2003/8 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

V.E.M. Mensink

tegen

O. Plomp en de hoofdredacteur van Quote.

Bij brief van 26 september 2002 met een bijlage heeft V.E.M. Mensink te Landsmeer (klaagster) een klacht ingediend tegen O. Plomp en de hoofdredacteur van Quote (verweerders). Klaagster heeft vervolgens op 15 oktober 2002 nog een bijlage aan de Raad doen toekomen. Verweerder heeft op de klacht geantwoord in een brief van 18 november 2002. In een door de Raad op 10 december 2002 ontvangen schrijven met twee bijlagen heeft klaagster haar klacht nog nader toegelicht en uitgebreid.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 december 2002. Klaagster is daar verschenen. Aan de zijde van verweerders waren daar voornoemde Plomp en M. Koster, adjunct-hoofdredacteur van Quote, aanwezig.

DE FEITEN

In september 2002 is in het maandblad Quote in de rubriek ‘Q cam was here’ een artikel verschenen onder de kop “Kroondomeinen”. Het artikel gaat over bezoekers van het Amsterdamse etablissement ‘Vak Zuid’. Bij het artikel zijn diverse foto’s geplaatst, waaronder een van klaagster met een vriendin. Het onderschrift bij die foto luidt: “Twee desperate blondines: ‘We hebben altijd nog de fles rosé’”.

Op 26 november 2002 heeft J. Kelder, hoofdredacteur van Quote, klaagster het volgende briefje gestuurd:
Sorry voor de enigszins ongelukkige bijschriften in ons blad. Neem het svp niet persoonlijk, want dat is het niet. Sommige ‘grapjes’ vallen verkeerd. Onze fout.

Voorts is in het december-nummer van Quote in de rubriek ‘Ook iets te klagen over Quote’ aandacht besteed aan klaagsters klacht. In het artikel, waarbij opnieuw de foto van klaagster en haar vriendin is geplaatst, wordt klaagster geciteerd als volgt:
‘Vrijwel direct (…) komt er een mevrouw met een fototoestel naar ons toe die vraagt of ze een foto mag maken omdat wij er “zo mooi uitzagen”. Hiertegen hadden wij geen bezwaar. Ik ben verbaasd mezelf te zien staan met daaronder de tekst (zoals die is gepubliceerd). Ik vind dit beledigend voor mij en mijn gezin en schadelijk voor mijn bedrijf. Mijn klanten kunnen de indruk krijgen dat ik een alcoholist ben.’
Het naschrift luidt:
Onze excuses, de fotografe heeft zich vergist met haar opmerkingen over uw uiterlijk. Drink een borrel van ons.
Met haar klacht, die is aangemerkt als ‘boze brief van de maand’, heeft klaagster een fles champagne gewonnen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster maakt bezwaar tegen het onderschrift bij de in het september-nummer van Quote gepubliceerde foto. Ze runt met succes haar eigen bedrijf en is zeker niet desperaat. De term ‘blondines’ moet in de context worden uitgelegd als ‘domme blondjes’ en is denigrerend. Verder kan bij lezers, waaronder mogelijk klanten van klaagster, ten onrechte de indruk ontstaan dat ze alcoholist is. Als klaagster tevoren had geweten welke tekst bij haar foto zou worden gepubliceerd, zou zij nooit met publicatie hebben ingestemd. Door de publicatie wordt haar goede naam, zowel zakelijk als privé aangetast.
Verder stelt klaagster dat zij door het artikel in het december-nummer nog meer is geschaad. Dit bericht, met een zeer beledigend naschrift, is zonder overleg met haar geplaatst. Het korte briefje van de hoofdredacteur van 26 november 2002 is wel correct, aldus klaagster. Zij meent dat dit briefje in Quote had moeten worden opgenomen. De inmiddels ontvangen fles champagne heeft zij ter zitting aan verweerders teruggegeven.

Verweerders stellen dat Plomp zich kenbaar heeft gemaakt als medewerker van Quote en klaagster toestemming gevraagd om te worden gefotografeerd. Daarbij heeft Plomp niet vermeld dat de foto zou worden voorzien van een ironisch bijschrift. De foto’s zijn afgedrukt in Quote’s fotorubriek. De ironische bijschriften zijn bedacht op de redactie. De rubriek, waarin meestal bekende mensen voorkomen, is geënt op de Britse journalistiek, waarin gebruik wordt gemaakt van kwinkslagen. Ter zitting geeft Koster toe dat de tekst van het bijschrift niet gepast is en dat de grap is misplaatst. Klaagster is ‘het verkeerde slachtoffer’ geweest. Verweerders betreuren het dat klaagster zich gekrenkt voelt. Zij hebben geenszins de bedoeling gehad haar af te schilderen als alcoholiste.
Het bericht in het december-nummer is nog onhandiger en het gevolg van miscommunicatie bij Quote, zo stelt Koster ter zitting. Hij verklaart bereid te zijn om alsnog de tekst van het briefje van 26 november 2002 af te drukken, en biedt klaagster nogmaals zijn excuses aan voor de gang van zaken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is gericht tegen de publicatie in september 2002 van de foto van klaagster in combinatie met de eronder geplaatste tekst alsmede tegen het artikel in het nummer van december 2002, betreffende klaagsters klacht. Verweerders hebben ten aanzien van beide publicaties erkend onzorgvuldig te hebben gehandeld. De Raad deelt dit standpunt, en oordeelt derhalve dat verweerders met de publicaties grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Quote te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 24 februari 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mw. mr. V. Keur, mw. J.A. Koerts, mw. C.D. Smolders en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-08