. Het tweede artikel van Molenaar is tot stand gekomen nadat er overleg heeft plaatsgevonden tussen klaagster en Molenaar. Klaagster heeft voor publicatie de mogelijkheid gekregen om het artikel in te zien en aan te passen. Haar klacht richt zich dan ook met name tegen het artikel van Niemeijer. Klaagster stelt dat in dit artikel ten onrechte de indruk wordt gewekt dat het onderzoek van het ministerie van VROM naar de handelwijze van klaagster al is afgerond. Verder meent zij dat er sprake is van onjuiste berichtgeving waardoor klaagster schade heeft geleden.

Verweerders ontkennen dat in de drie artikelen een foute voorstelling van zaken is gegeven. Aanleiding voor de artikelen vormde een uitzending van Netwerk en artikelen van het ANP. Ten behoeve van de drie artikelen is er uitvoerig bronnenonderzoek gedaan en heeft er wederhoor plaatsgevonden. Ten slotte wijst verweerder erop dat Molenaar en Niemeijer onafhankelijk van elkaar research hebben gedaan naar de handelwijze van klaagster. Vervolgens is de verkregen informatie uitgewisseld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich met name tegen het artikel “Essent-medewerker voorkwam miljoenenfraude” van Niemeijer. Onderdeel van de klacht is de stelling van klaagster dat dit artikel onjuistheden bevat. De standpunten van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. Er is voorts geen materiaal voorhanden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de passages in het artikel “Essent-medewerker voorkwam miljoenenfraude” waartegen klaagster bezwaar maakt, onjuist zijn. De Raad kan, mede door het feit dat klaagster niet ter zitting is verschenen, derhalve niet vaststellen dat het artikel onjuistheden bevat.

Niet kan worden ontkend dat voornoemd artikel ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster bevat. In de lijn van eerdere uitspraken stelt de Raad voorop dat een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk moet gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid houdt in het algemeen onder meer in het toepassen van wederhoor. (vgl. onder meer Van Katwijk tegen Hovius en AD, RvdJ 2001/43). Ter zitting is gebleken dat er met betrekking tot het artikel van Niemeijer geen wederhoor heeft plaatsgevonden. Door verweerders zijn geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die deze handelwijze kunnen rechtvaardigen.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond voorzover deze betrekking heeft op het zonder wederhoor publiceren van het artikel van Niemeijer. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-05