2003/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Sociaal Kulturele Vereniging SHIVA en de heer M. Jankie

tegen

de hoofdredacteur van het NOS-Journaal en de hoofdredacteur van NOVA (NPS/VARA)

Bij brief van 7 oktober 2002 met vier bijlagen hebben de Sociaal Kulturele Vereniging SHIVA en haar voorzitter M. Jankie te Nijmegen (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het NOS-Journaal en de hoofdredacteur van NOVA (verweerders). Hierop heeft H. Laroes, hoofdredacteur van het NOS-Journaal, gereageerd in een brief van 1 november 2002 een bijlage. M. Bartelsman, verslaggever van NOVA, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 7 november 2002. Klagers zijn nog op de reacties van verweerders in gegaan in twee afzonderlijke brieven van 20 november 2002.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 december 2002 buiten aanwezigheid van partijen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een video-opname van de gewraakte NOVA-uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 28 september 2002 is in het NOS-Journaal aandacht besteed aan een onderzoek van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. De uitzending bevat onder meer de volgende passage:
Kindersterfte komt onder allochtonen bijna twee keer zoveel voor als onder autochtone Nederlanders. De reden is dat allochtone kinderen veel vaker sterven aan erfelijke ziektes. Dat blijkt uit onderzoek van het Wilhelmina Kinderziekenhuis waarover NOVA vanavond bericht. Het onderzoek naar kindersterfte in Nederland duurde twee jaar. Van 600 overleden baby’s is het dossier bekeken. De belangrijkste conclusie over erfelijke ziektes als oorzaak van babysterfte: bij Nederlandse kinderen zijn erfelijke aandoeningen in 6 procent van de gevallen de doodsoorzaak; bij Turkse kinderen is dat 20 procent; en bij Marokkaanse kinderen 30 procent.

Diezelfde dag is een aflevering van het televisieprogramma NOVA uitgezonden onder de titel “Hoge kindersterfte allochtonen”. Presentator R. van den Hout leidt de uitzending in als volgt:
De kindersterfte bij allochtonen in Nederland blijkt onverwacht en ongekend hoog. Vooral bij Marokkanen en Turken is dat het geval. Er overlijden in Nederland bijna vijf keer zoveel allochtone als Nederlandse kinderen aan een erfelijke ziekte. Een onderzoeksteam van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht deed onderzoek naar de oorzaken. Deze hele NOVA-aflevering gaat over dat opzienbarende onderzoek. Belangrijkste conclusie: allochtone kinderen sterven zoveel vaker aan erfelijke ziektes doordat hun ouders vaker trouwen binnen de eigen familie.
In de daarop volgende reportage - van de hand van Bartelsman - komen T. Schulpen, hoogleraar kindergeneeskunde, L. Eldering, hoogleraar pedagogie, en twee ouders aan het woord. Voorts wordt de omslag van het onderzoeksrapport getoond: “Mortaliteitsverschillen tussen allochtone en autochtone kinderen in Nederland.” Verder wordt er een tabel in beeld gebracht: “Erfelijke oorzaak babysterfte – Nederlanders 6%, Surinamers 7%, Turken 20%, Marokkanen 30%

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat verweerders het onderwerp ten onrechte hebben aangekondigd als ‘kindersterfte allochtonen hoog’, terwijl uit de NOVA-reportage blijkt dat het met name om Turken en Marokkanen gaat. Onder de Surinaamse Nederlanders en de Antillianen is geen sprake van een hoge kindersterfte. Verweerders hadden de uitzendingen dan ook kunnen aankondigen als ‘kindersterfte onder Turken en Marokkanen erg hoog’, maar hebben dat nagelaten.
Klagers hebben de indruk dat met de term ‘allochtonen’ door de gevestigde autochtone orde in feite worden bedoeld diegenen met wie de autochtonen zich niet wensen te identificeren. Zij wijzen erop dat Indische Nederlanders en Molukkers niet vallen onder de term ‘allochtonen’ en in rapportages exact worden aangeduid, terwijl dat bij andere bevolkingsgroepen niet het geval is.
Volgens klagers is de berichtgeving onzorgvuldig, omdat in eerste instantie de hele groep allochtonen met een negatief beeld wordt beladen. De leden van SHIVA, overwegend Surinaamse Nederlanders, voelen zich gediscrimineerd. Ten onrechte worden Surinamers en Antillianen op één hoop geveegd met andere bevolkingsgroepen en onder de noemer ‘allochtonen’ tezamen gebracht. Dit voorval is niet op zichzelf staand. Regelmatig hebben media het over ‘allochtonen’ als er negatief nieuws te melden is, ook als het om één enkele groep binnen de allochtonen gaat.

Volgens Laroes heeft hij de feiten gevolgd, aan bronvermelding gedaan en één van de nieuwsbronnen geciteerd. Het Wilhelmina Kinderziekenhuis is een autoriteit en de deskundigheid van de medici wordt niet bestreden. Hij achtte het relevant kort aandacht aan het genoemde onderzoek te besteden. Het ‘op één hoop gooien’ van de door klagers genoemde bevolkingsgroepen is in het NOS-Journaal niet gebeurd. Klagers hebben constateringen toegevoegd. Laroes heeft dat niet gedaan en ook niet beoogd.

Bartelsman stelt dat de NOVA-uitzending gaat over een nieuw onderzoek van de Utrechtse hoogleraar kindergeneeskunde prof. dr. Schulpen. Uit dit onderzoek blijkt dat kinderen van Turken en Marokkanen veel vaker sterven aan aangeboren ziektes dan bijvoorbeeld Nederlandse en Surinaamse kinderen. Volgens Schulpen is dit mede te wijten aan het feit dat Turken en Marokkanen vaker trouwen binnen de familie. Volgens Bartelsman zijn deze uitkomsten zeer expliciet en herhaaldelijk in de uitzending vermeld. Meestal wordt gesproken over Turken en Marokkanen. Soms, onder meer in de aankondigingen, wordt samenvattend gesproken over ‘allochtonen’. In dat verband wijst Bartelsman erop dat Turken en Marokkanen onder de allochtonen in Nederland de grootste groep vormen. Zij stelt tenslotte dat nergens in de uitzending wordt gesuggereerd dat ook Surinamers binnen de familie trouwen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad deelt de constatering van klagers dat in het dagelijks spraakgebruik en ook in de media vaak het woord ‘allochtonen’ wordt gebruikt, terwijl slechts een bepaalde niet-autochtone bevolkingsgroep wordt bedoeld. Het is de vraag of met de aanduiding ‘allochtonen’ in zo’n geval niet een te diverse groep mensen over één kam wordt geschoren. Gelet op de maatschappelijke ontwikkelingen is in toenemende mate twijfelachtig of de term ‘allochtonen’ thans nog een adequate benaming is voor het aanduiden van één enkele of slechts enkele niet van oorsprong Nederlandse bevolkingsgroep(en), gezien de grote diversiteit van de verzameling van in Nederland wonende niet-autochtone bevolkingsgroepen.

Een en ander laat onverlet dat naar het oordeel van de Raad verweerders niet onzorgvuldig hebben gehandeld door in hun uitzendingen de aanduiding ‘allochtonen’ te gebruiken, daar waar met name Turken en Marokkanen zijn bedoeld. De uitzendingen zijn gebaseerd op het onderzoeksrapport van Schulpen, dat is getiteld: “Mortaliteitsverschillen tussen allochtone en autochtone kinderen in Nederland.” Nu in het onderzoeksrapport wordt gesproken van ‘allochtone’ kinderen, kan verweerders niet worden verweten dat zij de aanduiding ‘allochtonen’ ten onrechte hebben gebruikt. Bovendien wordt in de uitzendingen, onder meer in de genoemde c.q. getoonde statistieken, voldoende duidelijk gemaakt dat de kindersterfte ten opzichte van Nederlandse kinderen voornamelijk hoger is onder Turkse en Marokkaanse kinderen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in uitzendingen van het NOS-Journaal en NOVA.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 februari 2003 door mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, waarnemend voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. drs. J.W.M. Kok, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-07