2003/5 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. A. Zwartendijk

tegen

de hoofdredacteur van het Rotterdams Dagblad

Bij brief van 7 augustus 2003 met vier bijlagen heeft mr. A. Zwartendijk te Bergschenhoek (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Rotterdams Dagblad (verweerders). Hierop heeft J. Prins, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 16 augustus 2002 met zes bijlagen. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 26 augustus 2002 met een bijlage. Partijen hebben vervolgens in een persoonlijk gesprek getracht te komen tot een oplossing van de gerezen problemen, doch zonder succes. Ten slotte heeft klager bij brief van 23 september 2002 zijn klacht gedeeltelijk ingetrokken en voor het overige gehandhaafd en aangevuld.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 november 2002 buiten aanwezigheid van partijen. Naar aanleiding van die behandeling heeft de Raad bij brief van 18 november 2002 vragen aan verweerder gesteld. Deze heeft hierop geantwoord in een brief van 22 november 2002, die ter kennisneming aan klager is gestuurd. De Raad heeft de zaak verder schriftelijk afgedaan.

DE FEITEN

Klager heeft op 24 juli 2002 een ingezonden brief aan het Rotterdams Dagblad gestuurd, die op 6 augustus 2002 in enigszins gewijzigde vorm is geplaatst.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager erkent dat redacties ingezonden brieven niet alle zonder meer hoeven te publiceren. Volgens klager worden echter voor het plaatsen van zijn brieven beoordelingscriteria gehanteerd, zoals ten aanzien van de frequentie waarin zijn brieven worden gepubliceerd, die niet in de krant zijn gepubliceerd. Dat doet volgens hem geen recht aan de oproep in de krant “Ook iets op uw hart? Schrijf naar de Hoofdredactie”.
Verder klaagt hij dat verweerder hangende de behandeling van onderhavige klacht weigert zijn brieven te plaatsen.

Verweerder stelt dat de volgende, voor de plaatsing van ingezonden brieven gehanteerde, voorwaarden in de krant staan:
Ook iets op uw hart? Schrijf naar: Hoofdredactie Rotterdams Dagblad, postbus 2999, 3000 CZ Rotterdam. (E-mail: redactie@rotterdamsdagblad.nl). Houd het kort, lange brieven hebben weinig kans op plaatsing. En: één onderwerp per brief. Vermeld altijd uw achternaam, voorletter(s), adres en telefoonnummer (onder uw brief komen alleen naam en woonplaats). Brieven op rijm, anonieme brieven, oproepen (voor acties e.d.), stencils, brieven die als discriminerend c.q. beledigend kunnen worden ervaren en ‘open brieven’ worden niet opgenomen. De redactie behoudt zich het recht voor brieven te weigeren, te redigeren of in te korten. Plaatsing betekent niet dat het Rotterdams Dagblad uw mening deelt.
Klager is een zogenaamd veelschrijver, van wie regelmatig brieven worden geplaatst. Volgens verweerder is klager al geruime tijd op de hoogte van de spelregels en heeft hij daarover ook veelvuldig contact gehad met de eindredacteur van de Opiniepagina en met de lezersredacteur van de krant. Ten aanzien van het plaatsen van brieven van klager is de vereiste zorgvuldigheid in alle opzichten betracht, aldus verweerder.
Hij heeft besloten om de brieven van klager in afwachting van een uitspraak van de Raad voorlopig terzijde te leggen, mede om te voorkomen dat er andere argumenten ontstaan, waarop klager aanspraak op ruimte in de krant zou kunnen baseren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Zoals de Raad eerder heeft overwogen, mag bekend worden verondersteld dat de redactie in beginsel de vrijheid heeft een reactie van een lezer op een artikel al dan niet te plaatsen.
In beginsel is het ook aan de redactie om de frequentie te bepalen, waarin brieven van lezers worden geplaatst. De Raad acht de door verweerder gepubliceerde regels betreffende het plaatsen van ingezonden brieven niet onaanvaardbaar. Zij bieden enerzijds de lezer voldoende houvast en anderzijds de redactie de haar toekomende ruimte. Voor zover klager betoogt dat in het Rotterdams Dagblad geen regel is opgenomen omtrent de frequentie waarin ingezonden brieven van lezers worden geplaatst, is de klacht ongegrond (vgl. onder meer: Simons/de Peperbus, RvdJ 2002/54 en Gremmen/de redactie van ‘Wat u zegt!’, RvdJ 2001/42).

Dit geldt ook voor de klacht dat verweerder ten onrechte hangende de onderhavige procedure geen brieven van klager heeft geplaatst. Van journalistieke onzorgvuldigheid zou sprake zijn, indien de brieven van klager niet zouden worden gepubliceerd als ‘straf’ voor het indienen van de klacht bij de Raad. Hiervan is echter niet gebleken. Aangezien de klacht betrekking heeft op de wijze waarop, en de mate waarin klagers brieven worden gepubliceerd, is niet onzorgvuldig dat verweerder hierover eerst een oordeel van de Raad heeft willen afwachten, alvorens eventueel nieuwe brieven van klager te publiceren.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Rotterdams Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 februari 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. C.M. Buijs en mw. mr. V. Keur, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-05