2004/29 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Politieke Vereniging “Jonge Fortuynisten”

tegen

de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Bij brief van 28 december 2003 met drie bijlagen heeft A. van Hattem namens de Politieke Vereniging “Jonge Fortuynisten” te Rotterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (verweerder). Voorts heeft Van Hattem bij schrijven van 19 januari 2004 nog drie bijlagen overgelegd. J. Eijsvoogel, adjunct-hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 21 januari 2004 met een bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 februari 2004. Namens klaagster waren daar W.M.B. Wijnmaalen, voorzitter van klaagster, W. Tuinema, voorzitter Jonge Fortuynisten afdeling Gelderland, en C. Aarts, voorzitter Jonge Fortuynisten afdeling Utrecht, aanwezig. Verweerder is niet verschenen.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben de vertegenwoordigers van klaagster desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 10 december 2003 is in NRC Handelsblad een foto van Rien Zilvold verschenen, voorzien van de kop “Jonge Fortuynisten tegen gratie RAF-lid”. Op de voorgrond is duidelijk een kaalgeschoren man te zien, gekleed in een Lonsdale-jack met daarop een Keltisch kruis, met naast hem een kaalgeschoren man, die de Nederlandse vlag draagt. Het onderschrift bij de foto luidt:
De Jonge Fortuynisten, de officiële jongerenorganisatie van de LPF, hebben gisteravond een petitie aangeboden aan de Duitse ambassade in Den Haag. Daarin protesteren zij tegen de aanstaande gratieverlening in Duitsland voor RAF-terrorist Rolf Clemens Wagner. Volgens de jongeren van de LPF is de gratie een vrijbrief voor andere terroristen, waarbij zij nadrukkelijk verwijzen naar Volkert van der G., die in mei 2002 Pim Fortuyn neerschoot.

In een e-mailbericht van 11 december 2003 heeft klaagster op de publicatie gereageerd en de redactie van NRC Handelsblad verzocht die reactie als ingezonden brief te publiceren en een rectificatie te plaatsen. Bij brief van 17 december 2003 heeft klaagster de redactie een herinnering gestuurd en opnieuw rectificatie verzocht.

Op 20 januari 2004 is de reactie van klaagster, enigszins gewijzigd, in NRC Handelsblad geplaatst.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat op de foto een persoon is te zien met een skinheadachtig voorkomen en een white-powerteken op de mouw. Het is juist dat een aantal van deze personen meeliep met de demonstratie. Aangezien het een open demonstratie was, konden die personen niet worden geweerd. Het moet echter voor de journalist duidelijk zijn geweest wie er namens klaagster aan de demonstratie deelnamen, en dat zijn niet de in beeld gebrachte personen, aldus klaagster.
Ter zitting heeft Wijnmaalen daaraan toegevoegd dat voorafgaand aan de demonstratie een reglement was opgesteld. Daarin was bepaald dat het deelnemers aan de demonstratie niet was toegestaan zich te kleden in zogeheten ‘bomberjacks’ en de Nederlandse vlag te dragen, juist omdat de organisatie niet het soort mensen wilde aantrekken dat op de foto is te zien. De deelnemers aan de demonstratie hebben zich verzameld voor de Duitse ambassade. Daar is een toespraak gehouden en is een vlag met de beeltenis van Pim Fortuyn opgehangen. Alle leden van klaagster hadden een geel ‘key-koord’ om met daarop ‘JF’. Ter plaatse heeft de organisatie bekers met kaarsjes uitgedeeld. Fotograaf Zilvold is gedurende de hele demonstratie aanwezig geweest en heeft ook contact gehad met de organisatie van de demonstratie. Mensen die zich ter plekke wilden aansluiten bij de demonstratie waren welkom als zij voldeden aan de bepalingen uit het reglement. In dat geval ontvingen ook zij een ‘key-koord’ en een beker met kaarsje. De personen die op voorgrond van de foto te zien zijn, hebben zich achter de optocht aangesloten.
Klaagster betoogt dat zij door de combinatie van foto en tekst ten onrechte is geassocieerd met skinheads c.q. neonazi’s. Ten slotte wijst zij erop dat haar ingezonden brief pas na anderhalve maand is gepubliceerd, en wel nadat zij de onderhavige klacht bij de Raad had ingediend. De publicatie van haar brief is echter geen rectificatie en biedt dan ook geen genoegdoening voor het onzorgvuldig handelen van verweerder.

Verweerder wijst erop dat het een openbare demonstratie betrof, die openstond voor deelname van sympathisanten en anderen. In haar ingezonden brief schrijft klaagster zelf dat de jongen met het kale hoofd en het Lonsdale-jack ‘hoorde bij een groepje Haagse jongeren dat zich aansloot bij de demonstratie’. Die jongen maakte dus deel uit van de demonstratie. Plaatsing van foto, kop en onderschrift was derhalve niet onjuist en voor rectificatie bestaat geen grond, aldus verweerder. Hij meent dat een fotograaf in dit soort gevallen niet aan demonstranten behoeft te vragen of zij lid zijn van de organisatie van de partij achter wier vlag of spandoek zij lopen.
Verder stelt verweerder dat de demonstratie bestond uit niet meer dan enkele tientallen mensen. Zilvold heeft zijn werk in alle openheid gedaan en heeft zich ook als fotograaf van NRC Handelsblad bekend gemaakt. Iedereen kon zien wie of wat hij fotografeerde. Het was voor hem zeker niet duidelijk dat er onder de deelnemers twee groepen waren: zij die wel en zij die niet als Jonge Fortuynisten aan de demonstratie deelnamen.
Verweerder erkent dat het ongelukkig is dat klaagster na haar protest tegen plaatsing van de foto meer dan een maand heeft moeten wachten op een reactie. Inmiddels heeft klaagster zich in de rubriek ‘Brieven’ kunnen distantiëren van de kaalgeschoren deelnemer aan de demonstratie en van de indruk die met de foto zou zijn gewekt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De mannen op de voorgrond van de foto zullen vanwege hun voorkomen door de gemiddelde lezer worden beschouwd als aanhangers van ‘extreemrechts’. De publicatie in zijn geheel bezien – de combinatie van de foto met de kop en het onderschrift – wekt aldus de suggestie dat personen met ‘extreemrechtse’ denkbeelden en leden van klaagster met elkaar kunnen worden vereenzelvigd.

Namens klaagster is ter zitting naar voren gebracht dat de organisatie van de demonstratie - door het vaststellen van kledingvoorschriften en het afwijzen van de Nederlandse vlag - juist heeft geprobeerd personen met een ‘extreemrechts’ voorkomen van de demonstratie te weren, omdat klaagster niet met dergelijke personen geassocieerd wil worden. De organisatie heeft kennelijk demonstranten die aan de vastgestelde voorschriften voldeden, voorzien van een geel ‘key-koord’ met de letters ‘JF’. Uit de toelichting van Wijnmaalen is verder voldoende aannemelijk geworden dat Zilvold van een en ander op de hoogte had kunnen en moeten zijn. In dat verband merkt de Raad op dat het voor rekening van verweerder komt dat hij door niet ter zitting te verschijnen, die toelichting – voor zover hij dat zou hebben gewild – niet heeft kunnen weerspreken.

Gezien het voorgaande concludeert de Raad dat de met de publicatie gewekte suggestie onjuist en tendentieus is. Het betreft hier weliswaar een verslag van een door klaagster georganiseerde openbare demonstratie, waaraan ook anderen dan leden van klaagster konden deelnemen en waarvan personen als op de foto in beeld gebracht niet konden worden geweerd. Niettemin valt het verweerder toe te rekenen dat hij onzorgvuldig over klaagster heeft bericht, nu Zilvold had kunnen en moeten begrijpen dat de door hem geportretteerde personen geen lid zijn van klaagster en de betreffende foto een onjuist en tendentieus beeld zou geven. Als verweerder duidelijk had willen maken dat ook personen met een ‘extreemrechtse’ signatuur zich bij de demonstratie hadden aangesloten, dan had hij dat in het onderschrift tot uitdrukking moeten brengen.

Door de combinatie van foto en tekst heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De plaatsing van klaagster ingezonden brief kan, mede in verband met het tijdsverloop tussen de gewraakte publicatie en de plaatsing van die brief, daaraan niet afdoen.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 april 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A. Herstel en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-29