2003/52 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. van der Veen-Damhuis

tegen

de hoofdredacteur van De Duinstreek

Bij brief van 20 mei 2003 met twee bijlagen heeft A. van der Veen-Damhuis te Bergen (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Duinstreek (verweerder). Hierop heeft M.M.H. Maijenburg-Saelman, chef redactie BV Noorderpers, geantwoord in een brief van 13 juni 2003. BV Noorderpers is de uitgever van onder meer weekblad De Duinstreek. Klaagster heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 24 juni 2003 waarin zij haar klacht nader heeft gespecificeerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 augustus 2003 in aanwezigheid van klaagster, vergezeld door A.C. van der Veen en B. van der Veen-van der Bent. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 2 april 2003 is in het weekblad De Duinstreek een ingezonden brief gepubliceerd onder de kop “Statistieken en De Poort”. De brief betreft de in de gemeente Bergen gehouden enquête over het beeld De Poort. Als auteur van de brief wordt drs. H.M. Hondius te Amsterdam genoemd. Klaagster heeft tevergeefs getracht in contact te komen met deze auteur en is na enig onderzoek tot de conclusie gekomen dat de brief onder een valse naam is gepubliceerd. Teneinde toch te kunnen reageren op genoemde brief heeft klaagster ook een ingezonden brief gestuurd naar De Duinstreek, die op 9 april 2003 is geplaatst onder de kop “List en bedrog?” Op 10 of 11 april 2003 zijn drie banden van de auto van klaagster lek gestoken.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van oordeel dat de redactie onzorgvuldig heeft gehandeld door een brief te plaatsen die beschadigend en beledigend is ten opzichte van haar. Zij noemt in dit verband de twee volgende passages:
Ook onthutsend was de onkunde die bij sommige motiveringen werd gedebiteerd. Zo trachtte een mevrouw v.d. Veen het cijfermateriaal van het onderzoek te verkrachten door het uit de enquête naar voren gekomen percentage tegenstemmers van 82% te ondergraven door het aantal af te zetten tegen de totale populatie Zij weet kennelijk niet wat ‘representatief’ betekent.
en
Het getuigt van weinig inzicht in dit soort processen wanneer zo’n mevrouw v.d. Veen de cijfers uit elkaar gaat trekken om een dergelijk rapport te ondergraven.
Daarnaast is zij van mening dat de redactie onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de identiteit van de briefschrijver, die zich volgens haar van een valse naam heeft bediend. Voor nader onderzoek op dit punt bestond volgens klaagster voldoende aanleiding.

Verweerder stelt dat de redactie ingezonden brieven beoordeelt op taalgebruik. Dit mag niet kwetsend of grof zijn. Ingezonden brieven moeten bovendien voorzien zijn van naam, adres en woonplaats. Als de schrijver daarom expliciet vraagt, wordt het adres bij publicatie weggelaten. Met betrekking tot de ingezonden brief “Statistieken en De Poort” is verweerder van mening dat deze brief geen beledigend of kwetsend taalgebruik bevat. Verder stelt verweerder dat het ondoenlijk is om bij alle ingezonden brieven te controleren of de schrijver ook daadwerkelijk de persoon is die hij beweert te zijn en of hij inderdaad op het door hem aangegeven adres woont.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad deelt niet de opvatting dat de passages waarover klaagster is gevallen, kwetsend of beledigend voor haar zijn. Hooguit is op een enkel punt (“het cijfermateriaal van het onderzoek te verkrachten”) sprake van minder vriendelijk taalgebruik, waarbij overigens wel moet worden bedacht dat ook volgens Van Dale de eerste betekenis van ‘verkrachten’ is: ‘geweld aandoen’. Het eerste onderdeel van de klacht is dus ongegrond.

Ook het tweede onderdeel van de klacht slaagt niet. Van een redactie kan in het algemeen niet worden verwacht dat zij bij iedere ingezonden brief nagaat of de schrijver zich niet van een valse naam bedient. Onder omstandigheden kan de inhoud van een ingezonden brief al dan niet in samenhang met de opgegeven persoonsgegevens aanstonds zodanige twijfel omtrent de identiteit van de schrijver oproepen dat nader onderzoek op dat punt geboden is, maar daarvan is in dit geval geen sprake. Dat de schrijver zich in de brief introduceert als iemand die “in verband met een cursus (…) onlangs ruim een week in Uw prachtige dorp” verbleef en naar eigen zeggen op 25 maart 2003 de in het gemeentehuis gehouden beraadslagingen inzake De Poort heeft gevolgd, is – anders dan klaagster meent – niet zo merkwaardig dat hier een nader onderzoek naar de identiteit op zijn plaats zou zijn geweest.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Duinstreek te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 22 oktober 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, prof. mr. W.D.H. Asser, H. van Gessel, mw. J.A. Koerts en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.

Uitspraak 2003-52