2003/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E. Top

tegen

de hoofdredacteur van Margriet

Bij brief van 18 april 2003 met twee bijlagen heeft E. Top te Hoofddorp (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Margriet (verweerder). Hierop heeft mr. M. van der Werf, werkzaam op de afdeling Juridische Zaken van Sanoma Uitgevers B.V., gereageerd in een brief van 12 mei 2003.

De zaak is door de Raad behandeld op 13 juni 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 8 november 2002 is in Margriet een artikel verschenen waarvan de lead luidt:
"'Stel, u wil graag een kind, maar uw man wil dat absoluut niet. Wat doet u dan?' Dat was de vraag die we u stelden in een oproepje op onze website. Rozemarijn, Mariëlle en Ellen vertellen over hun kinderwens en hoe dat diepe verlangen uiteindelijk leidde tot de breuk met hun man."
In het artikel worden enkele vrouwen, waaronder klaagster, aan het woord gelaten. In een kader bij het artikel is een commentaar van psycholoog Annette Heffels opgenomen. Het slot daarvan luidt:
"Wil je partner echter nog steeds geen kind, dan houdt het gewoon op. Degene die niet wil, heeft altijd de sterkste stem en dan is de keuze aan jou: blijf je of ga je bij hem weg. Je zin doordrijven (of stiekem zwanger worden) helpt niet, dat blijkt wel uit deze verhalen."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat zij heeft gereageerd op een oproep in Margriet met de tekst: "'Mijn man wilde geen kinderen. Ik wel.' Bent u gescheiden omdat uw man uiteindelijk tóch geen kinderen wilde? Of bent u 'per ongeluk' zwanger geraakt? Heeft u uw man overgehaald? Op zoek naar een nieuwe partner die wél een kind wil? Margriet zoekt mensen die zoiets hebben meegemaakt. Wilt u met uw verhaal én foto in Margriet staan? Stuur dan voor 10 april 2002 een brief naar (...)"
Vervolgens is zij geïnterviewd door X. Zij heeft direct aan X meegedeeld dat het haar bedoeling was om in een vriendelijke, fatsoenlijke, maar niet mis te verstane toonzetting haar kant van het verhaal te doen over hetgeen haar als alleenstaande moeder was overkomen, aldus klaagster. Zij wilde de publicatie gebruiken om haar versie van de waarheid op te sturen naar de vader van haar kind, haar ex-schoonouders en ex-vriendenkring, om meer begrip te kweken voor haar situatie. Volgens klaagster is haar ruim gelegenheid geboden tot overleg en inzage in de tekst, en was zij tevreden over het eindresultaat van haar tekstbijdrage. Zij was er enigszins trots op dat zij er - samen met X - een positief verhaal van had gemaakt, zonder een 'trap na' te geven.
Toen klaagster de uiteindelijke publicatie zag, bleek dat zonder haar medeweten een commentaar van Annette Heffels bij het artikel was geplaatst. In dat commentaar is Heffels niet solidair met de geïnterviewde vrouwen, maar neemt zij het juist op voor de mannen in kwestie, aldus klaagster. Volgens haar is vooral de laatste zin van het commentaar insinuerend.
Klaagster betoogt dat zij ten onrechte niet vooraf erover is geïnformeerd dat in het artikel een commentaar van Heffels zou worden opgenomen. Als zij vooraf zou hebben geweten dat het artikel zou eindigen met een educatieve 'moraal van het verhaal' van Heffels, dan had zij zeer waarschijnlijk geen medewerking verleend aan de publicatie. Klaagster is ermee bekend dat Heffels wekelijks in Margriet een huwelijk bespreekt, waarbij ze aangeeft of dat huwelijk naar haar mening kans van slagen heeft. Het echtpaar dat besluit aan die rubriek mee te werken, is vanaf het begin op de hoogte van het feit dat Heffels haar mening zal geven. Bij de gewraakte publicatie was dat niet het geval.
Klaagster heeft na de publicatie contact gehad met redactiechef Y, die niet wist waarom zij niet op de hoogte was gebracht van de bijdrage van Heffels. Y ging er volgens klaagster van uit dat X een en ander met haar had besproken. Vervolgens heeft zij een e-mailbericht van X ontvangen, waarin deze - aldus klaagster - schrijft: "Toen ik jou interviewde wist ik nog niet dat Annette Heffels ook geïnterviewd zou worden. Dat hoorde ik pas van mijn chef (Y) twee dagen voor de deadline. Het is niet gebruikelijk dat we dat dan aan iedereen melden, die we voor het artikel interviewen. Het spijt me als je dit als vervelend hebt ervaren. Meer kan ik er nu niet meer aan doen. (Y) is mijn eindverantwoordelijke, dus moet je bij haar zijn als je nog verder op- of aanmerkingen hebt." Klaagster vond deze reacties niet bevredigend en heeft zich nog tot verweerder gewend en uitleg gevraagd over de gang van zaken. Omdat zij van verweerder geen reactie meer ontving, heeft klaagster zich tot de Raad gewend.

Verweerder stelt dat Heffels de huis-psycholoog is van Margriet. Als trouwe lezeres moet klaagster zijn opgevallen dat Heffels vaak haar mening geeft bij gevoelige onderwerpen. Dat Heffels een andere mening is toegedaan dan de geïnterviewden, is haar goed recht.
Zoals klaagster aangeeft, heeft X ten tijde van het interview met klaagster niet geweten dat Heffels haar mening zou geven over het onderwerp van de interviews, maar werd haar dat pas twee dagen voor de deadline duidelijk. Zoals X in haar e-mailbericht aan klaagster heeft laten weten, is het in zo een geval niet gebruikelijk om alle personen die hebben meegewerkt aan een artikel nader te informeren.
Volgens verweerder mag hij, op grond van de geldende informatievrijheid, nieuws en informatie aan het lezerspubliek verschaffen op een wijze die hij zelf verkiest. Onder informatieverschaffing wordt mede verstaan het plaatsen van een interview in een context waarin ook een psycholoog om haar mening wordt gevraagd. Hij was, gezien de hem toekomende vrijheid van meningsuiting, niet gehouden klaagster vooraf mee te delen dat in het artikel ook de mening van een psycholoog zou worden gegeven. Dat door de inhoud van de reactie van Heffels klaagster niet meer in staat was het artikel te gebruiken voor het doel waarvoor zij het had willen gebruiken - toesturen aan vader, ex-schoonfamilie en ex-vriendenkring - doet daar niets aan af. Daarbij komt dat klaagster dat doel niet kenbaar had gemaakt, aldus verweerder. Volgens hem is gebruikelijk dat bij publicaties over onderwerpen als alleenstaande moeders een psycholoog of andere deskundige aan het woord wordt gelaten. Verweerder betoogt dat hij met de publicatie correct heeft gehandeld.
Hij kan zich voorstellen dat de kwestie klaagster emotioneel raakt, maar is van mening dat de aandacht die X en Y eraan hebben besteed voldoende zou moeten zijn. Het feit dat de antwoorden misschien tegenstrijdig zijn geweest, spijt hem. Daarmee zijn de journalistieke normen en waarden niet overschreden, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Van onzorgvuldige journalistiek kan sprake zijn, indien een citaat van een geïnterviewde wordt gebruikt in een andere context dan die geïnterviewde mocht verwachten op grond van hetgeen hem door de interviewer is meegedeeld: de geïnterviewde moet geïnformeerd kunnen beslissen of hij aan een publicatie wil meewerken. Dit betekent dat een geïnterviewde opnieuw moet worden gevraagd of hij ermee instemt dat zijn uitlatingen worden gepubliceerd, indien de aard of inhoud van de publicatie gaande 'het productieproces' zozeer wordt gewijzigd dat niet meer wordt voldaan aan dat wat de geïnterviewde mocht verwachten. Indien de journalist nalaat die hernieuwde toestemming te vragen, handelt hij in beginsel in strijd met hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid - maatschappelijk aanvaardbaar is.

Als door verweerder niet betwist staat vast, dat klaagster aan X heeft meegedeeld dat zij in een vriendelijke, fatsoenlijke, maar niet mis te verstane toonzetting haar kant van het verhaal wilde doen over hetgeen haar als alleenstaande moeder was overkomen. Voorts staat vast dat klaagster niet vooraf is geïnformeerd over het feit dat een commentaar als dat van Heffels bij het artikel zou worden geplaatst.

Op grond van tekst van de oproep en hetgeen zij kennelijk met X heeft besproken, mocht klaagster ervan uitgaan dat zij haar medewerking verleende aan een voor haar positief - althans op zijn minst neutraal - artikel, waarin alleen de ervaringen van geïnterviewden zouden worden opgenomen. Het artikel voldoet niet aan die gerechtvaardigde verwachting, omdat het - voor klaagster onmiskenbaar negatieve - commentaar van Heffels een geenszins onbeduidende plaats in het geheel inneemt.

Aan klaagster is niet opnieuw toestemming gevraagd haar uitlatingen te mogen publiceren, toen duidelijk was dat de inhoud van het artikel - in, in ieder geval voor klaagster, belangrijke mate - zou worden gewijzigd. Door dit na te laten heeft verweerder de hiervoor geformuleerde norm geschonden (vgl. Algra tegen Graafland en de Volkskrant, RvdJ 2003/38).

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Margriet te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 9 juli 2003 door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. B.L.W. Tillema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

 

Uitspraak 2003-46