2003/68 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Eijkemans-van ‘t Hoff

tegen

A. Burlage en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 4 juli 2003 met elf bijlagen heeft A. Eijkemans-van ’t Hoff te Nijkerk (klaagster) een klacht ingediend tegen A. Burlage en de hoofdredacteur van De Telegraaf (verweerders). Hierop heeft A. Reekers, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 augustus 2003. Klaagster heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 28 augustus 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 oktober 2003 in aanwezigheid van klaagster. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 31 december 2002 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Burlage verschenen onder de kop “Wanorde VVV’s leidt tot vertrek van directeur”. De intro van het artikel luidt:
De wanorde bij de landelijke organisatie van VVV’s die technisch failliet is, heeft geleid tot het vertrek van de directeur van de Algemene Nederlandse Vereniging van VVV’s (ANVV).
Klaagster is de bedoelde directeur. Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage’s:
Tijdens besloten vergaderingen over de crisis is onder meer aan het licht gekomen dat de directeur, ondanks de creperende organisatie, profiteerde van twee loonsverhogingen kort op elkaar binnen ruim een jaar, die nu in haar vervroegd pensioen moeten worden verwerkt.
en
De ANVV-directrice huurde op kosten van de VVV-organisatie ook een luxe appartement in de randstad, kosten circa 15.000 euro per jaar, om niet vanuit haar woonplaats in het midden van het land naar haar kantoor in Leidschendam te hoeven forensen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in het artikel een aantal haar betreffende onjuistheden is gepubliceerd en dat haar niet tevoren wederhoor is geboden.
Allereerst is volgens haar niet juist dat zij heeft geprofiteerd van twee loonsverhogingen binnen ruim een jaar ten faveure van een extra pensioenopbouw. In 2001 heeft een bevriezing van salaris plaatsgevonden en verder is slechts sprake geweest van een prijscompensatie en eenmalig van een periodieke verhoging, aldus klaagster. Zij wijst in dit verband op verschillende door haar overgelegde stukken, waaronder salarisspecificaties.
Ook is volgens haar onjuist dat zij een luxe appartement heeft gehuurd. Bovendien maakten het gebruik en de kosten van het appartement deel uit van de op kosten van de organisatie overeengekomen arbeidsvoorwaarden.

Verder stelt klaagster dat haar vertrek al in 1999 in het kader van een geplande fusie aan de orde is gesteld en dat het conform toen gemaakte afspraken heeft plaatsgevonden. Haar afscheid heeft derhalve niet de negatieve aanleiding gehad die in het artikel wordt gesuggereerd. Klaagster stelt dat zij een goede en open werkrelatie onderhield met het bestuur. Volgens haar bestond geen verschil van mening over het te voeren beleid en is geen kritiek op haar functioneren als manager geuit.
Klaagster betoogt dat door de publicatie van deze onjuistheden ten onrechte de indruk is gewekt dat zij zich onterecht bepaalde zaken heeft toegeëigend en dat zij onnodige kosten heeft gemaakt. Verweerders hadden dit kunnen voorkomen door wederhoor toe te passen, hetgeen zij ten onrechte hebben nagelaten. Volgens klaagster hebben verweerders aldus op onaanvaardbare wijze onjuiste en voor haar schadelijke journalistiek bedreven.
Ten slotte merkt klaagster op dat Burlage ná de publicatie weliswaar heeft aangeboden een interview met haar te publiceren, maar dat zij dat aanbod heeft afgewezen, omdat zij sinds 1 januari 2003 niet meer in dienst was van de ANVV.

Verweerders stellen dat zij de vermelde feiten en bijzonderheden hebben gecontroleerd bij verschillende bronnen, onder wie verantwoordelijke bestuursleden van de ANVV. Die bronnen stelden er, vanwege hun verschillende andere maatschappelijke posities, prijs op niet te worden genoemd. Zij waren wel bereid nadere details te geven om hun beweringen te staven. De uitspraken van deze bronnen vormden voldoende reden voor de publicatie, aldus verweerders.
In een telefoongesprek met klaagster, dat plaatsvond ná de publicatie, heeft Burlage de mogelijkheid uitgesproken dat de bronnen zich wellicht hebben vergist in hun beweringen over het luxe appartement. Op grond van die en andere mogelijke vergissingen heeft Burlage klaagster aangeboden een en ander nog eens na te gaan en de wellicht noodzakelijke nuanceringen te verwerken in een interview, waarin klaagster haar kijk op de zaken zou kunnen geven. Burlage bood klaagster daarbij aan dat artikel vooraf in te zien ter controle op feitelijke onjuistheden. Klaagster heeft het aanbod echter afgewezen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit hetgeen klaagster vooral ter zitting heeft toegelicht, valt af te leiden dat zij met name klaagt over het feit dat geen wederhoor is toegepast ten aanzien van de haar persoonlijk rakende beweringen over de loonsverhogingen en het luxe appartement. Alhoewel de klacht zich derhalve niet richt tegen de in het artikel vermelde hoofdzaken en de teneur van het artikel overeind blijft, is de Raad van oordeel dat verweerders door haar niet vooraf te horen jegens klaagster journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
Immers, door vermelding van de hiervoor bedoelde bijzaken is de indruk gewekt dat de problemen binnen de ANVV zijn veroorzaakt door, althans te maken hebben met, onjuist gedrag van klaagster en is haar persoonlijke integriteit in twijfel getrokken. Zorgvuldige journalistiek brengt mee dat in een dergelijk geval aan betrokkene vóór publicatie de mogelijkheid wordt geboden te reageren. Door dat na te laten hebben verweerders grenzen overschreden van hetgeen uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond, voorzover die betrekking heeft op de vermelding in het artikel dat klaagster “profiteerde van twee loonsverhogingen kort op elkaar binnen ruim een jaar” en op de vermelding dat klaagster “op kosten van de VVV-organisatie ook een luxe appartement in de randstad (huurde)”. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. C.J.E.M. Joosten, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-68