2003/64 ongegrond onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

T. de Graaf

tegen

C.N.M. Renckens en
de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Bij brief van 10 juli 2003 met drie bijlagen heeft T. de Graaf te Nijmegen (klager) een klacht ingediend tegen C.N.M. Renckens en de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (verweerders). Hierop heeft Renckens geantwoord in brieven van 2 augustus 2003 en van 18 september 2003 met een bijlage. De hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 oktober 2003 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

In het Nederlands Tijdschrift voor de Kwakzalverij is in de editie van maart 2003 een artikel van de hand van Renckens verschenen onder de kop “Antivaccinatiepropaganda: gevaarlijke kwakzalverij!”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Twee figuren die recent prominent aan de antivaccinatie campagne bijdroegen zullen hier even moeten worden besproken: Toine de Graaf, die zich ‘medisch journalist’ noemt’ en (...)
en
Met deze zich van de onbeschermde titel medisch journalist bedienende scribent kwamen wij voor het eerst in contact toen hij in juli 2000 de ghostwriter bleek te zijn van Kamsteegs bestseller Hebt u HPU?
en
Later kwam de ware aard van deze activist en gelovige boven toen hij in die periode bestuursleden van de VtdK opbelde als ‘journalist’, ze eerst uithoorde en zich pas later bekend makend als de HPU-zeloot.
en
De Graaf is redacteur van Gezondheidsnieuws, maar levert ook bijdragen aan andere kwakzalverslectuur zoals Ortho (...)

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zo is hij geen ghostwriter van Kamsteegs boek “Hebt u HPU?” maar co-auteur, en wordt hij ten onrechte antivaccionist genoemd. Verder meent klager dat sprake is van tendentieuze berichtgeving, onder meer omdat de tijdschriften Gezondheidsnieuws en Ortho als ‘kwakzalverslectuur’ worden aangeduid en hijzelf wordt getypeerd als ‘activist’, ‘gelovige’ en ‘HPU-zeloot’.
Klager verwijt de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij het artikel van Renckens te hebben gepubliceerd.

Renckens stelt voorop dat hij geen journalist is. Hij is voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij en praktiserend vrouwenarts. Weliswaar publiceert hij regelmatig over alternatieve geneeskunde en kwakzalverij, maar hij is daarvoor niet in dienst en ontvangt geen beloning.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD OM KENNIS TE NEMEN VAN DE KLACHT TEGEN RENCKENS

Onder ‘journalistieke gedragingen’ die aan het oordeel van de Raad kunnen worden onderworpen, zijn ingevolge artikel 4 lid 1 en lid 2 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek niet alleen te verstaan het handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep, maar ook het handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van dagbladen, nieuwsbladen, huis-aan-huisbladen of tijdschriften voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto's en andere illustraties, verslagen of artikelen.
Renckens heeft onweersproken gesteld dat hij geen journalist is en dat hij weliswaar regelmatig in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij publiceert, maar zonder daarvoor enige betaling te ontvangen. Dit betekent dat de klacht zich niet tegen journalistieke gedragingen in de zin van de Statuten richt, zodat de Raad niet bevoegd is van die klacht kennis te nemen. Klager heeft er nog op gewezen dat de artikelen van Renckens worden gebundeld en Renckens voor die bundels wél enige betaling ontvangt, maar dat doet hier niet ter zake. Wat het element ‘betaling’ betreft is beslissend of Renckens regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van een of meer van de hiervoor genoemde publiciteitsmedia. Daarvan is niets gebleken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT VOORZOVER GERICHT TEGEN DE HOOFDREDACTEUR

Zoals gezegd, gaat het bij het schrijven van Renckens’ artikel niet om een journalistieke gedraging. Bezien vanuit de positie van de hoofdredacteur kan plaatsing van het artikel van Renckens op één lijn worden gesteld met het plaatsen van een ingezonden opiniërend stuk. Of een dergelijk artikel wordt geplaatst of niet, staat ter beoordeling van de (hoofd)redactie. Plaatsing kan onder bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In dit geval is niets naar voren gekomen dat een dergelijk oordeel zou kunnen rechtvaardigen.

BESLISSING

De Raad acht zich niet bevoegd de klacht tegen Renckens te beoordelen. De klacht tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 november 2003 mr. J.B. Fleers, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-64