2003/70 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

dr. J.G.C. van Heijningen en de Socialistische Partij

tegen

M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 16 september 2003 met zeven bijlagen heeft dr. J.G.C. van Heijningen te Amsterdam mede namens de Socialistische Partij (klagers) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft Koolhoven gereageerd in een brief van 15 oktober 2003 met tien bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 oktober 2003. Namens klagers waren Van Heijningen en K. Kodde, medewerker van XminY Solidariteitsfonds, aanwezig. Aan de zijde van verweerders zijn Koolhoven en P. Siebelt, publicist en wetenschapper, verschenen.

DE FEITEN

Op 23 augustus 2003 is op de voorpagina van in De Telegraaf onder de kop “SP’er betaalde taartactie Pim” een artikel van de hand van Koolhoven verschenen met de tekst:
De affaire rond het met taarten bekogelen van politicus Pim Fortuyn, op 14 maart vorig jaar in Nieuwspoort, krijgt een politiek staartje. De jongelui die Fortuyn insmeerden blijken te zijn betaald door Hans van Heijningen, medewerker van de SP. Van Heijningen stond tijdens de laatste verkiezingen op nummer tien van de SP-lijst.
Het artikel wordt op pagina 2 vervolgd onder de kop “Taartaffaire”. Dit vervolgartikel bevat onder meer de volgende passage’s:
Omdat de partij net niet genoeg stemmen haalde (9 zetels) werd hij fractiemedewerker. (...) De SP’er verstrekte de omstreden ‘subsidie’ in zijn functie als coördinator van het extreem linkse actiefonds XminY in Amsterdam.
en
Het subsidiebedrag voor de ‘taarters’, 450 euro, ging naar de zogeheten Weggeefwinkel in Hoederloo. Op 14 mei (...) viel een arrestatieteam binnen op het landgoed in Hoenderloo waar de Weggeefwinkel is gevestigd. Twee van de drie taartgooiers werden er opgepakt (...)
en
Van Heijningen bevestigt dat hij voor XminY de actievoerders geld heeft verstrekt, volgens hem als ,,steun voor niet-commerciële initiatieven op het gebied van productie en consumptie”. Hoewel dit nu, ruim anderhalf jaar later, niet meer te achterhalen is, ontkent de SP’er dat hij destijds op de hoogte was van de taartactie tegen Fortuyn. Volgens Van Heijningen had de subsidaar (bedoeld wordt kennelijk: subsidie daar) niets te maken (...)
en
Pikant detail is dat Van Heijningen namens XminY ook een subsidie heeft verstrekt aan een groep anarchisten die onder de naam ABC actief is op het internet. Op hun website wordt opgeroepen tot steun voor Volkert van der G.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de voormelde kop onjuist en suggestief is. Tezamen met het artikel suggereert die, volgens klagers, ten onrechte dat enig oorzakelijk verband bestaat tussen vier uit hun context gehaalde feiten. Zij stellen dat aldus onterecht de indruk is gewekt dat SP’er Van Heijningen betrokken was bij een taartactie, die een prelude vormde voor de moordaanslag op Pim Fortuyn en dat Van Heijningen daarmee zou sympathiseren. De subsidie aan de zogenoemde weggeefwinkel is verstrekt op een aanvraag van 20 april 2002 en staat los van de taartactie van 14 maart 2002, waarbij twee medewerkers van de weggeefwinkel betrokken zouden zijn geweest. Klagers noch XminY zijn betrokken geweest bij het plannen of uitvoeren van zulke acties. Bovendien is Van Heijningen pas eind 2002 lid van de SP geworden. Verder was de aan ABC verstrekte subsidie bestemd voor een solidariteitsactie met een Poolse anarchist, aldus klagers.
Voorts betogen zij dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Voor de publicatie heeft Koolhoven telefonisch contact gehad met Van Heijningen. In dat gesprek kwamen de subsidie van XminY aan de weggeefwinkel en de vermeende betrokkenheid van Van Heijningen, als toenmalig coördinator van XminY, bij de taartactie aan de orde. Van Heijningen heeft aan Koolhoven meegedeeld dat hij niet betrokken is geweest bij de taartactie en dat hij tot dat moment niets wist van een eventuele relatie tussen de medewerkers van de weggeefwinkel en de taartactie. Het gesprek ging over de SP noch over de door XminY aan ABC verstrekte subsidie. Koolhoven heeft, aldus klagers, ten onrechte nagelaten klagers in de gelegenheid te stellen te reageren op de in het artikel vervatte suggesties.
Klagers stellen dat zij door de handelwijze van verweerders in hun goede naam zijn aangetast.

Volgens verweerders is in het artikel duidelijk vermeld dat Van Heijningen ten tijde van de subsidieverstrekking aan de weggeefwinkel coördinator was van XminY en pas een jaar later medewerker werd van de kamerfractie van de SP. Overigens was Van Heijningen ten tijde van de publicatie wel medewerker van de SP. Verder staat vast, aldus verweerders, dat XminY subsidie heeft verstrekt aan ABC en dat ABC oproept tot steun aan Volkert van der G. Geen van deze feiten wordt door klagers betwist. Dat XminY aan ABC subsidie heeft verstrekt ten behoeve van een solidariteitsactie voor een Poolse anarchist, doet aan die feiten niet af.
Verweerders menen dat zij voldoende wederhoor hebben toegepast. In het artikel is in ruime mate aandacht besteed aan de inhoudelijke reactie van Van Heijningen, te weten zijn ontkenning dat de subsidie aan de weggeefwinkel te maken heeft met de taartactie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat in de kop van het artikel op de voorpagina alsmede in het artikel ten onrechte is gesuggereerd dat de SP, Van Heijningen, de taartactie en de moord op Pim Fortuyn op enigerlei wijze met elkaar zijn verbonden.

Voorzover betrekking hebbend op de kop “SP’er betaalde taartactie Pim” is de klacht gegrond. Immers, die kop kan moeilijk anders worden begrepen dan als bericht dat de SP – althans Van Heijningen als medewerker van de SP – actief betrokken is geweest bij de taartactie die tegen Pim Fortuyn is uitgevoerd. Bezien in het licht van alle publiciteit rond Pim Fortuyn en de niet lang na de taartactie op hem gepleegde moord, werpt dat bericht een zodanige smet op klagers, dat het niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd had mogen worden. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. Met de publicatie van de kop hebben verweerders derhalve grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is. Overigens heeft Koolhoven ter zitting desgevraagd erkend dat het wellicht beter zou zijn geweest, indien een minder stellige kop boven het artikel zou zijn geplaatst.

Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond. Klagers hebben niet betwist dat Van Heijningen als coördinator van XminY subsidie heeft verstrekt aan de zogenoemde weggeefwinkel, medewerkers van de weggeefwinkel zijn opgepakt voor de taartactie, XminY subsidie heeft verstrekt aan ABC en ABC op een website heeft opgeroepen tot steun voor Volkert van der G. Door de wijze waarop deze onbetwiste feiten in het artikel zijn verwerkt, zou wellicht enige verwarring kunnen ontstaan over het verband tussen die feiten. Dit rechtvaardigt echter niet de conclusie dat verweerders op dit punt journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat voor de reactie van Van Heijningen een zeer behoorlijke plaats is ingeruimd en dat uit de weergave van die reactie voldoende duidelijk is dat hij betrokkenheid bij de taartactie ontkent.

BESLISSING

Voorzover de klacht gericht is de tegen de kop van het artikel op de voorpagina is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-70