2004/41 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. P.J. van der Wal

tegen

J. Arendz, A. van der Meulen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 1 maart 2004 met één bijlage heeft mr. P.J. van der Wal te Heerenveen (klager) een klacht ingediend tegen J. Arendz, A. van der Meulen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (verweerders). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 maart 2004. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 24 maart 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 april 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 12 februari 2004 heeft de Raad uitspraak gedaan in de zaak van klager tegen J. Arendz, A. van der Meulen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (RvdJ 2004/15). Deze klacht betrof het volgende. Naar aanleiding van een eerdere publicatie in de Leeuwarder Courant heeft klager een ingezonden stuk gestuurd met de titel “Een nieuwe kans voor het megapark” ter plaatsing in de rubriek ‘Te Gast’. Na overleg met klager is op 11 oktober 2003 het nieuwsbericht “Weg vrij voor opsplitsen megapark” in de Leeuwarder Courant gepubliceerd, waarin wordt vermeld: “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.” Met name tegen deze laatste zin heeft klager bezwaar gemaakt.
Naar aanleiding daarvan is in de rubriek ‘Aanvullingen’ het volgende bericht gepubliceerd:
Opdeling Megapark – Heerenveen – Voor de artikelen over de opsplitsing van het megapark in Heerenveen in de krant van zaterdag heeft de redactie gebruik gemaakt van de tips van Pieter Jurjen van der Wal, bekend tegenstander van het megapark.
Vervolgens heeft klager een klacht ingediend welke heeft geleid tot het volgende oordeel van de Raad:
Nu het ingezonden stuk van Van der Wal de basis vormde voor de publicatie, is de zin “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.” strikt genomen onjuist althans onvolledig en jegens hem onzorgvuldig. In het geval waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid daardoor is hersteld. Een ruimhartiger rectificatie zou wellicht niet hebben misstaan. De Raad is evenwel van oordeel dat de berichtgeving in voldoende mate is rechtgezet (vgl. onder meer RvdJ 2002/18 en 2000/28).”

Zoals gebruikelijk heeft de Raad aan verweerders verzocht de uitspraak integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren. Op 19 februari 2004 publiceerde de Leeuwarder Courant een artikel over de uitspraak met de kop “Raad voor de Journalistiek: klacht tegen LC ongegrond”. Dit artikel luidt als volgt:

LEEUWARDEN – De raad voor de Journalistiek (RVJ) heeft een klacht van mr. Pieter van der Wal uit Heerenveen tegen de Leeuwarder Courant ongegrond verklaard. Van der Wal, verklaard tegenstander van het omstreden industriepark bij Heerenveen, tipte de redactie van de LC vorig jaar oktober dat de Europese Unie geen bezwaar had tegen opsplitsing van dat terrein. Hij beklaagde zich er over dat zijn naam niet werd genoemd in de daarop volgende publicatie. Een aanvulling waarin hij nadrukkelijk werd genoemd, vond hij niet voldoende. De RVJ oordeelt dat die aanvulling wel voldoende was.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de uitspraak van de Raad in het artikel 19 februari 2004 op een onevenwichtige en onzorgvuldige wijze is weergegeven. Volgens klager hebben verweerders het geschil onjuist omschreven. Klager heeft namelijk de redactie van de Leeuwarder Courant niet getipt dat de Europese Unie geen bezwaar had tegen de opsplitsing van het industriepark, maar een artikel waarin dit door hem was aangetoond ter publicatie aangeboden. Daarnaast rept het artikel ten onrechte niet over de kern van zijn klacht namelijk de zin: “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant”. Verder is in het artikel geen enkele aandacht besteed aan de motivering van de beslissing van de Raad, aldus klager.

Verweerders stellen dat het bij de Leeuwarder Courant niet gebruikelijk is uitvoerig terug te komen op oordelen van de Raad waarin klachten over de Leeuwarder Courant ongegrond zijn verklaard. Teneinde elke schijn van triomfalisme te voorkomen, wordt volstaan met een summiere vermelding, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft eerder overwogen dat indien een uitspraak niet integraal wordt gepubliceerd maar in samenvatting, deze samenvatting een evenwichtige weergave van de uitspraak moet zijn (vgl. onder meer X tegen De Volkskrant, RvdJ 1996/8 en P.M. Vrijlandt tegen De Gooi-en Eemlander, RvdJ 2001/19).

De in de krant van 19 februari 2004 gegeven samenvatting is weliswaar summier, maar voldoet aan de hiervoor geformuleerde norm. Geheel in overeenstemming met datgene waar de zaak – ontdaan van zijn slechts voor direct betrokkenen zoals klager van belang zijnde details – op neerkomt, wordt immers aan de lezer duidelijk gemaakt dat klager bij de Raad een klacht had ingediend omdat hij in een artikel over het industriepark bij Heerenveen niet als bron was vermeld, welk verzuim naar zijn oordeel in een nadere publicatie onvoldoende was goedgemaakt. Verder is bericht dat de Raad die klacht ongegrond heeft verklaard op grond van zijn oordeel dat die nadere publicatie wel een voldoende rechtzetting vormde.

De Raad komt dan ook tot het oordeel dat er geen grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 mei 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg , secretaris.

Uitspraak 2004-41