2003/50

 

 

RAAD VOOR DE JOURNALISTIEK

 

UITSPRAAK INZAKE EMBARGO

I. Inleidende opmerkingen

I, 1
Journalisten publiceren 'all the news that's fit to print'. Dit oude adagium van The New York Times maakt duidelijk dat het voor journalisten een tegennatuurlijke daad is af te spreken nieuws even niet te publiceren. Toch doen ze dat soms. Ze komen, op verzoek van een persoon of instantie die nieuws verschaft, een embargo overeen: een afspraak om het nieuws niet v?een tevoren bepaald tijdstip openbaar te maken.

I, 2
Over wat een embargo precies is, bestaan misverstanden. De journalistieke praktijk leert dat duidelijke spelregels voor partijen die een embargo overeenkomen, ontbreken. Daardoor ontstaan meningsverschillen en conflicten.

I, 3
Soms bereikt een geschil over een embargo in de vorm van een klacht de Raad voor de Journalistiek. Vaker blijft het bij een verschil van mening tussen bijvoorbeeld een voorlichter en een redacteur, waaruit ieder zijn/haar eigen conclusies trekt. Een enkele keer bereikt een embargo zelf de status van nieuws, zoals bij de voortijdige publicatie van delen uit de Miljoenennota - uit ANP-bron - op internet in september 2002. In de journalistiek leidde deze publicatie tot verdeeldheid over de vraag of het embargo op de ANP-samenvattingen van de Miljoenennota door publicatie op internet was opgeheven. Gelden de afspraken met het ANP niet meer, als een willekeurig iemand zich toegang verschaft tot het internet en uit ANP-bron nieuws prijsgeeft? Als gevolg van de voortijdige publicatie heeft het ANP besloten de voorproductie van de Miljoenennota in 2003 niet via het ANP-net te verspreiden, maar rechtstreeks via e-mail te zenden naar de hoofdredacties of daartoe gemachtigde redacteuren. De productie is uitsluitend beschikbaar voor hoofdredacties die zich hebben geconformeerd aan de embargo-afspraken tussen de RVD en het Genootschap van Hoofdredacteuren.

I, 4
Er bestaat zowel bij journalisten als bij degenen die een embargo wensen, nogal eens onduidelijkheid over de aanvaarding dan wel toepassing van een embargo. De belangrijkste vragen die zich daarbij voordoen, zijn:

  • Wanneer kan een embargo worden gevraagd?
  • Wanneer is sprake van een embargo?
  • Hoe komt een embargo tot stand?
  • Wat moeten journalisten doen als een embargo elders wordt geschonden?
  • Heeft een embargo zin?

    I, 5
    Uit contacten met ombudsmannen en lezersredacteuren van verschillende kranten is de Raad voor de Journalistiek gebleken dat dergelijke vragen in de praktijk regelmatig op redacties spelen. Bovendien wijst de historie van het embargo uit dat problemen rond de toepassing ervan niet van vandaag of gisteren zijn.

    I, 6
    De Raad is van mening dat duidelijkheid over het begrip embargo en de manier waarop ermee moet worden omgegaan, van belang is voor zowel journalisten als voorlichters en instanties die als verschaffer van nieuws met de media te maken hebben. Om die reden heeft de Raad, met gebruikmaking van zijn bevoegdheid krachtens artikel 11 van het Reglement van de Raad, besloten deze ambtshalve uitspraak over het embargo te doen. Artikel 11 van het Reglement luidt als volgt: 'De Raad kan ook anders dan naar aanleiding van een klacht uitspraak doen over zaken betreffende journalistieke gedragingen met een algemene strekking en die van principieel belang zijn.'

     

    II. Het Genootschap van Hoofdredacteuren

    II, 1
    In 1983 stelde het Genootschap van Hoofdredacteuren een regeling vast, die de volgende punten behelsde:
    1. Nieuws is vrij voor publicatie.
    2. Een embargo-verzoek wordt slechts ingewilligd bij informatie over nieuws dat nog moet ontstaan (bijvoorbeeld uitspreken van redevoeringen, indienen van wetsontwerpen, uitbrengen van jaarverslagen, verlenen van onderscheidingen).
    3. De reden van het embargo-verzoek moet worden vermeld.
    4. Het embargo heeft alleen betrekking op informatie die zich tot dusver aan kennis onttrok.
    5. Het embargo vervalt, zodra de desbetreffende informatie uit andere bron bekend is gemaakt.

    II, 2
    In 2002 werd de regeling aangepast. De thans geldende tekst luidt:
    1. Vergaard nieuws is vrij voor publicatie.
    2. Eenzijdig gevraagde uitzonderingen daarop (embargo's) worden slechts in uitzonderlijke gevallen aanvaard, indien het nieuws nog moet ontstaan en indien dat noodzakelijk is voor een goede verwerking van dat nieuws.
    3. De reden tot het opleggen van een embargo moet worden vermeld.
    4. Het embargo wordt direct opgeheven, zodra de desbetreffende informatie uit andere bron bekend is.

    II, 3
    Het Genootschap van Hoofdredacteuren geeft hierbij de volgende toelichting:
    'Het is reeds lang geleden dat het Genootschap een embargo-regeling heeft gepubliceerd (1983). Inmiddels is de weerstand onder journalisten tegen embargo's verder toegenomen en worden embargo's zowel door de boodschapper van het nieuws als door de verschillende media zelf meer dan regelmatig aan hun laars gelapt. Door het ontstaan van nieuwe media is bovendien de bestaande losse en informele collegiale afspraak over naleving op losse schroeven komen te staan.
    Toch kan het aangeboden nieuws dermate ingewikkeld zijn of een dermate enorme omvang hebben dat uitzondering op de hoofdregel gewenst is. Te denken valt bijvoorbeeld aan de stukken voor Derde Dinsdag, aan het tweejaarlijks rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, aan sommige rapporten van de Algemene Rekenkamer of aan een veelomvattend historisch of literair werk. In dergelijke gevallen kan een collectief embargo-verzoek van (ruim) meer dan zes uur gehonoreerd worden.
    Soms is een in de tijd korter embargo dienstig, waarbij de onder embargo-verkrijging en het tijdstip van openbaarmaking op dezelfde dag plaatsvindt. Dat kan nodig zijn voor een goede voorbereiding van een persconferentie (bijvoorbeeld over wetsontwerpen) of om overbodig reizen te voorkomen (redevoeringen).
    Degene die een verzoek tot embargo indient, dient dat embargo zelf niet te overtreden. Bij schending vervalt het embargo. In de tijd of naar inhoud onzinnige verzoeken tot embargo (bijvoorbeeld als een artikel drie dagen eerder wordt toegestuurd dan het in een tijdschrift verschijnt) worden niet meer gehonoreerd. Hetzelfde geldt voor embargo-verzoeken van persbureaus die geen betrekking hebben op ingewikkelde zaken en die een termijn van meer dan zes uur betreffen.
    Een en ander laat individuele embargo-afspraken gericht op de inhoudelijke verwerking van en voorbereiding op het nieuws voor met name de visuele media intact. De regeling is slechts een advies en kan een leidraad zijn welke in brede kring van nieuwsverschaffers wordt verspreid.'

     

    III. ANP

    III, 1
    Het ANP vervult een bijzondere functie in de Nederlandse journalistiek als algemeen persbureau. Het verschaft nieuws, niet zelden onder embargo, aan media-organisaties die bij het ANP zijn aangesloten. Embargo-afspraken met het ANP berusten op een 'herenakkoord'. Aan de ene kant mogen instanties die nieuws onder embargo aanleveren, ervan uitgaan dat het embargo wordt gerespecteerd. Aan de andere kant worden media-organisaties die zich aansluiten bij het ANP, geacht de embargo-regelingen van het ANP te aanvaarden. Journalisten die deel uitmaken van zo'n media-organisatie, vallen onder deze regelingen, ook al hebben zij geen zeggenschap gehad in de gemaakte afspraken.

    III, 2
    Jan van Vegchel, redacteur van het ANP, schreef over de embargo-kwestie in De Journalist (18 augustus 2000) onder de kop 'Lang leve het embargo, maar niet altijd': 'Een voor het ANP bijkomende kwestie is: wat te doen met media die de embargo's op ANP-berichten schenden? Helaas komt dat steeds vaker voor. Soms gaat het om geachte afnemers die het herenakkoord ongegeneerd aan hun laars lappen. Soms zijn het journalisten die naar eigen zeggen langs andere weg, en op eigen kracht, het verhaal boven water hebben gekregen. (?) In beide situaties hebben we een probleem. De consequentie zal namelijk zijn dat steeds minder nieuwsbronnen ons rapporten, speeches en dergelijke onder embargo geven (want iemand in 'de meute' schendt het toch). Dat is vervelend voor ons. Maar nog vervelender: voor de media die afhankelijk zijn van het ANP, betekent het een journalistieke verarming.'

    III, 3
    Het Stijlboek van het ANP vermeldt de volgende embargo-regeling:
    'Uitgangspunt is het nee-tenzij-beginsel: het ANP publiceert niet onder embargo, tenzij een van de uitzonderingsgevallen van toepassing is.
    Uitzonderingen:
    a) nieuws dat nog moet ontstaan.
    Hiervoor geldt een embargo-termijn van zes uur, dus als een embargo om 10 uur 's ochtends afloopt gaat het embargo-bericht niet eerder dan om 04.00 uur op het net.
    b) nieuws waarvan de verwerking, in het bijzonder voor de audiovisuele media, extra tijd vergt om ook kwalitatief tot goede berichtgeving te komen.
    Hiervoor geldt een embargo-termijn van maximaal 24 uur. Alleen bij hoge uitzondering wordt een nog ruimere embargo-termijn geaccepteerd (bijvoorbeeld Miljoenennota, lintjesregen).
    c) het ANP neemt embargo's die buitenlandse persbureaus hanteren over, ook al zijn die in strijd met onze eigen regels.
    Publicatie van onder embargo verstrekt nieuws in een ander medium leidt tot opheffing van het embargo.'

     

    IV. Internet

    IV, 1
    Internet is een volwaardige nieuwsbron.

    IV, 2
    Op internet zijn 'hackers' actief. Soms verschijnt voortijdig informatie waarop een embargo geldt. Als dat gebeurt door een ander dan degene die het embargo heeft bedongen, is wellicht sprake van onrechtmatig verkregen c.q. onrechtmatig gepubliceerde informatie.

    IV, 3
    De Raad voor de Journalistiek heeft in 1995 een ambtshalve uitspraak gedaan over 'gestolen informatie'. Deze uitspraak komt op het volgende neer. Journalisten mogen op onrechtmatige wijze verkregen informatie alleen openbaar maken als de belangen die gediend zijn bij publicatie, in ruime mate opwegen tegen de onrechtmatigheid van de wijze waarop de informatie is verkregen. Aan de beslissing om tot publicatie over te gaan dient een zorgvuldige afweging vooraf te gaan. Deze afweging dient te geschieden door degenen die journalistiek verantwoordelijk zijn voor de publicatie.

     

    V. Opvattingen van de Raad voor de Journalistiek

    V, 1
    De Raad voor de Journalistiek heeft in de afgelopen veertig jaar 22 keer een uitspraak gedaan naar aanleiding van een klacht inzake 'embargo'. Het betreft de volgende uitspraken:
    1. RvdJ 1964 / 1?????Nationale Woningraad ? De Tijd
    2. RvdJ 1967 / 1?????KNJK ? Nieuwe Linie en Vrij Nederland
    3. RvdJ 1968 / 1?????Provinciaal bestuur Limburg ? Limburgse dagbladen
    4. RvdJ 1971 / 8?????GS Overijssel ? Tubantia
    5. RvdJ 1971 / 11???NISSO ? De Telegraaf
    6. RvdJ 1973 / 2?????Leeuwarder Courant ? RONO-medewerker
    7. RvdJ 1973 / 16???RVD ? de Volkskrant
    8. RvdJ 1974 / 8?????Dr. L. de Jong ? Accent
    9. RvdJ 1977 / 3?????Dr. L. de Jong ? De Telegraaf
    10. RvdJ 1978 / 2???Textielfabrieken Batavier ? De Gelderlander
    11. RvdJ 1979 / 15??Inspraakorgaan Welzijn Molukkers ? NCRV
    12. RvdJ 1980 / 13??Vleuten / De Meern ? Utrechts Nieuwsblad
    13. RvdJ 1984 / 15??Willemsen ? Van der Kooij
    14. RvdJ 1985 / 14??Vrouwencentrum Oss ? Brabants Dagblad
    15. RvdJ 1987 / 36??Stichting Nederlandse Filmdagen ? Het Parool
    16. RvdJ 1991 / 2????Academisch Ziekenhuis Nijmegen ? Leeuwarder Courant
    17. RvdJ 1992 / 4????Uitgeverij Ravijn en anderen ? Mustapha Oukbih
    18. RvdJ 1995 / 22??Marcel Metze ? Fons de Poel (KRO) e.a.
    19. RvdJ 1995 / 28??Groninger Studenten Corps - Nieuwsblad van het Noorden
    20. RvdJ 1999 / 21??Flink ? De Gooi- en Eemlander
    21. RvdJ 2002 / 39??Radio 538 ? Algemeen Dagblad
    22. RvdJ 2002 / 64??Gemeente Vorden ? Gelders Dagblad

    V, 2
    De opvattingen van de Raad voor de Journalistiek over het embargo kunnen - mede op basis van deze uitspraken - als volgt worden geformuleerd.

     

  • Een embargo is een overeenkomst tussen twee partijen, op basis waarvan de ene partij (de nieuwsverschaffer) aan de andere partij (het persorgaan) vertrouwelijke informatie verschaft onder voorwaarde van geheimhouding gedurende een vooraf bepaalde, kortstondige tijd.

     

  • Een embargo staat op gespannen voet met twee belangrijke functies van een vrije pers: vrije nieuwsgaring en het vrijelijk publiceren van nieuws. Daarom dienen embargo?s uitzondering te zijn, en geen regel.

     

  • Een embargo kan niet eenzijdig worden opgelegd. Een door een nieuwsverschaffer eenzijdig opgelegd embargo mag worden beschouwd als een verzoek van de zijde van de nieuwsverschaffer, dat door het betrokken persorgaan op zijn merites kan worden beoordeeld.

     

  • Omdat een embargo niet eenzijdig kan worden opgelegd, is het simpelweg opdrukken van het stempel 'Embargo' op een persbericht of ander publicatiemateriaal onvoldoende.

     

  • Het verdient in zijn algemeenheid voor journalisten de voorkeur geen informatie onder embargo te aanvaarden. Alleen als het overeenkomen van een zeker tijdsverloop tussen het moment van beschikbaar stellen van nieuws en het publiceren en/of openbaarmaken daarvan de kwaliteit van de berichtgeving dient, is plaats voor een embargo. Bij kwalitatief goede berichtgeving hebben niet alleen de nieuwsverschaffer en de journalist belang, maar vooral ook de burgers.

     

  • Een embargo is slechts aanvaardbaar in gevallen waarin nieuws binnen afzienbare tijd nog moet ontstaan. Informatie over feiten die zich in het verleden hebben voorgedaan, dient niet onder embargo te worden gesteld, tenzij daarover een overeenkomst wordt gesloten (bijvoorbeeld in het geval van een proefschrift of een boek).

     

  • Een embargo schakelt ten aanzien van het onder embargo verstrekte nieuws tijdelijk de concurrentieverhoudingen tussen de verschillende persorganen uit, waardoor deze niet onder (tijds)druk hoeven te publiceren dan wel in staat worden gesteld tijdig actie voor de gewenste publicatie te nemen.

     

  • Een embargo dient zich niet over een langere tijd uit te strekken dan noodzakelijk is voor het kwalitatieve doel dat wordt gediend. De tijdsspanne moet kort zijn.

     

  • Een embargo kan niet alleen schriftelijk tussen nieuwsverschaffer en persorgaan (persorganen) worden overeengekomen, maar ook mondeling of stilzwijgend. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor het bijwonen van een persconferentie waarbij in de uitnodiging duidelijk staat dat de informatie onder embargo wordt verstrekt.

     

  • Informatie die het persorgaan verkrijgt uit andere nieuwsbronnen dan de nieuwsverschaffer met wie een embargo wordt overeengekomen, wordt niet door dat embargo getroffen.

     

  • Een embargo doet geen afbreuk aan de gelding van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van de onder embargo verstrekte informatie.

     

  • Een embargo eindigt als de overeengekomen termijn is verstreken of op het moment dat de informatie eerder in een ander medium is gepubliceerd of openbaar gemaakt.

     

  • De vraag of voortijdige publicatie op internet tot opheffing van een embargo leidt, dient te worden beantwoord op basis van een zorgvuldige afweging door degenen die journalistiek verantwoordelijk zijn voor de publicatie, zoals aangegeven in de ambtshalve uitspraak van de Raad over 'gestolen informatie' uit 1995. Waar redelijkerwijs mag worden verondersteld dat sprake is van onrechtmatigheid in de nieuwsgaring, behoort een embargo in acht te worden genomen.

     

    VI. Tien spelregels van het embargo

    VI, 1
    De Raad vat zijn ambtshalve uitspraak over het embargo samen in onderstaande tien spelregels.

    1. Een embargo is een overeenkomst. Daarbij verstrekt de nieuwsverschaffer informatie, waarbij de ontvangende partij geheimhouding toezegt gedurende een korte termijn.

    2. Een embargo-overeenkomst kan worden gesloten schriftelijk (met een handtekening), mondeling of stilzwijgend (krachtens gewoonte).

    3. Een embargo kan niet eenzijdig worden opgelegd.

    4. Het doel van een embargo dient te zijn: het bevorderen van de kwaliteit van de berichtgeving.

    5. Wie een verzoek tot een embargo aanvaardt, dient zich daaraan te houden.

    6. Wie een verzoek tot een embargo afwijst, dient de nieuwsverschaffer - zo mogelijk - hierover te informeren.

    7. Publicatie en/of openbaarmaking van onder embargo aangeboden nieuws in andere media betekent opheffing van het embargo.

    8. Met betrekking tot de onder embargo verstrekte informatie geldt niet meer het beginsel van vrije nieuwsgaring ten opzichte van de nieuwsbron.

    9. Informatie die journalisten verkrijgen uit andere nieuwsbronnen dan degene die om een embargo vraagt, valt niet onder dat embargo.

    10. Een embargo doet geen afbreuk aan het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van de onder embargo verstrekte informatie.

    VI, 2
    Handelen in strijd met een embargo dat nog van kracht is, vormt in beginsel een gedraging waarmee de grenzen worden overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

    Aldus vastgesteld door mr. J.B. Fleers, voorzitter, mr. D. Allewijn, mw. mr. M.E. Leijten en mr. R.W.L. Loeb, vice-voorzitters, prof. mr. W.D.H. Asser, T.G.G. Bouwman, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. C.M. Buijs, mw. F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, H. van Gessel, mr. A. Herstel, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. mr. V. Keur, mw. J.A. Koerts, mw. drs. J.W.M. Kok, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, mw. C.D. Smolders, drs. P. Sijpersma, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

     

    Amsterdam, 8 september 2003

    Uitspraak 2003-50