2003/58

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Falun Gong Stichting Nederland

tegen

M. Vlaskamp en de hoofdredacteur van het NOS-Journaal

Bij brief van 3 juni 2003 met een bijlage heeft Falun Gong Stichting Nederland te Maastricht (klaagster) een klacht ingediend tegen M. Vlaskamp en de hoofdredacteur van het NOS-Journaal (verweerders). Hierop heeft H. Laroes, hoofdredacteur, gereageerd in een schrijven van 24 juni 2003 met twee bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2003. Namens klaagster is daar haar voorzitter P.L.R. Houben verschenen, vergezeld van X. Wang, H. Wang en P. Baas. Verweerders waren niet aanwezig. Houben heeft de klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 5 mei 2003 is in het NOS-Journaal een reportage van Vlaskamp uitgezonden, waarin aandacht is besteed aan Falun Gong (hierna: de uitzending). De reportage wordt door de nieuwslezer ingeleid als volgt:
En nu het westen met argusogen het gevecht tegen de longziekte SARS in China bekijkt, is de meest controversiële strijd in China, die tegen de religieuze beweging Falun Gong, bijna vergeten. Maar nog steeds zitten aanhangers in kampen en gevangenissen. In de loop van de jaren zijn volgens mensenrechtengroepen duizenden leden verdwenen. De Chinese overheid ziet de sekte als een ernstige bedreiging voor de stabiliteit en bovendien was Falun Gong populair bij miljoenen mensen en goed georganiseerd, zonder enig toezicht van de communistische partij. En dat wordt in China beschouwd als bedreiging voor de communistische alleenheerschappij. Bij hoge uitzondering toont de Chinese regering hoe voormalig gelovigen leven onder de hoede van de staat. En NOS correspondent Marije Vlaskamp bezocht sekteleden die zich in brand hebben gestoken om op te komen voor Falun Gong. In de reportage komen schokkende beelden voor.
In de uitzending worden een moeder en dochter aan het woord gelaten die zich in januari 2001 op het Plein van de Hemelse Vrede te Peking in brand hebben gestoken. Verder komt een man aan het woord, die momenteel in China gevangen zit en van wie in de uitzending wordt gezegd dat hij leider van zelfverbrandingen is geweest.
In de uitzending zegt Vlaskamp onder meer:
De krachtmeting tussen de Chinese staat en Falun Gong heeft al duizenden mensenlevens verwoest. Na vier jaar vervolging is de sekte nagenoeg uit het openbare leven verdwenen. Dat heeft China in het westen op mensenrechtengebied de reputatie van boeman opgeleverd, maar dat is dan jammer vindt de Chinese staat. Die zal niet rusten voordat ook de laatste aanhanger het geloof in Falun Gong heeft afgezworen.
De nieuwslezer sluit de reportage af met de volgende tekst:
In de Verenigde Staten hebben Falun Gong aanhangers een rechtszaak aangespannen tegen de Chinese oud-premier Jiang Zemin. Volgens de sekteleden heeft hij zich de afgelopen jaren schuldig gemaakt aan het stelselmatig uitroeien van Falun Gong.

Naar aanleiding van de uitzending heeft Houben zich tot de redactie van het NOS-Journaal gewend. Hierop heeft R. Stapel namens de buitenlandredactie NOS-Journaal op 7 mei 2003 per e-mail gereageerd. Die reactie bevat de volgende passages:
Het is nooit de bedoeling geweest de beweging Falun Gong in een kwaad daglicht te stellen. Naar onze overtuiging is dat ook niet gebeurd. Nalezing van de uitgezonden tekst zal duidelijk maken dat het de Chinese regering is die de Zwarte Piet krijgt toegespeeld voor de stelselmatige schending van de mensenrechten. Het onderwerp gaat niet in op de opvattingen van Falun Gong en dat was ook nooit de bedoeling.
en
Ook is het ons bekend dat Falun Gong-aanhangers een andere lezing hebben over het incident op het Plein van de Hemelse Vrede.
en
Mogelijk had de toevoeging van een zinnetje dat Falun Gong een onschuldige beweging is die vooral door oefening en meditatie geest en lichaam wil cultiveren uw onvrede kunnen voorkomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat de uitzending is gebaseerd op een verkeerd begrip van wat Falun Gong inhoudt en dat de organisatie eenzijdig, subjectief en ten onrechte zeer negatief in beeld is gebracht. Het is geheel tegen de principes van Falun Gong om zichzelf van het leven te beroven. De in de uitzending gedane beweringen dat voormalige Falun Gong-leden zich op instigatie van Falun Gong in brand hebben gestoken, is niet juist. Falun Gong heeft direct na het openbaar maken van het incident in januari 2001 de beschuldigingen van de Chinese overheid, dat het een actie van Falun Gong betrof, van de hand gewezen. In de uitzending wordt hier echter volledig aan voorbij gegaan. Als het standpunt van Falun Gong, inhoudende dat de organisatie tegen zelfverbrandingen is, duidelijk belicht zou zijn geweest in de uitzending, had de kijker een totaal ander beeld overgehouden. Ter zitting heeft Houben desgevraagd meegedeeld dat dat standpunt eenvoudig via onderzoek op internet te vinden is.
Overigens bevat het verhaal van de Chinese autoriteiten substantiële tegenstrijdigheden, aldus klaagster. Zij wijst erop dat dit door diverse onafhankelijke instanties die het zelfverbrandingsincident hebben onderzocht, is vastgesteld.
Verder meent klaagster dat Falun Gong ten onrechte als ‘sekte’ is aangeduid. Deze term kent in de volksmond alleen nog een negatieve betekenis en het gebruik van deze term is volgens klaagster zeer subjectief. Falun Gong is volgens geen enkele definitie van ‘sekte’ als zodanig te categoriseren.
Klaagster betoogt dat zij door de uitzending immateriële schade heeft geleden. Ten gevolge van de uitzending worden Falun Gong beoefenaars in Nederland erop aangekeken dat ze lid zouden zijn van een vreemde, kwaadaardige sekte, waarvan de leden zich in brand steken. Dit onjuiste beeld kan slechts met veel moeite hersteld worden en veroorzaakt veel onnodig mentaal leed.

Verweerders stellen dat zij hebben geprobeerd een beeld te schetsen van de gevolgen van zelfverbrandingen van (ex-) Falun Gong-leden. Zij hebben getracht dat waardevrij te doen, zich realiserend dat de Chinese autoriteiten op zichzelf voordeel kunnen hebben bij bepaalde publicaties. In zowel de door Vlaskamp uitgesproken teksten als in de inleidende en afkondigende tekst van de nieuwslezer is de nadruk gelegd op het aspect van de mensenrechten en de wijze waarop de Chinese autoriteiten daarmee omgaan, aldus verweerders. Overigens hebben zij niet gesteld dat de Falun Gong-leer voorschrijft dat leden zich in brand steken.
Verder menen verweerders dat ‘sekte’ niet per definitie een negatieve bijklank heeft. De term is zeer bruikbaar bij berichtgeving over min of meer godsdienstig geïnspireerde of vergelijkbare bewegingen.
Volgens verweerders is het voorts niet nodig om bij ieder geïsoleerd verhaal waar Falun Gong bij betrokken is, uitgebreid uit te leggen welke ideeën de beweging bezielen. Zij hebben dat in de loop der jaren overigens wel op relevante momenten gedaan. Bovendien hebben Falun Gong-vertegenwoordigers op de uitzending kunnen reageren via de website van het NOS-Journaal. Die website is er mede voor bedoeld om reacties van kijkers te verwerken en de afwegingen van de redactie uit te leggen, hetgeen binnen de reguliere uitzendingen niet goed mogelijk is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Verweerders hebben betoogd dat in de uitzending de nadruk is gelegd op het aspect van de mensenrechten en de wijze waarop de Chinese autoriteiten daarmee omgaan. Volgens hen was het in dat verband niet nodig om uit te leggen welke ideeën de beweging bezielen. Dit standpunt wordt in zijn algemeenheid door de Raad niet gevolgd.
Immers, in de uitzending wordt ruimschoots aandacht besteed aan de bewering dat de geïnterviewde slachtoffers zich op instigatie van Falun Gong in brand hebben gestoken. Door deze bewering wordt Falun Gong getypeerd als een organisatie die haar leden ertoe aanzet zichzelf ten dienste van die organisatie van het leven te beroven c.q. ernstig te verwonden. Ten behoeve van een evenwichtige berichtgeving hadden verweerders ook het standpunt hierover van Falun Gong in de uitzending behoren weer te geven, inhoudende dat de organisatie afstand heeft genomen van het zelfverbrandingsincident. Door de kijker deze essentiële informatie te onthouden hebben verweerders grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Een en ander klemt te meer nu Stapel in zijn e-mail van 7 mei 2003 aan Houben heeft erkend, dat het de redactie bekend was ‘dat Falun Gong-aanhangers een andere lezing hebben over het incident op het Plein van de Hemelse Vrede’ (vgl. ook: Vogelzang tegen Sant, RvdJ 2001/50 en Van Heijningen tegen Van Harten en AD).

Verder heeft Houben ter zitting erkend dat verweerders in de uitzending geen waardeoordeel over Falun Gong hebben gegeven. Voorzover erover is geklaagd dat Falun Gong ten onrechte negatief in beeld is gebracht, onder meer door gebruik van de term ‘sekte’, is de klacht derhalve ongegrond.

BESLISSING

De klacht is gegrond voorzover verweerders hebben nagelaten het standpunt van Falun Gong inzake het zelfverbrandingsincident in de uitzending weer te geven. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het NOS-Journaal.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 oktober 2003 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. A. Herstel, en mw. J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-58