2004/19 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

 
X
 
tegen
 
Q. Hakim en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger
 
Bij brief van 25 november 2003 met twee bijlagen heeft X (klager) een klacht ingediend tegen Q. Hakim en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (verweerders). Hierop heeft B. Brouwers, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 6 januari 2004.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 januari 2004 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 24 november 2003 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Hakim verschenen onder de kop “SSS: slecht, slechter, slechtst”. Het artikel bevat een verslag van een voetbalwedstrijd tussen de elftallen van SSS'18 en SES. Twee zonen van klager maken deel uit van het elftal van SSS’18. Over hen wordt in het artikel onder meer geschreven:
"Hoofdrolspeler bij deze vermaningen [van de scheidsrechter] was SSS-spits Y, beter bekend als een snelle aanvaller annex goaltjesdief. Zéggen ze! Y leek met z'n veel te hoog opgetrokken broek eerlijk gezegd meer op een wassenbeeld van Mr. Bean. En bewegen deed hij nauwelijks. (...) De benjamin van de Xs is Z. Een behendig spelertje met een goede basistechniek en redelijk wat snelheid. De 18-jarige Z was de minst gemoedelijke speler van het stel. Hij zal echter wel nog de nodige vitaminen moeten verteren wil hij van zijn ietwat fragiele beentjes afkomen. Een forse tik tegen deze twee ledematen zou wel eens een einde aan zijn veelbelovende voetbalcarrière kunnen maken. En met zijn handjes van de tegenstander afblijven moet Z ook nog leren. Want vlak voor het einde kreeg het 'menneke' de rode prent van de scheids."
 
Naar aanleiding van de publicatie heeft Y nog diezelfde dag een ingezonden brief naar de redactie van Dagblad De Limburger gestuurd. Die brief is op 6 december 2003 geplaatst in die edities van Dagblad De Limburger, waarin ook het artikel van 24 november 2003 was gepubliceerd.
 
HET STANDPUNT VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat zijn zonen in het artikel onnodig kwetsend en grievend zijn bejegend. Y wordt getypeerd als een soort dorpsidioot en ten aanzien van Z wordt naar toekomstige tegenstanders de uitnodiging gedaan om hem een forse tik tegen zijn 'fragiele beentjes' te geven. Bovendien wordt Z denigrerend neergezet als 'menneke'.
Klager heeft in de genoemde regio binnen de voetbalwereld een naam, als voorzitter van een grote scheidsrechtersvereniging en als lid van een werkcommissie scheidsrechterszaken van de KNVB. Door de publicatie zijn zijn belangen en die van zijn familie geschaad, aldus klager.
Verweerders stellen voorop dat het wedstrijdverslag geen staaltje van journalistiek is, zoals zij dat graag elke dag in de krant terugzien. Het gaat om een matige prestatie van Hakim, die onvoldoende adequaat is verwerkt door de eindredactie.
De conclusie van klager – dat het artikel onnodig kwetsend en grievend is ten opzichte van zijn zonen – is echter buiten proporties, aldus verweerders. Er wordt geen oproep gedaan om de benen van Z te breken en Y is niet als dorpsidioot neergezet. Ten slotte wijzen verweerders erop dat de ingezonden brief van Y is geplaatst.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Weliswaar gaat het hier, kennelijk ook naar de opvatting van verweerders zelf, niet om een wijze van sportverslaggeving die navolging verdient, maar dat betekent nog niet dat de klacht gegrond kan worden bevonden. De wijze waarop de zonen van klager worden beschreven is bepaald weinig vleiend en nogal gezocht, en natuurlijk is het onaangenaam te lezen dat de een op het veld gelijkenis vertoont met een ‘wassenbeeld van Mr. Bean’ en de ander neergezet te zien worden als een ‘menneke’. Beslissend is hier echter dat objectief bezien van een kwetsende en grievende, laat staan onnodig kwetsende en grievende typering naar het oordeel van de Raad geen sprake is. Temeer nu de hiervoor genoemde ingezonden brief van Y is geplaatst, moet de slotsom dan ook zijn dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is (vgl. onder meer Van Hassel tegen Jansen en BN/De Stem, RvdJ 2002/65).
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 1 maart 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs.
G.H.J.M. Bueters, mw. A.C. Diamand, mw. E.H.C. Salomons en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.