2004/49 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

M. Kuiper en de hoofdredacteur van De Dordtenaar

Bij brief van 11 februari 2004 met zeven bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen M. Kuiper en de hoofdredacteur van De Dordtenaar (verweerder). Hierop heeft H. Kerstiens, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 23 februari 2004 met als bijlage het verweerschrift van Kuiper. Ten slotte heeft klager nog twee bijlagen overgelegd bij brief van 1 maart 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 april 2004 in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

In de periode van augustus 2001 tot en met april 2004 zijn in De Dordtenaar artikelen verschenen over klager en de door hem geëxploiteerde elektronicazaken. In de publicaties wordt onder meer bericht dat de desbetreffende keten failliet is en dat klager wordt verdacht van belasting- en faillissementsfraude. Naast de naam van de keten zijn daarbij de voorletter van klager en zijn volledige achternaam in de berichtgeving vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat verweerders ten onrechte niet alleen zijn initialen hebben vermeld, zoals gebruikelijk, maar tevens zijn volledige achternaam en die bovendien vet hebben afgedrukt. Volgens klager is daardoor zijn privacy nodeloos aangetast.
Verder stelt klager dat de aantijgingen aan zijn adres zijn gebaseerd op gissingen en ten onrechte steeds worden herhaald. Faillissementszaken zijn volgens hem erg complex en kunnen niet in enkele regels worden weergegeven. Om als journalist bij de verslaggeving van dergelijke zaken zorgvuldig en integer te werk te gaan, moet dan een uitgebreide analyse worden gemaakt van de onderneming en moet worden weergeven wat precies is gebeurd, aldus klager. Volgens hem hebben verweerders dat nagelaten en hebben zij een onjuist negatief beeld over hem geschetst. Bovendien moest hij uit de krant van 3 februari 2004 vernemen dat hij voor de rechtbank moet verschijnen. Klager ervaart de handelwijze van verweerders als krenkend en beledigend.
Ter zitting heeft hij nog toegelicht dat verweerders pas over hem zijn gaan schrijven in augustus 2001, toen er in zijn onderneming al problemen waren. Hij was voor die tijd geen bekende Dordtenaar. Door toedoen van verweerders is hij een ongeziene bekende Dordtenaar geworden, aldus klager.

Verweerders stellen dat Kuiper zich van meet af aan, sinds augustus 2001, heeft bezig gehouden met alle verwikkelingen rond de bedrijfsmatige activiteiten van klager en dat het tot hun taak behoort te berichten over de zakelijke conflicten van klager en de rechtszaken waarin hij is verwikkeld. Volgens verweerders zijn de publicaties niet gebaseerd op gissingen, maar op feiten afkomstig uit diverse bronnen, waaronder interviews met curatoren, faillissementsverslagen, rechtbankzittingen en – voor zover het de publicatie van 3 februari 2004 betreft – de dagvaarding die was in te zien in de openbare rechtbankrol. Klager heeft ook steeds de gelegenheid gehad te reageren en daarvan aanvankelijk ook gebruik gemaakt. Dat de informatie over klager en zijn onderneming regelmatig wordt herhaald, is een goed journalistiek gebruik, aldus verweerders. Het zorgt ervoor dat nieuwe lezers de zaak kunnen volgen en andere lezers hun geheugen kunnen opfrissen.
De artikelen gaan over klager en zijn onderneming. Daarom zijn de namen van klager en zijn onderneming ook vermeld in de koppen boven de artikelen en die worden altijd vet gedrukt.
Wat betreft de vermelding van de volledige achternaam van klager stellen verweerders voorop dat het bij De Dordtenaar gebruikelijk is om verdachten met hun initialen aan te duiden. In het geval van klager is op die regel een uitzondering gemaakt. Verweerders publiceerden al geregeld over klager, toen hij nog geen verdachte was. Het gebruik van zijn volledige naam was in die periode vanzelfsprekend. Klager had al flinke bekendheid en werd door de artikelen voor de lezer nog bekender. Toen hij na een jaar een verdachte werd, is de keus gemaakt zijn volledige naam te blijven gebruiken. De artikelen gaan over een bepaalde winkelketen en elke oplettende lezer weet dat dit de onderneming van klager is. Het is gebruikelijk om bekende verdachten met hun volledige naam aan te duiden. Klager is weliswaar geen bekende Nederlander, maar op Dordtse schaal heeft hij een vergelijkbare positie, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht behelst de volgende te onderscheiden onderdelen:
1. door de volledige vermelding van klagers achternaam is zijn privacy nodeloos geschaad;
2. er is sprake van onjuiste, suggestieve berichtgeving.

Volgens het vaste oordeel van de Raad is ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden terughoudendheid geboden. Een journalist dient te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Slechts onder bijzondere omstandigheden die dat kunnen rechtvaardigen, mag van deze regel worden afgeweken.

Verweerders hebben in dit verband gesteld dat zij reeds over klager hebben bericht en dat de naam van klager in Dordrecht al van algemene bekendheid was, voordat klager van strafbare feiten werd verdacht. Klager heeft een artikel uit De Dordtenaar overgelegd dat dateert van 7 augustus 2001. Daarin wordt bericht dat de onderneming van klager al anderhalf jaar geleden failliet ging en wordt over hem gezegd ‘dat het erop lijkt alsof hij zich in allerlei bochten wringt om zijn schuldeisers te ontlopen’ en dat ‘de naamswijziging slim (is) want niet illegaal. Dat geldt niet voor pogingen om de schuldeisers af te schudden.’ Verder wordt in dat artikel vermeld dat de curator aangifte heeft gedaan, omdat klager c.q. zijn onderneming producten zou hebben verkocht waarop beslag rust. Een en ander kan moeilijk anders worden begrepen dan dat klager zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.
Niet is gebleken dat verweerders al vóór 7 augustus 2001 over klager hebben bericht en dat, zoals zij stellen, zijn naam vóór die datum in Dordrecht algemeen bekend was. Aldus is niet gebleken van door verweerders gestelde bijzondere omstandigheden. Aan de vraag of die omstandigheden – indien wel gebleken – de afwijking van die hiervoor geformuleerde norm zouden kunnen rechtvaardigen, komt de Raad dan ook niet toe. Verweerders hadden de berichtgeving, voor zover het de aanduiding van klager betreft, kunnen anonimiseren zonder afbreuk te doen aan de nieuwswaarde ervan. Door dit niet te doen hebben zij grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is (vgl. onder meer X/Korterink en Nieuwe Revu, RvdJ 2002/21 en Bakker/Van der Leij, RvdJ 2001/38). Onderdeel 1 van de klacht is derhalve gegrond.

Voor zover de klacht betrekking heeft op de inhoud van de berichtgeving, is deze ongegrond. De klacht is op dit punt met name gericht tegen het artikel van 3 februari 2004, waarin wordt vermeld welke strafbare feiten justitie klager ten laste legt. Niet is gebleken dat dat onjuist is weergegeven. Verweerders hebben bovendien vermeld dat klager bepaalde strafbare feiten ‘zou’ hebben gepleegd. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving zodanige onjuistheden bevat, dat verweerders daardoor journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld.

BESLISSING

Voor zover de klacht betrekking heeft op de vermelding van klagers achternaam is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Dordtenaar te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juni 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-49