2004/1 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Braat

tegen

de hoofdredacteur van de Legerkoerier

Bij brief van 6 mei 2003 met twee bijlagen heeft J. Braat te Vleuten (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Legerkoerier (verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 november 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt dat hij een artikel heeft geschreven over zijn ervaringen als dienstplichtig militair in 1952 in Middelburg. Bij brief van 24 januari 2003 heeft hij een kopie van zijn artikel voor publicatie aan verweerder gestuurd. Daarbij heeft klager verweerder verzocht hem te berichten of voor publicatie van zijn stuk interesse bestond. Omdat een reactie uitbleef, heeft hij op 12 maart 2003 telefonisch contact met verweerder opgenomen. In dat gesprek deelde verweerder mee een en ander te zullen uitzoeken en klager terug te bellen. Op 18 maart 2003 heeft klager nogmaals telefonisch geïnformeerd naar de stand van zaken. Hem werd toen opnieuw meegedeeld dat de zaak zou worden uitgezocht en dat hij zou worden teruggebeld. Toen dat niet gebeurde, heeft klager bij brief van 31 maart 2003 zijn ongenoegen over de gang van zaken geuit en verweerder verzocht zijn stuk te retourneren. Omdat verweerder niet reageerde, heeft klager op 24 april 2003 nogmaals met verweerder gebeld. Volgens klager deelde verweerder in dat gesprek mee dat hij zich vaag iets kon herinneren, maar dat hij het stuk van klager nooit had ontvangen. Klager voelt zich door de handelwijze van verweerder ernstig geschoffeerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht komt erop neer dat verweerder ongemotiveerd, althans zonder goede grond weigert het verhaal van klager te publiceren. Klaarblijkelijk ter illustratie van die in zijn ogen onaanvaardbare weigerachtige houding wijst klager erop dat verweerder niet op zijn brieven reageert en attendeert hij op de wijze waarop verweerder omgaat met zijn ingezonden stuk dat klager hem in kopie heeft toegezonden.

De Raad heeft begrip voor klagers standpunt, dat verweerder zich jegens hem niet correct heeft gedragen, maar acht de klacht ongegrond. Verweerder is geheel vrij in zijn selectie van nieuws. Het niet publiceren van klagers artikel kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat verweerder de door hem als journalist in acht te nemen grenzen heeft overschreden (vgl. onder meer: Fernandes tegen HP/De Tijd, RvdJ 2003/26). Anders dan klager lijkt te menen behoefde verweerder zijn keuze om niet tot publicatie over te gaan tegenover hem ook niet te verantwoorden.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing op enigerlei wijze aandacht te besteden.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 januari 2004 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. C.J.E.M. Joosten, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2004-01