2004/31 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

prof. dr. R. Veenhoven

tegen

C. van de Wetering, E. de Vos en de hoofdredacteur van Intermediair

Bij brief van 5 januari 2004 heeft prof. dr. R. Veenhoven te Rotterdam (klager) een klacht ingediend tegen C. van de Wetering, E. de Vos en de hoofdredacteur van Intermediair (verweerders). Op 15 januari 2004 heeft klager een bij zijn klacht behorende bijlage gestuurd. Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 3 februari 2004.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 maart 2004 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Klager is deskundige op het gebied van menselijk geluk en is door Van de Wetering geïnterviewd over dat onderwerp. Op 28 december 2003 is in Intermediair een interview met klager verschenen onder de kop “Je hoeft niet te werken om gelukkig te zijn”. De intro van het interview luidt als volgt:
Volgens sommigen is geluk een staat van genade die je, als je flink boft, toevalt. De Rotterdamse geluksprofessor Ruut Veenhoven gelooft dat geluk domweg maakbaar is, al of niet met hulp van een psychotherapeut. Je kunt immers je eigen leven kiezen, zo is zijn visie.

Klager heeft de tekst van het interview vóór publicatie gelezen en heeft enkele feitelijke onjuistheden gecorrigeerd. Over één voorgestelde wijziging in de tekst hebben partijen geen overeenstemming bereikt. Het betreft het woord ‘domweg’ in de intro. Ondanks bezwaren van klager is dit woord in de intro van het interview blijven staan.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij als voorwaarde voor zijn medewerking aan het interview heeft gesteld dat hij de tekst van het interview vóór publicatie te zien zou krijgen en dat onjuistheden daarin gecorrigeerd zouden worden. Nadat klager de tekst voorafgaande aan de publicatie ter inzage had gekregen, zijn er in overleg enkele correcties aangebracht. Klager heeft vervolgens verzocht het woord ‘domweg’ te vervangen door ‘redelijk’. Verweerders zijn niet op dit verzoek ingegaan. Volgens klager is het gebruik van het woord ‘domweg’ evident onjuist. Geluk is volgens klager evenmin domweg maakbaar als kanker volstrekt geneesbaar is. Voorts betoogt klager dat hij nooit gezegd heeft dat geluk domweg maakbaar is. Deze mening spreekt volgens klager ook niet uit het interview als geheel. Klager maakt verder bezwaar tegen het feit dat verweerders de afspraken over de correctie van onjuistheden niet zijn nagekomen. Volgens klager hebben verweerders hem willens en wetens een foute uitspraak in de mond gelegd. Hierdoor is zijn reputatie als wetenschapper en zijn vertrouwen in de journalistiek geschaad, aldus klager.

Verweerders stellen dat de zin waarin het woord ‘domweg’ voorkomt geen letterlijk citaat is maar een bondige samenvatting van het artikel en hun eigen weergave van Veenhovens zienswijze op het menselijk geluk. Er is dan ook geen sprake van het in de mond leggen van een uitspraak, aldus verweerders. Verweerders wijzen er verder op dat klager is toegezegd dat hij de citaten in het interview mocht lezen op feitelijke onjuistheden. Dit impliceert volgens verweerders niet dat klager kan voorschrijven welke woorden wel en niet mogen worden gebruikt. Deze woordkeuze valt binnen de journalistieke vrijheid van meningsuiting, tenzij het gaat om een letterlijk citaat of een onjuiste weergave van de feiten. Het door klager voorgestelde alternatief – het woord ‘redelijk’ in plaats van ‘domweg’ – is niet geschikt voor een intro, dat als doel heeft de lezer het verhaal in te trekken. Volgens verweerders bevat de bewuste zin geen onjuiste mededeling of ‘foute uitspraak’ en ook is er geen sprake van overdrijving. Het woord ‘domweg’ is gebruikt in de betekenis van ‘gewoonweg’, een betekenis die ook Het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal Van Dale geeft. Volgens verweerders leest klager ‘domweg’ als ‘volstrekt’, hetgeen foutief is en ook in strijd met de rest van de intro. De woordkeuze bevat geen negatieve kwalificaties en kan dan ook geen schade berokkenen aan de reputatie van klager. Tot slot wijzen verweerders erop dat zij klager hebben aangeboden zijn bezwaar in een ingezonden brief kenbaar te maken. Hiervan heeft klager geen gebruik gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht betreft het gebruik van het woord ‘domweg’ in de intro van het artikel “Je hoeft niet te werken om gelukkig te zijn”. Verweerders hebben het artikel “Je hoeft niet te werken om gelukkig te zijn” voorafgaand aan publicatie aan klager voorgelegd teneinde hem - zoals afgesproken - in staat te stellen eventuele onjuistheden te corrigeren. Anders dan klager meent, valt het gebruik van het woord ‘domweg’ in de intro, waarin Van de Wetering in zeer grote lijnen de volgens hem uit het interview blijkende visie van klager heeft samengevat, niet als een onjuistheid aan te merken.

Verweerders wijzen er terecht op dat klager aan het slot van het artikel onder meer als volgt wordt geciteerd: “Je hoeft niet per se te werken om gelukkig te zijn. Je moet, om het typisch Nederlands uit te drukken: gewoon lekker bezig zijn.” Dat, volgens de intro, geluk in de visie van klager “domweg maakbaar is”, stemt weliswaar niet volstrekt met dat citaat overeen. Dat is echter - in aanmerking genomen dat ‘domweg’ ook een synoniem is van ‘gewoonweg’ - onvoldoende om te kunnen leiden tot het oordeel dat verweerders hier grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Intermediair te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 april 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. mr. V. Keur en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2004-31