2004/33 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

C. Neefjes en de hoofdredacteur van De Stentor

Bij brief van 20 januari 2004 met één bijlage heeft X (klaagster) een klacht ingediend tegen C. Neefjes en de hoofdredacteur van De Stentor (verweerders). Hierop heeft A. Engbers, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 13 februari 2004 met als bijlage het verweerschrift van Neefjes d.d. 9 februari 2004. Op 17 februari 2004 heeft klaagster haar klacht nader toegelicht. Ten slotte heeft Engbers hierop gerepliceerd bij brief van 19 februari 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 maart 2004 in aanwezigheid van klaagster. Aan de zijde van verweerders zijn Neefjes en F. Bloemendaal, chef redactie GPD, verschenen.

DE FEITEN

Op 8 januari 2004 is in De Stentor een artikel over de sollicitatieplicht van bijstandsmoeders verschenen onder de kop “Zorgen voor mijn dochter is ook werk”. Dit artikel bevat onder de kopjes “Gestoorde Vent” en “Studie Duits” de volgende passages:
X (leeftijd) uit (woonplaats) vindt dat ze buiten haar schuld om bijstandsmoeder is. Toen zij zwanger was van haar nu driejarige dochter, werd ze in de steek gelaten door haar vriend. ‘Het was gewoon een gestoorde vent, maar ik heb dat niet op tijd gezien, ik was blind van verliefdheid. Midden in de winter ben ik in mijn eentje bevallen in een oude caravan. Hij heeft mijn dochter niet erkend. Die man moest zo nodig een kind maken, maar nam geen enkele verantwoordelijkheid. Hij zou een eigen bedrijf oprichten en ons onderhouden. Nu ben ik aangewezen op een bijstandsuitkering en moet de maatschappij voor ons dokken’.
en:
Voorlopig voelt X weinig voor een betaalde baan buitenshuis. ‘Ik heb geen man, geen familie, geen sociaal netwerk. Ik zorg echt in mijn eentje voor mijn dochtertje van drie. Dat is ook werk’. Ze probeert al jaren een vergoeding voor een studie Duits te krijgen, om over een paar jaar als docent voor de klas te kunnen staan. Er is op dit moment een groot tekort aan leraren Duits. ‘Maar voor de sociale dienst was ik tot 1 januari een ‘fase 4-geval’: een moeder met kind onder de vijf jaar zonder sollicitatieplicht. Bij het loket luidde het antwoord dus steevast: ‘Voor u doen we niets, mevrouw’’.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij via het Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand (LSVeB) is benaderd door een journaliste van de geassocieerde persdienst om mee te werken aan een artikel over de sollicitatieplicht. Op 6 januari 2004 is klaagster telefonisch geïnterviewd door Neefjes. Tijdens dit interview heeft klaagster, mede naar aanleiding van kritische vragen van Neefjes, details verteld over haar verleden en haar privé-leven. Klaagster ging ervan uit dat deze details niet zouden worden opgenomen in het artikel aangezien dit uitsluitend over de sollicitatieplicht zou gaan. Klaagster kreeg, ondanks haar verzoek daartoe, geen inzage in het artikel voorafgaand aan de publicatie. Bij publicatie bleek dat het artikel grotendeels het privé-leven van klaagster betrof in plaats van de mening van klaagster over de sollicitatieplicht. Onder het kopje ‘Gestoorde Vent’ zijn naam, achternaam en woonplaats van klaagster vermeld. Klaagster betoogt dat zij en haar kind door de vermelding van haar personalia ernstig in gevaar zijn gebracht. Het feit dat Neefjes wist dat klaagster in het verleden was mishandeld door haar vriend maakt de handelswijze van Neefjes des te kwalijker, aldus klaagster. Daarnaast stelt klaagster dat zij door Neefjes verkeerd is geciteerd.

Neefjes stelt dat het gewraakte artikel gaat over de Wet Werk en Bijstand die alleenstaande moeders met jonge kinderen per 1 januari 2004 verplicht om werk te zoeken. Om meer te weten te komen over de gevolgen van deze wet, heeft zij op 2 januari 2004 contact opgenomen met het LSVeB. Van de voorlichter van deze organisatie heeft Neefjes naam en telefoonnummer van klaagster gekregen. Klaagster had aan de LSVeB laten weten mee te willen werken aan het artikel. Op 6 januari 2004 heeft Neefjes een telefonisch interview gehouden met klaagster. Volgens Neefjes was het niet mogelijk klaagster het artikel vooraf te laten lezen aangezien er meerdere vrouwen geïnterviewd zouden worden en de tijd ontbrak het artikel aan alle geïnterviewden te laten lezen. Klaagster heeft volgens Neefjes tijdens dit interview verteld over de persoonlijke omstandigheden die in het verhaal zijn verwerkt. Deze omstandigheden zijn relevant omdat ze verklaren waarom klaagster in de omstandigheden is komen te verkeren waarin ze zich nu bevindt, aldus Neefjes. Op geen enkel moment heeft klaagster laten weten dat ze haar persoonlijke gegevens niet gepubliceerd wilde hebben. Evenmin heeft zij verzocht haar bijdrage te anonimiseren. Neefjes is van mening dat haar niet verweten kan worden dat zij de gegevens die klaagster tijdens het interview heeft verstrekt ook daadwerkelijk heeft gebruikt in haar artikel. Indien klaagster delen van haar uitspraken buiten het verhaal had willen houden, had zij hierover afspraken moeten maken, aldus Neefjes.

Engbers stelt dat op geen enkele manier te voorzien is geweest dat het gebruik van de plaatsnaam (woonplaats) voor klaagster onwelgevallig zou zijn. Engbers kent Neefjes als een betrouwbare GPD-collega, die zorgvuldig met haar bronnen omgaat. Het door haar geschreven verhaal gaf geen enkele aanleiding om daar anders over te denken. De Stentor is als krant op geen enkele wijze onzorgvuldig geweest, aldus Engbers.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft met name het vermelden van klaagsters voornaam, achternaam en woonplaats daar waar zij zich in negatieve zin (“gewoon een gestoorde vent”) uitlaat over haar ex-vriend. Naar het oordeel van de Raad hadden verweerders moeten begrijpen dat het belang van klaagster, gegeven de wijze waarop zij zich in de hiervoor vermelde citaten over haar ex-vriend uitlaat, meebracht dat zij in het artikel niet zou worden aangeduid op een wijze waardoor die door haar als ‘gestoord’ gebrandmerkte ex-vriend haar gemakkelijk op het spoor zou kunnen komen. Dat is echter wel gebeurd. Zonder dat daartoe enige journalistieke noodzaak bestond, want zonder dat daardoor ook maar de minste afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud, opzet of nieuwswaarde van het artikel hadden verweerders bijvoorbeeld de vermelding van klaagsters woonplaats achterwege kunnen laten. Dit geldt te meer nu klaagster, wier verzoek om het op haar betrekking hebbende deel van het artikel voor publicatie te mogen inzien niet gehonoreerd is, bij het interview heeft gezegd door haar ex-vriend te zijn mishandeld.
Door zonder toestemming van klaagster over te gaan tot plaatsing van het artikel met vermelding van haar volledige naam en woonplaats, hebben verweerders grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De klacht is derhalve op dit punt gegrond. De hoofdredacteur van De Stentor is (mede) voor de publicatie verantwoordelijk, zodat het verwijt ook hem treft.

Het tweede onderdeel van de klacht betreft de inhoud van het artikel. Volgens klaagster bevat de aangevallen publicatie te veel details over haar privé-leven en ontbreekt haar mening over de sollicitatieplicht. Hiermee zouden verweerders onzorgvuldig gehandeld hebben. Van onzorgvuldige journalistiek kan sprake zijn, indien citaten van een geïnterviewde worden gebruikt in een andere context dan die geïnterviewde mocht verwachten op grond van hetgeen hem door de interviewer is meegedeeld: de geïnterviewde moet geïnformeerd kunnen beslissen of hij aan een bepaald soort publicatie wil meewerken (vgl. onder meer Top tegen Margriet, RvdJ 2003/46). Hiervan is naar oordeel van de Raad geen sprake. De citaten van klaagster worden gebruikt in een context die klaagster, mede gelet op het onderwerp van de publicatie, mocht verwachten. Dit brengt mee dat de klacht op dat punt ongegrond is.

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het publiceren van voornaam, achternaam en woonplaats van klaagster. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Stentor te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 april 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. mr. V. Keur en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-33