2004/46 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Bloedlink

tegen

M. Meijer en de hoofdredacteur van het AD Magazine

Bij brief van 23 januari 2004 met één bijlage heeft A.C. van Bellen namens Stichting Bloedlink te Hoofddorp (klaagster) een klacht ingediend tegen M. Meijer en de hoofdredacteur van AD Magazine (verweerders). Hierop heeft Meijer geantwoord in een brief van 11 februari 2004 met 31 bijlagen. Daarnaast heeft J.F. Bonjer, hoofdredacteur, op de klacht gereageerd in een brief van 16 februari 2004 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 april 2004 in aanwezigheid van partijen.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Klagers hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behande-ling van de zaak door de voorzitter en overige drie leden.

DE FEITEN

Op 10 januari 2004 is in het AD Magazine een artikel van de hand van Meijer verschenen onder de kop “Wondermiddel of tragedie?”. Het artikel gaat over nadelige bijwerkingen van statines, cholesterolverlagende medicijnen. Op de cover van het AD magazine stond vermeld: “Cholesterol? Pas op met pillen!” In de inhoudsopgave werd het artikel als volgt aangekondigd:
Gevaarlijke medicijnen. Miljoenen mensen slikken pillen om hun cholesterolspiegel op peil te krijgen. “We staan aan de vooravond van de grootste medische tragedie aller tijden.””.

In het Algemeen Dagblad van 13 en 16 februari 2004 zijn onder de koppen “Verwarring over risico medicijn” en “Slikken of stikken?” nog twee vervolgpublicaties over de mogelijke bijwerkingen van cholesterolverlagende medicijnen verschenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de conclusie van het artikel “Wondermiddel of tragedie?” om in het belang van de eigen gezondheid onmiddellijk te stoppen met het slikken van cholesterolverlagende medicijnen, niet wordt gestaafd door gepubliceerde uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. De uitkomsten van meer dan 175 wereldwijd gehouden wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van het gebruik van statines wijzen vrijwel zonder uitzondering op een significante daling van ziekte en sterfte, aldus klaagster. Verder zijn de argumenten van de in het artikel aangehaalde Amerikaanse cardioloog Peter Langsjoen tegen het gebruik van statinen vanwege een vermeend negatief effect op het co-enzijm Q10 systeem volgens klaagster zeer omstreden. Enig wetenschappelijk bewijs voor de uitspraken van Langsjoen bestaat niet. Ook zijn stelling dat statinen veel slachtoffers maken, ontbeert elke deugdelijke en controleerbare onderbouwing, aldus klaagster. Bijna tweederde van de publicaties van Langsjoen over co-enzym Q10 studies zijn ouder dan tien jaar. Deze onderzoeken zijn volgens klaagster bovendien niet volgens wetenschappelijke eisen uitgevoerd. Daarnaast doet Langsjoen suggestieve uitspraken en verkondigt hij halve waarheden, aldus klaagster. Het artikel “Wondermiddel of tragedie?” heeft tot grote onrust en twijfel bij de gebruikers van statines en de achterban van klaagster (ca 135.000 personen met een erfelijke vorm van verhoogd cholesterol) geleid. Daarnaast heeft de publicatie veel schade aangericht. Lezers die gevolg geven aan de oproep om het gebruik van statines onmiddellijk te staken lopen volgens klaagster een verhoogd risico te overlijden aan een hart- of herseninfarct. Daarnaast beweert klaagster dat het artikel van Meijer een nagenoeg letterlijke vertaling is van een tekst van Maryann Napoli die in juni 2003 onder de titel “Cholesterol Skeptics and the bad news about statin drugs” werd gepubliceerd. Klaagster stelt verder dat Meijer en de hoofdredactie van het AD Magazine hun werk, gelet op onjuistheden en het ontbreken van enige vorm van nuancering in het artikel, onzorgvuldig hebben gedaan. Bovendien hebben zij zich onvoldoende rekenschap gegeven van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid door medewerking te verlenen aan valse ‘stemmingmakerij’. De hoofdredactie van het AD Magazine had kunnen verwachten dat de impact van het eenzijdige en sterk negatief gekleurde artikel tot grote onrust en twijfel bij veel gebruikers van statines zou leiden. Desondanks heeft men verzuimd enige moeite te nemen om de juistheid van de geboden informatie door deskundigen of een onafhankelijke bron te laten verifiëren, aldus klaagster.

Meijer stelt dat de boodschap van het artikel “Wondermiddel of tragedie?”, in tegenstelling tot hetgeen klaagster beweert, niet het onmiddellijk stoppen met het slikken van statines is. Volgens Meijer luidt zijn boodschap dat deze medicijnen tegelijk met de cholesterolsynthese de aanmaak van enkele andere vitale stoffen blokkeren en dat statinegebruikers problemen kunnen voorkomen door een van die stoffen - ubiquinon - bij te slikken. Verder betoogt Meijer dat in het artikel uitdrukkelijk wordt gesteld dat statines wel degelijk een bescheiden bescherming tegen fatale hartinfarcten bieden, zij het alleen bij mannen van middelbare leeftijd met een hoog risicoprofiel en niet bij vrouwen en ouderen. De door klaagster aangevoerde grote onderzoeken laten geen significante daling van de totale mortaliteit zien, aldus Meijer. In de voltooide studies is de totale sterfte in de met statines behandelde groepen en de placebogroepen ongeveer gelijk. Eén grote studie werd binnen een jaar afgebroken omdat zich in de behandelde groep alarmerend veel extra sterfgevallen voordeden. Daarnaast wijst Meijer op het bestaan van andere onderzoeken en gegevens waaruit de negatieve bijwerkingen van statines zouden blijken. Bovendien stelt Meijer dat cardioloog Peter Langsjoen geen afvallige randfiguur is, zoals klaagster beweert, maar een serieuze cardioloog en onderzoeker. Zijn ruim veertig onderzoeken zijn uitgevoerd volgens de geldende wetenschappelijke mores. Langsjoen trekt op basis van zijn eigen onderzoek, de ervaringen van collega’s en op grond van de logische, gedocumenteerde biologie achter HMG Co A reductase onderdrukking de conclusie dat statinegebruik direct tot hartfalen kan leiden aldus Meijer. Volgens Meijer is hem uit de reacties van lezers gebleken dat de meeste betrokkenen de strekking van het verhaal goed hebben begrepen. Dat het artikel “Wondermiddel of tragedie?” onrust veroorzaakte, was onvermijdelijk. Het maatschappelijk belang van de publicatie woog volgens Meijer op tegen de onrust die het zou veroorzaken. Ten slotte bestrijdt Meijer uitdrukkelijk de bewering van klaagster dat zijn verhaal een kopie zou zijn van Maryann Napoli’s ‘The bad news about statin drugs’. Het artikel “Wondermiddel of tragedie?” is totstandgekomen na maanden van research. Een vergelijking tussen beide artikelen toont volgens Meijer direct aan hoe vergezocht deze beschuldiging is.

Bonjer spreekt zijn verbazing uit over het feit dat klaagster niet rept over de twee publicaties die zijn verschenen in het Algemeen Dagblad van 13 januari en 16 januari 2004. Hij verzoekt de Raad deze twee artikelen te betrekken in de beschouwing en beoordeling van de klacht. Bonjer stelt dat de publicatie van het artikel “Wondermiddel of tragedie?” in het AD Magazine onder zijn verantwoordelijkheid als hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad valt. Verder stelt hij dat deze publicatie in het AD Magazine zijn inziens journalistiek en juridisch verantwoord is. Meijer heeft volgens Bonjer uitgebreid onderzoek verricht en tal van schriftelijke en mondelinge bronnen geraadpleegd. Hij bracht de grote zorgen over de ernstige bijwerkingen van statines van enkele buitenlandse deskundigen in zijn artikel naar voren en legde deze kritische opmerkingen voor aan Nefarma en het Nederlands Huisartsen Genootschap. Bonjer betoogt dat het van journalistiek belang is dat ook tegendraadse opvattingen over het gebruik van een bepaalde groep geneesmiddelen in de vrije pers kunnen doordringen. Bonjer stelt verder dat zijn krant, zeker bij indringende gezondheidskwesties, een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. Die houdt volgens Bonjer in dat lezers niet onnodig angst wordt aangejaagd, dat zij na lezing van het artikel weten wat hun te doen staat en dat zij manieren aangereikt krijgen om hun eventuele zorgen te toetsen of snel advies in te winnen. In dit opzicht schoot het artikel “Wondermiddel of tragedie?” volgens Bonjer tekort. Dit leidde tot de publicatie van de twee vervolgartikelen van 13 en 16 januari 2004 die mogen worden opgevat als een bewuste journalistiek bijsturing. Met deze publicaties is getracht de noodzakelijke balans in de berichtgeving te brengen teneinde de ontstane onzekerheid voor gebruikers van statines grotendeels weg te nemen, aldus Bonjer.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat verweerders onvoldoende feitenonderzoek hebben verricht ter ondersteuning van de berichtgeving over de gevaarlijke bijwerkingen van (langdurig) gebruik van cholesterolverlagende medicijnen (statines), waardoor een eenzijdig en negatief artikel is verschenen dat onnodig onrust en twijfel heeft veroorzaakt onder gebruikers van statines.

Uitgangspunt van de klacht is dat er geen geneesmiddelen bestaan met een grotere veiligheid dan statines en dat de effectiviteit en doelmatigheid van deze medicijnen onomstreden is. In het artikel “Wondermiddel of tragedie?” wordt dit uitgangspunt ter discussie gesteld, kennelijk vanuit de terechte, in het verweerschrift van de hoofdredacteur ook naar voren gebrachte, opvatting dat het maatschappelijk belang ermee is gediend dat ook tegendraadse en door ‘de experts’ niet gedeelde standpunten over het gebruik van een bepaalde groep geneesmiddelen in de vrije pers kunnen doordringen. Ook aan het gebruik van lange tijd als volstrekt veilig beschouwde en alom voorgeschreven medicijnen kunnen, naar de ervaring heeft geleerd, ernstige onvoorziene bijwerkingen verbonden zijn. In “Wondermiddel of tragedie?” wordt niet onder stoelen of banken gestoken dat de heersende opvatting onder medici over statines buitengewoon positief is. Het begin van het artikel laat daarover, getuige het volgende citaat, geen twijfel bestaan: ““Statines zijn de nieuwe aspirine”, verkondigde onderzoeker Rory Collins onlangs zelfs juichend in het medische tijdschrift The Lancet, naar aanleiding van de Heart Protection Study. Uit dit zeven jaar durende, door Merck betaalde, onderzoek onder 20.000 Britten bleek namelijk dat statines iederéén enigszins beschermen tegen een hartinfarct: ouderen, jongeren, mannen, vrouwen, mensen met heel hoge cholesterolspiegels en mensen met normale of zelfs erg lage cholesterolspiegels. De Nijmeegse hoogleraar atherogenese (de leer die het ontstaan van aderverkalking bestudeert) Anton Stalenhoef gaat wat minder ver dan Collins, maar is niettemin ‘denderend positief’. Hij noemt statines ‘de nieuwe penicilline’.” En aan het slot wordt dit nog eens in andere vorm herhaald, daar waar de woordvoerder van het Nederlands Huisartsen Genootschap zegt: “Als de dokter het voorschrijft, kun je gerust aannemen dat de noodzaak ruimschoots opweegt tegen de eventuele risico’s.”.

Aan klaagster kan worden toegegeven dat in het artikel de gevaren en risico’s breed worden uitgemeten en dat slechts weinig ruimte wordt gegund aan artsen en andere deskundigen die een ander geluid zouden kunnen laten horen, maar – nog daargelaten dat dat andere geluid ook bij de gebruikers van statines bekend mag worden verondersteld: de hen behandelende artsen zullen statines immers niet lichtvaardig voorschrijven – dat rechtvaardigt op zichzelf niet het verwijt van onzorgvuldig journalistiek handelen. Meijer had een evenwichtiger artikel kunnen schrijven, maar het stond hem geheel vrij te doen wat hij gedaan heeft: het volle licht zetten op de risico’s en gevaren, mits voor hetgeen hij op dat punt naar voren heeft gebracht naar journalistieke, en dus niet wetenschappelijke, maatstaven gemeten voldoende feitelijke grondslag bestond.

Dit laatste is naar het oordeel van de Raad het geval. Klaagster richt haar pijlen in dit verband met name op het als bron hanteren van publicaties van de Amerikaanse cardioloog Langsjoen, wiens studies volgens klaagster niet zouden voldoen aan de daaraan te stellen eisen en die bovendien met betrekking tot het van de markt halen van Baycol halve waarheden zou verkondigen (kwesties overigens die het beoordelingsvermogen van de Raad te boven gaan), maar de in het artikel uitgedragen boodschap berust op meer bronnen dan Langsjoen alleen. Genoemd worden bijvoorbeeld ook a) de in 2002 door een groep Australische cardiologen in de Journal of the American College of Cardiology gedane oproep tot een grootscheeps onderzoek naar het mogelijke verband tussen het gebruik van statines en chronisch hartfalen, waarbij werd opgemerkt dat “oplettende artsen over de hele wereld de kwistig voorgeschreven statines in de verdachtenbank” plaatsen, b) de na het Baycol-incident door een groep artsen en wetenschappers onder aanvoering van de Italiaanse arts en wetenschapper Littarru aan de EU gezonden petitie waarin naar aanleiding van de gemelde statine-gerelateerde sterfgevallen wordt gezegd dat er aanwijzingen zijn “dat wij dokters met de beste bedoelingen een levensbedreigende toestand creëren bij miljoenen patiënten”, c) de Nasa-arts Graveline en d) de epidemiologe Colomb. De klacht moet dus worden afgewezen, hetgeen te meer het geval is indien ook de vervolgpublicaties van 13 en 16 februari 2004, waarin met name Nederlandse deskundigen aan het woord worden gelaten die het bewezen nut van het gebruik van statines benadrukken, in de beoordeling worden betrokken.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het AD Magazine te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 15 juni 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-46