2004/15 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. P.J. van der Wal

tegen

J. Arendz, A. van der Meulen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 31 oktober 2003 met negentien bijlagen heeft mr. P.J. van der Wal te Heerenveen (klager) een klacht ingediend tegen J. Arendz, A. van der Meulen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (verweerders). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 19 november 2003. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 30 november 2003. Vervolgens heeft Mulder op de repliek geantwoord bij brief van 4 december 2003. Ten slotte heeft klager op 10 december 2003 een pleitnotitie aan de Raad verstuurd, die door de Raad op 17 december 2003 is ontvangen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 december 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Naar aanleiding van een publicatie in de Leeuwarder Courant van 6 oktober 2003 heeft klager op 9 oktober 2003 per e-mail de redactie van de Leeuwarder Courant een ingezonden stuk gestuurd met de titel “Een nieuwe kans voor het megapark” voor publicatie in de rubriek ‘Te Gast’. Vervolgens hebben klager en Arendz overleg gehad over publicatie in de vorm van een nieuwsbericht. Op 10 oktober 2003 heeft klager in twee e-mails aan Arendz aanvullende informatie gestuurd.

Op 11 oktober 2003 is in de Leeuwarder Courant een artikel verschenen onder de kop “Weg vrij voor opsplitsen megapark”. De intro van het artikel luidt:
Het braakliggende megapark bij Heerenveen kan straffeloos worden verkocht aan kleine bedrijven. De gemeente hoeft geen Europese subsidies terug te betalen, mocht het terrein worden opgesplitst in kleinere kavels. Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.
Diezelfde dag is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van Arendz verschenen onder de kop “Megapark als molensteen”.

Direct na de publicaties heeft klager op 11 oktober 2003 in een e-mail aan Arendz geschreven:
Het heeft mij verbaasd en ontstemd dat in uw bericht in de krant van vandaag over de Europese subsidie staat: “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant” en is verzwegen dat de informatie over het niet terugvorderen van de EFRO-subsidie van mij afkomstig was. U bent pas in actie gekomen, na kennis te hebben genomen van de door mij verstrekte informatie. Uw onderzoek heeft zich vrijwel beperkt tot verificatie daarvan. Ik heb het door mij ondertekende artikel aan uw krant aangeboden als bijdrage voor de rubriek “Te Gast”. In verband met de nieuwswaarde van mijn onthulling heb ik op verzoek van uw redactie ingestemd met het op andere wijze publiceren daarvan. Mijn artikel was echter niet bedoeld als tip, maar als kritiek op bestuurders die onvoldoende attent zijn geweest op een verandering van het beleid van de Europese Commissie. Op uw vraag of ik bezwaar had tegen de vermelding van mijn naam in uw bericht, heb ik uitdrukkelijk gezegd dat dit niet het geval was. Ik mocht daarom aannemen dat mijn naam in het stuk zou worden vermeld. De krant speelt nu mooi weer ten koste van een ander. Ik zal gaarne vernemen op welke wijze dit wordt rechtgezet.

Vervolgens hebben klager en Arendz op 11 oktober 2003 telefonisch contact gehad en de kwestie besproken. Hierna heeft klager, op 12 oktober 2003, in een e-mail aan Arendz onder meer geschreven:
Het spijt mij dat u zaterdag na ruggespraak met de eindredactie bent teruggekomen op uw eerder op die dag gedane toezegging in de krant van maandag een rectificatie op te nemen. Na de inleiding: Het braakliggende megapark (...) is immers ten onrechte vermeld: ‘Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.’ Die zin zou bijvoorbeeld kunnen luiden: ‘De krant werd hierop geattendeerd door Mr. P.J. van der Wal, een bekend tegenstander van het megapark.’

Op 13 oktober 2003 heeft Van der Meulen in een e-mail aan klager het volgende meegedeeld:
Ik kreeg van collega Jan Arendz uw mails over de kwestie opsplitsing megapark. In overleg met de hoofdredactie is besloten om toch een aanvulling te plaatsen.
Tekstvoorstel – Aanvullingen -Heerenveen – Bij het publiceren van de artikelen over de opsplitsing van het megapark in Heerenveen in de krant van zaterdag, werd de redactie hierop geattendeerd door Pieter Jan van der Wal, bekend tegenstander van het megapark.
Mailt u mij zo spoedig mogelijk terug? Bellen mag ook

Hierop heeft klager in een e-mail van diezelfde dag onder meer geantwoord:
Ik blijf erbij dat de zin: “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant” moet worden teruggenomen, omdat alle informatie over het gewijzigde standpunt van de Europese Commissie niet het resultaat was van enig onderzoek van uw krant, maar van mijn speurwerk. De door u voorgestelde zin is ook onjuist omdat ik niet bij maar voor het publiceren van de artikelen de relevante informatie heb verstrekt. (...) U kunt de lezers beter juist informeren door mijn voorstel te volgen en de misplaatste zin uitdrukkelijk terug te nemen. (...)

Van der Meulen heeft klager in een tweede e-mail van 13 oktober 2003 verder bericht:
Het is nu zo geworden
Aanvullingen – Opdeling Megapark – Heerenveen – Voor de artikelen over de opsplitsing van het megapark in Heerenveen in de krant van zaterdag heeft de redactie gebruik gemaakt van de tips van Pieter Jurjen van der Wal, bekend tegenstander van het megapark.

Deze tekst is ook daadwerkelijk op 13 oktober 2003 in de Leeuwarder Courant in de rubriek ‘Aanvullingen’ gepubliceerd.

Klager heeft verder nog op 13 oktober 2003 in een e-mail aan Van der Meulen geschreven:
(...) neem ik aan dat de rectificatie wordt opgenomen, zoals door u is vastgesteld, dat wil zeggen, zonder dat de voor mij onaanvaardbare zin: ‘Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.’ is teruggenomen. Ik verzoek u aan mij mee te delen op grond van welke argumenten u hebt geweigerd aan deze wens van mij te voldoen.

Daarop heeft Van der Meulen, nog steeds op 13 oktober 2003, in een e-mail geantwoord:
Inderdaad is de tekst vandaag meegegaan zoals in onze laatste mail is weergegeven. Daarin wordt duidelijk gesteld dat u ons op het spoor hebt gezet. Daarnaast heeft collega Jan Arendz eigen onderzoek gedaan. Voor ons is hiermee de zaak afgedaan.

Klager heeft vervolgens in een e-mail van 14 oktober 2003 zijn ongenoegen over de gang van zaken kenbaar gemaakt aan Mulder, die daarop heeft gereageerd in een brief van 16 oktober 2003. In die brief schrijft Mulder onder meer:
U, hij [Arendz] en ik zijn het er over eens dat het correcter was geweest uw naam in het artikel te melden omdat u hem op het spoor zette met uw aan de redactie aangeboden artikel. Dat verzuim hebben we maandag 13/10 goed gemaakt met een aanvulling op de opiniepagina. (...) Hij [Arendz] heeft naar aanleiding van uw bijdrage zelf contact gezocht met betrokkenen en eigen bronnen. (...) Er is dus wel degelijk sprake van nader onderzoek. Arendz heeft u ook geen rectificatie toegezegd. Dat kon ook moeilijk, want bij rectificatie gaat het om onjuistheden en daarvan was hier geen sprake. (...) Uiteraard vinden wij het jammer dat de publicatie waar wij beiden belang bij hadden uw stemming zo heeft bedorven, maar dat er misbruik is gemaakt van uw vertrouwen spreek ik tegen. Misbruik veronderstelt kwade opzet en daarvan is naar mijn mening geen sprake.

Daarna hebben klager en Mulder nog diverse keren gecorrespondeerd, hetgeen niet heeft geleid tot een oplossing van de gerezen problemen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat Arendz misbruik heeft gemaakt van zijn vertrouwen, door zijn onthullingen als nieuwsbericht te laten publiceren en dat bericht ten onrechte te presenteren als het resultaat van onderzoek van de Leeuwarder Courant, waarbij klagers rol bij de onthullingen is doodgezwegen. Klager heeft in het contact met Arendz op 11 oktober 2003 vooral bezwaar gemaakt tegen de onjuiste zin “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.” Als deze zin niet was gepubliceerd, zou klager geen rectificatie hebben verzocht. Arendz heeft toen niet gesproken over een vervolgverhaal, maar rectificatie toegezegd. Overigens zou klager het voorstel tot een vervolgpublicatie hebben afgewezen, omdat zijn vertrouwen in de redactie was beschaamd en het hem niet om zijn naamsbekendheid was te doen.
Verder heeft Van der Meulen ten onrechte geweigerd de door klager voorgestelde rectificatie te plaatsen. Hoewel Van der Meulen wist dat de door hem geformuleerde tekst voor klager onaanvaardbaar was, heeft hij die tekst toch gepubliceerd. Ten onrechte is daarin klagers inbreng betiteld als ‘tip’.
Ten slotte stelt klager dat Mulder onzorgvuldig jegens hem heeft gehandeld. Volgens klager is Mulder verantwoordelijk voor de inadequate behandeling van zijn klacht, voor de weigering een rectificatie op te nemen en voor de misslagen van zijn redacteuren. Mulder heeft erkend dat incorrect is gehandeld, maar heeft ten onrechte nagelaten de gemaakte fouten te herstellen, aldus klager.

Verweerders stellen dat Arendz na ontvangst van klagers artikel zelf onderzoek heeft verricht en diverse bronnen heeft geraadpleegd. De journalistieke aanpak van Arendz resulteerde in het nieuwsbericht en toelichtende artikel van 11 oktober 2003.
Nadat klager zich erover had beklaagd dat zijn naam niet was vermeld in de publicaties, heeft Arendz direct te kennen gegeven dat hij dat verzuim betreurde en dat hij het goed wilde maken met een vervolgverhaal waarin aandacht zou worden besteed aan de betrokkenheid en vasthoudendheid van klager als tegenstander van het industriepark. Arendz heeft klager geen rectificatie toegezegd, omdat het niet ging om een onjuistheid maar om een verzuim tegenover een belangrijke bron.
De hoofdredactie was met Arendz van mening dat snel recht moest worden gedaan aan de bijdrage van klager aan de publicaties van 11 oktober 2003. Aangezien er door de houding van klager geen uitzicht was op een vervolgverhaal, is besloten op 13 oktober 2003 een aanvulling op de opiniepagina te plaatsen. Daarin is de term ‘tips’ gebruikt in plaats van onderzoek, omdat de redactie op het spoor was gezet door klagers ingezonden bijdrage en zijn onderzoek niet meer behelsde dan een contact met een ambtenaar in Brussel.
Verweerders concluderen dat de zin “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.” niet onjuist is, omdat Arendz zelf onderzoek heeft verricht. Tegenover klager was het correct geweest meteen melding te maken van zijn rol. Dat dit niet is gebeurd, is niet te wijten aan kwade wil, maar aan de tijdsdruk waaronder Arendz moest werken. Zodra klager Arendz had gewezen op het verzuim, heeft Arendz actie ondernomen om het goed te maken. Omdat klager niet inging op de beste oplossing, een vervolgverhaal, is gekozen voor het publiceren van de aanvulling. De klacht dat zij zich tegenover klager laakbaar zouden hebben gedragen, mist derhalve elke grond, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Allereerst overweegt de Raad dat klager reeds in zijn klaagschrift heeft meegedeeld, dat hij de klacht zo volledig mogelijk heeft gedocumenteerd teneinde de Raad in staat te stellen de zaak op de stukken af te doen. Het is niet ondenkbaar dat verweerders het besluit van klager om niet ter zitting te verschijnen, hebben laten meewegen in hun beslissing eveneens niet bij de behandeling van de klacht aanwezig te zijn. Verweerders behoefden er dan ook geen rekening mee te houden dat klager zo kort voor de zittingsdatum nog een nieuw stuk zou overleggen. De Raad zal de pleitnota van klager derhalve niet in zijn oordeel betrekken.

Niet ter discussie staat dat het door klager ingezonden stuk de basis vormde van de publicaties van 11 oktober 2003. De zin “Dit blijkt uit onderzoek van deze krant.” is derhalve strikt genomen onjuist althans onvolledig, en jegens klager onzorgvuldig. In gevallen als deze, waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid is hersteld door de rectificatie.

Een ruimhartiger rectificatie, met daarin enige toelichting en een vermelding dat verweerders de kwestie betreuren, zou wellicht niet hebben misstaan. Niettemin is de Raad van oordeel dat verweerders, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de berichtgeving van 11 oktober 2003 in voldoende mate hebben rechtgezet in de publicatie van 13 oktober 2003 (vgl. onder meer: SAP Nurseries Limited tegen Bannisseht, de Kruijf en De Boomkwekerij, RvdJ 2002/18 en De Vries tegen Trouw, RvdJ 2000/28).

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 februari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-15