2003/49 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Stichting Bureau Discriminatiezaken

tegen

de hoofdredacteuren van het Leidsch Dagblad en de Haagsche Courant

Bij brief van 16 april 2003 met zes bijlagen heeft M. Bouma namens X en Stichting Bureau Discriminatiezaken (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van het Leidsch Dagblad en de Haagsche Courant (verweerders).
J.P. ter Horst, hoofdredacteur van de Haagsche Courant, heeft zich tegen de klacht verweerd in een schrijven van 22 april 2003. Op dat verweer hebben klagers nog gerepliceerd in een brief van 29 april 2003 met een bijlage.
C.M. van der Malen, hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad, heeft op de klacht gereageerd bij brief van 5 mei 2003.

De zaak is door de Raad behandeld op 13 juni 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 17 september 2002 is in het Leidsch Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Vrouw ontvoerd uit woning in wijk De Kooi”. Diezelfde dag is in de Haagsche Courant een artikel over dezelfde kwestie verschenen onder de kop “Haagse ontvoerd uit woning vriend”.
Het slot van beide artikelen luidt:
Volgens de politie moet het motief voor de ontvoering worden gezocht in verschillen in etnische achtergronden. De familie van de ontvoerde vrouw zou ernstige bezwaren hebben tegen de relatie van hun familielid met de Nederlandse man.
Klager X is een familielid van de in de berichtgeving bedoelde vrouw.

Klagers hebben zich na de publicaties onder meer tot de politie gewend en opheldering gevraagd over de informatieverstrekking in deze kwestie. De reactie van de Chef Bureau Communicatie van Politie Hollands Midden en het persbericht van de politie over de kwestie zijn bij het klaagschrift gevoegd. Het slot van het persbericht luidt:
Mogelijk motief voor de vrijheidsbeneming van de 26-jarige vrouw zijn bezwaren van de familie tegen haar relatie.
In zijn brief aan klagers schrijft de Chef Bureau Communicatie onder meer:
In het genoemde bericht dat hierover is opgesteld, is er bewust voor gekozen geen nationaliteit of etniciteit te vermelden omdat dat voor het onderhavige incident niet van belang was. (...) In het algemeen belang, de veiligheidsgevoelens van het publiek, is er wel voor gekozen iets over een motief in het bericht op te nemen. De indruk dat het om willekeur zou kunnen gaan, wordt daarmee weggenomen. Informatie over bezwaren van familieleden tegen de relatie van het slachtoffer komen uit eigen bron; namelijk het politieonderzoek.
Hoewel onder het persbericht aan de media wordt meegedeeld dat over de zaak niet meer informatie kan worden gegeven, kan ik niet volledig uitsluiten dat er in telefonische contacten op vragen is gereageerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de berichtgeving onjuistheden bevat. Volgens hen is geen sprake van verschillende etnische achtergronden of een relatie met een Nederlandse man. Alle betrokkenen hebben dezelfde afkomst.
Volgens klagers spelen de media een grote rol bij de beeldvorming over allochtonen. Zij stellen dat in deze tijd, waarin veel negatieve berichten over mensen van allochtone afkomst verschijnen, journalisten zorgvuldigheid moeten betrachten in de wijze van berichtgeving. In dit geval wordt onjuiste informatie gepubliceerd, die negatief uitwerkt voor allochtonen, aldus klagers. Zij stellen dat de onjuiste, onzorgvuldige berichtgeving negatieve beeldvorming over allochtonen in de hand werkt c.q. versterkt.

Van der Malen stelt dat het artikel in het Leidsch Dagblad voor zichzelf spreekt. De informatie over de betrokkenen is gebaseerd op openbare en reguliere informatie van de politie. Het bericht geeft slechts summier, en dan nog zeer algemeen, informatie over de achtergrond van de mogelijke daders en slachtoffers van de ontvoering. Van der Malen bestrijdt dat de publicatie negatieve beeldvorming over allochtonen zou kunnen versterken

Ter Horst stelt dat het artikel dat in de Haagsche Courant is verschenen, afkomstig was van het Leidsch Dagblad. Het was door de GPD aangeboden aan aangesloten kranten, waaronder de Haagsche Courant en het Leidsch Dagblad. Hij sluit zich aan bij het standpunt van Van der Malen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klagers hebben gesteld dat de betrokken vrouw geen relatie had met een Nederlandse man. Volgens hen heeft de politie geen informatie verstrekt over de afkomst van de man. Verweerders hebben daartegenover gesteld dat het volgens de informatie van de politie wél ging om een relatie met een Nederlandse man. Er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan vaststellen, welk standpunt juist is. In ieder geval kan – gelet op de inhoud van de brief van de Chef Bureau Communicatie – niet worden uitgesloten dat aan verweerders méér informatie is verstrekt, dan het persbericht behelst.

Voorts wordt in de artikelen voldoende duidelijk gemaakt dat de passage – waar de klacht op ziet – de opvatting van de politie betreft, wordt de informatie niet als vaststaand feit gepresenteerd en gaat de vermelding niet verder dan passend in de totale berichtgeving over de gebeurtenis.

Onder die omstandigheden bestaat naar het oordeel van de Raad geen grond voor de conclusie dat de berichtgeving negatieve beeldvorming over allochtonen zodanig in de hand werkt c.q. versterkt, dat daarmee grenzen zijn overschreden (vgl. Turkse Culturele Vereniging tegen Frankenhuis en De Telegraaf, RvdJ 2003/24).

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Leidsch Dagblad en de Haagsche Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-49