2004/35 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.I. Amzand

tegen

S. Nourhussen en de hoofdredacteur van Contrast

Bij brief van 16 december 2003 met drie bijlagen heeft W.I. Amzand te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen S. Nourhussen en de hoofdredacteur van Contrast (verweerders). Hierop heeft mr. Ch.E. Koster, advocaat te Amsterdam, namens Nourhussen geantwoord bij brief van 30 januari 2004 met 24 bijlagen. Bovendien heeft mr. Koster namens Stichting Forum te Utrecht, die tijdens de publicatie van het gewraakte artikel uitgeefster was van Contrast, op de klacht gereageerd in een brief van 30 januari 2004 met 24 bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 februari 2004 in aanwezigheid van klager. Aan de zijde van verweerders waren daar mr. Koster en S. Huismans (Stichting Forum) aanwezig.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen overwegende bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 8 november 2001 is in Contrast een artikel van de hand van Nourhussen verschenen onder de kop “Machtsstrijd in de Bijlmer”, waarvan de intro luidt:
Stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Zuidoost, ‘burgemeester’ Hannah Belliot, houdt er na vier jaar mee op. Elvira Sweet is de beoogde opvolger. Maar Wesley Amzand heeft zich onverwachts als tegenkandidaat opgeworpen.
Het artikel bevat een profiel van Sweet en van klager. In het artikel worden diverse personen aan het woord gelaten, waaronder een anonieme bron die over klager zegt:
Over Amzand heeft de anonieme bron al helemaal geen goed gevoel. ‘Hij zou zich inzetten voor de positie van de zwarte bevolking, maar heeft als ambtenaar niets gedaan. Hij heeft zelfs misbruik gemaakt van zijn positie door alleen subsidies te verstrekken aan stichtingen die hem zouden steunen in zijn strijd om het voorzitterschap. Ik heb zelfs gehoord dat hij nu de contributiegelden heeft betaald van de leden die hij geronseld heeft.

Vervolgens is op 15 november 2001 in Contrast onder de kop “Rectificatie” de volgende tekst gepubliceerd:
In het artikel Machtsstrijd in de Bijlmer (Contrast 34 van 8 november 2001) wordt Wesley Amzand ervan beschuldigd dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie door alleen subsidies te verstrekken aan stichtingen die hem steunen in zijn strijd om het stadsdeelraad voorzitterschap in Amsterdam Zuidoost. Ook wordt over Amzand gezegd dat hij de contributie heeft betaald van nieuwe PvdA-leden die op hem zullen stemmen bij de verkiezingen voor het komende voorzitterschap van Zuidoost. Contrast heeft geen bewijzen kunnen vinden die deze uitspraken ondersteunen en heeft met de publicatie zodoende onzorgvuldig gehandeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel van 8 november 2001 diverse onjuistheden bevat. Het artikel, dat door andere kranten klakkeloos is overgenomen, heeft zijn maatschappelijke carrière geschaad en hij is door de publicatie in zijn eer en goede naam aangetast, aldus klager.
Volgens klager zijn verweerders zeer onzorgvuldig te werk gegaan door ongefundeerde uitlatingen van een anonieme bron te publiceren zonder enige onderbouwing. Verweerders hadden feitenonderzoek moeten verrichten dan wel de uitlatingen moeten verifiëren alvorens tot publicatie over te gaan, maar dat hebben zij nagelaten. Bovendien hebben verweerders verzuimd wederhoor toe te passen en hebben zij het principe geschonden dat informatie op twee bronnen gebaseerd moet zijn.
Nadat klager rectificatie had geëist hebben verweerders hem een tekstvoorstel gestuurd en heeft rectificatie plaatsgevonden, maar het leed was al geschied, aldus klager.
Op de ter zitting gestelde vraag waarom hij eerst nu zijn klacht heeft ingediend, antwoordt klager dat het hem gaandeweg duidelijk is geworden dat hij door het artikel is beschadigd en dat hij daar nog steeds hinder van ondervindt.

Verweerders stellen dat klager geen belang heeft bij zijn klacht, nu het onderhavige artikel ruim twee jaar geleden is gepubliceerd en Contrast dat artikel bovendien – in overleg met Nourhussen en klager – één week later heeft gerectificeerd.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Wat betreft de opgeworpen vraag omtrent de ontvankelijkheid van klager overweegt de Raad dat zijn Reglement geen termijn kent, waarbinnen een klacht op straffe van niet-ontvankelijkheid moet zijn ingediend. Het is niet aan de Raad bij wijze van algemene regel zodanige termijn te stellen.
Soms kan in verband met tijdsverloop het ingevolge artikel 2 lid 2 onder d van het Reglement vereiste rechtstreeks belang van een klager bij een oordeel van de Raad zijn komen te ontbreken of belemmert tijdsverloop een juiste beoordeling van de klacht. In beide gevallen blijft een oordeel over de klacht achterwege.

Naar het oordeel van de Raad doet eerstgenoemde situatie zich hier voor. De publicatie van 8 november 2001 is reeds op 15 november 2001 in overleg met klager in Contrast gerectificeerd. Bovendien heeft klager desgevraagd ter zitting meegedeeld dat hij met zijn klacht beoogt meer in het algemeen belang het journalistiek handelen van verweerders aan de kaak te stellen, opdat verweerders zich in de toekomst jegens derden zullen onthouden van onzorgvuldig handelen.
Aldus moet worden geconcludeerd dat klager geen rechtstreeks belang meer heeft bij een oordeel van de Raad (vgl. onder meer: Ruyssenaars en Honkoop tegen Biesemaat e.a., RvdJ 2002/44).

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door de Raad op 25 mei 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A. Herstel en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-35