2003/47 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Schepers

tegen

de hoofdredacteur van 'De Ochtenden' (VPRO)

Bij brief van 26 april 2003 heeft J. Schepers te Marum (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van 'De Ochtenden' (verweerder). Klager heeft zijn klacht nader toegelicht in brieven van 4 en 18 mei 2003. Op de brieven van klager heeft K. Schaepman, eindredacteur, gereageerd in een schrijven dat door de Raad is ontvangen op 27 mei 2003.

De zaak is door de Raad op 13 juni 2003 behandeld buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 22 april 2003 is in het VPRO-radioprogramma 'De Ochtenden' een interview met een Nigeriaanse journalist uitgezonden (hierna: de uitzending).

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat over de geïnterviewde journalist een fatwa (islamitisch oordeel) is uitgesproken. In de uitzending zijn talrijke aanwijzingen over haar geheime verblijfplaats gegeven, die naar de mening van klager geen journalistieke waarde hebben. Volgens klager is de journalist aldus onnodig in gevaar gebracht en heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld.
Hij betoogt rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat iets dergelijks in de toekomst hemzelf zou kunnen overkomen en hij in een dergelijke situatie op voldoende privacy moet kunnen rekenen. Bovendien heeft iedereen de morele plicht op te komen voor de rechten en veiligheid van personen die zelf niet in staat zijn dat te doen, aldus klager.

Verweerder stelt dat de afspraken die hij met de desbetreffende journalist over haar veiligheid heeft gemaakt, alleen haar en verweerder aangaan. Daarover in debat gaan, zou die veiligheid in gevaar kunnen brengen, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt (vgl. onder meer: Van Os tegen Huisjes en Algemeen Dagblad, RvdJ 2003/40).

Anders dan klager betoogt, kan het feit dat hij - naar hij stelt - in de toekomst mogelijk in een vergelijkbare situatie zou kunnen geraken, niet leiden tot het oordeel dat zijn belang rechtstreeks betrokken is bij de uitzending. Evenmin kan tot dat oordeel leiden dat hij - naar hij stelt - opkomt voor de rechten van de betrokken journalist, omdat zij daartoe zelf niet in staat is. Personen die niet in staat zijn zelf een klacht bij de Raad in te dienen, kunnen zich desgewenst in de klachtenprocedure door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van 'De Ochtenden'.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 juli 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-47