2004/36 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.I. Amzand

tegen

M. van Engelen en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 23 december 2003 met drie bijlagen heeft W.I. Amzand te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen M. van Engelen en de hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). Hierop heeft M. van Engelen geantwoord in een brief van 27 januari 2004. Hij heeft daarbij gevoegd een begeleidend schrijven van P. van der Klugt, adjunct-hoofdredacteur, van 29 januari 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 februari 2004 in aanwezigheid van klager en Van Engelen.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 9 november 2001 is in Het Parool een artikel van de hand van Van Engelen verschenen onder de kop “’Amzand vervalst PvdA-lijst Zuidoost’”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Het afdelingsbestuur van de PvdA in Amsterdam-Zuidoost stelt de ledenvergadering uit waarop de lijsttrekker wordt gekozen. Het verdenkt kandidaat-lijsttrekker Wesley Amzand ervan onder valse vlag extra leden te hebben geronseld die de stemming moeten beïnvloeden
Dat zegt bestuurslid Piet Wester. “Er staan nu mensen op de ledenlijst die zelf niet eens weten dat ze lid zijn. De lijst bevat onjuiste adressen en ongeldige gironummers. Deze ledenwerving is een schandalige zaak. Zuidoost mag geen bananenrepubliek worden.”
Het bestuur laat een onderzoek instellen naar de plotselinge toename van het aantal leden: de laatste maanden van ongeveer vierhonderd naar 650. Volgens Amzand, ambtenaar op het stadsdeelkantoor van Zuidoost, vormen de nieuwe leden merendeels een netwerkje van ‘vrienden, familieleden en kennissen’ rondom hem.

en
Volgens Amzand is het ‘pure onzin’ dat de nieuwe leden vals zouden zijn. “Een groot aantal mensen heeft zich zelfs persoonlijk vervoegd naar het partijbureau aan de Herengracht. Waarom zouden zij valse adressen of gironummers hebben opgegeven?”
Amzand is voorstander van onderzoek naar de ledentoename. (...) Volgens Amzand probeert hij alleen maar ‘mensen te betrekken bij de politiek’.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de berichtgeving – en met name de kop van het artikel – tendentieus en onjuist is, omdat hij geen enkele lijst heeft vervalst. Wester heeft destijds tegenover hem ontkend dat hij zich heeft uitgelaten in de bewoordingen als in het artikel vervat. Klager wijst op het rapport Tan-Jurgens, dat de resultaten bevat van het onderzoek dat het afdelingsbestuur van de PvdA in deze kwestie heeft verricht. In dat rapport is onder meer vermeld dat “In dit geval een journalist van Het Parool een van de leden van het afdelingsbestuur de term “vervalsen” in de mond (heeft) gelegd.
Volgens klager heeft Van Engelen klakkeloos bepaalde uitlatingen van personen overgenomen, zonder die uitlatingen verder te onderzoeken of te verifiëren. Bovendien heeft Van Engelen zich niet gehouden aan het beginsel van hoor en wederhoor, aldus klager.
Op de ter zitting gestelde vraag waarom hij eerst nu zijn klacht heeft ingediend antwoordt klager dat hij Van Engelen meerdere keren heeft gezegd dat het artikel hem stoorde. Er heeft nooit rectificatie plaatsgevonden en hij ondervindt nog steeds hinder van het artikel.

Verweerders stellen voorop dat het hen heeft verbaasd dat klager de onderhavige klacht heeft ingediend ruim twee jaar na publicatie. Sinds het artikel van 9 november 2001 heeft Van Engelen contact gehouden met klager en heeft hij klager nog een keer uitgebreid geïnterviewd zonder dat deze liet doorschemeren een klacht te willen indienen. Dat interview is door klager geautoriseerd en op 15 januari 2002 gepubliceerd onder de kop “Wesley Amzand blijft overtuigd van zijn gelijk”. Van der Klugt meent dat het ‘delict’, voor zover al begaan, inmiddels is verjaard.
Los daarvan is van enige onzorgvuldigheid geen sprake, aldus verweerders. Klager komt zowel in het gewraakte artikel als in het interview aan het woord. Bovendien heeft Van Engelen ongeveer tien artikelen geschreven over de snelle ledenaanwas van de PvdA in Zuidoost en heeft hij de zaak tot in detail uitgezocht.
De kop boven het gewraakte artikel is een citaat. Van Engelen heeft naast Wester, die in het artikel wordt geciteerd, ook andere bestuursleden gesproken die de verdenking bevestigden, waaronder vice-voorzitter Veenhuizen. Van Engelen kan zich niet voorstellen dat Wester en Veenhuizen hun citaten bestrijden. Zij hebben ook nooit bezwaar gemaakt tegen de publicatie. Ook na 9 november 2001 heeft Wester nog brieven naar Het Parool gestuurd die zijn gepubliceerd. Daarin omschrijft hij het handelen van klager als ‘onbehoorlijke praktijk’ en ‘oneigenlijke manier’ van stemmen werven. Van Engelen wijst erop dat ook de onderzoekscommissie van de PvdA heeft geconcludeerd dat sprake was van ‘oneigenlijke praktijken’ en dat ook klager in het interview toegeeft dat er dingen fout zijn gegaan.
Volgens Van Engelen is de hamvraag of sprake is van ‘vervalsen’. Dat woord heeft Wester niet letterlijk in de mond genomen, hetgeen blijkt uit het artikel. Dat heeft Van Engelen ook nooit beweerd. De kop is wellicht scherp, maar geeft weer wat Wester heeft bedoeld en wordt derhalve gedekt door de inhoud van het stuk, aldus Van Engelen.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Wat betreft de opgeworpen vraag omtrent de ontvankelijkheid van klager overweegt de Raad dat zijn Reglement geen termijn kent, waarbinnen een klacht op straffe van niet-ontvankelijkheid moet zijn ingediend. Het is niet aan de Raad bij wijze van algemene regel zodanige termijn te stellen.
Soms kan in verband met tijdsverloop het ingevolge artikel 2 lid 2 onder d van het Reglement vereiste rechtstreeks belang van een klager bij een oordeel van de Raad zijn komen te ontbreken of belemmert tijdsverloop een juiste beoordeling van de klacht. In beide gevallen blijft een oordeel over de klacht achterwege.
Van die situatie is hier geen sprake. Enerzijds is niet gebleken dat verweerders in enig opzicht door het tijdsverloop zijn bemoeilijkt in hun verweer. Anderzijds bestaat geen grond om te concluderen dat klager geen belang meer heeft bij een oordeel van de Raad (vgl. onder meer: Ruyssenaars en Honkoop tegen Biesemaat e.a., RvdJ 2002/44).

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat in de kop van het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat een bron letterlijk zou hebben gezegd dat klager de PvdA-ledenlijst van Amsterdam Zuidoost heeft ‘vervalst’. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Van Engelen heeft erkend dat geen sprake is van een letterlijk citaat. Aangezien de kop naar het oordeel van de Raad wordt gedekt door de hierboven weergegeven passage waarin wordt vermeld dat het afdelingsbestuur van de PvdA klager ervan verdenkt ‘onder valse vlag extra leden te hebben geronseld die de stemming moeten beïnvloeden’ en waarin Wester vervolgens aan het woord wordt gelaten, hebben verweerders geen grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Bovendien is klagers reactie daarop in het artikel verwerkt en blijkt daaruit voldoende duidelijk dat hij de aantijgingen aan zijn adres ontkent.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A. Herstel en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-36