2004/14 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Donker

tegen

de hoofdredacteur van de Zwolse Courant

Bij brief van 28 oktober 2003 met zeven bijlagen heeft R. Donker te Zwolle (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant (verweerder). Klager heeft vervolgens zijn klacht nader toegelicht in twee brieven van 10 november 2003 met diverse bijlagen en in een brief van 12 november 2003. A. Engbers, hoofdredacteur, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 12 november 2003 met vier bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 december 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 24 oktober 2003 is in de Zwolse Courant een artikel verschenen onder de kop “Swollwacht is ‘kotsziek’ van schijnpolitiek SP”. De intro van het artikel luidt:
Swollwacht heeft met onverholen woede gereageerd op de kritiek van de SP op de WRZV-hallen. ‘Ik word kotsziek van jullie schijnpolitiek’, schrijft William Dogger aan zijn SP-collega Twisterling.
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
Dat de SP blind vaart op Ruud Donker, die na twee jaar opvang in de WRZV-hallen nu een eigen huisje heeft, vindt Swollwacht onbegrijpelijk. ‘De heer Donker heeft ruim geprofiteerd van de goede en sociale diensten die Van Ommen hem verstrekte. Nu Donker dankzij de inspanningen van Van Ommen eigen woonruimte heeft gaat hij, zoals profiteurs dat doen, natrappen aan het adres van Van Ommen. Ik kan dit niet anders noemen dan vuilspuiterij.
Klager heeft enige tijd gebruik gemaakt van de opvang voor dak- en thuislozen in de WRZV-hallen. Genoemde Van Ommen is directeur van de WRZV-hallen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt, kort samengevat, dat het artikel ongenuanceerde en beledigende uitlatingen van Dogger aan zijn adres bevat. Volgens klager heeft verweerder ten onrechte nagelaten hem wederhoor te bieden. Door de publicatie is hij in zijn goede naam aangetast, aldus klager.
Verder stelt hij dat verweerder zich schuldig maakt aan sensatiejournalistiek en vooroordelen heeft tegen dak- en thuislozen.

Verweerder stelt dat het artikel niet op zichzelf staat, maar er een is in een reeks van publicaties. Mede naar aanleiding van een onderhoud met klager heeft de SP-fractie de kwestie opnieuw aangekaart. Volgens verweerder heeft klager daarvan ook geen geheim gemaakt. De vragen van de SP hebben geleid tot woedende reacties van onder meer raadslid Dogger. De reactie van Dogger is echter gericht op de SP.
In de afgelopen jaren zijn klager en andere daklozen in toenemende mate aan het woord gekomen in de Zwolse Courant. Van sensatiejournalistiek en vooroordelen is dan ook geen sprake, aldus verweerder.
Hij wijst erop dat klager op geen enkele manier aan de redactie te kennen heeft gegeven ontevreden te zijn over publicaties rondom de SP-vragen en de reacties daarop.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel gaat in hoofdzaak over een dispuut tussen Swollwacht en SP. In dat verband is klager genoemd. De kern van de klacht is dat verweerder diffamerende uitlatingen aan het adres van klager heeft gepubliceerd zonder toepassing van wederhoor.

Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. In eerdere gevallen heeft de Raad geoordeeld dat een journalist óók wederhoor dient toe te passen, indien een betrokkene slechts zijdelings een rol speelt in de publicatie en daardoor wordt gediskwalificeerd (vgl. onder meer Willems tegen F. Lubbers en Beiler Courant, RvdJ 2004/09).

Klager wordt in het artikel gekenschetst als een ‘profiteur van goede en sociale diensten’, die zich schuldig zou maken aan ‘natrappen’ en ‘vuilspuiterij’. De Raad is van oordeel dat klager aldus zodanig wordt gediskwalificeerd, dat verweerder de uitlatingen van Dogger voor commentaar aan klager had behoren voor te leggen. Nu verweerder dat heeft nagelaten en voorts niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die zijn handelwijze zouden kunnen rechtvaardigen, heeft hij grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. De stelling van verweerder dat klager in eerdere artikelen over de kwestie aan het woord is gekomen, maakt weliswaar dat naar het oordeel van de Raad in zijn algemeenheid geen sprake is van vooroordelen jegens dak- en thuislozen, maar kan aan het oordeel van de Raad dat wederhoor had dienen te worden toegepast niet afdoen. Die eerdere artikelen zijn immers gepubliceerd in september 2002, januari 2003 en februari 2003 en derhalve ruim voor het gewraakte artikel van 24 oktober 2003.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 februari 2004 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mr. A.H. Schmeink en mw. C.D. Smolders, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-14