2004/48 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

L. Runderkamp en H. Laroes (NOS Journaal)

Bij brief van 14 januari 2004 met twee bijlagen heeft mr. H.J.A. Knijff, advocaat te ’s-Gravenhage, namens X (klager) een klacht ingediend tegen A. Runderkamp en H. Laroes, respectievelijk projectleider research en hoofdredacteur van het NOS Journaal, (verweerders). Vervolgens heeft mr. Knijff op 19 februari 2004 een video-opname van de gewraakte uitzending als bijlage overgelegd. In een schrijven van 24 februari 2004 met een bijlage heeft Laroes op de klacht gereageerd. Ten slotte heeft mr. Knijff bij faxbericht van 15 april 2004 nog drie bijlagen overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 april 2004. Klager was daar aanwezig, vergezeld van mr. Knijff die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders zijn Runderkamp, Laroes en mr. M.J.T. Linnemann, adviseur marketing en communicatie, verschenen. Laroes heeft het standpunt van verweerders eveneens toegelicht aan de hand van een notitie. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Omstreeks 8 oktober 2003 is in Panorama en de Gay Krant een gezamenlijke publicatie verschenen van het ‘Dossier Anne Frankplantsoen’ onder de kop “Het sex-schandaal & de doofpot”. Het artikel gaat over de vermeende betrokkenheid van diverse bekende personen bij seks met jonge en soms minderjarige jongens. In dat verband wordt ook klager genoemd. Hij is in de publicatie aangeduid met een gefingeerde voornaam en als ‘een hoge ambtenaar op het Ministerie van Justitie’.

Vervolgens is op 5 november 2003 in Panorama en de Gay Krant een hoofdredactioneel commentaar verschenen dat de volgende passage bevat:
Maar Panorama en de Gay Krant zijn bij hun publicatie toch niet over één nacht ijs gegaan? Natuurlijk niet. Maar op grond van nieuwe informatie die ons ná de publicatie heeft bereikt en ook naar aanleiding van gesprekken die (de hoofdredacteur van Panorama en de hoofdredacteur van de Gay Krant) inmiddels met de topambtenaar in kwestie hebben gevoerd, moeten wij concluderen dat onze oorspronkelijke bronnen op basis waarvan de indruk werd gewekt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onoorbaar gedrag onbetrouwbaar zijn gebleken. Voor zover de integriteit van deze topambtenaar daardoor onderwerp van discussie is geworden, bestaat hiervoor geen aanleiding. In het kader van volledige berichtgeving dient dit gezegd te zijn.

Op 5 november 2003 heeft het NOS Journaal van 20.00 uur aandacht aan deze kwestie besteed. Aan het slot van het bericht wordt door een voice-over de volgende tekst uitgesproken:
De topambtenaar heeft een schikking met de bladen getroffen want hij wilde niet naar de rechter. In zo’n gevecht zou immers zijn hele verleden op straat komen te liggen. In de gesprekken met Panorama en Gay Krant achter gesloten deuren afgelopen week heeft hij toegegeven dat hij seks heeft gehad met jonge homo’s en dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren. Geen onderwerp, vindt hij, om in de rechtszaal uit te vechten.

Direct na deze uitzending heeft de voornoemde raadsman van klager telefonisch contact opgenomen met Runderkamp en heeft hij om rectificatie verzocht.

Vervolgens is diezelfde dag in het NOS Journaal van 22.00 uur de volgende tekst uitgesproken:
De topambtenaar heeft een schikking met de bladen getroffen want hij wilde niet naar de rechter. In zo’n gevecht zou immers zijn hele verleden op straat komen te liggen. In de gesprekken met Panorama en Gay Krant achter gesloten deuren heeft hij toegegeven dat hij seks heeft gehad met jonge mannen en dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren. Maar onoorbaar gedrag, absoluut niet, geven de bladen ook vandaag toe. Het is een onderwerp dat niemand graag uitvecht in een rechtszaal.

De klacht richt zich tegen deze teksten in deze uitzendingen (hierna tezamen aangeduid als ‘de uitzendingen’ en onderscheidenlijk als ‘de uitzending van 20.00 uur’ en ‘de uitzending van 22.00 uur’).

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager betoogt dat de desbetreffende mededelingen in de uitzendingen feitelijk onjuist en zeer diffamerend zijn. Volgens hem heeft nimmer een gesprek ‘achter gesloten deuren’ plaatsgevonden waarin hij tegen Panorama en de Gay Krant heeft toegegeven dat hij seks heeft gehad met ‘jonge homo’s’ (uitzending van 20.00 uur) of ‘jonge mannen’ (uitzending van 22.00 uur) ‘waarbij hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren’.
Op 19 oktober 2003 heeft volgens hem op verzoek van Krol, hoofdredacteur van de Gay Krant, een gesprek tussen hem en Krol plaatsgevonden bij klager thuis. Later die avond heeft vervolgens een tweede gesprek plaatsgehad waarbij ook Hitzert, hoofdredacteur van Panorama, aanwezig was. Het initiatief voor de gesprekken is uitgegaan van Krol en Hitzert. Krol deelde klager bij die gelegenheid mee dat hij door zijn bronnen wel eens op het verkeerde spoor kon zijn gezet. Inzet van klager bij dat gesprek was dat de berichtgeving in Panorama en de Gay Krant gerectificeerd moest worden. In dat gesprek is ‘het niet vragen naar de leeftijd’ zelfs niet aan de orde geweest. Hitzert en Krol hebben klager meegedeeld dat zij hem de volgende dag een concepttekst zouden toesturen. Na kennisneming van het concept heeft klager Hitzert laten weten dat hij daarmee niet akkoord kon gaan. Hitzert heeft klager vervolgens te kennen gegeven dat niet tot publicatie van het bericht zou worden overgegaan. Overigens is in de concepttekst evenmin een grondslag te vinden voor de eventuele juistheid van de opmerking dat klager ‘niet altijd vroeg hoe oud ze waren’, aldus klager.
Vervolgens heeft op 30 oktober 2003 op het kantoor van de raadsman van klager een onderhoud plaatsgevonden tussen klager, zijn raadsman, Hitzert en Krol. In dat overleg is op geen enkele wijze direct of indirect aan de orde geweest, laat staan ‘toegegeven’ dat hij seks zou hebben gehad met jonge homo’s, dan wel jonge mannen, waarbij hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren, aldus klager.
In een telefoongesprek ’s middags op 5 november 2003, ruim voor de uitzending van 20.00 uur, heeft mr. Knijff aan Runderkamp uiteengezet dat klager in een kort geding procedure niet meer genoegdoening zou hebben kunnen krijgen, dan hetgeen op 5 november 2003 in de hoofdredactionele artikelen in Panorama en de Gay Krant is vermeld en dat klager de voorkeur gaf aan een vrijwillige rechtzetting in plaats van een rectificatie op last van de rechter. In dat gesprek heeft mr. Knijff er verder met nadruk op gewezen dat klager stellig ontkent ooit met minderjarige mannen seksuele contacten te hebben gehad of met mannen bij wie hij niet naar de leeftijd zou hebben geïnformeerd, daarbij het risico aanvaardend dat zij minderjarig waren.
Volgens klager wordt dan ook geheel ten onrechte in de uitzendingen gezegd c.q. gesuggereerd dat hij seks heeft gehad met minderjarige jongens, doordat als feit wordt gepresenteerd dat hij heeft toegegeven seks te hebben gehad met jonge mannen, waarbij hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren. De aanvulling in de uitzending van 22.00 uur betreft slechts de weergave van het oordeel van ‘de bladen’ dat van onoorbaar gedrag geen sprake is geweest.
Volgens klager heeft deze berichtgeving geen steun in de door verweerders gestelde bronnen. Gelet op het ook door verweerders onder ogen geziene risico dat de mogelijkheid van klager om zijn functie te blijven uitoefenen door de berichtgeving precair zou worden, hadden verweerders een dergelijke onjuiste en tendentieuze berichtgeving niet mogen uitzenden. Bovendien mist de mededeling iedere relevantie. Als het gaat om een inbreuk op de persoonlijke integriteit van iemand moet de journalist bijzondere zorgvuldigheid in acht nemen. Dat hebben verweerders niet gedaan, aldus klager.

Verweerders stellen dat zij steeds terughoudend zijn omgegaan met informatie over de mogelijke betrokkenheid van klager bij onoorbare praktijken. Zij hebben eerst op 14 oktober 2003 daarover bericht, toen een jongensprostitué aangifte deed tegen klager. Verweerders hebben overigens terstond, twee dagen later, bericht dat die aangifte volgens justitie vals was.
Volgens verweerders is de kern van de zaak niet of zij klager van onoorbaar gedrag hebben beschuldigd, maar de wijze waarop zij zijn omgegaan met bronnen die zij hebben te beschermen en die zij moeten beoordelen op hun status, kwaliteit en betrouwbaarheid. Verweerders betogen dat zij in dat opzicht zorgvuldig hebben gehandeld. Volgens hen blijkt uit de e-mailcorrespondentie tussen klager en Hitzert van maandag 20 oktober 2003 en het aan klager voorgelegde conceptartikel, waarover zij overigens op het moment van de uitzending nog niet beschikten, dat een gesprek ‘achter gesloten deuren’ weldegelijk heeft plaatsgevonden. De gepubliceerde informatie waartegen klager bezwaar maakt, is – naar verweerders stellen – gebaseerd op de verklaringen van een bron uit de leiding van de betrokken media (Panorama en de Gay Krant). Kort voor 5 november 2003 kreeg Runderkamp een telefoontje van een bron, die hem al langer veel details over de kwestie verstrekte. Volgens deze bron was er rumoer op de redacties: de redacteuren begrepen niet waarom hun bladen zouden rectificeren, terwijl klager in gesprekken had toegegeven dat hij op jonge mannen valt. De betrokken hoofdredacteuren zwijgen kennelijk niet op hun eigen redacties, aldus verweerders. Om de informatie te controleren heeft Runderkamp met ‘de Journaalbron’ gebeld. De hoofdredacteuren hebben moeten beloven dat ze niets naar buiten zullen brengen over de ‘deal’ met klager. Runderkamp kan dus niet zeggen met wie van hen hij heeft gesproken. Het gaat volgens verweerders echter om informatie uit de eerste hand van een van de hoofdredacteuren of van beiden. De bron beaamde dat klager in een gesprek met de hoofdredacteuren heeft toegegeven dat hij op jonge mannen valt. Verder deelde de bron mee dat klager in dat gesprek heeft gezegd dat hij niet kan uitsluiten ooit met een minderjarige te hebben geslapen en dat hij niet altijd naar de leeftijd heeft gevraagd. De informatie van de bron verklaart waarom klager niet naar de rechter is gestapt en alles probeert te regelen, aldus verweerders. Het betreft belangrijke informatie, waarvan zij melding wilden maken. Runderkamp heeft die informatie voor de uitzending voorgelegd aan mr. Knijff. In dat gesprek heeft mr. Knijff erkend dat klager zonder juridische adviseurs met de hoofdredacteuren heeft gesproken en dat hij ‘dus niet weet wat daar allemaal besproken is’. Verder heeft mr. Knijff in algemene zin ontkend dat klager zoiets als seks met minderjarigen zou hebben gehad. Runderkamp heeft er bewust voor gekozen om de raadsman van klager om commentaar te vragen en niet het ministerie, nu het hier het privé-leven van klager betreft.
Zij hebben vervolgens in de uitzending van 20.00 uur bericht over de bladen die door de knieën zijn gegaan. In de slotalinea wordt uitgelegd waarom de zaak is geschikt. Als verweerders het gedrag van klager op zich zelf nieuwswaardig zouden hebben gevonden, zou het aan het begin van het bericht hebben gestaan. Volgens verweerders staat in het bericht expliciet noch impliciet dat klager seks heeft gehad met minderjarige jongens. Uit het bericht valt slechts af te leiden dat de kwestie met de bladen is geschikt, omdat de bladen hun feiten niet konden hard maken en klager zich kwetsbaar voelt over zijn privé-leven, aangezien hij niet kan uitsluiten dat hij seks met minderjarigen heeft gehad.
Volgens verweerders zijn zij aldus niet lichtvaardig omgegaan met de betrokken informatie. Zij hebben afgewogen of zaken die een kennelijk privé-karakter hebben toch in de openbaarheid zouden moeten komen. Dat is een moeilijke afweging, omdat zij zich realiseerden welke de gevolgen zouden kunnen zijn van aanhoudende publiciteit voor de persoonlijke en werkomstandigheden van klager. Diens functioneren zou ongetwijfeld precair worden, indien zijn persoonlijke handel en wandel ter discussie zou komen. Niettemin hebben verweerders gemeend wel tot publicatie te moeten overgaan. Aandacht voor een zaak als deze is niet alleen gerechtvaardigd, maar hoort tot de journalistieke plicht, aldus verweerders.
Ten slotte stellen zij dat als bronnen deugen, het verhaal relevant is en de feiten vaststaan, geldt: ‘Publish and be damned’ en ‘All the news that’s fit to broadcast’. Verweerders wisten dat betrokken partijen in het openbaar andere verklaringen zouden kunnen afleggen dan zij in andere, meer vertrouwelijke, situaties zouden kunnen doen. Dat gegeven heeft juist bijgedragen aan de zorgvuldigheid waarmee zij hun informatie hebben gegaard, gecheckt en gewogen, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de uitzendingen is bericht dat klager “in de gesprekken met Panorama en Gay Krant achter gesloten deuren (afgelopen week) heeft toegegeven dat hij seks heeft gehad met jonge homo’s/mannen en dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren.

Door de zinsnede ‘heeft toegegeven’ wordt die informatie als vaststaand gepresenteerd. Van de combinatie van de zinsneden ‘seks met jonge homo’s/mannen’ en ‘dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren’ gaat voorts de sterke suggestie uit dat klager seks heeft gehad met minderjarige jongens, althans dat hij de mogelijkheid daarvan bewust heeft aanvaard. De in de uitzending van 22.00 uur toegevoegde zinsnede “Maar onoorbaar gedrag, absoluut niet, geven de bladen ook vandaag toe.” relativeert die suggestie niet wezenlijk.

De berichtgeving diffameert klager aldus zo ernstig dat verweerders deze niet zonder voorafgaand nader diepgaand onderzoek naar de gegrondheid ervan mochten publiceren. De Raad neemt daarbij mede in aanmerking dat het hier een zeer gevoelig onderwerp betreft en dat verweerders zelf onder ogen hebben gezien dat het verder functioneren van klager door de berichtgeving ongetwijfeld ‘precair’ zou worden.

Verweerders hebben gesteld dat zij zich hebben gebaseerd op een betrouwbare anonieme bron. De Raad heeft de stellingen van verweerders ter zake aldus begrepen, dat zij hun informatie in eerste instantie hebben verkregen van een anonieme ‘medewerker van een redactie’ die contact met Runderkamp heeft opgenomen. Volgens verweerders deelde deze bron mee dat ‘er rumoer was op de redacties: de redacteuren begrepen niet dat hun bladen zouden moeten rectificeren terwijl klager in gesprekken had toegegeven dat hij op jonge mannen valt’. Die informatie hebben verweerders – naar zij stellen – vervolgens geverifieerd bij een andere anonieme bron, te weten ‘een of wellicht beide van de bij deze kwestie betrokken hoofdredacteuren’, door hen aangeduid als ‘de Journaalbron’.

Naar het oordeel van de Raad heeft de berichtgeving aldus niet voldoende grondslag in betrouwbare bronnen. De Raad houdt er rekening mee dat het hier een moeilijk te achterhalen materie betreft, waarbij grote belangen op het spel staan en waarbij de betrokkenen sterk betrokken zijn. Het is daarom begrijpelijk dat verweerders bepaalde informatie in deze zaak alleen onder plicht van geheimhouding konden verkrijgen. Dat neemt niet weg dat in dit geval hoge eisen gesteld moesten worden aan de controle van de juistheid van de feitelijke c.q. als feitelijk gepresenteerde elementen daarin. Een journalist die door een klager van het doorgeven van onjuiste informatie – als waar het hier om gaat – wordt beticht en zich beroept op een geheimhoudingsplicht tegenover bronnen die anoniem wensen te blijven, behoeft die bronnen weliswaar niet te noemen, maar dient wel aannemelijk te kunnen maken dat hij de van die bronnen verkregen informatie elders geverifieerd heeft. Verweerders hebben echter gesteld noch aannemelijk gemaakt dat zij de van hun anonieme bron verkregen informatie op enigerlei wijze - anders dan bij weer een andere anonieme bron, die bovendien in de kwestie partij was en die naar zijn eigen zeggen eerder ter zake onjuiste informatie had gepubliceerd - geverifieerd hebben.

Het door verweerders aangedragen materiaal levert aldus geen deugdelijke grondslag op voor de bewering dat klager ‘achter gesloten deuren heeft toegegeven dat hij seks heeft gehad met jonge homo’s/mannen en dat hij niet altijd vroeg hoe oud ze waren’. Ook anderszins is gesteld noch gebleken dat voor die zeer ernstige beschuldiging voldoende grondslag bestaat. Naar het oordeel van de Raad levert ook de e-mailcorrespondentie tussen klager en Hitzert van 20 oktober 2003 en het daarbij behorende conceptartikel – waarvan partijen overigens verschillende versies hebben overlegd, terwijl de Raad niet kan vaststellen welke de juiste is – die grondslag niet op, nog daargelaten dat verweerders ter zitting hebben erkend dat zij ten tijde van de uitzending nog niet over dat conceptartikel beschikten.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klager te berichten zoals zij hebben gedaan. Het bezwaar daartegen klemt te meer, nu verweerders de raadsman van klager weliswaar vooraf om commentaar hebben gevraagd, maar diens reactie vervolgens niet in de berichtgeving hebben verwerkt.

(vgl. onder meer: Hingst/Van den Heuvel, RvdJ 2003/21; X/Stegen en Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 2003/06 en Visser en Galjaard/Spanjer en NRC Handelsblad, RvdJ 1987,18)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het NOS Journaal.

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 juni 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-48