2003/61 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

BM Vastgoed B.V., Desmepol B.V. en B. Mets

tegen

R. Schabos en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij brief van 30 juni 2003 met twee bijlagen heeft B. Mets te Otterlo mede namens BM Vastgoed B.V. en Desmepol B.V. (klagers) een klacht ingediend tegen R. Schabos en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (verweerders). Hierop heeft J.A. van Nus, hoofdredacteur, namens verweerders, geantwoord bij brief van 24 juli 2003 met drie bijlagen. Klager is daarop ingegaan in een schrijven van 14 augustus 2003 met twee bijlagen. Verweerders hebben nog gereageerd in een brief van 29 augustus 2003 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 september 2003 in aanwezigheid van klagers. Aan de zijde van verweerders zijn Schabos en R. te Velthuis, lezersredacteur, verschenen.

DE FEITEN

In verband met het voornemen van Desmepol B.V. om in Ambt Delden (gemeente Hof van Twente) een vestiging te openen, heeft Schabos de geschiedenis van Desmepol, een zustervennootschap van BM Vastgoed B.V., onderzocht. In voorbereiding op publicaties over dit onderwerp heeft hij twee concepten geschreven. Deze concepten waren getiteld: “Chemiebedrijf heeft in Arnhem een roerige historie” en “Haren in de buurt staan recht overeind”. Beide concepten waren in paginaopmaak: ze zagen eruit alsof ze zo gepubliceerd zouden worden. Schabos heeft de beide concepten voorgelegd aan ene Wassink, die als spreekbuis optrad van de omwonenden van de plaats van vestiging, naar hij stelt om zijn reactie op deze artikelen te verkrijgen. Wassink werd als belanghebbende geciteerd in het concept “Haren in de buurt staan recht overeind”, maar kwam niet voor in het concept “Chemiebedrijf heeft in Arnhem een roerige historie”. Beide concepten zijn vervolgens, vermoedelijk door Wassink, toegevoegd aan een zogenoemd zwartboek over Desmepol B.V., dat naar de gemeente Hof van Twente is gestuurd. Hierop heeft de gemeente haar medewerking aan de plannen van Desmepol B.V. ingetrokken, waardoor de realisering van die plannen vertraging heeft opgelopen.

De publicatie van het concept “Chemiebedrijf heeft in Arnhem een roerige historie” is uitgesteld om Mets namens Desmepol de mogelijkheid te bieden commentaar te geven. Tussen Schabos en Mets heeft een gesprek plaatsgevonden, waarin Mets uitleg heeft gegeven over de geschiedenis van Desmepol. Bijna een maand nadat het conceptartikel was geschreven, verscheen in De Twentsche Courant Tubantia het artikel “Chemiebedrijf met een roerig verleden”. Daarin wordt de naam van de ex-compagnon van Mets vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen zich op het standpunt dat Schabos de twee concepten “Chemiebedrijf heeft in Arnhem een roerige historie” en “Haren in de buurt staan recht overeind” ten onrechte zonder enige beperking aan Wassink ter beschikking heeft gesteld. Het concept “Chemiebedrijf heeft in Arnhem een roerige historie” had volgens klagers in het geheel niet aan hem gegeven mogen worden, omdat hij daarin niet wordt genoemd en het veel nog niet geverifieerde gegevens bevatte. Schabos had er volgens klagers zorg voor moeten dragen dat op zorgvuldige wijze met de concepten zou worden omgegaan. Doordat de concepten naar de gemeente Hof van Twente zijn gestuurd, heeft deze gemeente haar medewerking aan klagers teruggetrokken.
Klagers stellen verder dat tussen Mets en Schabos een afspraak was gemaakt om de naam van de ex-compagnon van Mets niet in zijn publicaties te melden en dat Schabos zich vervolgens niet aan die afspraak heeft gehouden.

Verweerders stellen dat zij zich jegens Mets correct hebben opgesteld door hem de mogelijkheid te bieden te reageren op het concept “Chemiebedrijf heeft in Arnhem roerige voorgeschiedenis”. Verder stellen zij dat concepten ter autorisatie, ten behoeve van wederhoor of voor het verkrijgen van reacties aan voor de redactie relevante betrokkenen, zoals Wassink, worden voorgelegd. Wat Wassink met deze aan hem voorgelegde concepten heeft gedaan, achten verweerders niet hun verantwoordelijkheid.
Verder ontkennen verweerders dat een afspraak tussen Schabos en Mets is gemaakt om af te zien van het noemen van de naam van de ex-compagnon van Mets. Een dergelijke afspraak ligt volgens verweerders ook niet voor de hand, aangezien de verwikkelingen tussen deze compagnon en Mets een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van Desmepol B.V.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerders betogen ten onrechte dat zij niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hetgeen Wassink uiteindelijk gedaan heeft met de aan hem voorgelegde concepten. Door de concepten, die zich slechts licht onderscheiden van gepubliceerde artikelen, na lezing door Wassink niet terug te vragen, heeft Schabos het risico aanvaard dat er misbruik gemaakt zou kunnen worden. Schabos heeft ook anderszins geen maatregelen genomen om te voorkomen dat de concepten op een andere wijze zouden worden gebruikt, dan waarvoor ze waren bedoeld. De conclusie luidt dan ook dat Schabos door het zonder voorbehoud verspreiden van de concepten grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, aanvaardbaar is.

Partijen verschillen verder van mening over de vraag of tussen partijen een afspraak is gemaakt over het niet vermelden van de naam van de ex-compagnon van Mets in de publicaties van Schabos. De Raad beschikt niet over middelen om vast te stellen of een dergelijke afspraak is gemaakt. Aldus kan niet worden vastgesteld dat Schabos zich niet heeft gehouden aan de gestelde afspraak. De klacht is op dat punt ongegrond.

BESLISSING

De klacht is gegrond voorzover deze betrekking heeft op het zonder voorbehoud verspreiden van de concepten. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Twentsche Courant Tubantia te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 19 november 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, T.G.G. Bouwman, H. van Gessel, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2003-61