2004/47 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de heer en mevrouw J. van der Veeken

tegen

H. van Ingen en de hoofdredacteur van BN/De Stem

Bij brief van 20 februari 2004 met vijf bijlagen heeft mr. I.M. van den Heuvel, advocaat te Roosendaal, namens de heer en mevrouw J. van der Veeken te Rucphen (hierna tezamen aan te duiden als klager) een klacht ingediend tegen H. van Ingen en BN/De Stem (verweerders). Hierop heeft H. Boot, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 17 maart 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 april 2004 in aanwezigheid van de heer Van der Veeken en mr. Van den Heuvel. Verweerders zijn niet verschenen.

DE FEITEN

Op 19 december 2003 is in BN/De Stem een door P. Ullenbroeck geschreven artikel verschenen onder de kop “Van der Veeken woedend: ‘Everaers helpt zijn vriendjes’”. Dit artikel bevat de volgende passage:
Burgemeester Rinus Everaers van Rucphen zou aan vriendjespolitiek doen. Die beschuldiging komt uit de mond van Jan van der Veeken, de Willebrorder die in Rucphen een hondenpension wil beginnen maar vooralsnog de gemeente op zijn weg vindt. Een gefrustreerde burger die wild om zich heen slaat omdat hij niet krijgt wat hij wil? Absoluut niet, reageert Van der Veeken. “Je hebt toch gezien wat hier vanavond gespeeld heeft. Everaers kapt iedereen die op mijn zaak wil ingaan, af. En weet je waarom? Omdat hij privé zo goed overweg kan met mijn beide buren, die niet willen dat ik een dierenpension begin. Het is gewoon vriendjespolitiek.” (…)‘Die buren’ zijn huisarts Van Broekhoven en oud-burgemeester Wim du Chatinier, beiden woonachtig aan de Rucphenseweg, waar Van der Veeken een hondenpension wil beginnen. En met ‘vanavond’ doelde hij op de gemeenteraadsvergadering gisteravond in Rucphen.

Naar aanleiding van dit artikel heeft Van Broekhoven een kort geding aanhangig gemaakt tegen Van der Veeken. Het kort geding diende op 18 februari 2004. Op 19 februari 2004 verscheen in BN/De Stem een door Van Ingen geschreven artikel onder de kop “‘Nooit over vriendjespolitiek gesproken’ - Van der Veeken krabbelt terug”. Dit artikel bevat de volgende passages:
Jan van der Veeken van het Rucphense dierenpension ontkent huisarts Van Broekhoven van vriendjespolitiek te hebben beticht. Hij stelde dat gisteren tijdens een kort geding dat de dokter had aangespannen omdat hij zich in zijn goede naam en eer aangetast voelde. “Het is één pot nat. Dat is alles wat ik tegen de journalist van BN/De Stem heb gezegd”, aldus Van der Veeken. De rest van het verhaal is volgens hem verzonnen. Het gewraakte citaat staat in een krantenartikel over een Rucphense gemeenteraadsvergadering in december vorig jaar.
en:
De ontkenning van Van der Veeken komt als een complete verrassing voor de advocaat van Van Broekhoven. “Tot mijn verbazing hoor ik dat hij die woorden niet heeft gezegd. Ik begrijp dan niet dat Van der Veeken het hierbij heeft gelaten en geen rectificatie heeft geëist van BN/De Stem.” Hij wil dat Van der Veeken alsnog zorgdraagt voor een rectificatie. Van den Heuvel vindt dat onzin. Wel wil hij een brief richting Van Broekhoven sturen waarin Van der Veeken zijn excuses aanbiedt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel “Van der Veeken krabbelt terug” feitelijke onjuistheden bevat. Volgens klager is Van der Veeken tijdens het kort geding op 18 februari 2004 niet teruggekrabbeld en heeft hij evenmin zijn excuses aangeboden noch gezegd zijn excuses aan te zullen bieden. Van der Veeken heeft tijdens het kort geding onder meer als verweer aangevoerd dat hij in het artikel “Everaers helpt zijn vriendjes” van 19 december 2003 onjuist is geciteerd en dat hij Van Broekhoven niet heeft beschuldigd van betrokkenheid bij vriendjespolitiek. Bovendien heeft Van der Veeken zich slechts bereid verklaard om Van Broekhoven een brief te sturen met als strekking dat hij hem niet in verband heeft gebracht met vriendjespolitiek. Klager betoogt verder dat hij door de onjuiste berichtgeving in BN/De Stem in een nadelig daglicht is gesteld en dat hem schade is berokkend. Ten slotte stelt klager dat Van Ingen door zijn onjuiste berichtgeving van 19 februari 2004 de eerdere berichtgeving van BN/De Stem ‘gered’ heeft, hetgeen in strijd is met wat een goed journalist betaamt.

Verweerders stellen dat de gewraakte term ‘vriendjespolitiek’ wel gevallen is tijdens het gesprek tussen Van der Veeken en de heer P. Ullenbroeck in het bijzijn van Van den Heuvel. Dit gesprek vormde de basis voor het artikel “Everaers helpt zijn vriendjes” op 19 december 2003. Na het verschijnen van dit artikel is de term ‘vriendjespolitiek’ door klager nooit aangevochten. Evenmin is verzocht om een rectificatie. Tijdens de zitting van 18 februari 2004 heeft Van der Veeken ontkend de term vriendjespolitiek in de mond te hebben genomen. Hij zou slechts gerept hebben over ‘het is één pot nat’, daarmee doelend op de betrokken gemeentebestuurder en de buren, aldus verweerders. Voorts heeft Van der Veeken tijdens dezelfde zitting aangeboden Van Broekhoven schriftelijk te laten weten dat hij laatstgenoemde niet in verband brengt met vriendjespolitiek. Volgens verweerders heeft Van Ingen deze uitlatingen terecht zo begrepen dat Van der Veeken alle moeite deed om zichzelf vrij te pleiten van zijn eerdere uitlatingen. De term ‘terugkrabbelen’ is vanuit dit oogpunt nog een vriendelijke omschrijving van deze handelwijze, aldus verweerders. Dat Van Ingen het aanbod van Van der Veeken – om aan Van Broekhoven schriftelijk te laten weten dat hij hem niet in verband brengt met vriendjespolitiek – uitlegt als een excuusbrief, past volgens verweerders geheel in de lijn van de terugtrekkende, zelfs ontkennende beweging die Van der Veeken tijdens de zitting maakte. Tot slot concluderen verweerders dat zij op grond van de feiten en omstandigheden niet tot de door Van den Heuvel geëiste rectificatie hoeven overgaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Partijen twisten in de eerste plaats over de juistheid van het hiervoor onder de feiten vermelde citaat in het artikel van 19 december 2003, en meer in het bijzonder voor zover dit luidt:
Omdat hij [de burgemeester] privé zo goed overweg kan met mijn beide buren, die niet willen dat ik een dierenpension begin. Het is gewoon vriendjespolitiek.
Of dit een juist citaat is – het verweer neemt tot uitgangspunt dat dit het geval is, maar volgens klager zou Van der Veeken slechts hebben gezegd dat het één pot nat was, woorden waarmee hier naar het oordeel van de Raad in feite hetzelfde wordt gezegd als met de term vriendjespolitiek – kan in het midden blijven. In het citaat wordt Van Broekhoven, de buurman die naar aanleiding van het artikel van 19 december 2003 het kort geding waarover het artikel van 19 december 2004 gaat tegen Van der Veeken heeft aangespannen, niet met name genoemd. Er is slechts sprake van ‘mijn beide buren’. Dat, zoals even verderop in het artikel van 19 december 2003 wordt gezegd, een van die buren Van Broekhoven is, berust op een conclusie van de journalist: klager heeft meer buren dan Van Broekhoven en du Chatinier.
In het artikel over het kort geding wordt die conclusie evenwel (“Van der Veeken krabbelt terug”) als een feit gepresenteerd, ondanks het feit dat Van der Veeken, zoals ook te lezen valt in de pleitnota van zijn advocaat, in die procedure a) heeft ontkend dat hij Van Broekhoven in dit verband heeft genoemd en b) niet heeft gezegd dat hij, zoals in het artikel wordt geschreven, een brief aan Van Broekhoven wilde sturen waarin hij zijn excuses aanbiedt. Ook die mededeling berust op een conclusie, nu, zoals verweerders zelf opmerken, het desbetreffende aanbod van Van der Veeken luidde dat hij Van Broekhoven schriftelijk zou laten weten dat hij hem niet met vriendjespolitiek in verband bracht. Samengevat: voor de mededelingen dat Van der Veeken terugkrabbelde en zijn excuses aan Van Broekhoven wilde aanbieden bestond onvoldoende grond. Door desondanks in die zin te berichten over dit aspect van de, in een kleine gemeenschap spelende, problemen waarin klager naar aanleiding van zijn wens om ter plaatse een dierenpension te beginnen verzeild is geraakt, hebben verweerders grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De op het artikel “Van der Veeken krabbelt terug” betrekking hebbende klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/De Stem te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 juni 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-47