2004/27 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Professor Heymansstichting

tegen

K. Demoed, M. Schrikkema en de hoofdredacteur van ‘TROS 2Vandaag’

Bij brief van 17 december 2003 met drie bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending, heeft E. Buit namens de Professor Heymansstichting te Groningen (klaagster) een klacht ingediend tegen K. Demoed, M. Schrikkema en de hoofdredacteur van ‘TROS 2Vandaag’ (verweerders). Voorts heeft klaagster bij schrijven van 24 december 2003 nog twee bijlagen overgelegd. Verweerders hebben niet schriftelijk op het klaagschrift gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 februari 2004. Namens klaagster zijn daar E. Buit, directeur, en G. Wolters, voorzitter Raad van Toezicht, verschenen. Aan de zijde van verweerders waren F. Fransen, eindredacteur, en M. Schrikkema aanwezig. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 2 september 2003 is in een uitzending van ‘TROS 2Vandaag’, in een reportage van Demoed en Schrikkema, aandacht besteed aan versterven (hierna: de uitzending). De uitzending wordt door presentator Jongbloed ingeleid als volgt:
Geen kunstmatige voeding toedienen wanneer iemand zwaar dement is en systematisch eten en drinken weigert, iemand versterft. Maar hebben we het dan over uitdrogen, over creperen tot de dood erop volgt, of over een humane manier van overlijden? In 1997 kwam de term zeer negatief in het nieuws, toen een verpleeghuis werd aangeklaagd wegens poging tot moord. Zonder medeweten van de familie zou de instelling hun vader bewust hebben laten uitdrogen. Naar aanleiding van die zaak vond een diepgravend onderzoek plaats. Het lijden van de patiënt werd onderzocht, maar ook de besluitvorming in verpleeghuizen rond dat versterven. De resultaten werden onlangs bekend gemaakt Kijkt u naar een reportage van Marc Schrikkema en Kimo Demoed.
In de uitzending worden voornamelijk beelden getoond van verpleeghuis De Eshoeve in Den Haag. Aan het woord komen R. Idenburg, wiens moeder in De Eshoeve wordt verpleegd, mw. dr. C. van der Berg, verpleeghuisarts De Eshoeve, en dr. N. Kemp, hoofd behandelzaken De Eshoeve. Verder wordt mw. R. Pasman, onderzoeker VU Amsterdam, aan het woord gelaten over het (mede) door haar verrichte onderzoek naar versterven.
Bovendien worden enkele beelden van het tot de organisatie van klaagster behorende verpleeghuis Het Blauwbörgje getoond, terwijl een voice-over bericht:
Poging tot moord, zo luidde in 1997 de aanklacht tegen verpleeghuis Het Blauwbörgje in Groningen. Een demente patiënt die niet meer wilde eten en drinken, kreeg zonder overleg met de familie geen kunstmatige voeding toegediend en overleed. Oud-minister Borst gelastte naar aanleiding van deze zaak een grondig onderzoek naar het totstandkomen van de besluitvorming rond versterven en de mate van lijden van de patiënt. Na vijf jaar lang onderzoek onder 39 verpleeghuizen in Nederland werden onlangs de resultaten bekend gemaakt.

Bij brief van 4 september 2003 heeft klaagster haar bezwaren tegen de uitzending aan de hoofdredactie van ‘TROS 2Vandaag’ kenbaar gemaakt en verzocht de berichtgeving over Het Blauwbörgje recht te zetten. In zijn reactie van 19 september 2003 heeft F. Fransen dit verzoek afgewezen en aan klaagster onder meer bericht:
Wij hebben de aanklacht, zoals die in 1997 tegen uw instelling is geformuleerd, aangehaald. (...) Uiteraard hebben we daarbij ook de oorzaak van die aanklacht gemeld en dat het juist deze aanklacht was die ertoe heeft geleid dat oud-minister Borst een onderzoek heeft laten instellen inzake versterven. Puur feitelijke verslaggeving. (...) Wij zijn van mening journalistiek juist zeer zorgvuldig te hebben gehandeld door heel scherp te verwijzen naar de aanklacht zoals die in 1997 is geformuleerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in de uitzending ten onrechte is bericht dat de betrokken patiënt uit Het Blauwbörgje, vermeend slachtoffer van ‘poging tot moord’, was overleden. Volgens klaagster heeft de betrokken patiënt nog lang geleefd na het incident waar in de uitzending op wordt gedoeld. Verweerders hebben ten onrechte nagelaten te vermelden dat de aanklacht tegen Het Blauwbörgje uiteindelijk is geseponeerd. In de uitzending is derhalve ten onrechte een zeer negatief beeld over Het Blauwbörgje geschetst, hetgeen heeft geleid tot onrust bij (familie van) bewoners van Het Blauwbörgje, aldus klaagster.

Verweerders stellen dat de uitzending niet ging over Het Blauwbörgje maar over een onderzoek naar versterven. In dat verband is summier verwezen naar de aanklacht tegen Het Blauwbörgje. Volgens verweerders behoefden zij de berichtgeving over Het Blauwbörgje niet verder uit te diepen. Desgevraagd deelt Fransen ter zitting mee dat verweerders wellicht in de uitzending hadden kunnen berichten over de afloop van de aanklacht tegen Het Blauwbörgje, maar hij meent dat zij daartoe niet waren verplicht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Dit geldt ook als de betrokkene slechts zijdelings een rol speelt in de publicatie en daardoor wordt gediskwalificeerd (vgl. onder meer Willems tegen Lubbers en Beiler Courant, RvdJ 2004/09).

In de uitzending wordt bericht dat het door oud-minister Borst gelaste onderzoek zijn aanleiding vond in een aanklacht wegens poging tot moord tegen Het Blauwbörgje, omdat de instelling zonder overleg met de familie een patiënt geen kunstmatige voeding zou hebben toegediend en de patiënt was overleden. Dit vormt een ernstige beschuldiging aan het adres van Het Blauwbörgje.

Niet vermeld wordt dat de desbetreffende patiënt na het bedoelde incident nog geruime tijd heeft geleefd en dat de aanklacht na onderzoek door justitie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd geseponeerd, omdat geen aanwijzingen werden gevonden dat de patiënt noodzakelijke medische zorg zou zijn onthouden.
Door dit onvermeld te laten hebben verweerders niet met de vereiste bijzondere zorgvuldigheid over de aanklacht tegen Het Blauwbörgje bericht. Aldus hebben verweerders – in een, naar het oordeel van de Raad, overigens evenwichtige en zorgvuldige uitzending – onvolledig en daardoor ten onrechte overwegend negatief over Het Blauwbörgje bericht, terwijl is gesteld noch gebleken dat bijzondere omstandigheden dat kunnen rechtvaardigen (vgl. onder meer X tegen Amersfoortse Courant, RvdJ 2002/62 en Zeeman tegen Mat en NRC Handelsblad, RvdJ 2002/45).

De slotsom is dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door over klaagster te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘TROS 2Vandaag’.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 april 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A. Herstel en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-27