2003/43 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Peter R. de Vries

tegen

S. de Jong en de hoofdredacteur van HP/De Tijd

Bij brief van 10 februari 2003 met 14 bijlagen heeft Peter R. de Vries te Hilversum (klager) een klacht ingediend tegen S. de Jong en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (verweerders). Hierop heeft De Jong - alleen voor zich - geantwoord in een schrijven van 1 maart 2003 met 32 bijlagen. Klager heeft daarop gerepliceerd bij brief van 18 maart 2003. Ten slotte heeft De Jong op de repliek gereageerd in een brief van 30 maart 2003. De hoofdredacteur van HP/De Tijd heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 april 2003. Klager is daar verschenen, vergezeld van C. van Schuylenburgh, en heeft zijn klacht nader toegelicht aan de hand van een notitie. De Jong was eveneens aanwezig, vergezeld van A. Theunissen.

DE FEITEN

Op 10 januari 2003 is in HP/De Tijd een artikel van de hand van De Jong verschenen onder de kop "De dubieuze methoden van Peter R. de Vries". Op de omslag van het tijdschrift wordt het artikel aangekondigd met de tekst "Hoe betrouwbaar is Peter. R. de Vries? - Dubieuze TV-journalistiek in de Deventer moordzaak". De intro van het artikel luidt:
"Hij is de bekendste TV-detective van Nederland. Maar hoe betrouwbaar is Peter R. de Vries eigenlijk? In het geval van Ernest L. lijkt hij de waarheid naar zijn hand te zetten. Deel 4 van de Deventer moordzaak."

Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
"Laten we maar meteen met de deur in huis vallen en vast in enkele woorden de crux van dit verhaal samenvatten: de methode-De Vries deugt niet."
en
"Middelburg beschuldigde zijn collega (De Vries) ervan een journalistieke vazal van onderwereldkoning Klaas Bruinsma te zijn. Ook toen stapte De Vries naar de rechter - maar ook toen verloor hij. Volgens het Amsterdamse gerechtshof was er 'een wederzijds profijtelijke relatie' tussen de journalist en de crimineel. (...) Relevanter voor dit verhaal zijn de passages in Middelburgs boek over wat we maar de televisiepraktijken van Peter R. de Vries zullen noemen. Met verborgen camera's en het nodige 'knip- en plakwerk' zou De Vries in een bepaald geval de waarheid bewust geweld hebben aangedaan. Hoe geraffineerd de TV-detective te werk gaat, wordt echter pas goed duidelijk in de zaak-Ernest L., ofwel de Deventer moordzaak."
en (ook in een tussenkop)
"Manipuleren, zo blijkt, is de kunst van het weglaten. Want opnieuw verzuimt De Vries - het kan geen toeval meer zijn - iets essentieels te melden."
en
"Wat zit hier achter? Je kunt niet anders dan concluderen dat er een hoger doel mee gediend moet zijn. En dat kan maar één doel zijn: door het beschadigen van de pleitbezorgers van Ernest L. moet ook de zaak van Ernest L. zélf schade worden toegebracht. Maar waarom zou De Vries er zo op gebrand zijn dat Ernest L. in zijn cel in Lelystad blijft? Is zijn ego zo groot dat hij het niet kan verkroppen dat - zo kort na Putten - een tweede 'unieke herziening' dreigt plaats te vinden? En dat niet hij, de superverslaggever, maar een bejaard echtpaar in Almere-Buiten (Ed en Wanda Waisvisz) met de eer gaat strijken?"
en
"Naar de motieven van De Vries blijft het gissen. Maar één ding is duidelijk: als de Deventer moordzaak wordt herzien en Ernest L. mocht worden vrijgesproken, loopt de reputatie van de journalist enorme schade op. Dan immers wordt pijnlijk duidelijk hoe hij zich door twee betrokkenen heeft laten meeslepen. Betrokkenen die bij een vrijspraak van Ernest L. weer hoog op de verdachtenlijst van justitie zullen komen. En wat doet de misdaadverslaggever dus? Hij bijt vast en laat niet meer los."

In de week van het verschijnen van het artikel heeft HP/De Tijd met regelmaat op televisie een reclameboodschap uitgezonden met de tekst:
"Peter R. de Vries lost veel misdaden op, maar is hij wel altijd even betrouwbaar? De dubieuze methoden van een TV-detective. Alleen deze week, alleen in HP/De Tijd."

Op 17 januari 2003 zijn in HP/De Tijd ingezonden brieven van klager en journalist Hans Knoop gepubliceerd. Het naschrift van de redactie bij deze brieven luidt:
"De heren De Vries en Knoop draaien de zaken om. In zijn programma heeft Peter R. de Vries uitgebreid zijn visie op de betreffende zaak uiteen kunnen zetten. Daarbij heeft hij een aantal feiten en omstandigheden die hem bekend waren, bewust achterwege gelaten. In HP/De Tijd presenteren wij die feiten en omstandigheden alsnog, aldus het 'wederhoor' biedend waaraan de misdaadverslaggever zegt zoveel waarde te hechten."

Ten slotte heeft H. Steenhuis, hoofdredacteur, in HP/De Tijd van 7 februari 2003 onder de kop "Correctie" onder meer het volgende bericht:
"In de editie van HP/De Tijd van 10 januari jl. is voor de vierde keer aandacht besteed aan de Deventer moordzaak. (...) Het vierde artikel is voornamelijk gewijd aan de wijze waarop de bekende TV-presentator Peter R. De Vries aandacht heeft besteed aan deze strafzaak in zijn TV-programma, dat in november 2001 is uitgezonden. HP/De Tijd heeft daarbij kritiek geuit op de werkwijze van Peter R. de Vries met betrekking tot dat programma-item. Met de inhoud van deze kritiek is De Vries het niet eens. Voorafgaand aan de publicatie van het artikel heeft HP/De Tijd overigens geen wederhoor toegepast. Wij hechten eraan u mede te delen dat, los van de vraag of de kritiek op de uitzending over de Deventer moordzaak wel of niet terecht was, die kritiek uitsluitend betrekking heeft op de uitzending over de Deventer moordzaak. De in het artikel, maar ook in de begeleidende TV-commercial opgenomen algemene conclusie dat de werkwijze van De Vries niet zou deugen, of dubieus zou zijn, is niet terecht."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel vele beschuldigingen aan zijn adres bevat. De verdachtmakingen zijn in snerende, diffamerende bewoordingen gesteld en behelzen veelal niet meer dan de mening van De Jong, maar zijn met een stelligheid gepresenteerd alsof het om vaststaande feiten gaat. De insinuaties komen erop neer dat klager zich uit gekrenkt eergevoel bedient van malafide, dubieuze journalistiek teneinde Ernest L. in de gevangenis te houden, terwijl hij zich ervan bewust zou zijn dat Ernest L. onschuldig is. Voor een misdaadverslaggever is dit een van de zwaarst denkbare beschuldigingen. De aantijgingen zijn niet gerechtvaardigd en worden niet door objectieve feiten ondersteund, aldus klager. Volgens hem bevat het artikel daarnaast onjuist- en onvolledigheden, in welk verband hij een aantal voorbeelden noemt.
Verder stelt klager dat ten onrechte in de reclameboodschap en de kop van het artikel wordt gesuggereerd dat klagers werkwijze in het algemeen dubieus is. Het artikel gaat specifiek over klagers werkwijze in de Deventer moordzaak. De reclameboodschap en kop dekken derhalve niet de inhoud van het artikel, en zijn beschadigend voor klagers reputatie aangezien zij eveneens ongefundeerde beschuldigingen bevatten. De geplaatste 'Correctie' weegt niet op tegen de aangerichte schade en kan geenszins worden beschouwd als een adequate rechtzetting van de gepubliceerde onzorgvuldigheden, aldus klager.
Hij stelt voorts dat verweerders ernstig in gebreke zijn gebleven door geen wederhoor toe te passen. Hoewel De Jong in het artikel regelmatig vragen over klagers 'drijfveren' stelt, heeft hij klager benaderd noch geïnformeerd over het te verschijnen artikel. In een poging zijn schade enigszins te beperken heeft klager direct na verschijning een ingezonden brief gestuurd. Uit het naschrift blijkt dat het een weloverwogen beslissing van verweerders is geweest om klager geen wederhoor te bieden. De stelling in het naschrift dat klager 'de zaken omdraait', maakt de kwestie voor hem nog ernstiger. Dat hij zelf in zijn uitzendingen uitvoerig aandacht heeft besteed aan de Deventer moordzaak, betekent niet dat het toepassen van wederhoor niet nodig was, aldus klager.
Ter onderbouwing van zijn standpunten verwijst hij onder meer naar video-opnamen van zijn uitzendingen over de Deventer moordzaak van 27 mei 2001 en 7 november 2002, en naar andere stukken die op die moordzaak betrekking hebben. Klager betoogt dat hij voor zijn uitzendingen grondig onderzoek heeft verricht. Volgens hem heeft dit geleid tot reportages waarin op evenwichtige, kritische en onafhankelijke wijze de 'voors en tegens' van de veroordeling in de Deventer moordzaak zijn belicht. In zijn reportages heeft klager nooit gezegd dat Ernest L. schuldig is en altijd duidelijk zijn twijfels over het bewijs uitgesproken. Uiteraard heeft klager geselecteerd, hetgeen inherent is aan de journalistiek. Hij heeft er begrip voor dat de feitenkeuze en opbouw van zijn uitzendingen niet iedere betrokkene even welgevallig zijn geweest. Dat betekent echter niet, dat hij met recht van dubieuze methoden, partijdigheid en manipulatie kan worden beschuldigd.

De Jong stelt dat klager een bekende en invloedrijke misdaadverslaggever is, van wie mag worden verwacht dat hij de grootste zorgvuldigheid in acht neemt. Kijkers moeten erop kunnen vertrouwen dat klager er alles aan heeft gedaan de feiten zo goed mogelijk te onderzoeken, en dat de weergave van die feiten in zijn televisieprogramma grondig, nauwkeurig en zo volledig mogelijk gebeurt. Volgens De Jong toont hij in het gewraakte artikel aan dat klager op deze punten tekort is geschoten, en heeft hij daarmee een maatschappelijk belang gediend. Alle beweringen die hij heeft gedaan, zijn onderbouwd door documenten of worden gestaafd door gesprekken en onderzoek ter plaatse. Van onjuist- en onzorgvuldigheden is geen sprake. Dat hij af en toe in scherpe bewoordingen de werkwijze van klager aan de kaak stelt, is gerechtvaardigd. Bovendien moet klager als publieke persoon tegen een stootje kunnen, aldus De Jong.
Hij stelt verder dat een verslaggever tientallen zaken min of meer oppervlakkig onder de loep kan nemen om iemands werkwijze te kunnen beoordelen, maar er ook voor kan kiezen enkele zaken in detail te bestuderen. De Jong heeft voor het laatste gekozen, omdat de manipulatie door klager zo quasi-subtiel gebeurt. In het artikel doet hij daarom gedetailleerd verslag van de wijze waarop klager in zijn reportages de Deventer moordzaak heeft behandeld, met name in de uitzending van november 2002. Naar de mening van de Jong behandelt klager in die reportage in feite vier zaken: de eigenlijke Deventer moordzaak en drie zaken waarin onderzoekers Ed en Wanda Waisvisz zijn betrokken. De Jong betoogt dat hij met een groot aantal voorbeelden aantoont dat klager, met name waar het de weergave van feiten en omstandigheden in de drie zaken rond Wanda Waisvisz betreft, onzorgvuldig heeft gehandeld. Hij ziet niet in waarom op grond van deze vier zaken geen conclusie mag worden getrokken over een 'methode' van klager. Volgens De Jong doet niet ter zake of klager in andere door hem behandelde zaken even onzorgvuldig te werk gaat. Hij meent dat het artikel gerede twijfel zaait over de betrouwbaarheid van klagers werkwijze. De reclameboodschap en de kop van het artikel dekken derhalve wel degelijk de lading, aldus De Jong. Hij onderschrijft dan ook niet de laatste zin van de 'Correctie' van Steenhuis: "De in het artikel, maar ook in de begeleidende TV-commercial opgenomen algemene conclusie dat de werkwijze van De Vries niet zou deugen, of dubieus zou zijn, is niet terecht." De Jong meent dat hem niet kan worden aangerekend dat de gebezigde termen mogelijk beschadigend zijn voor de reputatie van klager.
Voorts stelt De Jong dat 'hoor en wederhoor' een belangrijk journalistiek beginsel is, dat slechts moet worden toegepast als over de feiten onduidelijkheid bestaat. Naar zijn overtuiging valt op de weergave van de feiten in dit geval niets af te dingen. Bovendien zijn er journalistieke genres, zoals recensies en columns, waarbij het niet gebruikelijk is dat wederhoor wordt toegepast. Het artikel kan het best worden vergeleken met een recensie van twee reportages van klager. De Jong heeft de uitzendingen bestudeerd, onderzoek verricht en over de uitzendingen zijn oordeel gegeven. Op grond van deze overwegingen is geen wederhoor toegepast. Overigens is klagers ingezonden brief integraal geplaatst in het nummer van HP/De Tijd volgend op de gewraakte publicatie.
De Jong verwijst ter staving van zijn standpunten naar diverse stukken die op de Deventer moordzaak betrekking hebben. Daaruit blijkt volgens hem onder meer dat klager een 'karaktermoord' op het echtpaar Waisvisz heeft gepleegd.
De Jong concludeert dat hij gerede vraagtekens kon zetten bij de werkwijze van klager en dus bij zijn journalistieke betrouwbaarheid. Daarbij is hij niet over een nacht ijs gegaan. Op de weergave van feiten valt niets af te dingen, alles is onderbouwd met - meest schriftelijke - bronnen. Het artikel kan het best worden vergeleken met een recensie; twee 'Deventer moordzaak-experts' hebben de degens gekruist.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

1. De kern van de klacht is dat in het artikel en de begeleidende reclameboodschap klagers integriteit als misdaadverslaggever ernstig in twijfel wordt getrokken, zonder dat hem gelegenheid tot wederhoor is geboden.

2. In de reclameboodschap en de kop van het artikel worden vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van klager en wordt gesproken over 'dubieuze methoden'. In het artikel wordt onder meer geschreven "de methode-De Vries deugt niet." Verder wordt over klager onder andere gezegd dat hij in zijn berichtgeving over de Deventer moordzaak zou hebben 'gemanipuleerd'. Daarbij wordt klager de intentie toegedicht dat hij zulks zou hebben gedaan om zijn eigen reputatie overeind te houden, een reputatie die immers - aldus het artikel - enorme schade zou oplopen als Ernest L. alsnog zou worden vrijgesproken.

3. De bewering "de methode-De Vries deugt niet" kan redelijkerwijs slechts aldus worden verstaan dat de wijze waarop klager als misdaadverslaggever te werk pleegt te gaan niet deugt. Die bewering wordt in het artikel op de keper beschouwd slechts toegelicht aan de hand van hetgeen de Deventer moordzaak volgens De Jong over die werkwijze zou leren. Daaruit laat zich echter niet de conclusie trekken dat "de methode-De Vries niet deugt".

4. Belangrijker is echter dat het door De Jong met betrekking tot de Deventer moorzaak aangedragen materiaal ook geen toereikende grondslag biedt voor de verwijten aan het adres van klager die erop neerkomen dat hij zich van dubieuze - waarmee kennelijk bedoeld is: bedenkelijke, niet geheel zuivere - methoden zou bedienen en zich in die zaak zou hebben schuldig gemaakt aan manipulatie teneinde, ter voorkoming van enorme schade aan zijn eigen reputatie, te verhinderen dat de veroordeelde in die zaak alsnog zou worden vrijgesproken. Dit zijn verwijten waarvan zonder meer duidelijk is dat zij klager als misdaadverslaggever in een kwaad daglicht stellen en in diskrediet kunnen brengen en waarvoor dus bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist is. Zoals gezegd, ontbreekt die hier. Het mag zo zijn dat klager in zijn uitzendingen betreffende de Deventer moorzaak bepaalde feiten niet of onvolledig heeft vermeld en veronderstellingen heeft geuit die bij kritische beschouwing al aanstonds geen stand kunnen houden (met name: hoe met een mes met een lemmet van achttien centimeter lengte toch vijf steekwonden met een diepte van exact tien centimeter zouden kunnen worden toegebracht), dit rechtvaardigt niet het verwijt van dubieuze methoden en evenmin het verwijt van manipulatie ter voorkoming van schade aan de eigen reputatie. Geen van die aan de uitzendingen klevende onvolkomenheden biedt een behoorlijk aanknopingspunt voor de zeer vergaande conclusie/suggestie dat klager zich zou bedienen van dubieuze methoden of door zijn wijze van presentatie van de feiten pogingen tot heropening van de Deventer moorzaak zou hebben willen dwarsbomen.

5. Daarnaast geldt dat verweerders de ernstige verwijten waarom het hier gaat niet hadden mogen publiceren zonder klager daarbij in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven. Niet ter discussie staat dat verweerders klager bewust geen wederhoor hebben geboden. Het standpunt van De Jong dat sprake is van een recensie, waarbij het beginsel van hoor en wederhoor niet van toepassing is, moet worden verworpen. In het artikel wordt niet sec een oordeel uitgesproken over de inhoud van de reportages van klager, maar tevens over klagers integriteit.
Ook de stelling van De Jong dat wederhoor niet nodig was, omdat klager al in zijn uitzendingen aan het woord is geweest, gaat niet op. Immers, het artikel gaat (mede) over klager zélf en de wijze waarop hij journalistiek bedrijft. Daarover spreekt klager zich niet uit in zijn reportages, die alleen de Deventer moordzaak als onderwerp hebben.

6. De Raad komt ten aanzien van het hiervoor onder 3, 4 en 5 besprokene tot de slotsom dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klager te berichten, zoals zij hebben gedaan en na te laten wederhoor toe te passen (vgl. onder meer: Hingst/Van den Heuvel, RvdJ 2003/21, en Timmer/Van de Kolk en De Twentsche Courant Tubantia, RvdJ 2003/03).

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 juli 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-43