2004/2 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Cardif Schadeverzekeringen N.V. en Cardif Levensverzekeringen N.V.

tegen

M. van den Berg en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 3 oktober 2003 met een bijlage heeft mr. V. Kortenbach, advocaat te Den Haag namens Cardif Schadeverzekeringen N.V. en Cardif Levensverzekeringen N.V. (klagers) een klacht ingediend tegen M. van den Berg en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Van den Berg heeft op de klacht gereageerd in een brief van 18 november 2003, met begeleidend schrijven van A. Reekers, adjunct-hoofdredacteur, van diezelfde datum. Bij faxbericht van 20 november 2003 (abusievelijk gedateerd 10 november 2003) heeft Kortenbach nog een bijlage overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 november 2003. Aan de zijde van klagers zijn daar mr. Kortenbach, mr. P.B.A. Nuijten (bedrijfsjurist van klagers) en C. de Jong (commercieel directeur van klagers) verschenen. Verweerders waren niet aanwezig. Mr. Kortenbach heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 11 augustus 2003 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Van den Berg verschenen onder de kop “Ombudsman waarschuwt tegen piraten in het kredietwezen – ‘Schokkende persoonlijke drama’s door snel krediet’”. De intro van het artikel luidt:
Een nieuwe badkamer en dan nog geld overhouden voor een weekeinde Parijs. Het wemelt de laatste tijd van kredietaanbiedingen waarbij de aanbieders de leningen welhaast gratis lijken weg te geven. Schijn bedriegt. De consument wordt vakkundig geplukt met een dure verzekering die onder het ’superkrediet’ hangt. Bij Jan Wolter Wabeke, de Ombudsman Verzekeringen, is de irritatie zo groot dat hij publiekelijk – een uitzonderlijke stap – tegen de onfrisse praktijken wil waarschuwen. ,,Met lede ogen zien we aan hoe de een na de andere consument erin stinkt.”
In het artikel komt Wabeke uitvoerig aan het woord. Aan hem worden onder andere de volgende uitspraken toegeschreven:
- “Het komt zelfs voor dat mensen de polisvoorwaarden pas na tekening van het contract zien.
- “De verzekeringen sluiten zo’n beetje alles uit wat je kunt bedenken.
- “Als je ergens in 30 jaar een keer gehoest hebt, ben je al uitgesloten van een longaandoening.
Het artikel bevat verder de volgende passage:
Namen mag de Ombudsman niet noemen, maar de aanbieders zijn in de branche en ver daarbuiten welbekend. Verreweg de grootste partijen zijn DSB Groep uit Wognum, die onder namen als Frisia, Postkrediet, Becam, Brofinca, Moonen, Mohr en Nationale Geldservice actief is, en verzekeraar Cardif. De laatste levert verzekeringen en betaalt de kredietverstrekker zo tussen de 30 en 60% van de premie als provisie, zo verklappen ingewijden uit de financieel-adviesbranche. In principe houdt dat in dat de consument tot zo’n 60% teveel voor een polis kan betalen. De branche bedacht al een bijnaam. ,,Cardíef”, aldus een financieel adviseur.
Een woordvoerder van de Bredase verzekeraar ontkent ‘exorbitante provisies’ te betalen en daarmee de consumentenprijs op te drijven. ,, Het is onterecht dat we zoveel wind vangen. We worden op dit punt zelfs beconcurreerd met hogere provisiepercentages.” De woordvoerder geeft echter toe dat Cardif op een standaardproduct 30% provisie aan de kredietverkoper betaalt. Of er hogere percentages zijn, blijft onduidelijk.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klagers blijkt uit de kop dat het artikel zich richt tegen dubieuze partijen en praktijken in het kredietwezen. Vervolgens keert de publicatie zich tegen de aanbieders van kredieten, en met name tegen de beweerde rol die ‘betalingsbeschermende’ verzekeraars bij de verstrekking van kredieten zouden spelen. In het artikel worden geen namen van de daarin bedoelde partijen genoemd, met uitzondering van één bepaalde intermediair en Cardif.
Volgens klagers wordt in eerste instantie de indruk gewekt dat het artikel een algemene strekking heeft met een kennelijk duidelijke, algemene waarschuwing. De gepubliceerde uitspraken van de Ombudsman Verzekeringen zijn naar hun aard algemeen bedoeld en strekken zich enkel uit over de aangeboden verzekeringen en de verzekeraars. Uit een door klagers overgelegde brief van de Ombudsman blijkt ook dat klagers hem tijdens het vraaggesprek niet specifiek voor ogen stonden en dat klagers voldoende ervaringen hebben met zijn wijze van geschillenbeslechting om zich te realiseren dat bepaald niet stelselmatig ongunstig over hen wordt geoordeeld. Door de wijze waarop het artikel is samengesteld en het feit dat als verzekeraar uitsluitend de naam van klagers wordt genoemd, krijgen de uitspraken van de Ombudsman echter een specifieke en rechtstreeks aan het adres van klagers bedoelde tendentieuze strekking. Daarnaast wordt het beeld geschapen dat de weergegeven beschuldigingen zich hoofdzakelijk beperken tot klagers. Dit is niet alleen tendentieus, maar ook feitelijk onjuist, aldus klagers. Zij wijzen erop dat zowel in de kop als in het slot van het artikel de term ‘piraten’ wordt gebruikt. Doordat daartussen enkel de naam van klagers wordt genoemd, wordt de suggestie gewekt dat zij met die term worden bedoeld. Bovendien wordt, door aanhaling van een anonieme bron, gesuggereerd dat de aanduiding ‘Cardíef’ in de branche als bijnaam wordt gehanteerd voor klagers.
Zij stellen dat het artikel aldus ernstige beschuldigingen en vergaande kwalificaties aan hun adres bevat. Verweerders hadden derhalve met bijzondere zorgvuldigheid te werk moeten gaan en wederhoor moeten toepassen. Die zorgvuldigheid is niet in acht genomen, nu klagers slechts op één punt om commentaar is gevraagd en zij verder in het ongewisse zijn gelaten over de aard van het artikel en inhoud van de kritiek c.q. de ernst van de beschuldigingen. Immers, in een telefoongesprek voorafgaand aan de publicatie heeft Van den Berg alleen de vraag voorgelegd of de door hem vernomen provisiepercentages, die klagers aan tussenpersonen zouden betalen, klopten. Verder heeft Van den Berg slechts meegedeeld dat een artikel zou verschijnen over de praktijken rond kredietverstrekking. Hij heeft niet gemeld dat Cardif als enige verzekeraar zou worden genoemd. In het telefoongesprek heeft een woordvoerder van klagers Van den Berg aangeboden nadere, meer specifieke informatie te verschaffen. Van den Berg heeft dit aanbod afgeslagen met een beroep op een deadline.
Vervolgens heeft de woordvoerder Van den Berg uitdrukkelijk verzocht vooraf inzage te krijgen in het stuk, welk verzoek Van den Berg heeft afgewezen.
Klagers stellen voorts dat het feitenmateriaal waarop het artikel is gebaseerd, onvoldoende grondslag biedt voor de beschuldigingen aan hun adres. Het overnemen van uitspraken van derden – onder wie anonieme bronnen – ontslaat verweerders niet van de verplichting zelfstandig en zorgvuldig onderzoek te verrichten, hetgeen zij echter hebben nagelaten. In dit verband merken klagers op dat zij zijn aangesloten bij het Klachteninstituut Verzekeringen en onder het toezicht vallen van de Ombudsman Verzekeringen.

Verweerders stellen dat zij zich goed op de hoogte hebben gesteld van de feiten. In het artikel wilden zij de risico’s van ‘snelle leningen’ schetsen. Onder dergelijke leningen hangen vaak verzekeringen, die de kredietverplichtingen dekken bij bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Zulke polissen zijn erg duur, omdat de premies voor een groot gedeelte bestaan uit kosten en provisies. Bovendien kennen die polissen vergaande beperkende voorwaarden, waarvan vaak pas blijkt op het moment dat aanspraak wordt gemaakt op uitkering. De aanleiding voor de publicatie was dat de Ombudsman Verzekeringen zich in ongekend harde bewoordingen over dit onderwerp heeft uitgelaten.
Wat betreft de bedoelde verzekeringen zijn klagers marktleider. Zij blijken zich schuldig te maken aan de door de Ombudsman verfoeide praktijken. De provisie die klagers aan kredietverstrekkers of tussenpersonen betalen is volgens financieel-adviseurs buitengewoon hoog. Bovendien blijken er veel klachten te zijn over de afhandeling door klagers als consumenten aanspraak maken op uitkering. Verweerders hebben kennis genomen van enkele concrete voorbeelden. Klagers passen daarmee binnen het door de Ombudsman geschetste plaatje, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat zij wederhoor hebben toegepast. In het telefoongesprek voorafgaand aan de publicatie heeft een woordvoerder van klagers erkend dat klagers over een standaardproduct 30% provisie betalen. Hij heeft zich niet uitgelaten over de hoogte van de provisie die over andere producten wordt betaald, maar meegedeeld dat concurrenten nog hogere provisies betalen. De woordvoerder was van mening dat journalisten een onjuist beeld hebben van de verzekeringsmarkt en heeft Van den Berg uitgenodigd voor een nader gesprek. Van den Berg heeft die uitnodiging aanvaard, maar daarbij de kanttekening geplaatst dat het artikel ondanks eventuele verdere afspraken toch de volgende dag zou worden geplaatst. De afspraak voor een vervolggesprek zou een week later worden gemaakt, maar Van den Berg heeft niets meer van klagers vernomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Dit houdt in het algemeen onder meer in dat de journalist wederhoor behoort toe te passen bij degene aan wiens adres de beschuldigingen zijn geuit. Het is de vraag of deze norm hier is geschonden.

Klagers hebben gesteld dat het weliswaar lijkt alsof het artikel een algemene strekking heeft, maar dat door de wijze waarop het is samengesteld – waarbij de algemeen bedoelde uitspraken van de Ombudsman Verzekeringen samensmelten met het gebruik van grievende benamingen en alleen de naam van klagers wordt genoemd – álle gepubliceerde beschuldigingen en diskwalificaties rechtstreeks op hen betrekking hebben.

De Raad deelt deze, overigens niet geheel onbegrijpelijke, lezing van klagers niet. In de kop wordt vermeld dat de Ombudsman waarschuwt tegen ‘piraten in het kredietwezen’ en dat het gaat om ‘drama’s door snel krediet’. En in de slotalinea’s wordt vermeld:
De Frisia’s, Becams en Mohrs van deze wereld staan echter veelal nog nergens onder toezicht, volgen geen gedragscode en zijn niet aangesloten bij een geschillencommissie (...) “Het is helemaal geen aanprijzing dat je snel geld kunt lenen. Die advertenties van ‘snel krediet’ moet je wantrouwen. Je stapt in drijfzand waar je vaster in komt te zitten.” Met de komende Wet financiële diensten zullen tussenpersonen, en dat zijn de meeste ‘snel-geld-aanbieders’ onder toezicht komen. (...) Het advies van Wabeke is om de vergunning in te trekken indien de aanbieder weigert een gedragscode te tekenen en zich daarmee buiten het gezag plaatst van een geschillencommissie zoals het Klachteninstituut Verzekeringen. “Goedwillende verzekeraars die zich wel aan codes houden, verdienen bescherming tegen concurrenten die zich van niets aantrekken. Die piraten moeten worden aangepakt.
Hieruit blijkt duidelijk dat de waarschuwingen van de Ombudsman, de (dis)kwalificatie ‘piraten’ en de in het artikel vervatte algemene boodschap vooral betrekking hebben op praktijken van kredietverstrekkers en niet op verzekeraars in het algemeen, laat staan op klagers in het bijzonder.

Slechts op één punt wordt direct gedoeld op klagers, te weten waar wordt geschreven:
De laatste levert verzekeringen en betaalt de kredietverstrekker zo tussen de 30 en 60% van de premie als provisie, zo verklappen ingewijden uit de financieel-adviesbranche. In principe houdt dat in dat de consument tot zo’n 60% teveel voor een polis kan betalen. De branche bedacht al een bijnaam. ,,Cardíef”, aldus een financieel adviseur.
Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, blijkt dat klagers op dit punt om commentaar is gevraagd. Klagers hebben desgevraagd ter zitting erkend dat de weergave van dat commentaar juist is.

Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast dan wel dat zij het wederhoor van klagers onjuist hebben weergegeven. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zouden moeten leiden tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-02