2004/38 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. J. van der Steenhoven

tegen

M. Kat

Bij brief van 2 februari 2004 met zes bijlagen heeft mr. G.J. Kemper, advocaat te Amsterdam, namens mr. J. van der Steenhoven (klager) een klacht ingediend tegen M. Kat (verweerder). Bij brief van 4 maart 2004 heeft klager nog een bijlage overgelegd. Verweerder heeft niet inhoudelijk op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 maart 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 22 november 2003 is op www.klokkenluideronline.nl een artikel van de hand van Kat verschenen onder de kop “De opkomst en ondergang van Till Kolle”, over het vertrek van advocaat Kolle bij het advocatenkantoor Kennedy & Van der Laan. Klager, oud-compagnon van Kolle op hun kantoor Van der Steenhoven Kolle, wordt in het artikel geciteerd. Het artikel is in december 2003, in enigszins gewijzigde vorm, ook verschenen in Quote.

Voorafgaand aan de publicatie heeft klager in een brief van 25 augustus 2003, geadresseerd aan de redactie van het Advocatenblad ter attentie van verweerder, onder meer aan verweerder geschreven:
Wij hebben afgesproken dat u mij uw tekst, voor zover de periode dat hij bij ons werkte c.q. vertrok aan de orde komt, vooraf zou voorleggen en deze niet zou publiceren, indien deze niet mijn instemming zou hebben. Indien u inderdaad iets wilt publiceren, zie ik daarom graag vooraf tijdig de concept tekst tegemoet.

Bij e-mail van 2 september 2003 heeft verweerder zijn concepttekst aan klager gestuurd onder de begeleidende woorden “zoals afgesproken”.

In zijn reactie van 3 september 2003, wederom geadresseerd aan de redactie van het Advocatenblad ter attentie van verweerder, heeft klager verweerder onder meer bericht:
Allereerst valt mij op, dat het artikel een hoog Story/Quote gehalte heeft en met weinig feiten komt. (...) Ter vermijding van misverstanden wijs ik u erop dat ons kantoor niet meewerkt aan artikelen, of (her)plaatsing van dit artikel door u als journalist voor andere uitgaven. (...)
Voor de rest wil ik dat u, voor zover u mij citeert, het citaat stopt na de passage dat hij zich niet houdt aan de afspraken die gemaakt waren binnen de maatschap. De rest is wat ons betreft niet relevant en gaat bovendien ten dele over Kennedy en niet over Kolle.

Verder heeft klager in zijn brief verzocht de naam van een van zijn cliënten te schrappen en heeft hij verweerder op een aantal onjuistheden in de concepttekst gewezen.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Allereerst schetst klager zijn contacten met verweerder voorafgaand aan de publicaties. Verweerder heeft in augustus 2003 telefonisch contact met hem gezocht en daarbij aan klagers secretaresse meegedeeld werkzaam te zijn voor het Advocatenblad. Kort daarop is het contact daadwerkelijk tot stand gekomen, waarbij verweerder meedeelde dat hij op zoek was naar achtergrondinformatie over Kolle en bevestigde dat het een artikel in het Advocatenblad betrof. Zij spraken af dat verweerder het conceptartikel vooraf aan klager zou voorleggen en dat geschrapt zou worden wat achteraf niet de instemming van klager zou hebben. Klager heeft die afspraak in zijn brief van 25 augustus 2003 bevestigd. Op 2 september 2003 heeft verweerder volgens afspraak zijn concepttekst aan klager toegestuurd. Daarop heeft klager op 3 september per e-mail en per brief gereageerd.
In de uiteindelijke publicaties komt nog steeds de naam van een van klagers cliënten voor. Voorts is het volledige citaat afgedrukt waarvan klager kenbaar had gemaakt dat het gedeeltelijk geschrapt zou moeten worden. Bovendien is, in vergelijking met het concept, nog de volgende tekst toegevoegd: “Op de vraag of Van der Steenhoven Kolle ‘een gevaar acht voor de advocatuur’ is het even stil. Dan zegt hij: ‘Ik zal dat tegenover u niet ontkennen.’
Klager stelt dat verweerder zich ten onrechte heeft voorgedaan als medewerker van het Advocatenblad, althans zonder toestemming van klager het artikel elders heeft gepubliceerd. Klager wijst erop dat het voor hem van belang was te weten dat het een voorgenomen publicatie in het Advocatenblad betrof. Dat is een vaktijdschrift waarin zakelijke informatie centraal staat. Klager achtte zich daarom redelijk vrij iets van de achtergronden van het vertrek van Kolle bij zijn kantoor te bespreken. Hij mocht erop rekenen dat zijn informatie alleen als achtergrondschets zou worden gebruikt en dat die informatie geen eigen rol in het artikel zou gaan krijgen. Daarnaast mocht hij erop rekenen dat de zakelijke samenvatting van zijn mededelingen niet buiten de kring van geïnteresseerde vakgenoten zou terechtkomen, aldus klager.
Verder stelt hij dat verweerder in strijd met de gemaakte afspraken niet de passages heeft geschrapt waartegen hij bezwaar had en bovendien een passage heeft toegevoegd zonder die eerst aan hem te hebben voorgelegd. Overigens zou klager die toegevoegde passage, die naar zijn mening een onnodig grievend waardeoordeel bevat, zeker hebben geschrapt als verweerder die wel vooraf aan hem had voorgelegd. Klager ontkent dat hij zich in die zin over zijn voormalig compagnon heeft uitgelaten. Volgens hem bestond er ook aan de kant van verweerder geen twijfel over dat de materie gevoelig was en dat afstemming met de bron vereist was om te vermijden dat enig misverstand zou kunnen voortwoekeren. Nu er een afspraak was gemaakt om de tekst voor te leggen en bovendien was afgesproken dat klager een volledige vrijheid van correctie zou hebben is het verwijt ter zake aan verweerder des te meer gerechtvaardigd.
Klager betoogt dat ten gevolge van verweerders handelwijze geen recht is gedaan aan de verhouding tussen Kolle en klager, Kolle zich begrijpelijk gegriefd voelt, en klager ten onrechte wordt gediskwalificeerd als zijnde rancuneus.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit de door klager overgelegde stukken blijkt genoegzaam dat partijen hebben afgesproken dat de concepttekst vooraf aan klager zou worden voorgelegd en dat hij daarbij de gelegenheid had om passages te schrappen die zijn instemming niet hadden. Voorts heeft klager voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder heeft aangegeven voornemens te zijn het artikel (enkel) in het Advocatenblad te publiceren. Klager heeft in zijn brief van 25 augustus 2003 verweerder er duidelijk op gewezen niet in te stemmen met publicatie in een ander medium dan het Advocatenblad.

Verweerder heeft de met klager gemaakte afspraken over het publicatiemedium, inzage van de concepttekst en correctie van die tekst geschonden. Aldus heeft klager jegens verweerder onzorgvuldig gehandeld. Bijzondere omstandigheden die de handelwijze van verweerder zouden kunnen rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken (vgl. onder meer Raes tegen Trouw, RvdJ 2002/2).

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op www.klokkenluideronline.nl te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. E.J.M. Lamers, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-38