2003/40 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

O.M. van Os

tegen

B. Huisjes en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad

Bij brief van 25 maart 2003 met een bijlage heeft O.M. van Os te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen B. Huisjes en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (verweerders). Klager heeft zijn klacht nader toegelicht in brieven van 27 maart 2003, met een bijlage, en 28 maart 2003. Op de brieven van klager heeft W.H.K. Ammerlaan, hoofdredacteur a.i., gereageerd bij brief van 2 april 2003.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 april 2003 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 25 maart 2003 is in het Algemeen Dagblad een artikel van de hand van Huisjes verschenen onder de kop “Levenslang voor ‘engel des doods’”. Het artikel gaat over de strafzaak tegen een verpleegster. Het artikel bevat de volgende zinsneden:
Verpleegster (X) heeft wel degelijk jarenlang als een ‘engel des doods’ rondgewaard in diverse Haagse ziekenhuizen.
en
De verpleegster waren 13 moorden en vijf pogingen ten laste gelegd, de grootste seriemoord uit de Nederlandse geschiedenis.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het gebruik van de term ‘engel des doods’ in het artikel onzorgvuldig is, omdat dit de bijnaam is van Josef Mengele. Bovendien is de zinsnede ‘de grootste seriemoord uit de Nederlandse geschiedenis’ onjuist, aldus klager. Hij stelt in dat verband dat in de Tweede Wereldoorlog 80.000 joden uit Nederland zijn weggevoerd, dat in de 80er jaren broeder Frans M. is veroordeeld voor het doden van meer dan 100 patiënten en dat de Spanjaarden bijna alle bewoners van Naarden hebben opgehangen.
Volgens klager heeft hij belang bij een oordeel van de Raad, omdat Josef Mengele in de Tweede Wereldoorlog naar alle waarschijnlijkheid ook klagers overgrootmoeder naar de gaskamer heeft gestuurd.

Verweerders stellen dat er geen enkel verband bestaat tussen het gewraakte artikel en hetgeen de familie van klager in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan.
De term ‘engel des doods’ is van oorsprong een bijbelse uitdrukking, die tegenwoordig alom wordt gebruikt ter aanduiding van verpleegkundigen die eigenmachtig de beslissing namen een eind te maken aan het leven van meerdere aan hun zorg toevertrouwde bejaarden of patiënten. In veel publicaties over de betrokken verpleegster is ook zij met die term aangeduid. Met de bijnaam van Josef Mengele bestaat geen relatie.
Verder stellen verweerders dat de term ‘seriemoord’ wezenlijk verschilt van het begrip ‘massamoord’ dat onder meer wordt gebruikt voor de door klager genoemde voorbeelden betreffende de joden in de Tweede Wereldoorlog en de inwoners van Naarden. Voorzover verweerders hebben kunnen nagaan is er in de jaren ’80 geen zaak geweest van ‘broeder Frans M.’, die zou zijn veroordeeld voor de moord op 100 patiënten.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een 'rechtstreeks belanghebbende'. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt (vgl. onder meer: Simons tegen de Peperbus, RvdJ 2002/54 en Tros tegen VPRO Gids, RvdJ 2002/). Anders dan klager meent, kan het feit dat zijn overgrootmoeder in de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk door de ‘engel des doods’ Josef Mengele naar de gaskamer is gestuurd, niet leiden tot het oordeel dat hij rechtstreeks belanghebbende is.

BESLISSING

Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 5 juni 2003 door mr. J.B. Fleers, voorzitter, drs. C.M. Buijs, H. van Gessel, mw. mr. V. Keur en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.

Uitspraak 2003-40