2004/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. El Aissati en Stichting Maroc.NL

tegen

P. Vugts en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 5 november 2003 met twee bijlagen heeft M. El Aissati mede namens Stichting Maroc.NL, gevestigd te Amsterdam, (klagers) een klacht ingediend tegen P. Vugts en de hoofdredacteur van Het Parool (verweerders). Hierop hebben Vugts en P. van der Klugt, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in brieven van 12 november 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 december 2003. Namens klagers is daar E.J. Sipkes - bestuurslid van Stichting Maroc.NL - verschenen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders was Vugts aanwezig.

DE FEITEN

Op 1 november 2003 is in Het Parool een artikel van de hand van H. Pen en P. Vugts verschenen onder de kop “Het is gevaarlijk om iedereen over één kam te scheren”. De intro van het artikel luidt:
De agressie van groepen jonge Marokkanen bedreigt het leefklimaat in Amsterdam. In een serie onderzoekt Het Parool die stelling. Op wie richt zich die agressie en hoe erg is het? Dat doen we niet om te stigmatiseren, maar om te signaleren. Vandaag: kunnen joodse Amsterdammers nog met keppeltje of davidster over straat?

Bij deze publicatie is in een inzet een artikel geplaatst onder de kop “’Antisemitische uitingen lopen de spuigaten uit’”. In dit artikel wordt R. Eissens, directeur van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI), onder meer als volgt geciteerd:
”Het grootste deel van de antisemitische uitingen komt niet uit de moslimgemeenschap, maar uit de Marokkaanse gemeenschap. Het gaat vooral om de sites maroc.nl, maghreb.nl en maghrebonline.nl. De Marokkaanse webforums staan er vol mee. Omstreden documenten als de protocollen van de wijzen van Zion staan erop. De holocaust wordt ontkend. Dan heb je nog uitingen als ‘Joden moeten de zee in’ en ‘Joden hebben de macht’. Het is een vieze modderpoel.” Het MDI vraagt de eigenaren van de sites via standaardbrieven de uitingen van de site te halen. “Het is strafbaar. We vragen of ze het binnen 48 uur willen verwijderen. Anders doen we aangifte. 78 procent wordt verwijderd. De rest blijft staan. Vooral de stichting maroc.nl laat de boel slabakken.” Justitie onderzoekt of maatregelen nodig zijn. “We hebben aangifte gedaan omdat het de spuigaten uit liep. Binnen een paar maanden stonden er tachtig antisemitische uitingen op hun net. Het gaat om 22 uitingen waarvan sommige behoorlijk zwaar zijn. Die roepen op joden te doden.”

Vervolgens komt El Aissati als volgt aan het woord:
Woordvoerder Mohammed el Aissati van het door de overheid gesubsidieerde Maroc.nl erkent dat ‘tussen de 1500 mailtjes die per dag op het forum worden gepost, een vieze zooi gepruttel zit’. “We halen teksten als ‘Hitler heeft zijn werk niet afgemaakt’ en ‘Alle Joden tegen de muur’ er zo snel mogelijk af. Maar we zijn vrijwilligers, soms duurt het een uur. We vinden het zorgwekkend, maar proberen die teksten snel te verwijderen.”

Kort daarna is in Het Parool een ingezonden brief van Sipkes gepubliceerd, waarin hij het standpunt van Stichting Maroc.NL (verder: de stichting) over de kwestie nader uiteen heeft gezet. Deze brief bevat onder meer de volgende passages:
De grijze inzet in het tweede artikel van de serie “Respect” van afgelopen zaterdag getuigt van wel uitermate weinig respect. Hier is de door de redactie zo gewenste signalering alreeds lang in dienst van stigmatisering. De feiten. In de zomer van 2002 zijn inderdaad binnen enkele weken een aantal niet te tolereren berichten over joden op onze website www.maroc.nl verschenen. Oorzaak hiervan was een uit de hand gelopen ruzie tussen een bezoeker van de website joods.nl en een van onze bezoekers. Die zomer waren alle bestuursleden van onze stichting op vakantie in Marokko en het plan was om, net als in voorgaande jaren, de forums vanuit Marokko te modereren. Er was dat jaar echter sprake van een zodanig slechte internetverbinding vanuit diverse plaatsen dat de berichten zowel niet gelezen als ook niet gemodereerd konden worden. Onmiddellijk na terugkomst zijn alle gewraakte berichten verwijderd. Inmiddels had het MDI (Meldpunt Discriminatie Internet), waarmee we tot dan toe een zeer redelijke verstandhouding hadden, de berichten uiteraard bij ons ter verwijdering gemeld. We hebben meteen kontakt met het MDI opgenomen om te overleggen hoe we dit soort ontsporingen in de toekomst konden voorkomen.
en
Vanaf die tijd heeft het MDI een niet aflatende stroom pogingen ondernomen om onze website in een kwaad daglicht te stellen. (...) En dat steeds allemaal zonder het recht op wederhoor van de betrokken journalisten. Wat het MDI uitkraamt wordt kennelijk klakkeloos in de krant overgenomen. (...) Het Parool citeert de woordvoerder van onze stichting aantoonbaar fout. (...) We zijn het meer dan zat om op deze manier steeds weer beklad te worden. Het wordt tijd dat het MDI stopt met valse verdachtmakingen in de media.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat El Aissati verkeerd is geciteerd. In het telefonisch contact met Vugts heeft El Aissati, nadat Vugts om een voorbeeld vroeg, gezegd: “Stel dat er bijvoorbeeld zou staan dat Hitler zijn werk niet af heeft gemaakt of dat alle negers tegen de muur moeten worden gezet, dan zouden wij dit natuurlijk direct verwijderen.” Ten onrechte heeft Vugts dit gepresenteerd alsof het om daadwerkelijk verwijderde berichten ging. Bovendien is de term ‘negers’ vervangen door ‘Joden’. De uitspraken van El Aissati zijn bewust foutief weergegeven, aldus klagers.
Verder stellen zij dat de stichting ten onrechte over één kam is geschoren met websites van een andere aard en dat ten onrechte in het artikel wordt gesuggereerd dat de beschuldigingen van het MDI op alle genoemde websites van toepassing zijn. Die beschuldigingen zijn bovendien niet voor wederhoor aan El Aissati voorgelegd.
Klagers wijzen erop dat het MDI meer dan een jaar geleden aangifte heeft gedaan. Sindsdien heeft de stichting diverse investeringen gedaan om het beheer van de website verder te verbeteren. In het voorjaar van 2003 heeft de stichting nog drie verzoeken van het MDI gekregen tot het verwijderen van bepaalde uitingen. Sinds eind mei 2003 heeft de stichting geen melding meer ontvangen. Het MDI blijft echter die ene aanklacht aanhalen, zonder te vermelden dat het meer dan een jaar geleden is. Bovendien weigert het MDI met de stichting in gesprek te gaan. Volgens klagers voert het MDI een hetze tegen de stichting. El Aissati heeft een en ander aan Vugts meegedeeld. Vugts heeft echter deze relevante informatie bewust weggelaten en heeft aldus op onjuiste, tendentieuze wijze over klagers bericht.

Verweerders stellen dat Vugts naar aanleiding van de uitlatingen van het MDI navraag heeft gedaan bij justitie, die bevestigde dat een onderzoek gaande is naar antisemitisme op Maroc.nl. Over de voortgang van het onderzoek kon justitie geen mededelingen doen. Het bestuur van de stichting zou nog worden gehoord.
Vugts heeft El Aissati wederhoor geboden. In een volgens Vugts redelijk, zakelijk gesprek van ongeveer een kwartier deelde El Aissati onder meer mee dat de aangifte van het MDI ‘meer dan een jaar oud is’ en dat die is voortgevloeid uit een kortstondige periode waarin alle ‘toezichthouders’ van de stichting gelijktijdig in Marokko met vakantie waren. Het MDI ontkende vervolgens dat sinds die periode geen actie meer is ondernomen tegen nieuwe antisemitische uitingen. Tevens zou de aangifte steeds zijn aangevuld en geactualiseerd.
In het gesprek deelde El Aissati verder mee dat de stichting met het MDI van mening verschilt over de vraag welke uitlatingen als ‘antisemitisch’ moeten worden bestempeld. Vugts heeft El Aissati verschillende uitingen voorgelegd, die volgens Eissens waren aangetroffen op Maroc.nl, waaronder ‘Hitler heeft zijn werk niet afgemaakt’ en ‘Alle joden moeten tegen de muur’. Het hele gesprek ging om anti-joodse uitingen. Over uitingen tegen negers is niet gesproken, aldus verweerders. Zij betwisten uitdrukkelijk dat citaten van El Aissati onjuist zijn weergegeven.
Volgens verweerders hebben zij de beschuldigingen van het MDI aan het adres van de stichting uitvoerig aan El Aissati voorgehouden en hem wederhoor geboden. Het is juist dat in het gesprek tussen El Aissati en Vugts meer ter sprake is gekomen, dan in het artikel is opgenomen. In het korte artikeltje is het geruzie tussen het MDI en de stichting buiten beeld gelaten, omdat verweerders zich tot de hoofdzaak hebben beperkt: antisemitisme op internet, de aangifte van het MDI tegen Maroc.nl en de erkenning van Maroc.nl dat antisemitische uitingen op haar website worden gepost. Daarbij hebben klagers de ruimte gekregen te melden dat ook zij de antisemitische uitingen ‘zorgwekkend’ vinden en dat zij met de beperkte middelen proberen daartegen zo accuraat mogelijk op te treden. Dat klagers die journalistieke keuze betreuren doet niet af aan de juistheid en zorgvuldigheid van de berichtgeving. Zeker binnen de context van de serie die gaat over bedreiging en discriminatie was de invalshoek van het inzetje omtrent Maroc.nl een logische, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft allereerst de vraag of El Aissati juist is geciteerd. Partijen verschillen hierover van mening. Er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan kan worden beoordeeld wat El Aissati werkelijk tegen Vugts heeft gezegd. Aangezien derhalve niet kan worden vastgesteld of klager uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan, kan de Raad hierover geen oordeel uitspreken (vgl. onder meer Van Os tegen Jungschleger en de Volkskrant, RvdJ 2002/10).

Verder hebben klagers gesteld dat sprake is van onjuiste, tendentieuze berichtgeving, nu verweerders niet de volledige reactie van El Aissati in het artikel hebben opgenomen. Dit standpunt van klagers kan niet worden gevolgd. Anders dan klagers lijken te betogen, behoefden verweerders geen verdere aandacht te besteden aan de door klagers geschetste conflicten tussen hen en het MDI. Verweerders mochten zich beperken tot hetgeen zij als de hoofdzaak hebben aangeduid - ‘antisemitisme op internet, de aangifte van het MDI tegen Maroc.nl en de erkenning van Maroc.nl dat antisemitische uitingen op haar website worden gepost’ - en mochten keuzes maken om, in verband met die hoofdzaak, uit het wederhoor van El Aissati weer te geven wat zij relevant achtten. Er is geen grond voor het oordeel dat in dat kader voor het wederhoor van El Aissati onvoldoende ruimte is ingelast en dat daaruit dermate belangrijke passages zijn weggelaten, dat daardoor wederhoor onjuist of onvoldoende is toegepast. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat, blijkens hetgeen partijen hebben aangevoerd, het justitieel onderzoek naar uitlatingen op Maroc.nl nog gaande is en dat de aangifte van het MDI derhalve steeds nog actueel is. Nu verweerders bovendien de ingezonden brief van Sipkes hebben geplaatst, is de slotsom dat zij geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 februari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. C.D. Smolders en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-17