2004/24 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van RTL Nieuws

Bij brief van 11 december 2003 met acht bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van RTL Nieuws (verweerder). Op 22 december 2003 heeft de Raad van verweerder een video-opname van de gewraakte uitzendingen ontvangen. Verweerder heeft echter niet inhoudelijk op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 januari 2004 in aanwezigheid van klager. Verweerder is niet verschenen. De Raad heeft ter zitting de hiervoor bedoelde video-opname bekeken.

DE FEITEN

Op 29 november 2003 is in een uitzending van RTL Nieuws aandacht besteed aan een justitieel onderzoek naar de verspreiding van kinderporno via internet. In de uitzending wordt bericht dat de politie in het kader van dat onderzoek onder meer een inval heeft gedaan in een woning in Deventer en daar materiaal in beslag heeft genomen. In dat verband zijn diverse beelden getoond van de woning van klager en van zijn woonomgeving, waarbij is vermeld:
De eigenaar van de woning is betrokken bij de werkgroep JON [een werkgroep voor pedofielen van de NVSH] (...). De vermoedens zijn dat JON een dekmantel is voor een netwerk waar kinderporno wordt uitgewisseld.

Vervolgens is op 2 december 2003 in een uitzending van RTL Nieuws bericht over huiszoekingen in het kader van een omvangrijk justitieel onderzoek naar georganiseerde seksreizen en kinderporno. In deze uitzending zijn enkele beelden getoond van de woning van klager, die eerder gebruikt zijn in de uitzending van 29 november 2003, terwijl door een voice-over wordt gemeld:
Zaterdagnacht deed de politie invallen in achttien panden, na een omvangrijk onderzoek naar kinderporno. De woningen liggen verspreid over vijftien gemeentes in het hele land. Tijdens de huiszoekingen zijn talrijke videobanden, foto’s en cd-roms met kinderpornografisch materiaal in beslag genomen.

De uitzendingen zijn ook weergegeven op de website en teletekst van RTL Nieuws. Op de website zijn tevens de uitgezonden beelden van klagers woning en woonomgeving gepubliceerd.

De naam van klager is in de berichtgeving niet vermeld.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Volgens klager geniet hij enige publiekelijke bekendheid op het gebied van pedofilie, omdat hij daarover publiceert en omdat hij een tijd voorzitter is geweest van de werkgroep JON. Het is weliswaar juist dat enkele leden van de werkgroep op reis zijn geweest en door justitie zijn gehoord, maar klager noch de werkgroep JON is betrokken bij kinderporno of de organisatie van seksreizen, aldus klager.
Hij betoogt dat in de uitzending van 29 november 2003 ten onrechte is gesuggereerd dat hij daadwerkelijk pornografisch materiaal in huis had. Het is juist dat bij hem huiszoeking is gedaan, maar zolang hij niet is veroordeeld, moet hij als verdachte en niet als dader worden aangeduid. Klager stelt dat bij hem materiaal in beslag is genomen waarvan de inhoud aan de buitenkant niet duidelijk is, zoals computerdiskettes, maar dat geen kinderporno bevat. Hij is ter zake ook nog niet door justitie gehoord. Verder betoogt hij dat ten onrechte een verband is gelegd tussen de invallen van justitie en de werkgroep waarbij hij is betrokken. Klager wijst erop dat dat verband niet wordt gelegd in het persbericht dat het Openbaar Ministerie ter zake heeft verspreid. Klager meent voorts dat in deze uitzending zijn woning gemakkelijk herkenbaar is. Door de combinatie van beelden en tekst heeft verweerder hem in een gevaarlijke situatie gebracht; vernielingen aan zijn huis, brandstichting en aanvallen op zijn persoon zijn niet denkbeeldig, aldus klager.
Betreffende de uitzending van 2 december 2003 stelt hij dat daarin ten onrechte wordt gesuggereerd dat in zijn woning kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Volgens klager is ten onrechte de indruk gewekt dat hij ook bij deze tweede zaak is betrokken, terwijl het Openbaar Ministerie beide zaken nadrukkelijk splitst.
Klager concludeert dat verweerder met de uitzendingen en publicaties jegens hem onzorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat klagers privacy door de uitzendingen nodeloos is geschaad. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Voorop dient te worden gesteld dat de journalistieke verantwoordelijkheid meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van personen waarover wordt gepubliceerd niet verder wordt aangetast, dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is.
In de televisiejournalistiek is het niet ongebruikelijk berichtgeving als de onderhavige, die een relevant en (mogelijk) ernstig nieuwsfeit betreft, te illustreren met beelden van de woonomgeving van bij die berichtgeving betrokken personen. Bij het bepalen van de wijze waarop die woonomgeving wordt afgebeeld moet een afweging plaatsvinden tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die betrokken personen anderzijds, en dient de journalist in het algemeen te voorkomen dat de afgebeelde woning kan worden getraceerd (vgl. onder meer: familie X tegen Radio TV Noord, RvdJ 2004/16, X tegen BN/De Stem, RvdJ 2002/49 en X tegen het NOS-Journaal, RvdJ 2002/36).

Naar het oordeel van de Raad is de berichtgeving van 29 november 2003 door de combinatie van beelden en tekst zodanig toegespitst op klager, dat daardoor een inbreuk is gemaakt op zijn privacy die verder gaat dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk was. Bijzondere omstandigheden die een rechtvaardiging voor die inbreuk zouden kunnen bieden, zijn gesteld noch gebleken. Verweerder had in zijn berichtgeving meer terughoudend kunnen zijn zonder afbreuk te doen aan de nieuwswaarde ervan. Dit klemt te meer, nu het hier een maatschappelijk zeer gevoelig onderwerp betreft, waarbij het risico aanwezig is dat ten gevolge van een te zeer op een bepaalde persoon toegespitste berichtgeving een hetze tegen die persoon ontstaat. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat van de uitgesproken teksten onmiskenbaar de suggestie uitgaat dat klager schuldig is aan de gestelde feiten, terwijl de zaak nog door justitie wordt onderzocht. Door in de uitzending van 29 november 2003 te zeer de aandacht te vestigen op (de woonomgeving van) klager op de wijze zoals hij heeft gedaan, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is

De klacht tegen de uitzending 2 december 2003 is echter ongegrond. De woning van klager is in die uitzending slechts zeer beperkt en niet-traceerbaar in beeld gebracht, terwijl geen nadere tot klager herleidbare gegevens zijn vermeld.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen de uitzending van 29 november 2003 is deze gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van RTL Nieuws.

Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. A.C. Diamand, mw. E.H.C. Salomons en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-24