2003/62 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. Langenhuizen

tegen

M. van der Put en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Bij brief van 3 juli 2003 met drie bijlagen heeft A. Langenhuizen te ‘s-Hertogenbosch (klager) een klacht ingediend tegen M. van der Put en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, T. Rooms (verweerders). Hierop heeft T. van der Meulen, algemeen hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 20 augustus 2003. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 26 augustus 2003.

De zaak is ter zitting van de Raad van 26 september 2003 behandeld buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 20 juni 2003 is in het Brabants Dagblad een artikel van de hand van voornoemde Van der Put verschenen onder de kop “Stewards van FC Den Bosch leveren massaal hun jas in”. Hierin wordt klager, veiligheidscoördinator bij FC Den Bosch, genoemd. Het artikel bestaat voor een groot gedeelte uit citaten van een niet met naam vermelde vakhoofd-steward. Directe aanleiding voor het artikel was een e-mailbericht dat naar de sportredactie van het Brabants Dagblad is gestuurd. Dit bericht leek afkomstig leek te zijn van klager, maar deze bestrijdt dat dat het geval is.
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Er is de afgelopen maanden een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de stewards en de veiligheidscoördinator van de club, Dré Langenhuijsen, onder wie Van Oijen functioneerde. Volgens de vakhoofdsteward is Van Oijen regelmatig ‘gepasseerd’ door Langenhuijsen bij het nemen van beslissingen en werden stewards daarvan de dupe. “Zo werd bij een van de vorige thuiswedstrijden bijvoorbeeld een supporter in opdracht van Langenhuijsen door de politie van de tribune gehaald, omdat hij bij een eerdere wedstrijd een steward had uitgescholden. Maar Van Ooijen en de stewards wisten niet dat de politie dat zou gaan doen. Vervolgens werden wij door supporters voor verraders uitgemaakt, terwijl de meesten van ons ook een blauw-wit hart hebben. We zijn ook bedreigd en met name Van Ooijen heeft het zwaar te verduren gehad.
en
Volgens de vakhoofd-steward is altijd beweerd dat veiligheidscoördinator Langenhuijsen in oktober zou vertrekken bij FC Den Bosch en was Van Ooijen zijn beoogde opvolger. “Frans heeft op eigen kosten zijn papieren daarvoor gehaald. Maar nou blijft Langenhuijsen waarschijnlijk toch! Ik kan me voorstellen dat Van Ooijen daarom en vanwege de bedreigingen ermee stopt.” Langenhuijsen wilde gisteren niet reageren op de kwestie. Hij verwees naar algemeen directeur Ben Bolman van FC Den Bosch, die er van uit gaat dat de problemen na een gesprek met enkele vertegenwoordigers van de stewards komende dinsdag grotendeels uit de wereld zullen zijn.

Na publicatie van het artikel heeft klager verschillende malen contact gehad met Van der Put en voornoemde Rooms. Op 25 juni 2003 heeft klager schriftelijk verzocht om rectificatie en rehabilitatie. Hieraan hebben verweerders niet willen meewerken. Wel hebben zij aangeboden in de toekomst een positief artikel te schrijven over de werkzaamheden van klager als veiligheidscoördinator bij FC Den Bosch.

Op 25 juni 2003 verscheen in het Brabants Dagblad een artikel onder kop “Lucht geklaard tussen stewards en FC Den Bosch”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel “Stewards van FC Den Bosch leveren massaal hun jas in” feitelijke onjuistheden bevat. Het citaat “Er is de afgelopen maanden een vertrouwensbreuk ontstaan tussen de stewards en de veiligheidscoördinator van de club, Dré Langenhuijsen, onder wie van Oijen functioneerde” is volgens klager volledig in strijd met de waarheid. Ook de citaten van de vakhoofdsteward zijn volgens klager onjuist. Klager betoogt verder dat hij door het artikel in diskrediet wordt gebracht en aldus in zijn werkzaamheden als veiligheidscoördinator bij FC Den Bosch ernstig wordt belemmerd. Het artikel heeft ook voor zijn privé-leven grote gevolgen gehad, aldus klager.
Daarnaast hebben verweerders volgens klager ten onrechte nagelaten wederhoor toe te passen, waardoor een eenzijdig en onjuist artikel is verschenen. Volgens klager is hem slechts de mogelijkheid geboden te reageren op de inhoud van het e-mailbericht en niet op de inhoud van het artikel, zoals dat later in het Brabants Dagblad is verschenen.

Verweerders stellen dat het artikel geen feitelijke onjuistheden bevat en dat hun werkwijze correct is geweest. Verder wijzen zij erop dat Van der Put contact heeft opgenomen met klager om te verifiëren of het e-mailbericht van klager afkomstig was. In dit gesprek heeft klager Van der Put doorverwezen naar voornoemde Bolman voor verdere informatie. Hierop heeft Van der Put contact opgenomen met Bolman. Daarnaast heeft van der Put contact opgenomen met voornoemde Van Oijen, die de redacteur doorverwees naar de vakhoofdsteward. De verklaringen van deze steward zijn samengevat in het artikel weergegeven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft onder meer de vraag of het artikel “Stewards van FC Den Bosch leveren massaal hun jas in” feitelijke onjuistheden bevat. De standpunten van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. Er is voorts geen materiaal voorhanden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de passages in het artikel waartegen klager bezwaar maakt, onjuist zijn. De Raad kan derhalve niet vaststellen dat het artikel onjuistheden bevat.

Vaststaat dat Van der Put, voorafgaand aan de publicatie, telefonisch contact heeft gezocht met klager. Waarover tijdens dit telefoongesprek precies is gesproken, kan de Raad evenmin vaststellen. Wel kan worden geconcludeerd dat Van der Put wederhoor heeft willen toepassen en dat hem niet kan worden toegerekend dat klager van de hem daartoe geboden gelegenheid geen of onvoldoende gebruik heeft gemaakt.

Aldus is de Raad van oordeel dat niet is gebleken dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaarbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 november 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, T.G.G. Bouwman, H. van Gessel, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2003-62