2003/55 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.A.E. Vermaat

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij brief van 16 april 2003 met vijf bijlagen, waaronder de tweede druk van zijn boek “’Het is allemaal de schuld van... Joden en Amerikanen!’”, heeft J.A.E. Vermaat te Hilversum (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (verweerder). Hierop heeft P.I. Broertjes, hoofdredacteur, geantwoord in een schrijven van 28 april 2003. Klager heeft zijn klacht nader uiteen gezet in een brief met bijlage, abusievelijk gedateerd 28 februari 2003 en door de Raad ontvangen op 1 mei 2003, bij brief van 15 mei 2003 en in een schrijven van 16 mei 2003 met als bijlage de eerste druk van voornoemd boek. Daarop heeft verweerder gereageerd in een brief van 23 mei 2003. Tenslotte heeft klager bij brief van 23 juni 2003 zijn klacht verder toegelicht en nog een bijlage overgelegd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 september 2003 buiten aanwezigheid van klager. Aan de zijde van verweerder zijn W. Wirtz, chef Cicero-redactie, en L. Kwarten verschenen.

DE FEITEN

Op 14 maart 2003 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Kwarten gepubliceerd onder de kop “Voor of tegen Bush – Wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?”. In het artikel wordt onder meer klagers boek “’Het is allemaal de schuld van... Joden en Amerikanen!’” besproken.
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Aan de vooravond van de oorlog tegen Saddam Hussein is de opinievorming in de media scherp gepolariseerd.
en
De verkettering van Amerika en Bush – want daar kwam het in grote lijnen op neer – leidde hier en daar tot opmerkelijke allianties.
en
Wie zijn steun voor het Amerikaanse standpunt tot uitdrukking wil brengen, zoekt daarentegen de publiciteit (...). Een mooi voorbeeld daarvan is de Britse publicist Andrew Sullivan (...). Op zijn veelbezochte website (...) ontleedt hij onder het motto ‘Unfit to print’ genadeloos de argumenten van het anti-oorlogsfront. ‘Er is een goede reden hun woedekreten jegens de VS en het Verenigd Koninkrijk terzijde te leggen, want slechts een miniem deel van de protesten gaat werkelijk over de oorlog tegen Irak. ‘Voor de Fransen gaat het om Frankrijk (...). God zij dank gaat het voor sommigen nog steeds om Saddam’.’
Wie zich ook ergert aan het anti-Amerikanisme van links is Emerson Vermaat.

Het artikel eindigt met de zin:
Intussen vraag je je met Andrew Sullivan af: wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?

Naar aanleiding van dit artikel heeft klager de volgende ingezonden brief aan verweerder gestuurd:
Saddam – In de Volkskrant van 14 maart jl. bespreekt Leo Kwarten uitgebreid mijn boek “Het is allemaal de schuld van joden en Amerikanen!” – Anti-Amerikanisme, antizionisme en antisemitisme. Hij suggereert dat mijn boek helemaal niet over Saddam Hussein gaat (“Wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?”). Kennelijk heeft hij het boek niet goed ingezien. Op de achterflap wordt Saddam Hoessein uitgebreid genoemd en liefst twee van de negen hoofdstukken gaan over Irak en Saddam Hussein. Hoofdstuk 8: “Irak – van pro-westers naar anti-westers (een historisch overzicht)”, en hoofdstuk 9: “Saddams grootste voorbeeld: Josef Stalin”. Daarnaast wordt Saddam Hussein nog op enkele andere plaatsen in het boek genoemd.

Wirtz heeft klager schriftelijk laten weten dat zijn ingezonden brief niet zou worden geplaatst. De motivatie van Wirtz luidt:
Kwarten heeft allerminst gesuggereerd, zoals u beweert dat uw boek helemaal niet over Saddam Hussein gaat. Als u zijn recensie goed leest, stelt hij meer in het algemeen, en zeker niet in relatie tot uw boek, de vraag: wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat zijn boek in de recensie wordt omschreven als “een wat nerveus geschreven boekje, waarin Vermaat de ‘linkse kerk’, de journalist Willem Oltmans, AEL-leider Abu Jahjah, Osama bin Laden en de activiste Gretta Duisenberg – ongeveer in deze volgorde – ‘ontmaskert’.” In die opsomming ontbreekt Saddam Hussein, terwijl twee hoofdstukken van zijn boek over Saddam Hussein gaan en Saddam ook elders in het boek wordt genoemd. In de recensie wordt derhalve ten onrechte gesuggereerd dat zijn boek niet over Saddam gaat, terwijl dat nadrukkelijk wel het geval is, aldus klager. Het argument van verweerder – als verwoord in de brief van Wirtz – dat Kwarten in algemene zin spreekt, snijdt volgens klager geen hout. Hij wijst erop dat de kop “Voor of tegen Bush – Wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?” is geplaatst boven een bespreking van bijna een halve pagina over zijn boek, waarin het uitvoerig over Saddam Hussein gaat.
Klager betoogt dat verweerder hem belet een in de recensie gewekte misvatting over zijn boek recht te zetten. De lezer krijgt de indruk dat zijn boek helemaal niet over Saddam of Irak gaat, en die indruk had middels een ingezonden brief kunnen worden weggenomen. Dat de Volkskrant daar een andere mening over heeft dan klager, is nog geen reden zijn brief niet te plaatsen. De Volkskrant had zijn ingezonden brief kunnen plaatsen en van een naschrift kunnen voorzien, net als NRC Handelsblad heeft gedaan. Door de handelwijze van verweerder voelt klager zich als schrijver en journalist ernstig tekortgedaan.

Verweerder bestrijdt dat Kwarten in het artikel heeft gesuggereerd dat klagers boek niet over Saddam Hussein ging. In zijn boekbespreking heeft Kwarten in algemene zin de vraag gesteld “Wie heeft het in hemelsnaam nog over Saddam?”. Die vraag was een logisch uitvloeisel van de conclusie die Kwarten eerder trok, namelijk “dat sinds 11 september het debat over de relatie tussen de islam en het Westen verworden is tot het betrekken van stellingen en het vluchten in vijandbeelden.”. Kwarten heeft de conclusie geïllustreerd met een verwijzing naar klagers boek. In hetzelfde verband heeft Kwarten verder verwezen naar SP-kamerlid Marijnissen. De eerdergenoemde vraag over Saddam had betrekking op stellingnames en vijandbeelden in algemene zin, en niet op het boek van klager. Daarom was het niet opportuun de ingezonden brief van klager te publiceren, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich niet tegen het artikel van Kwarten, maar uitsluitend tegen de beslissing van verweerder om de ingezonden brief van klager niet te plaatsen.

Volgens het vaste oordeel van de Raad heeft de redactie in beginsel de vrijheid een reactie van een lezer op een artikel al dan niet te plaatsen, onverminderd het recht van een betrokkene om feitelijke onjuistheden recht te zetten. (vgl. onder meer: Zwartendijk/Rotterdams Dagblad, RvdJ 2003/05 en Bosman/Dros en Trouw, RvdJ 2002/01).
De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat er feitelijke onjuistheden in de recensie staan. Evenmin als verweerder leest de Raad in het artikel de bewering dat klagers boek ‘helemaal niet over Irak of Saddam Hussein gaat’, zoals klager heeft gesteld. Wellicht dat het artikel op dit punt enigszins verwarrend was, maar dat is onvoldoende grond voor het oordeel dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plaatsen van klagers brief niet opportuun was. Ook overigens zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken op grond waarvan het de redactie in dit geval niet vrijstond plaatsing achterwege te laten. Verweerder heeft derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, door klagers ingezonden brief niet te plaatsen.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 oktober 2003 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mr. A. Herstel, en mw. J.A. Koerts, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-55