2004/11 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

N.V. Luchthaven Schiphol en G.J. Cerfontaine

tegen

de hoofdredacteur van Intermediair

Bij brief van 30 oktober 2003 met acht bijlagen heeft mr. G. Brunt, advocaat te Amsterdam, namens N.V. Luchthaven Schiphol en G.J. Cerfontaine (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Intermediair (verweerder). Hierop heeft mr. E.M. Polak, advocaat te Amsterdam, namens verweerder gereageerd in een brief van 24 november 2003 met zeven bijlagen. Bij faxbericht van 11 december 2003 heeft mr. Brunt nog nadere stukken overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 december 2003. Namens klagers waren daar mr. Brunt, mr. J. van Stekelenburg (bedrijfsjurist van Schiphol) en M.M. Snoerwang (persvoorlichter) aanwezig. Aan de zijde van verweerder zijn mr. Polak, mr. J.B. Moret (Legal Counsel VNU) en E. de Vos (chef-redacteur Intermediair) verschenen. Mr. Brunt heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

Naar aanleiding van de ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 29 mei 2003 is in Intermediair nr. 22 een artikel van de hand van I. Engwirda, P. van der Kwast en E. de Vos verschenen onder de kop “Intermediair-onderzoek: ook publieke sector betaalt topmanagers uitstekend - Hoezo, non-profit?”. De intro van het artikel luidt:
Niet alleen in de top van het bedrijfsleven wordt flink verdiend, ook de non-profitsector weet van wanten, blijkt uit onderzoek van Intermediair. Best verdienende ‘overheidsmanager’: Gerlach Cerfontaine met 663 duizend euro per jaar.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
Best verdienende ‘overheidsmanager’ is Gerlach Cerfontaine van Schiphol. In 2002 kreeg hij aan vast salaris, bonussen en premies in totaal 663 duizend euro. Schiphol presenteert zich graag als een particulier bedrijf, maar de aandelen zijn volledig in handen van de rijksoverheid en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam. Bovendien haalt de luchthaven het merendeel van de inkomsten uit ‘havengelden’, een van de overheid gekregen monopolie.
In het artikel wordt het inkomen van Cerfontaine vergeleken met dat van directieleden van onder meer enkele ziekenhuizen, zorg- en onderwijsinstellingen, de NS, ANWB, ABP, de Nederlandsche Bank, TNO en Opta.
Het artikel is op de cover aangekondigd met nagenoeg dezelfde tekst als die van de hierboven aangehaalde kop. Bijna de hele cover wordt bestreken door een foto van Cerfontaine met het bijschrift “Schipholdirecteur Cerfontaine: € 636.000,- per jaar”.
Verder heeft De Vos in een redactioneel commentaar onder de kop “Mag het ietsje meer zijn?” aandacht aan het artikel besteed. Dit commentaar bevat onder meer de volgende passage:
Regelmatig konden we de afdelingen voorlichting overtuigen met de argumenten dat het hier toch om belastinggeld ging, en dat burgers er recht op hadden geïnformeerd te worden.

Op 13 augustus 2003 heeft verweerder in een e-mail aan P. Luijten, directeur Corporate Communication van Schiphol, onder meer het volgende geschreven:
We hebben bedrijven en instellingen in de lijst meegenomen die aan een van de volgende criteria voldoen: (...) – alle NV’s of BV’s die volledig eigendom zijn van de hogere of lagere overheid, zoals de NS en Schiphol; energiebedrijven hebben we niet opgenomen, omdat die op de Nederlandse markten met elkaar concurreren. Binnen Nederland hebben de NS en Schiphol volgens ons een monopoliepositie. Reden om deze laatste categorie op te nemen, is dat deze bedrijven voor 100 procent door de overheid zijn gefinancierd, wat betekent dat de overheid tegenover die bedrijven een speciale verantwoordelijkheid heeft.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de publicatie misleidend is en onjuistheden bevat. In het artikel zijn bedrijven en instellingen opgenomen, waarbij de overheid op zeer uiteenlopende wijze is betrokken. Het relevante onderscheid in betrokkenheid van de overheid is niet duidelijk gemaakt, waardoor ten onrechte de indruk is gewekt dat in alle gevallen sprake is van ‘overheidsbedrijven’. Verweerder heeft evenmin onderscheid gemaakt naar de aard van de organisaties. De door verweerder gehanteerde criteria voor het al dan niet betrekken van instellingen bij het onderzoek, zijn niet in het artikel vermeld. Hierdoor is de lezer op het verkeerde been gezet.
Schiphol behoort tot de (semi)publieke sector noch de non-profit sector, en is derhalve ten onrechte in het onderzoek van verweerder betrokken, aldus klagers. Schiphol is een commerciële instelling, die voluit concurreert met andere – buitenlandse – luchthavens. De onderneming wordt niet door de overheid gefinancierd. Zij verwerft haar financiering op de kapitaalmarkt. De zeggenschap van de overheid is beperkt en niet doorslaggevend. Het bestuur van de onderneming wordt niet door de overheid benoemd en Cerfontaine is dus geen ‘overheidsmanager’. Verder is onjuist dat de overheid Schiphol een monopolie heeft gegeven om havengelden te innen. Er is geen sprake van een monopoliepositie en de inkomsten van Schiphol zijn niet voor het merendeel uit havengelden afkomstig. Schiphol bestrijdt een deel van de kosten door start-, parkeer- en landingsgelden te vragen. De tarieven zijn economisch gereguleerd; zij dienen kostengeoriënteerd te zijn, er moet kostenefficiënt gewerkt worden en er mag winst worden gemaakt. De tarieven worden door de Staat bepaald, de sector wordt betrokken bij de vaststelling. Door onjuiste informatie te presenteren en daarbij te ruim bemeten begrippen ‘publieke sector’ en ‘non-profit sector’ te hanteren, heeft verweerder Schiphol en haar president directeur ten onrechte binnen het bereik van het onderzoek gebracht. In dat verband is opmerkelijk dat Nuon en Essent buiten het onderzoek zijn gehouden. Ook deze ondernemingen zijn voor 100% eigendom van de overheid.
Verder stellen klagers dat ten onrechte is vermeld dat Cerfontaine in 2002 663.000 euro heeft ontvangen. Verweerder heeft de in het jaarverslag van 2002 afzonderlijk vermelde inkomenscomponenten van Cerfontaine ten onrechte bij elkaar opgeteld. In dat jaarverslag worden winstdeling en bonusbetalingen gemeld voor de korte (betaling in 2003) en lange (betaling in 2005) termijn, alsmede een pensioenvoorziening. Dat zijn geen componenten van het inkomen van Cerfontaine in 2002. Het belastbaar inkomen van Cerfontaine bedroeg in 2002 417.926 euro. De gemaakte fout had gemakkelijk kunnen worden voorkomen door het toepassen van wederhoor. Klagers wijzen erop dat in eerdere publicaties in Trouw en Volkskrant het juiste jaarinkomen van Cerfontaine is vermeld.
Klagers betogen dat verweerder onzorgvuldig onderzoek heeft verricht, een onjuist beeld over Schiphol heeft geschetst en de onderneming en haar president directeur aldus in een onjuist daglicht heeft geplaatst. Volgens klagers zou bij een zorgvuldige werkwijze Schiphol als ‘kandidaat’ voor de publieke sector zijn afgevallen en zou Cerfontaine niet als nummer één in negatieve zin zijn afgeschilderd.
Ten slotte stellen klagers dat verweerder onzorgvuldig is omgegaan met de gemotiveerde bezwaren, die de persvoorlichter - nadat klagers via de redactie van NOVA over het voornemen tot publicatie hadden vernomen - op 28 mei 2003 aan De Vos heeft kenbaar gemaakt. Ondanks die bezwaren is het artikel op 29 mei 2003 verschenen. Na publicatie hebben klagers rectificatie verzocht. Dat verzoek is ten onrechte niet gehonoreerd, aldus klagers. Het aanbod om een ingezonden brief te publiceren, kan volgens hen niet als passende rectificatie worden aangemerkt.

Verweerder stelt dat in het kader van de recente maatschappelijke discussie over topinkomens in de private sector onderzoek is verricht naar de beloningsstructuur in de (semi)publieke- en non-profit sector. Dit onderzoek sluit aan bij de wenselijkheid van openbaarheid en transparantie van topinkomens in de (semi)publieke sector, waartoe de adviescommissie-Dijkstal is ingesteld. De bedrijven en instellingen die als ‘non-profit’ zijn aangemerkt en in het onderzoek zijn betrokken, zijn ofwel volledig overheidsorgaan, uitvoeringsorgaan van de overheid, particuliere non-profit organisatie of vennootschap waarvan de overheid 100% aandeelhouder is. Tot die laatste categorie behoren Schiphol en de NS. Verweerder betoogt dat het hem vrijstaat eigen definities te bepalen en de term ‘non-profit’ te interpreteren, mits die definities/interpretaties niet willekeurig worden toegepast. Schiphol valt binnen de definitie en van willekeurige toepassing is geen sprake. In de e-mail van 13 augustus 2003 heeft verweerder uiteengezet, welke criteria hij heeft gehanteerd bij het definiëren van het begrip ‘non-profit’ in het kader van zijn onderzoek en waarom Schiphol in het onderzoek is opgenomen.
Wat betreft het inkomen van Cerfontaine stelt verweerder dat hij zich voor de inkomens van de topmanagers heeft gebaseerd op de jaarverslagen. Als inkomen is in het overzicht het bedrag vermeld dat volgens het jaarverslag in het jaar 2002 aan de desbetreffende manager is toegekend. Voor Cerfontaine is dit het bedrag van 663.000 euro. Dat een of meer bedragen pas op termijn aan hem worden uitbetaald, doet daaraan niet af. Verweerder wijst er in dit verband op dat Cerfontaine in een publicatie in Trouw heeft erkend dat de verwarring over de cijfers in het jaarverslag ook aan klagers ligt. Overigens zijn voor de andere managers hetzelfde criterium en dezelfde berekeningswijze toegepast, aldus verweerder. Volgens hem is het artikel niet tendentieus. Er wordt geen waardeoordeel uitgesproken over de inkomens van de topmanagers.
Samenvattend stelt verweerder dat hij een zorgvuldig geredigeerd artikel heeft gepubliceerd, dat aansluit bij een maatschappelijk discussie. De voor het onderzoek gehanteerde criteria zijn consequent en zonder ‘aanziens des persoons’ toegepast.
Verder stelt verweerder dat hij zich van meet af aan bereid heeft getoond een reactie van klagers in Intermediair op te nemen. Klagers hebben echter van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. In het gesprek van 28 mei 2003 heeft De Vos Snoerwang aangeboden om, voor zover in het artikel onjuistheden zouden staan, in het eerstvolgende nummer daarvan melding te maken en een reactie van Schiphol op te nemen. Schiphol heeft laten weten van dit aanbod geen gebruik te maken. Van de ondernemingen die wel hebben gereageerd, is in Intermediair van 5 juni 2003 – op de pagina waar reacties van lezers worden gepubliceerd – een aantal inkomensgegevens gecorrigeerd. Ook nadien heeft verweerder nog aan klagers aangeboden een stuk te plaatsen, waarin klagers konden aangeven waarom zij naar hun mening niet in het onderzoek thuis horen en waarbij verweerder de door hem gehanteerde criteria zou vermelden. Klagers zijn hierop niet ingegaan. Ten slotte heeft eind augustus 2003 een persoonlijk onderhoud plaatsgevonden tussen De Vos en de afdeling voorlichting van Schiphol. Dit gesprek heeft echter niet tot een oplossing geleid. Verweerder betoogt dat hij zich ten opzichte van klagers zeer welwillend heeft opgesteld en binnen de marges van het redelijke heeft geprobeerd een oplossing te vinden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen:
a. klagers zijn ten onrechte in het onderzoek betrokken, aangezien Schiphol niet behoort tot de ‘non-profit’ sector en Cerfontaine geen ‘overheidsmanager’ is;
b. ten onrechte is in het artikel vermeld dat Cerfontaine in 2002 een inkomen van 663.000 euro heeft ontvangen;
c. het artikel is gepubliceerd ondanks de door klagers vooraf kenbaar gemaakte bezwaren;
d. verweerder heeft ten onrechte geen rectificatie geplaatst.

Onderdeel a. van de klacht is gegrond. Volgens de kop van het artikel heeft verweerder onderzoek verricht naar inkomens van directieleden in de ‘non-profit sector’. De gangbare betekenis van de term ‘non-profit organisatie’ is: een instelling zonder winstoogmerk.
Verweerder heeft gesteld dat hij voor zijn onderzoek als ‘non-profit’ instelling heeft aangemerkt: volledige overheidsorganen, uitvoeringsorganen van de overheid, particuliere non-profit organisaties en vennootschappen waarvan de overheid 100% aandeelhouder is. In zijn e-mail van 13 augustus 2003 heeft verweerder toegelicht, waarom hij de laatste categorie in zijn onderzoek heeft betrokken: “Reden om deze laatste categorie op te nemen, is dat deze bedrijven voor 100 procent door de overheid zijn gefinancierd, wat betekent dat de overheid tegenover die bedrijven een speciale verantwoordelijkheid heeft.
Schiphol valt niet onder de gangbare definitie van ‘non-profit organisatie’ en voorts is niet langer in geschil dat Schiphol niet voor 100% door de overheid is gefinancierd.
Het staat verweerder vrij in zijn onderzoek zowel instellingen te betrekken die vallen onder de gangbare definitie van ‘non-profit sector’ als instellingen die daar niet onder vallen, om die instellingen met elkaar te vergelijken. Ten behoeve van zorgvuldige, evenwichtige berichtgeving dient hij in dat geval evenwel aan de lezer ten minste duidelijk te maken dat hij bij het onderzoek aan de term ‘non-profit sector’ een andere, ruimere betekenis heeft toegekend dan gangbaar is. Enige uitleg van die keuze zou voorts niet hebben misstaan. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Verweerder heeft derhalve grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid – maatschappelijk aanvaardbaar zijn, door Schiphol in zijn onderzoek te betrekken, zonder in het artikel kenbaar te maken welke criteria hij bij zijn onderzoek heeft gehanteerd en zonder duidelijk onderscheid te maken tussen Schiphol enerzijds en echte ‘non-profit organisaties’ anderzijds.

In het ‘Jaarverslag Schiphol Group 2002’ is de totale bezoldiging van Cerfontaine in 2002 gesplitst in vier elementen: ‘periodiek betaalde beloningen’, ‘winstdeling en bonusbetaling (korte termijn)’, ‘winstdeling en bonusbetaling (lange termijn)’ en ‘beloningen betaalbaar op termijn (pensioenen)’. De som van die vier elementen is € 662.633. Onder aan dezelfde pagina van het jaarverslag is vermeld dat de korte termijn bonus wordt betaald in 2003 en de lange termijn bonus in 2005. In de gewraakte publicatie is ter zake vermeld: “Best verdienende ‘overheidsmanager’: Gerlach Cerfontaine met 663 duizend euro per jaar” en “In 2002 kreeg hij aan vast salaris, bonussen en premies in totaal 663 duizend euro.” Daarmee wordt kennelijk bedoeld dat Cerfontaine in 2002 663.000 euro zou hebben ontvangen, hetgeen uit het jaarverslag niet valt af te leiden.
In een artikel dat op 23 april 2003 in Trouw is verschenen heeft Cerfontaine weliswaar erkend dat ‘de verwarring over de cijfers in het jaarverslag ook aan ons (klagers) ligt’, dit laat onverlet dat het artikel op dit punt feitelijk onjuist is. Verweerder had deze omissie eenvoudig kunnen voorkomen door zorgvuldige raadpleging van het jaarverslag dan wel navraag bij klagers, hetgeen hij heeft nagelaten. Dit onderdeel van de klacht is derhalve evenzeer gegrond. Dat verweerder, zoals hij stelt, ten aanzien van alle andere in het artikel genoemde managers hetzelfde criterium en dezelfde berekeningswijze heeft toegepast, kan aan de onzorgvuldigheid jegens klagers niet afdoen.

De onderdelen c. en d. van de klacht zijn ongegrond. Verweerder heeft de bezwaren van klagers tegen het artikel eerst één dag voor publicatie vernomen. Van hem kon op dat moment in redelijkheid niet worden gevergd dat hij de publicatie op grond van die bezwaren zou uit- of afstellen. Verweerder heeft verder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij na publicatie herhaaldelijk heeft getracht de gerezen problemen in overleg met klagers op minnelijke wijze op te lossen. Dat het partijen niet is gelukt tot overeenstemming te komen over een passende oplossing, is niet alleen aan verweerder te wijten.

BESLISSING

Onderdelen a. en b. van de klacht zijn gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Intermediair te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 januari 2004 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mr. A. Herstel en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-11